Als je door Kanchanaburi loopt en bij de begraafplaats stilstaat, voel je meteen hoe dichtbij de oorlog hier kwam. Thailand was het enige onafhankelijke land in Zuidoost-Azië dat de Tweede Wereldoorlog inging als partner van Japan, niet als kolonie of bezet gebied. Toch is het verhaal niet zwart-wit.

Aan de top koos premier Phibun voor Japan. Daaronder groeide een breed verzet dat met de geallieerden samenwerkte. Die dubbelheid bepaalt tot vandaag het oordeel. Was Thailand een collaborateur, een gedwongen slachtoffer, of allebei tegelijk? Dit stuk zet de belangrijkste feiten helder op een rij en houdt de naoorlogse mythe op afstand.

Hoe Thailand stap voor stap in de oorlog rolde

Het ging niet in één klap. Thailand schoof langzaam op richting Japan, gedreven door nationalisme, oude territoriale wonden en pure machteloosheid tegenover een overmacht. De belangrijkste momenten op een rij:

  • Jaren dertig. Onder premier Plaek Phibunsongkhram, kortweg Phibun, een legerofficier die het fascistische ontwikkelingsmodel bewonderde, voerde Thailand een sterk nationalistische koers. Het wilde gebieden terug die het rond 1900 aan Frankrijk had verloren.
  • Oktober 1940 tot januari 1941. In de Frans-Thaise Oorlog viel Thailand Frans Indochina binnen. Op het land won het terrein, op zee leed het een nederlaag bij Koh Chang. Japan bemiddelde.
  • Mei 1941. Onder Japanse druk stond Vichy-Frankrijk grote delen van Laos en Cambodja af, waaronder Battambang. De bronnen verschillen over de oppervlakte, ergens tussen de 54.000 en 60.000 vierkante kilometer. De echte winnaar was Japan dat zijn invloed in de hele regio uitbreidde.
  • 8 december 1941. Japanse troepen landden in het zuiden bij Songkhla en Pattani, ongeveer anderhalf uur voor de aanval op Pearl Harbor. Na zo’n vijf uur gevechten volgde een staakt-het-vuren. Belangrijk: Phibun had vooraf bij de Britten en Amerikanen om garanties gevraagd, en kreeg die niet.
  • 21 december 1941. Een offensief-defensief pact, herzien op 30 december, gaf Japan volledige toegang tot Thaise wapens, spoorwegen, wegen, vliegvelden, marinebases en communicatie.
  • 25 januari 1942. Thailand verklaarde Groot-Brittannië en de VS de oorlog. Ambassadeur Seni Pramoj weigerde de verklaring in Washington af te leveren, waardoor de VS Thailand formeel nooit als vijand behandelden.
  • 1942 tot 1943. Thailand bezette delen van Brits Malakka en de Shan-staten in Birma en kreeg daarvoor gebied toegewezen. Op zijn bodem bouwde Japan met dwangarbeid de beruchte Birmaspoorlijn.
  • Vanaf 1942. Het verzet groeide. De Seri Thai-beweging, binnenlands geleid door regent Pridi Banomyong en internationaal door Seni, leverde inlichtingen, redde neergeschoten geallieerde piloten en bereidde gewapend verzet voor, gesteund door de Amerikaanse OSS en de Britse Force 136.
  • Juni 1944. Door inflatie, oorlogsmoeheid en politieke nederlagen viel Phibun. De eerste overwegend burgerlijke regering sinds 1932 hield de schijn van samenwerking op, terwijl het verzet uitbreidde.
  • 16 augustus 1945. Pridi verklaarde Phibuns oorlogsverklaring ongrondwettig en nietig, in strijd met de wil van het Thaise volk. Daarmee verviel de noodzaak van een formele overgave.
  • 1 januari 1946 en daarna. Met het Brits-Thaise vredesverdrag, rijstleveringen aan Malakka als herstelbetaling en teruggave van de geannexeerde gebieden ontliep Thailand zware straf. In 1946 trad het toe tot de Verenigde Naties.

Was Thailand een collaborateur?

Hier moet je drie dingen uit elkaar houden. Wat pleit voor collaboratie, is hard. Thailand tekende geen neutraliteitsregeling, maar een offensief-defensief bondgenootschap met een Asmogendheid. Het verklaarde de geallieerden de oorlog, stelde zijn hele infrastructuur open voor de Japanse verovering van Malakka en Singapore, en stuurde eigen troepen Birma in. Het profiteerde er ook van, want het annexeerde gebied van zijn buren en Phibun bouwde er binnenlands prestige mee op. Toen Thaise arbeiders wegliepen van de spoorlijn, zette de regering bovendien lokale Chinezen onder druk om te werken.

Maar er is een andere kant. De inval was echt: vijf uur gevechten, en daarna was verzet kansloos tegen de overmacht. Phibun had tevergeefs om westerse steun gevraagd. In Thaise verslagen heet de alliantie een duivelse keuze, de enige manier om de soevereiniteit te bewaren. Daar staat een uitzonderlijk groot verzet tegenover, met schattingen van 50.000 tot 90.000 getrainde of gewapende Seri Thai-strijders aan het eind van de oorlog. Thailand omarmde de Japanse Groot-Aziatische Welvaartssfeer ook nooit helemaal. Phibun weigerde de top daarover in 1943 bij te wonen, en zijn etnische politiek botste met het pan-Aziatische ideaal.

In de geschiedschrijving zit de echte spanning. Het naoorlogse beeld, dat Thailand louter onder dwang handelde en eigenlijk slachtoffer was, is deels een diplomatieke constructie. Pridi’s nietigverklaring en Seni’s weigering om de oorlogsverklaring af te leveren waren juist bedoeld om Thailand na een geallieerde overwinning niet als verslagen vijand te laten behandelen. Dat werkte. Kritische historici als E. Bruce Reynolds en William Swan benadrukken daarom de eigen keuzevrijheid van Thaise leiders. Er was een pro-Japanse factie die welbewust koos. Een Britse functionaris vatte het destijds scherp samen: ofwel waren de Thais kinderen die onder toezicht moesten, ofwel schurken die straf verdienden voor het kiezen van Japans kant. Beoordeel je de regering-Phibun, dan is collaborateur verdedigbaar. Beoordeel je het hele land, dan zie je een collaborerende top én een fors verzet dat het na de oorlog redde.

De zwaarste prijs viel op Thais bodem

De zwaarste gevolgen waren niet politiek maar menselijk, en ze speelden zich grotendeels af op Thais grondgebied. De Birma-Thailandspoorlijn van zo’n 415 kilometer, gebouwd tussen oktober 1942 en oktober 1943 om Japanse troepen in Birma te bevoorraden, kreeg niet voor niets de bijnaam Death Railway.

GroepIngezetOmgekomenKanttekening
Geallieerde krijgsgevangenenongeveer 60.000meer dan 12.000, ruwweg 1 op 5goed gedocumenteerd
Aziatische dwangarbeiders (romusha)200.000 of meer75.000 tot 90.000, mogelijk tot 100.000slechte registratie, schatting
Nederlandse krijgsgevangenen (uit Nederlands-Indië)ongeveer 18.000duizendenonderdeel van de geallieerde groep
Japanse bewakers en ingenieursongeveer 12.000ongeveer 1.000circa 8 procent stierf

Voor Nederlandse en Belgische lezers is dit het tastbaarste aanknopingspunt. Veel Nederlandse krijgsgevangenen kwamen uit het toenmalige Nederlands-Indië. Hun sterftecijfer lag iets lager dan dat van Britse en Australische gevangenen, deels doordat velen in de tropen geboren of opgegroeid waren en beter bestand waren tegen malaria en dysenterie. De oorlogsbegraafplaatsen in Kanchanaburi en Chungkai en de gedenkplaats bij Hellfire Pass herinneren er nog aan en zijn vandaag te bezoeken.

De gewone Thai leed zelf ook onder de bezetting, met hoge inflatie, gedwongen leveranties en een uitgeputte economie. De Thaise militaire verliezen over de hele oorlog bedroegen zo’n 5569 doden. Toch was er ook moed en menselijkheid. Veel Thais gaven de krijgsgevangenen in het geheim voedsel, medicijnen en zelfs radio-onderdelen. In het verzet schreven vrouwen met mooie handschriften de gecodeerde brieven naar de geallieerden, omdat een typemachine te makkelijk te traceren was.

Valkuilen bij dit verhaal

  • De slachtoffermythe voor zoete koek slikken. Het beeld dat Thailand louter een gedwongen slachtoffer was, is na de oorlog bewust gekweekt om straf te ontlopen. Het klopt deels, maar het verhult de actieve keuzes en het eigenbelang van het regime-Phibun.
  • Het omgekeerde, Thailand wegzetten als kille collaborateur. Dat negeert de reële dwang, het brede verzet en het feit dat de VS Thailand nooit als vijand erkenden.
  • Phibun en Pridi op één hoop gooien. Het waren tegenpolen, de pro-Japanse premier tegenover de pro-westerse verzetsleider. Juist die tweedeling verklaart het hele verhaal.
  • Aantallen als hard feit presenteren. Vooral de sterftecijfers van de Aziatische dwangarbeiders zijn schattingen met grote marges.

Het eerlijke oordeel

Thailand was Japans bondgenoot, geen bezet slachtoffer zoals zijn buren. Maar het was een verdeeld land: een regering die voor de As koos, en een verzet dat het tegenovergestelde deed. Dat verzet, plus slimme diplomatie, redde Thailand na 1945 van zware straf. Beoordeel daarom Phibun en het Thaise volk apart.

Bronnen: Wikipedia, Encyclopaedia Britannica, The Diplomat, Australian War Memorial, Warfare History Network en E. Bruce Reynolds (Thailand’s Secret War)

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

Laat een reactie achter