()

Pensioen | AOW | Heffingskortingen | Fiscalisering |  KBB-Status | Box 3-Verdunning | Zorgkosten

Vooraf: In Deel 1 stelden we vast dat het nieuwe verdrag geen kleine aanpassing is, maar een fundamentele verschuiving. De heffingsmacht verhuist volledig van Thailand (woonland) naar Nederland (bronland). Dit leidt tot een directe‘ woonplaatsboete’ van ruim € 821,- bij een AOW-pensioeninkomen van € 28.000 per jaar. Meer inkomen, groter boete. En dit door het niet opnemen van Thailand in de Wet Inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) in de landenkring van Lid 6 Artikel 7.8.

De landenkring:
een fiscale term die verwijst naar een specifieke groep landen waarmee Nederland afspraken heeft over loonheffingskortingen. Inwoners van deze landen die hun inkomen uit Nederland verwerven, behouden hun recht op kortingen. De groep bestaat uit alle EU-landen, de drie EER-landen (Noorwegen, IJsland, Liechtenstein), uit Zwitserland en de drie BES-eilanden (Bonaire, Sint Eustatius en Saba). Thailand schittert door afwezigheid.

Vandaag kijken we hoe Den Haag de fundamentele verschuiving in het verdrag juridisch heeft dichtgetimmerd met de Artikelen 18 en 19, en wat de directe impact ervan is op onze AOW en pensioen. In de eerste hoofdstukken van dit Deel 2: de uitleg, in de overige hoofdstukken: de impact! Daarin is exact te lezen hoe jij in de landenkring ervoor staat met jouw inkomen.

Ook dit Deel 2 is een Longread. Neem de tijd. Lukt vandaag niet alles, dan morgen de rest.

1. Een bewust ontwerp: De Uitleg!

Het nieuwe belastingverdrag dat te Brussel op 21 november 2025 door Nederland en Thailand werd getekend, is het resultaat van een jarenlange lobby vanuit Den Haag om ‘fiscale lekken’ te dichten. De architecten op het Ministerie hebben een systeem ontworpen waarbij NL-gepensioneerden in Thailand voor de plichten (belastingen) worden behandeld als inwoner, maar voor de rechten (kortingen) als vreemdeling.
Wat dit verdrag extra wrang maakt, is dat er nauwelijks sprake is van een overgangsregeling die de pijn verzacht. De overheid plaveit de weg naar de schatkist met juridische termen, terwijl wij aan het eind van de maand zien dat onze koopkracht in Thailand onder druk komt te staan. Men vergeet dat veel mensen hun emigratie hebben gepland op basis van de afspraken uit 1975. Nu worden die afspraken eenzijdig terzijde geschoven.

In deze en de komende drie afleveringen fileren we de verdragsartikelen die als pijlers het verdrag onderbouwen. De Wet IB 2001, en wel Artikel 7.8 Lid 6 is het slot op de deur. Die moet open! Nederland wil 100% belasting heffen en gebruikt twee verdragsartikelen om die heffing te bewerkstelligen. Het zijn de Artikelen 18 en 19.

2. Artikel 18: De Fiscale Staatsgreep

Waar de Artikelen 18 en 19 gaan over de ‘incasso’ van belastinggelden, is Artikel 22, dat volgende week aan bod komt, die van de ‘verrekening’. Deze drie artikelen gunnen Nederland het volle pond, en laten Thailand met lege handen achter. Maar we beginnen met Artikel 18. Met dit artikel heeft Nederland in het nieuwe verdrag ‘het primaat’ van alle belastingheffingen naar zich toe getrokken. Lees hoe de vergelijking met het verdrag van 1975 eruit ziet.

In het nieuwe verdrag 2025 is dit de tekst van Artikel 18, Lid 1: Pensioenen, andere soortgelijke beloningen alsmede lijfrenten, en andere uitkeringen betaald krachtens de bepalingen van de socialezekerheidswetgeving van een verdragsluitende staat aan een inwoner van de andere verdragsluitende staat zijn slechts in de andere verdragsluitende staat belastbaar.”

Lid 1 klinkt vooralsnog prachtig: “Pensioenen (…) betaald aan een inwoner van Thailand zijn slechts in Thailand belastbaar.” Dit volgt de traditie van het oude verdrag uit 1975. Niets aan de hand, zou je denken: “Ik betaal in Thailand, zoals te doen gebruikelijk, belasting over mijn pensioen, en de maandelijks in Nederland ingehouden heffingen krijg ik gewoon via mijn jaarlijkse belastingaangifte terug”. Lid 1 van 2025 lijkt op Lid 1 van 1975.

In het verdrag van 1975 staat namelijk in Artikel Lid 1 een simpel maar machtig woord: ‘only’: “Subject to the provisions of paragraph 2 of this Article and paragraph 1 of Article 19, pensions and other similar remuneration paid in consideration of past employment to a resident of one of the States and any annuity paid to such a resident,shall be taxable only in that State.”

Dit betekent dat ons pensioen uitsluitend in Thailand belast wordt. Nederland had geen enkele juridische grond om ook maar één euro in te houden. Voor velen de basis van een financiële planning in Thailand. In het nieuwe verdrag wordt dit woordje ‘only’ geschrapt en ingeruild voor een volledige Nederlandse claim. Lid 1 van 2025 zet ons helemaal op het verkeerde spoor.

Want in het nieuwe verdrag van 2025 is dit de tekst van Lid 2:
Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid, mogen pensioenen, andere soortgelijke beloningen alsmede lijfrenten die afkomstig zijn uit een verdragsluitende staat, en andere uitkeringen betaald krachtens de bepalingen van de socialezekerheidswetgeving van een verdragsluitende staat aan een inwoner van de andere verdragsluitende staat ook in de eerstgenoemde verdragsluitende staat worden belast.”

Kijk er eens goed naar en onthoud een tweetal woorden in de tekst van Lid 2: Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid, (die Thailand aanwijzen), mogen pensioenen (…) ookin de eerstgenoemde verdragsluitende staat (dus Nederland) worden belast.Hetgeen betekent dat:Nederland als eerstgenoemde staat de belastingen heft.

In het verdrag van 1975 is Lid 2voor een aantal  inkomsten een vrijstellingsmethode. Nederland mocht het inkomen wel ‘zien’, om het belastingtarief over ander inkomen te bepalen, maar moest het feitelijk vrijstellen van belasting. Zoals gebeurt door de teruggave van de loonheffing op gewone pensioenen via het C-biljet.

Opmerkelijk: in het verdrag van 1975heeftNederland voor pensioenen geen enkel heffingsrecht, dermate niet dat in Artikel 23: “Elimination of Double Taxation”, die vermijding van dubbele belasting niet eens genoemd hoeft te worden. Er is immers geen dubbele belasting: alleen Thailand heft, of niet, naar eigen inzicht. Nederland blijft eraf!
Dat alles is straks voorbij. In het verdrag anno 2025 is Artikel 18 van een totaal andere statuur dan destijds in 1975.

Hoe kan het dat Nederland er in Lid 2 met de poet vandoor gaat, terwijl Lid 1 zegt dat Thailand mag heffen? Het antwoord ligt in de hiërarchie van juridische formuleringen: Lid 2 is de ‘lex specialis’, de bijzondere regel met absolute voorrang op de algemene regel. In de Engelse tekst staat het woord “Notwithstanding”. In modern Nederlands: “in afwijking van”. Dit juridische jargon geeft aan dat wat volgt, belangrijker is dan wat eerder is gezegd. Lid 1 zegt: Pensioenen zijn in TH belastbaar. Lid 2 zegt: Maar NL gaat absoluut heffen. NL krijgt hiermee 100% heffingsmacht. Beklonken voor de fiscus, een aderlating voor onze portemonnee.

OESO-formules en formats liggen aan de basis van de teksten van de artikelen. Zie:  https://www.oecd.org/en/topics/oecd-model-tax-convention-on-income-and-on-capital.html

3. Artikel 18: de ‘fiscale stofzuiger’ van Nederland


Waar de loonheffing onder het oude verdrag een tijdelijk voorschot was dat je via de belastingteruggave kon terughalen, wordt deze nu een definitieve eindheffing. Onze pensioenfondsen en de SVB veranderen van uitbetalingsinstanties in de definitieve incassanten van de Staat. Zij houden de belasting in, maar de overheid weigert hen de opdracht te geven de kortingen toe te passen waar je recht op zou moeten hebben. De incasso is geregeld, de rechtvaardigheid is vergeten.

4. De Thaise ‘2-jaren regel’ en de Schumacker-doctrine

Thailand is voornemens een ‘2-jaren regel’ (n+1) in te voeren, waarbij buitenlands inkomen pas wordt belast als het vanaf het tweede jaar na verwerving wordt binnengebracht. Maar zelfs als Thailand afziet van heffing, is dat voor Nederland reden te meer om heffingskortingen te verlenen. In het verdrag gunt Thailand de heffing aan Nederland. Met de mogelijk dit jaar al invoering van de ‘n+1 regel’ ziet Thailand af van heffing, (hetgeen niet wil zeggen dat Thailand de aangifteplicht opheft. Die blijft!).

In de Schumacker-doctrine naar Europees recht van het Hof van Justitie te Luxemburg is het cruciale punt niet óf het woonland belasting heft, maarofhet woonland in staat is rekening te houden met de persoonlijke situatie van de belastingplichtige. En dat is niet meer het geval!
Zodra Nederland via Artikel 18 de volledige heffingsmacht claimt, ontneemt zij Thailand de feitelijke mogelijkheid om fiscale steun te verlenen via tegemoetkomingen. Er is simpelweg geen ‘fiscale massa’ meer over in Thailand om die sociale correcties, kortingen en een belastingvrije voet daadwerkelijk te verzilveren. In die situatie verschuift de verplichting om het bestaansminimum te beschermen volledig naar de bronstaat: Nederland. Maar Nederland weigert want, opportunistisch geredeneerd, Thailand valt niet onder EU-Recht.

Vandaar dat twee weken geleden in de Oproep aan de Commissie Financiën van de Tweede Kamer expliciet is verzocht Thailand bilateraal aan de landenkring toe te voegen. Wie de Oproep nog niet verstuurd heeft, doet er verstandig aan dit onverwijld nog te doen.

5. Artikel 19: Overheidspensioen verhuist

Voor de oud-ambtenaren onder ons (onderwijs, politie, defensie) verandert er onder de streep niets aan de heffingsmacht. Enkel een nieuwe juridische ‘kapstok’ is geformuleerd.

In de situatie van 1975 vielen salarissen en pensioenen van ambtenaren gezamenlijk onder Artikel 19. De simpele regel luidde: de Staat die betaalt, is de Staat die heft. Voor een oud-ambtenaar was Nederland dus altijd al de belasting-heffende instantie.

In de nieuwe situatie van 2025 regelt Artikel 19 de actieve salarissen van ambtenaren die nog in dienst zijn. Het overheidspensioen verhuist technisch naar Artikel 18, Lid 2: het lid met de vaststelling dat Nederland als eerstgenoemde staat de belastingen heft.

Het is een formele herindeling volgens hedendaagse OESO-standaarden. Hoewel dit voor de belastingdruk op zichzelf geen gevolgen heeft, is de achterliggende boodschap duidelijk: voor de Belastingdienst vervalt elk onderscheid. Of het nu gaat om een privaat pensioen, een AOW-uitkering of een overheidspensioen: de volledige heffing ligt nu onomstotelijk en  onoverkomelijk bij Nederland. Zijn de gelden gegenereerd in Nederland, de belastingheffing blijft in Nederland. Maar met de plichten in Nederland, dan ook de rechten uit Nederland.

6. De deur naar Artikel 7.8 Lid 6 moet open

De maandelijkse inhouding is geen voorschot meer, maar een onherroepelijke aderlating. Waar het verdrag van 1975 nog de basis bood voor teruggave, wordt dit recht in 2025 geconfisqueerd omdat de deur naar de kwalificerende buitenlandse belastingplicht op slot zit.

De oplossing is even simpel als rechtvaardig: voeg Thailand toe aan de lijst van landen in Artikel 7.8 lid 6 van de Wet IB 2001. Hiermee ervaart de Nederlandse gepensioneerde in Thailand niet alleen de lasten (100% heffing), maar ook de lusten (heffingskortingen) van ons fiscale stelsel. Artikel 18 en 19 zijn de instrumenten waarmee Nederland de fiscale grenzen heeft opgeheven om de eigen begroting te spekken. Het is de juridische basis voor wat ik in Deel 1 al de “woonplaatsboete” noemde.

Door alle vormen van pensioeninkomen onder de Nederlandse vlag te brengen, neemt Nederland ook de volledige verantwoordelijkheid op zich. Daarmee ligt de morele en juridische plicht tot een gelijkwaardige fiscale behandeling – inclusief de broodnodige heffingskortingen – volledig bij de Nederlandse Staat. Je kunt niet de lusten van de incasso claimen, zonder de lasten van de menselijke maat te dragen.

7. De Impact: de Landenkring een bittere Noodzaak!

Er is aldus in Nederland een nieuw belastingverdrag met Thailand gepresenteerd, dat volgend jaar hoogstwaarschijnlijk van kracht wordt. Dan hebben we in 2028 met onze belastingaangifte ermee te maken. Het verdrag zelf is een voldongen feit: Nederland en Thailand hebben getekend, Thailand is met belastingheffing door Nederland akkoord, Nederland is bezig met de ratificatie, Thailand volgt. Aan het verdrag zelf, OESO-bepaald, gaat niets veranderen. Niet aan de artikelen, niet aan de inhoud ervan, alleen nog het in werking stellen van het verdrag.

Het gaat nu om de consequenties vanwege de invoering van het verdrag. Waar we naar moeten kijken, zijn de gevolgen voor onze portemonnee. Klopt het eerlijk dat wij in Thailand straks belasting moeten betalen aan Nederland via die nieuwe Artikelen 18 en 19, terwijl we niet de rechten krijgen die Nederlanders elders wel hebben? Het is oppassen geblazen, immers de  verwachting is dat gaandeweg komende jaren door fiscalisering van de sociale zekerheid het gedeelte belasting in de eerste schijf van de belastingtarieven steeds groter wordt.
7.1- Hoe zit die belasting eigenlijk in elkaar?

Om te begrijpen waar de schoen wringt, moeten we kijken naar de opbouw van de belastingen die in Nederland van je inkomen worden ingehouden. Voor 2026 is er een eerste tarief van 35,75% over een inkomen tot € 38.883. De meesten van ons hebben met die schijf te maken. Daarvan is de AOW-premie 17,9%. AOW-gerechtigden zijn hiervan vrijgesteld. Verder is er een premie Wlz van 9,65% en een premie ANW van 0,1%. Die twee premies betaal je ook niet in Thailand. Daarom mag je er geen gebruik van maken. Blijft over een loonheffing van 8,1%.  Die percentages bij elkaar geteld, levert die 35,75% op.

7.2- Fiscalisering: het Gevaar van de Toekomst

Sinds 2020 is er een politieke discussie om de premies Wlz en Anw te fiscaliseren. Daarmee wordt de loonheffing van 8,1 met 9,65 en 0,1 opgetrokken tot 17,85%. Dat is meer dan een verdubbeling. Het ligt in de lijn van de verwachting dat rond 2030 wij allen, zowel in Nederland als daarbuiten, met die fiscalisering te maken krijgen. Op dit moment ligt het politieke debat rondom de AOW stil. Volledige fiscalisering van de AOW-premie is gelukkig nog een beladen onderwerp en is momenteel geen onderdeel van het regeerakkoord. Maar het plan ligt bij topambtenaren wel klaar als optie om de vergrijzing te financieren. Als die premie ook nog eens wordt gefiscaliseerd, komen wij in Thailand van een heel koude kermis thuis. https://www.thailandblog.nl/lezers-inzending/aow-pas-op-de-plaats-het-politieke-idee-achter-de-motie-stoffer-markuszower-lezersinzending/

De kwestie is dat wij in Thailand in de loop van komende jaren die 17,85% gaan betalen. In de landenkring evenzo, maar die belastingaanslag wordt verminderd met persoonlijke aftrekposten en heffingskortingen. De poging is om politiek Den Haag zo ver te krijgen dat zij Thailand toevoegt aan de landenkring.

In Nederland betaalt een gepensioneerde loonheffing, en vermindert die heffing vervolgens met kortingen en aftrekposten. Indien nodig maakt hij gebruik van de faciliteiten uit de Wlz en Anw. In Thailand betaalt een gepensioneerde dezelfde heffing op AOW en pensioen, maar géén kortingen, géén aftrekposten, en géén gebruik indien nodig van Wlz en Anw.

Hetzelfde betalen, maar niets voor terug! En waarom? Omdat Thailand zo goedkoop is? In Bulgarije en Portugal is het leven net zo goedkoop. Dus dat kan het argument niet zijn. Dan blijft enkel een welbewust geografisch argument. En die kan politiek gedraaid. Dat is het hele pleit!

7.3- Wat is de oplossing? De Landenkring!

Als het ons lukt om Thailand in die landenkring te krijgen, krijg je de status van ‘Kwalificerend Buitenlands Belastingplichtige’ (KBB). Dat klinkt ingewikkeld, maar het betekent eigenlijk gewoon dat je weer als een volwaardige belastingbetaler wordt gezien.Wat krijg je zo allemaal?

i. De Heffingskortingen: in Nederland heeft iedereen recht op kortingen op de belasting. De belangrijkste voor ons zijn de Algemene Heffingskorting en de Ouderenkorting. In Thailand lopen we die mis. Voor een alleenstaande met een AOW en een klein pensioen gaat het al snel om een bedrag tussen de € 820 en € 1.360 per jaar dat je nu extra betaalt, maar straks extra in je huishoudbudget hebt.Dat is gerekend met deelfactor 8,1/35,75. Als de fiscalisering van de Wlz en de Anw bewaarheid wordt tot een heffing van 17,85%, is het verlies het dubbele.
ii. Het Fiscaal Partnerschap:
voor veel mensen in Thailand is dit het grootste voordeel. Als Thailand in de landenkring staat, mag je jouw echtgenote aanmerken als fiscaal partner. Heeft zij weinig of geen eigen inkomen? Dan kun je een deel van haar algemene heffingskorting laten uitbetalen of verrekenen met jouw belasting. In de volksmond ook wel de ‘aanrechtsubsidie’ genoemd. Dit kan je zomaar € 400 tot € 800 extra per jaar opleveren. Voor een echtpaar kan het totale voordeel zo oplopen naar € 1.200 tot € 1.600 per jaar.

iii. Op weg naar € 0,0 belasting: een gehuwde gepensioneerde met alleen een AOW van ongeveer € 14.400 bruto op jaarbasis betaalt nu € 1.166 aan belasting. Als Thailand in de landenkring komt en je hebt een fiscaal partner, dan zorgen al die kortingen bij elkaar ervoor dat de te betalen belasting onder de streep uitkomt op € 0,0. Je hebt dan je volledige AOW netto,  precies hetzelfde als in Nederland bij mensen met een klein inkomen. Thailand niet in de landenkring, en zonder KBB-status, kost hem nu € 1.166 aan belasting, en later veel meer!

iv. De 90%-eis: om gebruik te kunnen maken van genoemde voordelen, moet minstens 90% van je wereldinkomen in Nederland belastbaar zijn.

  • Spaargeld: de Belastingdienst rekent met een zeer laag fictief rendement. In Thailand kun je probleemloos vele miljoenen Baht (tot wel 20 miljoen) op de bank hebben staan  zonder dat je die 90%-grens overschrijdt.
  • Eigen woning: Een condo of een huis in eigendom in Thailand telt wel mee voor je Thaise inkomen (Box 3), maar alleen bij een zeer hoge waarde kom je in de problemen.
  • Wonen met ‘usufruct’: geeft volgens de Belastingdienst een zakelijk recht en die rekent een fictief rendement aan. Uiteraard minder dan eigendom.

v. Haal je die 90% niet? Dan verandert er niets; je valt dan gewoon terug op de huidige situatie van 8,1% belasting zonder kortingen. Je hebt dus niets te verliezen, alleen maar te winnen.

vi. Een vangnet bij ziekte: misschien wel de meest onderschatte “stille winst” van de landenkring. Een groot probleem in Thailand is dat verzekeraars vaak bestaande kwalen uitsluiten van dekking. Je betaalt dan een hoge premie, maar moet de duurste rekeningen alsnog zelf betalen. Voor de Nederlandse belastingwet zijn die  betaalde rekeningen namelijk “niet-vergoede medische kosten”. Onder voorwaarde van (aanvullend) verzekerd zijnzegt de Fiscus, na berekening van een drempelbedrag, onder de KBB-status vaak “ja” tegen aftrek van de specifieke zorgkosten. Dat maakt de onvermijdelijke zorgrekening een stuk draaglijker.

vii. Aftrek van donaties: aan erkende (ANBI) doelen is met een KBB-status van toepassing.

viii: Partneralimentatie: is aftrekbaar als ‘uitgave voor onderhoudsverplichtingen’.

7.4- De Logica voor de Hogere Inkomensgroepen

Nu zul je misschien denken: ‘Ik heb een flink fors inkomen, die paar honderd euro korting maken voor mij het verschil niet.’ Maar vergis je niet. Hoewel de heffingskortingen afbouwen bij hogere inkomens, biedt de landenkring voor iedereen een onmisbaar schild. Ook hier:

i. als vangnet bij ziekte: Juist wie meer verdient, heeft vaak gekozen voor hoogwaardige (en dure) zorg. Zonder landenkring zijn deze medische kosten 100% voor eigen rekening. Met de status van Kwalificerend Buitenlands Belastingplichtige (KBB) verandert uw hoogste medische factuur, onder zekere voorwaarden, in een fiscale aftrekpost, waardoor je een deel van die kosten terugkrijgt.

ii. bij Fiscaal Partnerschap: Geen kleine bijzaak, maar een structureel voordeel. Door de landenkring-status mag jij jouw partner fiscaal meenemen. De heffingskortingen die je zelf niet (volledig) kunt benutten, schuiven via jouw partner alsnog jouw portemonnee in. Dat tikt bij elk inkomen aan.

iii. als bescherming tegen willekeur: Zonder landenkring betaal je gaandeweg de politieke Haagse willekeur over een aantal jaren de volle 17,85% belasting zonder enig weerwoord. Met de landenkring ben je ‘volwaardig belastingplichtige’. Dat betekent dat jij bij toekomstige belastingverhogingen of aanpassingen in de wet precies dezelfde rechten en bescherming geniet als een belastingbetaler in Nederland. Je bent dan geen ‘geëxporteerde burger’ meer, maar een burger met rechten.

Samenvattend: de landenkring is cruciaal voor de kleine beurs, want een noodzakelijk vangnet voor kortingen, maar biedt bolle beurzen net zo goed fiscale zekerheid en een voorspelbaar juridisch kader, bijvoorbeeld tegen excessieve forfaitaire heffingen.

8. De bewijslast wordt makkelijker

Goed nieuws is dat per 1 januari 2026 de eis voor een officiële Thaise handtekening op de inkomensverklaring is komen te vervallen. Je moet nog steeds wel je jaaropgaven en bankafschriften (voor de rente) bewaren, maar het administratieve gedoe wordt een stuk minder.

Tot slot: de pogingen om Thailand in de landenkring geplaatst te krijgen, is geen smeken om een privilege, maar een pleidooi tegen een onrechtvaardige ‘woonplaatsboete’. De Nederlandse gepensioneerde in Thailand moet behandeld worden naar zijn persoonlijke situatie en draagkracht, net zoals een vroegere collega in Nederland of een BN’er in Spanje.

Heb je de Oproep aan de Commissie Financiën nog niet ingestuurd? Ga dat dan alsnog doen. https://www.thailandblog.nl/expats-en-pensionado/hordelopen-in-het-belastingverdrag-nl-th-2025/

Volgende week Deel 3: De Tax Credit Paradox – Hoe Nederland de winst inpalmt in het Theater van de Nul-Aangifte.

Ingezonden door: Ruud B.

Hoe leuk of nuttig was deze posting?

Klik op een ster om deze te beoordelen!

Gemiddelde waardering / 5. Stemtelling:

Tot nu toe geen stemmen! Wees de eerste die dit bericht waardeert.

Omdat je dit bericht nuttig vond...

Volg ons op sociale media!

Het spijt ons dat dit bericht niet nuttig voor je was!

Laten we dit bericht verbeteren!

Vertel ons hoe we dit bericht kunnen verbeteren?

Over deze blogger

Ingezonden Bericht

Laat een reactie achter