()

De C-130 steeg op om vijf voor vijf, iets vroeger dan gepland, want de piloot had een schema te halen en wachtte niet op de man die om tien voor vijf nog niet bij de laadklep stond.

Die man was Tex Briggs.

Dale vond hem op een muurtje vijftig meter van de bus, zijn duffeltas naast hem, zijn blik op een punt in de verte dat geografisch gezien Udon Thani was maar in zijn gedachten ergens anders.

“Tex.”

“Ik weet het.”

“De machine wacht niet.”

“Ik weet het.”

Hij stond op. Pakte zijn tas. Liep mee zonder verdere discussie, wat misschien wel het moment was waarop Tex Briggs ophield kind te zijn, niet door iets te doen of te zeggen, maar door te gaan zonder te vragen of hij mocht blijven.

Ze haastten zich over de tarmac. De laadklep was al half omhoog. Een loadmaster met de uitdrukking van iemand die geld had gegokt op dit soort vertraging gebaarde hen naar binnen.

“Gaan,” zei hij.

Ze gingen.

De C-130 trok op met het geluid van een machine die geen rekening houdt met de gevoelens van zijn inzittenden, klom steil, en draaide naar het zuidoosten. Dale drukte zijn gezicht tegen het kleine raampje.

Udon Thani lag beneden hem als een kaart van zichzelf, de wegen, de rijstvelden, de stad die zichzelf aan het uitvinden was, met de basis aan de rand als een vreemde uitwaas van een wereld die hier niet thuishoorde maar er toch was. The Strip was van boven niet te zien. Gewoon straten, daken, de groene chaos van een stad die leefde zonder dat hij het wist.

De stad verdween in de ochtendnevel.

Tex sliep al, zijn gave, zijn talent, zijn goedkoopste verdediging. Hij sliep met zijn hoofd tegen het frame op dezelfde plek waar hij hem bij de landing had gestoten, zeven dagen geleden, een jaar geleden, een leven geleden.

Dale sliep niet.

Hij dacht aan de brief aan Linda. Die zat nog in zijn borstzak, niet verstuurd, niet vernietigd, gewoon aanwezig, een document van intenties dat hij onderweg ergens heen was. Hij zou hem vandaag versturen. Vanuit Da Nang. Over het hek, over het onkruid, over Amy en de paarden die ze tekende en die niet bestonden.

Hij dacht aan Martinez in San Diego die leerde schrijven met zijn linkerhand. Aan Pratt op zijn jeep die zijn rondjes reed omdat iemand dat nu eenmaal moest doen.

Hij dacht aan Mae die de baht van de bar opraapte nadat ze weg waren, die de glazen omspoelde, die de bar afveegde, die wachtte tot Somchai het licht uitdeed. Die naar huis liep door straten die zij kende en hij nooit zou leren kennen.

Beneden hen verscheen de kustlijn van de Golf van Thailand. Even later de zee zelf, het water dat geen mening had, dat groen was en groot en onverschillig op de manier van dingen die er al lang voor mensen waren en er nog lang na zouden zijn.

Dan, een uur later, de eerste aanduiding van Vietnam. Een groene massa die er van boven uitzag als vrede. Jungle, rivieren, de delta als een waaiervinger die het land in zee leidde. Ergens daarin lag Phan Thiet. Ergens daarin waren de volgende zeven maanden van zijn derde tour.

De C-130 begon te dalen.

De loadmaster riep iets. Tex werd wakker en keek om zich heen met de verwarring van iemand die even vergeten was waar hij was, en daarna wist hij het weer, en knikte.

Dale haalde de brief uit zijn borstzak. Las hem door. Over het hek. Over het onkruid. Over Amy.

Hij vouwde hem weer op en liet hem in zijn zak. Niet versturen. Niet verscheuren. Gewoon bij zich houden, een klein stuk papier met een groot adres, voor het geval dat. Je wist nooit wanneer je ergens aan toe was.

De wielen raakten de grond van Vietnam.

Het geluid van asfalt onder de banden, het piepen van de remmen, de schok van de landing, harder dan Udorn, harder dan Bangkok, harder dan Pattaya, want Vietnam landde altijd harder dan je verwachtte, ook als je het al twee keer eerder had meegemaakt.

Tex zei niets. Dale zei niets.

Ze reden uit. De laadklep ging open. De hitte sloeg naar binnen, dezelfde hitte als Thailand, maar met de stank van kerosine en iets anders, iets wat geen naam had maar dat iedereen kende die er lang genoeg was geweest.

Dale pakte zijn tas. Hij had zeven dagen gehad.

Ze hadden hem niet genezen. Ze hadden hem niet veranderd, niet gebroken, niet verlost. Ze hadden hem bijgetankt, niet volledig, want niets was volledig, maar genoeg. Genoeg voor de volgende week, de week erna, de zeven maanden die kwamen.

Dat moest genoeg zijn. Het was genoeg.

– Slot –

Eerder in deze serie verschenen:

Zeven Dagen Paradijs – Wheels Down in Udorn (deel 1)
Zeven Dagen Paradijs – The Strip (deel 2)
Zeven Dagen Paradijs – Bangkok by Night (deel 3)
Zeven Dagen Paradijs – Dear Linda (deel 4)
Zeven Dagen Paradijs – Tex Gets Rolled (deel 5)
Zeven Dagen Paradijs – Aan Tafel bij de Kolonel (deel 6)
Zeven Dagen Paradijs – Pattaya, 1968 (deel 7)
Zeven Dagen Paradijs – Twee Dagen Rust (deel 8)Zeven Dagen Paradijs – Laatste Nacht (deel 9)

Hoe leuk of nuttig was deze posting?

Klik op een ster om deze te beoordelen!

Gemiddelde waardering / 5. Stemtelling:

Tot nu toe geen stemmen! Wees de eerste die dit bericht waardeert.

Omdat je dit bericht nuttig vond...

Volg ons op sociale media!

Het spijt ons dat dit bericht niet nuttig voor je was!

Laten we dit bericht verbeteren!

Vertel ons hoe we dit bericht kunnen verbeteren?

Over deze blogger

Hans
Hans
Zijn naam is Hans uit Amsterdam (pun intended), geboren in 1956, en hij heeft nooit eerder verhalen geschreven, maar heeft wel technische artikelen en een boek op zijn naam in 2012 over de private cloud. Na zijn studie aan de Universiteit Utrecht in de Engelse literatuur begin jaren tachtig kwam hij in de IT-wereld terecht. Er waren immers geen banen voor een jonge academicus in die jaren. Hij ontwikkelde zich tot een specialist op het gebied van IT-infrastructuren en Microsoft-software. In 2017 vond hij het echter genoeg, zegde zijn baan op, scheidde van zijn Nederlandse vrouw, verkocht het huis en kocht een ticket naar Bangkok. Eerder dat jaar was hij in Bangkok geweest om een training te geven aan HP-engineers en was hij die week tegen een wonderschone Thaise aangelopen. Vanaf dat moment stond deel 2 van zijn leven helder op zijn vizier. Een paar jaar later was hij getrouwd met diezelfde Thaise en betrokken zij een nieuwe woning in een rustig dorpje aan de zuidflank van Udon Thani. Wel met een stevige glasvezelverbinding.

Laat een reactie achter