
Dit recente redactionele opiniestuk uit de Bangkok Post benoemt de cultuur van mishandeling binnen de strijdkrachten, de oorzaak ervan en de noodzakelijke verbetering.
Laat ik er een persoonlijke ervaring aan toevoegen. Ik sprak eens een dienstplichtige jongeman die het volgende had meegemaakt. Binnen zijn groep was iemand 1000 baht kwijtgeraakt. Iedereen ontkende daarvoor verantwoordelijk te zijn. Allen werden vervolgens bevolen door plassen modder te kruipen waarna ze zich pas de volgende ochtend mochten wassen.
Het nieuwste ontgroeningsschandaal in de Koninklijke Thaise Marine is afschuwelijk. Een jonge dienstplichtige zou naakt zijn uitgekleed, geblinddoekt, met riemen geslagen, verbrand met aanstekers en er werd hete kaarswas op zijn lichaam gedruppeld. Zelfs zijn geslachtsdelen waren verbrand.
Zijn kwelgeesten zouden zijn pijn hebben gefilmd en de fragmenten onder elkaar hebben gedeeld ter vermaak. Omdat hij het misbruik niet langer kon verdragen, vluchtte de jongeman uit het kamp en zocht hij hulp. Publieke verontwaardiging dwong de marine tot actie. Er is een onderzoek gestart, 17 personeelsleden werden gedisciplineerd en er werd opnieuw nul tolerantie voor geweld beloofd.
Dat is lang niet voldoende. De marine heeft alleen een intern onderzoek uitgevoerd en is van plan de zaak via het militaire rechtssysteem af te handelen. Volgens de Wet ter Voorkoming en Bestrijding van Foltering en Gedwongen Verdwijning 2022 zouden de verantwoordelijken strafrechtelijk vervolgd moeten worden bij civiele rechtbanken. Ook commandanten zouden verantwoordelijk gehouden moeten worden als zij hadden nagelaten het misbruik te voorkomen of te stoppen. Thailand heeft het ene na het andere hazing-schandaal meegemaakt. Volgens Human Rights Watch zijn er tussen 2009 en 2024 21 dienstplichtigen gestorven nadat ze waren geslagen, onderworpen aan vernederende straffen of op andere manieren misbruikt in naam van discipline. Geen enkele beschaafde samenleving zou zulke wreedheid moeten afdoen als militaire discipline of een overgangsritueel. Het is foltering.
Elke tragedie volgt hetzelfde script. Publieke verontwaardiging barst los. Het leger belooft een grondig onderzoek. Een handvol daders wordt bestraft. Dan duikt er weer een slachtoffer op. Slechts enkele dagen na het laatste schandaal bij de marine, beval een civiele rechtbank dat het Ministerie van Defensie, het Koninklijk Thais Leger en verschillende officieren de familie van soldaat Yutthakinan Boonniam moesten compenseren. Hij overleed in 2017 na langdurige marteling in een legerkamp. Zijn moeder vocht negen jaar door de rechtbanken om gerechtigheid. Ze won uiteindelijk, maar haar zoon was voorgoed weg.
Vorig jaar, bij de eerste baanbrekende veroordeling onder de wet, werd een legertrainer veroordeeld tot 20 jaar gevangenis voor de dood van soldaat Woraprat Patmasakul, terwijl hogere dienstplichtigen gevangenisstraffen kregen als medeplichtigen. Straffen alleen lossen het probleem echter niet op, want pesterijen zijn niet de ziekte. Het is een symptoom van een diepere institutionele cultuur.
In het hart van het probleem ligt een rigide, autoritaire hiërarchie gebaseerd op rang en privilege. Gehoorzaamheid wordt geëist, senioriteit weegt vaak zwaarder dan professionaliteit, en macht wordt van bovenaf uitgeoefend met weinig verantwoording. Elk jaar schrijft Thailand meer dan 80.000 jonge mannen in voor de verplichte militaire dienst. Ze komen terecht in een instelling waar vooruitgang afhankelijk is van competentie, maar ook van het weten wie beveelt, wie gehoorzaamt en wie nooit mag worden uitgedaagd.
De loopbaanstructuur van het leger versterkt die verschillen. Afgestudeerden van militaire academies hebben een duidelijke weg naar senior leiderschap, terwijl sergeanten en gewone militairen veel minder kansen hebben op promotie. Zulke ongelijkheden bevorderen onderdanigheid, wrok en kritiekloze gehoorzaamheid, en creëren vruchtbare grond voor corruptie onder degenen die dienstplicht proberen te vermijden. In zo’n omgeving wordt pesten meer dan de wreedheid van een paar sadistische individuen. Het wordt een ritueel waardoor macht wordt uitgeoefend en van de ene generatie op de andere wordt doorgegeven. De slachtoffers van gisteren worden de daders van vandaag, en misbruik wordt genormaliseerd als onderdeel van het militaire leven.
Het doorbreken van die cyclus vereist meer dan het straffen van overtreders telkens wanneer er een nieuw schandaal aan het licht komt. Het vereist het veranderen van de instelling die dergelijk gedrag toelaat te floreren. Thailand zou moeten beginnen met het vervangen van de verplichte dienstplicht door vrijwillige rekrutering. Moderne strijdkrachten zijn afhankelijk van goed opgeleide professionals die kiezen voor militaire dienst als carrière, niet van jonge mannen die door een loterij gedwongen worden om te dienen. Professionele soldaten verdienen een professionele loopbaan. Werving, promotie en leiderschap zouden gebaseerd moeten zijn op verdienste, prestaties en capaciteit, niet op opleiding of ingebakken patronagenetwerken. Leiderschapstraining zou de nadruk moeten leggen op verantwoordelijkheid, ethiek en modern militair management in plaats van angst en geweld die zich voordoen als discipline. Dit zou de strijdkrachten niet verzwakken. Het zou ze juist versterken.
Het leger bestaat om het land te verdedigen, niet om verouderde tradities te behouden die de menselijke waardigheid ondermijnen. Gewapende troepen over de hele wereld hebben laten zien dat discipline kan worden opgebouwd door professionaliteit, wederzijds respect en rigoureuze training, zonder dat degenen in uniform worden gedegradeerd. Het laatste schandaal bij de Marine mag niet eindigen met nog een onderzoek, nog een lijst straffen en nog een belofte van nul tolerantie. Thailand heeft die beloften al te vaak gehoord.
De echte vraag is niet langer hoe de laatste daders gestraft moeten worden. De vraag is of Thailand bereid is een leger op te bouwen waar dergelijke misstanden geen plaats hebben. Totdat die transformatie begint, kunnen de gezichten van de slachtoffers veranderen, maar het verhaal zal pijnlijk hetzelfde blijven.
Bron: Bangkok Post – End the culture of military abuse
Over deze blogger

-
Geboren in 1944 in Delfzijl als zoon van een eenvoudige winkelier. Gestudeerd in Groningen en Curaçao. Drie jaar als arts gewerkt in Tanzania, daarna als huisarts in Vlaardingen. Een paar jaar vóór mijn pensioen getrouwd met een Thaise dame, we kregen een zoon die drie talen goed spreekt.
Bijna 20 jaar in Thailand gewoond, eerst in Chiang Kham (provincie Phayao) daarna in Chiang Mai waar ik graag allerhande Thai lastigviel met allerlei vragen. Volgde het Thaise buitenschoolse onderwijs waarna een diploma lagere school en drie jaar middelbare school. Deed veel vrijwilligerswerk. Geïnteresseerd in de Thaise taal, geschiedenis en cultuur. Woon nu alweer 5 jaar in Nederland samen met mijn zoon en vaak met zijn Thaise vriendin.




