Stel je voor: 1985. Je zit aan de keukentafel met een folder van een reisbureau. Bangkok staat erop, met een prijs waar je even van moet slikken. Vliegen naar Thailand deed je niet even tussendoor. Je spaarde er maanden voor, en wie ging, ging voor weken of langer.

Veertig jaar later boek je datzelfde ritje in vijf minuten op je telefoon, vaak voor minder dan duizend euro. En toch mopperen veel reizigers dat tickets duur zijn geworden. In dit stuk reken ik het terug naar guldens, en naar het geld van vandaag. Het antwoord verrast waarschijnlijk meer dan je denkt.

De folder op tafel: 4.200 gulden voor een retour

Het hardste cijfer dat ik kon vinden, komt uit een tarievenlijst van oktober 1988, beschreven in het Reformatorisch Dagblad. De internationale luchtvaartafspraak, de zogeheten IATA-prijs, zette een retour Amsterdam-Bangkok op 4.200 gulden. Het maakte niet uit met welke maatschappij je vloog dat was het officiële tarief. In 1985 lag de prijs in dezelfde orde van grootte.

Vierduizend tweehonderd gulden. Voor veel gezinnen was dat geen vakantie-uitgave, maar een beslissing waar je maanden over deed. Je boekte niet zomaar even een weekje weg.

Waarom bijna niemand die 4.200 gulden betaalde

Wie het volle tarief betaalde, was volgens de handelaren van toen een dief van zijn eigen portemonnee. Reisondernemers als Ad Latjes van Malibu Travel kochten tickets in landen waar ze goedkoper waren en verkochten ze hier met flinke korting. Op dezelfde route naar Bangkok vlogen 23 maatschappijen met 23 verschillende prijzen. Het goedkoopste retour kostte 1.350 gulden; de duurdere aanbieders zaten rond de 2.695 gulden.

Er zat een bodem in die markt. De Roemeense maatschappij Tarom vloog nog goedkoper, maar daar stuurde Latjes niemand heen. Mensen die de eerste keer met Tarom naar Bangkok gingen, hielden daar zo’n afknapper aan over dat ze nooit meer durfden te vliegen. Zo’n detail zegt meer over die tijd dan welk tarief ook.

Wat is dat nu waard?

Nu het rekenwerk. Een gulden werd bij de invoering van de euro vastgezet op een koers van 2,20371 gulden voor één euro. Maar daarmee ben je er niet, want geld is sinds de jaren tachtig flink minder waard geworden. Tel je de inflatie erbij op, dan is het prijsniveau sinds 1985 ruwweg tweeënhalf keer zo hoog. Dat samen levert dit op:

Prijs toenIn euro’s van toenIn geld van nu
Officieel IATA-retour: 4.200 gulden€ 1.906ongeveer € 4.500
Duurdere aanbieder: 2.695 gulden€ 1.223ongeveer € 2.900
Goedkoopste aanbieding: 1.350 gulden€ 613ongeveer € 1.470

Zelfs het koopje van toen, die 1.350 gulden, komt in het geld van nu uit op bijna 1.500 euro. Voor het officiële tarief betaalde je omgerekend zo’n 4.500 euro. Daar vlieg je vandaag met een gezin voor naar Thailand.

Een ticket of een maandsalaris

Om te voelen wat die bedragen betekenden, helpt een vergelijking met wat mensen verdienden. Een modaal brutoloon lag in het midden van de jaren tachtig rond de 3.000 tot 3.500 gulden per maand. Het officiële ticket kostte dus meer dan je in een hele maand verdiende. Zelfs de scherpste aanbieding slokte bijna een half maandsalaris op.

Een lezer op Thailandblog vatte het laatst mooi samen: in 1979 betaalde je voor een ticket een modaal maandloon, en daar heb je nu twee of drie vluchten voor. Dat klinkt overdreven, maar de cijfers geven hem gelijk.

Dus vroeger goedkoper? Niet echt!

Hier wringt het met de herinnering. Ondanks alle recente prijsstijgingen, de vliegtaks en de onrust in het Midden-Oosten, is vliegen naar Bangkok in echte koopkracht juist veel goedkoper geworden. Een gemiddeld retour vanaf Amsterdam kostte begin mei 2026 rond de 875 euro. Vergelijk dat met de bijna 1.500 euro van het goedkoopste ticket uit de jaren tachtig, in geld van nu.

Dat gevoel dat alles duurder is geworden, klopt dus wel voor de laatste paar jaar, maar niet voor de lange lijn. Wie de tijd van de papieren reisfolder terugverlangt, verlangt niet naar lagere prijzen. Die waren toen hoger.

Waarom het toch als vroeger voelt

Wat je mist, is waarschijnlijk niet de prijs, maar de wereld eromheen. Een vlucht naar Bangkok was een gebeurtenis. Je ging naar een reisbureau, kreeg een dik ticketboekje mee en vertelde de buren maanden van tevoren dat je ging. Weinig mensen deden het, en dat maakte het bijzonder.

Nu tik je een bestemming in, vergelijk je vier websites en klaag je als de stoel bij het raam vijftien euro extra kost. Goedkoper, makkelijker en toch een beetje gewoner geworden. Of dat winst of verlies is, mag je zelf bepalen.

Reken het de volgende keer dat iemand aan de bar begint over vroeger gerust even voor. Die 4.200 gulden staat nog altijd garant voor een goed gesprek.

Bronnen: Reformatorisch Dagblad (Digibron), Thailandblog.nl, CBS

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

Laat een reactie achter