Toen Chiang Mai nog de hoofdstad van een ander koninkrijk was

Op donderdag 12 april 1296 liet koning Mangrai een nieuwe stad bouwen tussen de rivier de Ping en de berg Doi Suthep. De naam was weinig raadselachtig: Chiang Mai betekent letterlijk ‘nieuwe stad’.
Mangrai begon niet met een leeg vel. Hij had eerder Chiang Rai gesticht en zijn macht uitgebreid over verschillende noordelijke stadstaten. Ook het oudere Mon-koninkrijk Hariphunchai, met Lamphun als centrum, was onder zijn gezag gekomen. Chiang Mai moest het bestuurlijke en religieuze hart worden van het grotere rijk dat daaruit ontstond.
Dat rijk kreeg de naam Lan Na, meestal vertaald als ‘het land van een miljoen rijstvelden’. Neem dat miljoen vooral niet te letterlijk. Het vertelde dat vruchtbare grond, water en rijst de basis van de macht vormden.
Lan Na was geen land met strakke grenzen, paspoorten en slagbomen. Zuidoost-Aziatische rijken bestonden in die tijd uit steden en vorstendommen die schatting betaalden aan een machtige koning. Hoe verder een stad van de hoofdstad lag, hoe losser de band meestal werd. Een plaatselijke vorst kon bovendien met meerdere grotere koninkrijken tegelijk rekening houden. Dat was verstandiger dan plechtig verklaren dat hij voor altijd bij één kamp hoorde.
De stadsmuur en gracht van Chiang Mai waren dan ook geen aardige versiering voor toekomstige toeristen. Ze moesten de hoofdstad beschermen tegen legers die via de valleien vanuit Birma, Yunnan, Laos of het zuiden konden naderen.
De tijd waarin Chiang Mai zelf macht had
In de vijftiende eeuw bereikte Lan Na zijn grootste politieke en culturele invloed. Vooral koning Tilokaraj, die van 1441 tot 1487 regeerde, maakte van Chiang Mai een centrum voor het theravadaboeddhisme.
Monniken bestudeerden en kopieerden er teksten in het Pali. Tempels kregen land, ambachtslieden en geld. In 1477 kwamen geleerde monniken bijeen in Wat Chet Yot om boeddhistische geschriften te controleren. In de plaatselijke geschiedschrijving staat deze bijeenkomst bekend als het achtste boeddhistische concilie, al gebruiken historici buiten Thailand die telling niet altijd.
Lan Na was in deze periode een serieuze tegenstander van Ayutthaya. Beide koninkrijken vochten tientallen jaren om steden en handelsroutes. Vanuit Chiang Mai keek men naar Ayutthaya zoals men naar iedere lastige buur keek: soms als handelspartner, soms als vijand en heel af en toe als mogelijke bondgenoot tegen iemand anders.
Wie toen in Chiang Mai woonde, zou zichzelf vermoedelijk niet als inwoner van Thailand hebben omschreven. Thailand bestond nog niet en zelfs het koninkrijk Siam was geen nationale staat in de moderne betekenis. De bevolking van Lan Na bestond bovendien uit verschillende groepen, waaronder Tai Yuan, Tai Lue, Mon, Shan en andere gemeenschappen. Ze spraken niet allemaal dezelfde taal en droegen ook niet hetzelfde zondagse kostuum dat tegenwoordig bij culturele shows verschijnt.
De Birmezen nemen de hoofdstad in
Na de dood van sterke vorsten raakte Lan Na verzwakt door ruzies over de troon. Lokale machthebbers kozen ieder hun eigen kandidaat, terwijl het Birmese Toungoo-rijk juist snel groeide.
In 1558 trok koning Bayinnaung met zijn leger Chiang Mai binnen. Daarmee verloor Lan Na zijn zelfstandigheid. De stad kwam in grote lijnen ruim twee eeuwen onder Birmees gezag te staan.
Dat wordt vaak beschreven als een lange, donkere bezetting. De werkelijkheid was rommeliger. Birmese koningen plaatsten eigen bestuurders in Chiang Mai, hieven belastingen en eisten soldaten en arbeidskrachten. Tegelijk bleven plaatselijke vorsten en bestuurders veel dagelijkse zaken regelen. Er waren opstanden, jaren van betrekkelijke rust en korte perioden waarin het Birmese gezag nauwelijks verder reikte dan enkele belangrijke steden.
Ook de cultuur van Lan Na verdween niet. Tempels bleven functioneren en monniken bleven teksten overschrijven. Invloeden uit Birma, de Shan-staten en andere gebieden mengden zich met bestaande noordelijke tradities. De cultuur die nu als typisch Lanna wordt verkocht, is dus nooit helemaal zuiver of onveranderd geweest. Cultuur houdt zich nu eenmaal slecht aan grenspaaltjes.
Chiang Mai veranderde bijna in een spookstad
In de jaren 1774 en 1775 keerden plaatselijke leiders zich tegen de Birmese machthebbers. Phraya Chaban uit Chiang Mai en Kawila uit Lampang kregen daarbij militaire steun van koning Taksin van Siam. Samen verdreven zij de Birmezen uit Chiang Mai.
Dat klinkt als het moment waarop Noord-Thailand eindelijk bij Thailand kwam. Zo eenvoudig lag het niet. De leiders van Lan Na hadden vooral een machtige beschermheer nodig tegen nieuwe Birmese aanvallen. Zij verruilden het gezag van Birma voor een afhankelijkheidsrelatie met Siam.
De overwinning leverde bovendien geen bloeiende hoofdstad op. Door oorlog, honger en gedwongen verhuizingen was Chiang Mai grotendeels ontvolkt. De stad werd enkele jaren zelfs verlaten. Struiken en bomen groeiden tussen de huizen en tempels. De hoofdstad die ooit met Ayutthaya had gestreden, was op sommige plekken weer bos geworden.
Kawila begon eind achttiende eeuw met de wederopbouw. Daarvoor had hij mensen nodig. Heel veel mensen. Zijn legers brachten inwoners uit omliggende gebieden en noordelijke vorstendommen naar Chiang Mai, vaak tegen hun wil. Ambachtslieden, boeren en hele families kregen een nieuwe woonplaats toegewezen.
Historici vatten dat beleid samen met een nogal onverbloemde uitdrukking: ‘Stop groenten in manden en mensen in steden.’ Zo kreeg Chiang Mai weer inwoners. Veel huidige gemeenschappen rond de stad hebben hun oorsprong in die gedwongen volksverplaatsingen. Achter een keurig geweven rok of plaatselijk aardewerk kan een familiegeschiedenis zitten die begon met een militaire tocht.
Bangkok neemt stap voor stap het bestuur over
Na het vertrek van de Birmezen bleef Chiang Mai lange tijd een schatplichtig vorstendom van Siam. De plaatselijke prinsen bestuurden de stad, terwijl zij trouw, geschenken en soms militairen aan Bangkok leverden. Lan Na was zijn volledige zelfstandigheid kwijt, maar beschikte nog wel over een eigen bestuur.
In de tweede helft van de negentiende eeuw veranderde dat. Britse handelaren uit Birma hadden grote belangstelling voor de teakbossen van het noorden. Ze sloten overeenkomsten met plaatselijke vorsten, waarna ruzies ontstonden over dubbele concessies, schulden en rechtszaken. Groot-Brittannië sprak Siam aan op problemen in een gebied waar Bangkok tot dan toe maar beperkt de baas was.
De verdragen van Chiang Mai uit 1874 en 1883 gaven Bangkok een reden én een middel om zich nadrukkelijker met het noorden te bemoeien. Koning Chulalongkorn stuurde commissarissen, hervormde de belastingen en trok rechtspraak, bosbeheer en bestuur geleidelijk naar de centrale regering.
In 1899 werd Lan Na bestuurlijk opgenomen in Monthon Phayap, het noordwestelijke bestuursgebied van Siam. De plaatselijke vorsten mochten hun titel nog enige tijd behouden, maar hun werkelijke macht was verdwenen.
De bewering dat Lan Na pas in 1909 zijn zelfstandigheid verloor, zoals in de socialemediapost staat, is daarom misleidend. De feitelijke inlijving was rond 1899 voltooid. Je kunt ook 1939 noemen, het jaar waarin de laatste vorst van Chiang Mai stierf, maar hij had toen al tientallen jaren vooral een ceremoniële functie. Het jaar 1909 hoort vooral bij een verdrag tussen Siam en Groot-Brittannië over grenzen en Britse rechten, niet bij een duidelijk einde van Lan Na.
Lan Na verdween van de kaart, maar niet uit het noorden
Tegenwoordig is Chiang Mai gewoon een Thaise provinciehoofdstad. Op scholen leren kinderen Standaardthai en vanuit Bangkok aangestelde bestuurders voeren het landelijke beleid uit. Toch hoor je op markten en in dorpen nog altijd kam mueang, de noordelijke taal. Op oude manuscripten en tempelborden staat soms het sierlijke Lanna-schrift.
Ook de bouwstijl van tempels, het eten, de muziek en plaatselijke rituelen wijken af van die in Centraal-Thailand. Sommige verschillen zijn eeuwenoud, andere zijn later opnieuw uitgevonden of aangepast voor festivals en toeristen. Dat maakt ze niet waardeloos, wel minder netjes dan een folder doet vermoeden.
Bij de oude stadsgracht razen inmiddels brommers langs koffiezaken en massagesalons. In de ochtend voeren mensen de vissen en duiven bij de Tha Phae Gate. Een man verkoopt er zakjes voer terwijl boven zijn hoofd een bord hangt dat het voeren van dieren verbiedt. Achter hem staat een stuk herbouwde stadsmuur van het koninkrijk dat hier ooit begon.
Bronnen
- UNESCO World Heritage Centre: Monuments, Sites and Cultural Landscape of Chiang Mai, Capital of Lanna
- Provincie Chiang Mai: geschiedenis van de stad
- Sarassawadee Ongsakul: History of Lan Na
- Journal of the Siam Society: Lan Na under Burma, A “Dark Age” in Northern Thailand?
- Journal of the Siam Society: Forced Resettlement Campaigns in Northern Thailand
- Journal of the Siam Society: Teak Logging in a Trans-Boundary Watershed
- ISEAS–Yusof Ishak Institute: de bestuurlijke inlijving van Lan Na in 1899
Over deze blogger

-
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.
Lees hier de laatste artikelen
AOW3 augustus 2026Doorwerken na je AOW klinkt vrijwillig, maar de bescherming wordt wel flink afgebouwd
Gezondheid3 augustus 2026Kosmische straling boven Centraal-Azië: of een retourtje Bangkok gevolgen heeft voor je gezondheid
Kort nieuws3 augustus 2026Thailandnieuws maandag 3 augustus 2026
Opinie3 augustus 2026TB-opinie: Tienduizend valse behandelingen heten menselijke fouten tot iemand de declaraties ernaast legt
