In geen land ter wereld leven zoveel gefokte krokodillen als in Thailand. De Thaise visserijdienst kwam in 2017 op 1,2 miljoen dieren, verdeeld over ruim duizend farms. In de rivieren zelf zwemmen er van diezelfde soort, de Siamese krokodil, naar schatting nog maar zo’n tweehonderd rond.

Dat cijfer van 1,2 miljoen duikt overal op, maar het is bijna tien jaar oud en na corona waarschijnlijk lager. Wat wel klopt: bij CITES, het verdrag dat de handel in bedreigde dieren regelt, staan 836 Thaise farms geregistreerd. Tussen 2010 en 2019 verscheepte Thailand ruim 1,4 miljoen van deze krokodillen naar het buitenland. De sector draait dus. En toch is het beeld ingewikkelder dan leer, vlees en dure tassen.

Niet de Birkin, maar China

De naam Hermès valt snel bij krokodillenleer, maar de Thaise farms leveren daar nauwelijks aan. De grote modehuizen kopen liever zoutwaterkrokodil en alligator, en fokken die steeds vaker op eigen boerderijen. LVMH kocht al in 2011 een looierij om die keten in handen te houden. De Thaise Siamese krokodil gaat een andere kant op: naar China, voor vlees, huid en traditionele medicijnen. Chinese toeristen namen volgens een farmhouder in Chainat gemiddeld meer dan drie krokodillenproducten per persoon mee naar huis. Bij een miljoen bezoekers loopt dat op tot miljoenen artikelen.

Van 2.000 baht naar 500 en terug

Toen het toerisme in 2020 stilviel, zakte de bodem uit de markt. Een levende krokodil die eerder duizenden baht opbracht, ging opeens voor 500 baht van de hand, omgerekend zo’n 14 euro. Meer dan de helft van de kleinere kwekers stopte ermee. Pas toen Thailand in 2023 de visumplicht voor Chinezen liet vallen, kwam de vraag terug. De farm in Chainat verkocht jonge dieren daarna weer voor rond de 2.000 baht, bijna 53 euro. De exportwaarde vertelt hetzelfde verhaal: rond de 3.500 miljoen baht per jaar voor corona, en 785 miljoen in het diepste coronajaar.

Hoe wankel die Chinese vraag is, bleek begin 2026. Een rechtbank in China probeerde honderd ton levende krokodillen te veilen, restant van een failliet fokbedrijf in Guangdong. Bij drie pogingen bood niemand. De koper moest de dieren zelf ophalen en vervoeren, en een fokvergunning hebben.

Legaal is niet hetzelfde als gered

Hier zit de wrange kern. Al die miljoenen dieren achter hekken hebben de wilde Siamese krokodil niet gered. De soort verdween uit 99 procent van zijn oorspronkelijke leefgebied, en wereldwijd leven er nog geen duizend volwassen exemplaren in het wild. Een CITES-uitzondering voor commerciële kweek maakt de handel mogelijk, maar levert de natuur weinig op. Farmdieren zijn bovendien vaak gekruist en niet zomaar geschikt om terug te zetten in een rivier. Dierenrechtenorganisatie PETA beschrijft krappe bassins en een slachtmethode waarbij een beitel het ruggenmerg doorsnijdt, wat het dier verlamt zonder het meteen te doden. Dat is een strijdbare bron, geen neutrale meting, maar de kritiek klinkt al jaren en uit meerdere hoeken.

Wie in Thailand een krokodillenfarm binnenloopt of een tas van glanzend leer ziet liggen, koopt dus geen stukje natuurbehoud. Het stempel legaal zegt iets over papieren, niet over de tweehonderd dieren die in het wild zijn overgebleven.

Bronnen: AFP/Malay Mail, Nature Needs More (CITES-handelsdata), IUCN, MGR Online, Dailynews, PETA Asia

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

Laat een reactie achter