De AOW-leeftijd is allang niet meer het vaste ijkpunt dat hij vroeger was. Voor 2026 en 2027 bedraagt deze 67 jaar. Vanaf 2028 wordt dat 67 jaar en 3 maanden en dat blijft zo tot en met 2031.

Voor jongere Nederlanders zijn de cijfers minder geruststellend. Volgens de huidige prognoses loopt de AOW-leeftijd uiteindelijk op naar 69 jaar en 9 maanden en voor mensen die rond 1999 en 2000 zijn geboren zelfs naar 70 jaar.

Dat zijn prognoses, geen garanties. Maar juist daarin zit het probleem. Wie nu veertig of vijftig is en zijn financiële toekomst probeert te plannen, weet simpelweg niet exact wanneer de AOW begint. De overheid legt het risico van een hogere levensverwachting steeds meer bij de burger neer, terwijl die burger tientallen jaren vooruit moet plannen.

Kabinetsplan ingetrokken, probleem niet opgelost

Het kabinet wilde aanvankelijk vanaf 2033 een strengere koppeling invoeren. Ieder extra levensjaar zou dan vrijwel volledig worden vertaald in een hogere AOW-leeftijd. Dat plan was financieel aantrekkelijk voor de schatkist, maar veel minder aantrekkelijk voor werknemers.

In mei 2026 werd het voorstel ingetrokken, omdat er onvoldoende politieke steun voor was. Dat klinkt als goed nieuws, maar het is vooral uitstel van een bredere discussie. De kosten van de vergrijzing verdwijnen immers niet en toekomstige kabinetten kunnen opnieuw besluiten aan de AOW te sleutelen.

Wie tientallen jaren premie betaalt, krijgt daardoor geen zekerheid over de leeftijd waarop hij uiteindelijk recht krijgt op die uitkering. Dat is op zijn minst opmerkelijk voor een voorziening die juist bedoeld is als fundament onder de oude dag.

Niet iedereen kan tot bijna 70 doorwerken

Beleidsmakers praten gemakkelijk over een hogere levensverwachting, maar gemiddelden zeggen weinig over individuele mensen.

Een accountant die gezond 69 wordt en voornamelijk achter een bureau werkt, heeft een andere uitgangspositie dan iemand die veertig jaar in de bouw, zorg, horeca of logistiek heeft gewerkt. Toch geldt in principe dezelfde AOW-leeftijd.

Dat maakt het systeem hard. Mensen met een zwaar beroep, een lager inkomen of gezondheidsproblemen hebben meestal ook minder financiële ruimte om eerder te stoppen. Juist zij worden daardoor het zwaarst geraakt wanneer de AOW-leeftijd verder stijgt.

De theoretische redenering is dat Nederlanders gemiddeld langer leven. De praktische werkelijkheid is dat lang niet iedereen langer gezond kan werken.

Voor Nederlanders in Thailand kan het probleem groter zijn

Voor Nederlanders die voor hun pensioen naar Thailand vertrekken, komt daar nog een extra risico bij. Wie niet meer in Nederland verzekerd is voor de AOW, bouwt doorgaans geen volledige AOW meer op. Voor ieder niet-verzekerd jaar kan de uiteindelijke uitkering met 2 procent worden verlaagd.

Vertrek je bijvoorbeeld tien jaar voor je AOW-leeftijd naar Thailand en ben je in die periode niet verzekerd, dan kan dat een korting van 20 procent betekenen. Dat kun je overigens wel vrijwillig bijverzekeren.

Tegelijkertijd kan de AOW-leeftijd verder opschuiven. Je moet dan niet alleen langer wachten op de uitkering, maar krijgt mogelijk ook minder. Voor iemand die zijn emigratie naar Thailand baseert op spaargeld, pensioen en een toekomstige AOW-uitkering kan dat een forse financiële tegenvaller zijn.

Een prognose is geen pensioenplan

De SVB publiceert verwachte AOW-leeftijden, maar benadrukt terecht dat deze voor jongere generaties nog niet vaststaan. Pas vijf jaar van tevoren wordt de definitieve AOW-leeftijd vastgesteld.

Dat systeem is bestuurlijk misschien logisch, maar voor burgers weinig comfortabel. Iemand van 45 moet beslissingen nemen over pensioenopbouw, sparen, hypotheek en emigratie, terwijl een belangrijk deel van zijn toekomstige inkomen nog afhankelijk is van politieke besluiten en demografische prognoses.

Daarom is het onverstandig om bij een verhuizing naar Thailand simpelweg te rekenen met “AOW vanaf 67”.

Controleer niet alleen je verwachte AOW-leeftijd, maar ook hoeveel AOW je daadwerkelijk hebt opgebouwd. Kijk daarnaast of je voldoende vermogen of aanvullend pensioen hebt om enkele extra jaren te overbruggen.

De AOW is nog steeds een belangrijke basisvoorziening. Maar wie voor zijn oude dag volledig vertrouwt op de datum die vandaag op papier staat, neemt een groter risico dan veel mensen beseffen.

Bronnen: Sociale Verzekeringsbank (SVB), actuele en verwachte AOW-leeftijden en regels rond AOW-opbouw. Rijksoverheid, AOW-leeftijd 2025-2031 en het besluit van mei 2026 om het voorstel voor de strengere koppeling aan de levensverwachting in te trekken.

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

3 reacties op “AOW richting 70: politiek schuift het risico steeds verder naar de burger”

  1. Evert zegt op

    Velen gaan uit wat er opgebouwd is. Als je emigreert voor de AOW-leeftijd ende regering laat de aow ba 1 jaar later ingaan dan daalt het opgebouwde aow bedrag ook met 1 jaar

    1
    • Raymond zegt op

      Daarom wordt je AOW leeftijd altijd al 5 jaar van tevoren vastgesteld.
      Daardoor kun je zelf een inschatting maken wat de eventuele financiële nadelen kunnen zijn. Ga je echter ruim voor die 5 jaar emigreren dan wordt het inderdaad moeilijker om dit te kunnen overzien.

      0
  2. Harry Romijn zegt op

    Zie de tekst van de AOW-wet: gekoppeld aan de gemiddelde levensverwachting. Die was in 1954, toen de tekst werd opgezet: 68 jaar, dus nog 3 ( DRIE) jaar AOW. Nu is die dik over de 75, dus heel wat langer.
    Toen waren er vele werkenden, die de AOW opbrachten voor “die paar” AOW gerechtigden, nu is die verhouding totaal gekieperd.
    Oftewel aan alle klagers: hoe zou u dit dan – rechtvaardiger- oplossen ?

    Vergeet niet: U heeft zelf nooit ene cent ingelegd voor uw eigen AOW, enkel voor de toenmalige AOW-trekkers. Enkel uw private pensioen heeft u zelf ( cq (met) uw werkgever) betaald.
    En als er “weeffouten” inzitten, omdat iemand, die jarenlang roofbouw op zijn eigen lichaam heeft (moeten) plegen, dan moet je die “weeffouten” corrigeren, maar niet het hele “bouwwerk” aan de kant schuiven.

    De AOW is opgezet om de (schrijnende) armoede bij menig bejaarde te verzachten ( al door Bismarck, eind 19e eeuw), maar nooit om buiten NL of zelfs buiten Europa een leuker leventje te leiden.

    0

Laat een reactie achter