Wanneer je als argeloze buitenlander voor het eerst door je nieuwe woonplaats wandelt, voel je je een ware superster. Iedereen lacht naar je. De caissière, de norse brommertaxichauffeur en zelfs de strenge verkeersagent lichten helemaal op als je voorbijkomt. Je borst zwelt van westerse trots en je concludeert tevreden dat dit onmiskenbaar het gelukkigste volk op aarde moet zijn.

Pas wanneer de tropische wittebroodsweken voorbij zijn, daalt de genuanceerde realiteit in. Je ontdekt dat de beroemde lach zelden een pure uiting van vreugde is. Het is een volwaardige taal op zich, een ingenieuze gereedschapskist waarmee men werkelijk elke denkbare sociale situatie te lijf gaat, behalve de momenten waarop er daadwerkelijk iets te lachen valt.

Volgens antropologen kent de Thaise cultuur minstens dertien verschillende manieren om te glimlachen. Voor de botte, rechtdoorzee westerling, die zijn emoties steevast luidruchtig en onverdund op zijn gezicht draagt, is deze subtiliteit volstrekt niet te bevatten. Wij lachen simpelweg als we blij zijn en we kijken woest als de elektriciteitsrekening voor de zoveelste keer niet klopt. Hier werkt de emotionele boekhouding totaal anders. De glimlach fungeert voornamelijk als een ondoordringbaar schild van beleefdheid. Het is een sociaal smeermiddel dat ervoor zorgt dat de wankele tandwielen van de samenleving soepel blijven draaien, zonder dat het ooit ergens pijnlijk schuurt of botst.

Neem bijvoorbeeld de lach van de serveerster wanneer ze per ongeluk een gloeiendhete kop noedelsoep over je schone broek morst. In Europa zou een dramatische stortvloed aan verbale verontschuldigingen volgen, wellicht vergezeld van oprechte tranen. Hier kijkt het meisje je aan en ontbloot breed lachend al haar tanden. De beginnende expat ziet dit als een kille spot en ontsteekt onmiddellijk in woede. De doorgewinterde bewoner snapt inmiddels dat deze specifieke glimlach juist de hoogste vorm van verlegenheid en schaamte uitdrukt. Ze probeert de pijnlijke confrontatie te verzachten met een lach, als een onhandige pleister op de naderende brandwond van het onvermijdelijke gezichtsverlies.

De verraderlijkste variant is ongetwijfeld de glimlach van puur onbegrip. Je staat bij de lokale bouwmarkt en legt met armen, benen en je beste steenkolen-Thais uit dat je een specifieke soort schroef zoekt. De verkoper knikt enthousiast, zijn ogen stralen helder en de lach op zijn gezicht suggereert dat hij exact de ziel van je complexe betoog heeft doorgrond. Opgelucht ontspan je. Tien minuten later keert de man triomfantelijk terug uit het magazijn met een felgroene plastic gieter. De glimlach was geen teken van begrip, maar een sierlijke muur om de ongemakkelijke waarheid te verbergen dat hij werkelijk geen flauw idee had wat je zojuist tegen hem zei.

Uiteindelijk is het ontcijferen van al deze non-verbale signalen een vermoeiende, maar uiterst fascinerende bezigheid. Je leert langzaam om achter het masker te kijken. Je accepteert schoorvoetend dat ‘nee’ zeggen een onbeleefde kunstvorm is die men liever vermijdt, en dat een vriendelijke grijns soms gewoon bedekt betekent dat men echt helemaal niets gaat doen met jouw dringende verzoek. Deze dagelijkse paradox confronteert je onophoudelijk met je eigen westerse lompheid en de absurde behoefte aan keiharde, ongefilterde duidelijkheid.

De oosterse glimlach is uiteindelijk het ultieme bewijs dat communicatie veel meer behelst dan enkel de juiste woorden uitspreken. Het is een gracieuze, behoedzame dans om elkaars gevoeligheden heen. En als je compleet de mist in gaat en de situatie volkomen verkeerd inschat? Dan rest je als verdwaalde buitenstaander maar één gepaste reactie: vrolijk teruglachen en de onvermijdelijke verwarring nederig accepteren…

Over deze blogger

Farang Kee Nok
Farang Kee Nok
Mijn leeftijd valt officieel onder de categorie ‘bejaard’. Ik woon al 28 jaar in Thailand, probeer dat maar eens na te doen. Nederland was ooit het paradijs, maar het raakte in verval. Dus ging ik op zoek naar een nieuw paradijs en vond Siam. Of was het andersom en vond Siam mij? Hoe dan ook, we waren elkaar goed gezind.

De ICT zorgde voor een regelmatig inkomen, iets wat jullie ‘werk’ noemen, maar voor mij was het vooral een tijdverdrijf. Schrijven, dat is de echte hobby. Voor Thailandblog pak ik die oude liefde weer op, want na 15 jaar zwoegen verdienen jullie wel wat leesvoer.

Ik begon op Phuket, verhuisde naar Ubon Ratchathani, en na een tussenstop in Pattaya woon ik nu ergens in het noorden, midden in de natuur. Rust roest niet, zeg ik altijd, en dat blijkt te kloppen. Hier, omgeven door het groen, lijkt de tijd stil te staan, maar dat doet het leven gelukkig niet.
Eten, vooral lekker, dat is mijn passie. En wat maakt een avond compleet? Een goed glas whisky en een sigaar. Dan heb je het wel zo’n beetje, vind ik. Proost!

7 reacties op “‘De verwarrende paradox van de ondoorgrondelijke oosterse glimlach’”

  1. Tino Kuis zegt op

    Heel goed, FKN! Die ondoorgrondelijke oosterse lach! Oh, East is East and West is West and never the twain shall meet. Ik moest wel wat lachen over jouw verhaal, FKN. Ik weet niet of het een westerse of oosterse lach was.

    In Nederland zie je mensen glimlachen als ze pijn voelen, als er een traan over hun wang vloeit, als iemand ze uitscheldt of onzin vertelt.

    Ik heb al die 20 jaar in Thailand nooit zoveel glimlachende mensen gezien als jij, FKN. Niet echt veel meer dan in Nederland. Meestal begreep ik hun glimlach: gewoon een begroeting, een verontschuldiging, een onzekerheid. Ik zag nooit veel verschil met Nederland.

    Maar het is natuurlijk altijd leuk de verschillen tussen Oost en West te benadrukken.

    6
    • Rob V. zegt op

      Ik las dit artikel met een glimlach en nou mag je raden wat voor gedachtes en bedoeling daar bij zat…. 😉

      2
  2. Benny zegt op

    Weer een geweldig leuk artikel, FKN. Ik heb ervan genoten! Trek je niets aan van zuurpruim Tino, ons lachebekje en zonnetje in huis. Man, man, wat een depressief gedoe.

    19
  3. PEER zegt op

    Dan is er ook nog de “ik begrijp je hélemáál”-glimlach.
    Dit is nog van vóór ‘t Google-Mapstijdperk.
    Toen ik fietsend in Chiangmai, ‘n landkaart bestudeerde kwam ‘n glimlachende Thai me helpen.
    Maar toen hij al breed lachend de plattegrond aan ‘t ronddraaien was, lachte ik ‘m op dezelfde manier terug met de mededeling: ik snapt ‘t helemaal.

    5
    • Frans zegt op

      Het rond draaien van de kaart doet me denken aan de keer bij een zeer charmante Chinese accupuncturiste die mij zou genezen van een chronische blauwe plek terzijde van mijn knie. Ze twijfelde waar precies de naaldjes te plaatsen, tuurde lang naar mijn knieën alsof daar iets heel anders was dan haar eigen onderstel.
      Uiteindelijk nam ze plaats achter haar eenvoudige bureau en pakte een groot studieboek op, dat des te groter leek doordat zij met 150cm betrekkelijk klein was. Ze tuurde aandachtig naar de chinese tekens en diagrammen maar kwam er niet helemaal uit en draaide toen het boek 90º om het eens van die kant te bestuderen. Dat vond ik zeer raadselachtig en ontroerend tegelijk.
      Even later moest zij erg lachen: wat bleek, ze had de knieën bekeken zoals ze haar eigen benen beziet, maar tegenover mij staand was alles in spiegelbeeld. Haar diploma was nog niet zo lang geleden gekomen en ze moest nog meer ervaring opdoen.
      (Later ontdekte ik dat ik, op mijn zij slapend, de knieën onbewust tegen elkaar duwde en nadat ik daarmee stopte was ook de blauwe plek verdwenen).

      2
  4. Jan zegt op

    Moderator: alleen maar komma’s in de tekst is geen normaal gebruik van leestekens.

    2

Laat een reactie achter