
De kraan achter de kerk gaf pas water na drie slagen aan het wieltje. Eerst kwam er lucht uit de leiding, daarna een harde straal die Hermans broek natspatte. Het was twintig over vijf en hooguit zestien graden. Zijn vingers waren stijf en onder zijn vest droeg hij twee hemden, iets waar ze hem in Deventer om zouden hebben uitgelachen.
Ban Tha Rae lag nog donker aan het Nong Han-meer, ongeveer twintig kilometer buiten Sakon Nakhon. Het dorp gold als de grootste rooms-katholieke gemeenschap van Thailand. Boven de oude Frans-Vietnamese stenen huizen hing een dunne mist en achter de kathedraal van de aartsengel Michaël werd de hemel langzaam grijs. De mensen hier begroeven hun doden, zoals katholieken dat deden, en daarom lag Pranee niet als as in een urn of uitgestrooid boven een rivier, maar onder een steen die Herman iedere ochtend kon aanraken.
Hij kende het pad naar het kerkhof op de gaten na. Zesde rij, rechtsaf, derde graf. Toen hij zijn hand op de betonnen rand zette, voelde hij dat die nat was. De steen was al schoongemaakt, de rode aarde uit de letters geveegd en de plant een halve slag naar het eerste ochtendlicht gedraaid. Iemand was hem opnieuw voor geweest. Voor de vierde keer die maand. Herman zette de volle fles naast het graf en trok een pluk onkruid uit de grond. Op de steen stond haar doopnaam, Theresia, daaronder Pranee en daaronder twee jaartallen die te dicht bij elkaar lagen.
Om half negen ging de bank in Sakon Nakhon open. Het overschrijvingsformulier lag al elf dagen op tafel naast zijn paspoort en de rekeningafschriften uit Nederland. Achthonderdduizend baht moest hij op zijn Thaise rekening zetten en daar twee maanden vanaf blijven. Toen Pranee nog leefde, was vierhonderdduizend genoeg geweest. Nu mocht hij blijven tot zijn lopende verlenging afliep. Daarna moest hij voldoen aan de voorwaarden voor gepensioneerden, iets anders regelen of vertrekken. Voor de immigratiedienst was het huwelijk afgelopen. Voor Herman was het sinds haar dood juist overal aanwezig.
Aan de overkant van de weg klonk gehamer. Jongens en mannen bouwden de bamboestellages voor de kerststerren. De parade werd in Ban Tha Rae al meer dan een eeuw gehouden en de voorbereidingen begonnen weken van tevoren. Pranee had hem tijdens zijn eerste december in het dorp meegenomen. Hij had niet begrepen waarom iedereen zoveel tijd stak in sterren die een avond door de straten zouden trekken. Zij had gezegd dat één ster ooit genoeg was geweest om verdwaalde mensen de weg te wijzen. Daarna was hij met zijn hoofd tegen een bamboelat gelopen en had ze zo hard gelachen dat ze zich aan zijn arm moest vasthouden. Nu hoorde hij alleen het droge tikken van hamers en dacht hij dat een mens blijkbaar alles kon blijven horen behalve de stem die ertoe deed.
Chai kwam even na zes uur op de brommer van zijn vrouw. Hij bracht twee bekers koffie mee en droeg de donkerblauwe jas van zijn moeder, te smal bij de schouders en te kort bij zijn polsen. Hij ging op zijn hurken bij het graf zitten, met zijn hielen plat op de grond, precies zoals Pranee altijd had gezeten. De pick-up van Noks zwager was nog te koop. Honderdzeventigduizend baht. Met die wagen kon Chai naar de markten in Kusuman en misschien later naar Phang Khon, in plaats van zijn groenten en gedroogde vis steeds aan dezelfde mensen in het dorp te verkopen.
Herman kende het antwoord al voordat Chai was uitgesproken. In juni kon hij helpen, nu niet. Chai knikte zonder protest en vertrok naar zijn winkel. Juist dat snelle knikken bleef hangen. Geen boosheid, geen verwijt, alleen de beleefdheid van een zoon die begreep dat hij achter een bankregel kwam. Op de rand van Pranees graf bleef een halflege beker koffie staan. Herman keek naar het bruine vocht en dacht aan honderdvijftig, honderdzeventig, achthonderdduizend. Getallen waren overzichtelijker dan mensen. Ze vroegen niets en namen het je niet kwalijk wanneer je voor het verkeerde koos.
Om acht uur reed hij langs het meer naar de stad. De mist hing laag boven het water en de weg was leeg, op enkele trucks met vee na. Voor honderd baht benzine kon hij bijna een week rijden. Vroeger schreef hij zulke dingen aan zijn broer in Nederland, alsof goedkope benzine en noedels iets verklaarden over een leven in Thailand. Na Pranees dood hadden mensen hem berichten gestuurd. Hij moest bellen wanneer ze iets konden doen. Herman had telkens geschreven dat het wel ging, waarna iedereen opgelucht ophield met vragen.
Bij de bank trok hij nummer 41 en wachtte hij tweeëntwintig minuten. Toen hij aan de beurt was, schoof hij het formulier, zijn paspoort en het bankboekje onder de ruit door. Het meisje achter de balie herhaalde het bedrag voordat ze begon te typen. Achthonderdduizend baht voor het recht van een oude man om in de buurt van het graf van zijn vrouw te blijven wonen. Honderdzeventigduizend baht voor een wagen waarmee haar zoon misschien iets kon opbouwen. Herman liet het boekje bijwerken en vroeg om twee kopieën van de laatste bladzijde. Er moesten bewijzen zijn. Van geld, van inkomen, van verblijf. Voor een huwelijk dat negen jaar had geduurd, bestond na de dood geen bewijs dat nog meetelde.
Buiten at hij een kom noedels van vijftig baht. Er zat te veel azijn in. Pranee had een woord gehad voor iemand die steeds dezelfde fout maakte en zich er toch over bleef verbazen. Herman had het fonetisch in een opschrijfboekje gezet, met een vraagteken erachter. Hij had haar nooit gevraagd wat het precies betekende. Hij had gedacht dat daar later nog tijd voor zou zijn. Die nacht sliep hij tot half drie en daarna niet meer. Om kwart voor vijf stond hij opnieuw op het kerkhof.
Ditmaal zat mae Kaeo bij het graf, drieëntachtig jaar oud, een emmer naast zich en een doek in haar handen. Zij was degene die de steen schoonhield. Pranee had vijf jaar lang iedere donderdag het graf van haar man verzorgd en mae Kaeo deed nu hetzelfde voor haar. Herman had van geen van beide geweten. Pranee vertelde niet alles. Ze had ook nooit verteld dat ze vroeger wakker werd wanneer zijn motor om vijf uur aansloeg, dat ze naar buiten liep en zijn achterlicht volgde tot het op de hoofdweg verdween. Ze was bang geweest dat hij een ongeluk zou krijgen, maar had gezwegen, omdat hij anders langzamer zou rijden en te laat op zijn werk zou komen. Herman bleef op de betonnen rand zitten nadat mae Kaeo met haar emmer was vertrokken. Hij had negen jaar gedacht dat hij degene was die voor Pranee zorgde. Misschien had zij vooral geleerd hem zo te laten denken.
Op de terugweg stopte hij bij het erf waar de kerststerren werden gebouwd. Een jongen probeerde twee bamboelatten tegen elkaar te houden en tegelijk een touw vast te knopen. Herman zette zijn motor neer en hield het frame recht. Daarna hielp hij nog met een tweede verbinding en de volgende ochtend kwam hij terug. Niemand vroeg waarom. Hij hield latten vast, trok knopen aan en werkte de losse bedrading weg. In het midden van de grootste ster bleef een rond vlak open. Toen alles klaar was, gaf de jongen hem een kwast. Herman schreef Theresia Pranee in witte verf. De letters stonden scheef en de laatste e zakte naar beneden. Hij dacht eraan ze over te schilderen, maar liet ze staan. Pranee had ook scheef geschreven.
Op kerstavond trok de parade langs de kathedraal en de oude stenen huizen. De sterren bewogen boven de menigte in rood, blauw en goud. Herman stond bij de draagstok toen Chai uit de drukte kwam. De jongen keek lang naar de naam van zijn moeder, maar zei niets over de pick-up en Herman begon er evenmin over. Sommige gesprekken werden alleen maar kleiner wanneer je ze uitsprak. Chai pakte de voorkant van de stok, Herman de achterkant. De ster bleek zwaarder dan ze eruitzag. Toen de stoet langs het kerkhof trok, keek Herman door het hek, maar de zesde rij lag te diep in het donker. Hij zag alleen de kruisen en het zwakke licht bij de kraan. Boven hem brandde Pranees naam. Voor hem liep haar zoon. Bij een kuil in de weg tilde Chai de draagstok iets hoger, zodat Herman niet struikelde.
Ze liepen verder zonder iets te zeggen. Voor het eerst sinds haar dood hoefde Herman haar niet alleen te dragen.
Over deze blogger
Lees hier de laatste artikelen
Het leven in Thailand3 augustus 2026Uit het Thaise leven gegrepen: achthonderdduizend baht en een fles water
Het leven in Thailand29 juli 2026Uit het Thaise leven gegrepen: wie er vooraan mocht staan
Het leven in Thailand24 juli 2026Uit het Thaise leven gegrepen: het restaurant dat niet bestaat
Het leven in Thailand19 juli 2026Uit het Thaise leven gegrepen: de stem op de voicemail
