Je zit om half vier op een krakend plastic stoeltje in Pattaya, met een lauwe Chang voor je en de bankapp open op je telefoon. Buiten smelten scooters, toeristen en straathonden langzaam samen in de hitte. Naast je zit een landgenoot die vertelt dat hij zijn Thaise familie al jaren onderhoudt. Huis betaald. Pick-up betaald. Schoolgeld betaald. De waterpomp, de gouden ketting en het nieuwe dak ook. Zelfs de zieke buffel kreeg vermoedelijk betere zorg dan hijzelf.

Nu voelt hij zich uitgebuit.

Dat is vervelend. Vooral omdat niemand hem ooit heeft gedwongen zijn pincode in te toetsen.

De geldfarang is een bijzonder type emigrant. Hij komt naar Thailand voor de vrijheid, maar bouwt binnen een jaar zijn eigen financiële gevangenis. De tralies betaalt hij contant. Daarna gaat hij op Facebook uitleggen dat alle Thaise vrouwen op geld uit zijn, meestal vlak voordat hij zijn nieuwe vriendin een iPhone geeft.

In het begin vindt hij betalen helemaal niet erg. Sterker nog, hij geniet ervan. In Nederland was hij Kees van de afdeling Planning, een man die bij verjaardagen de bitterballen telde, omdat er anders misschien iemand drie nam. In Thailand is hij plotseling de grote weldoener. Oom Kees. Papa Kees. Mister Kees. De man die met een bankoverschrijving een lekkend dak kan genezen en een complete familie laat glimlachen.

Dat voelt goed.

Geen baan meer. Geen directeur die hem negeert. Geen kinderen die alleen op zondagavond bellen. Maar in het dorp staat iedereen op wanneer hij aankomt. Zijn schoonmoeder schuift het beste stuk kip naar hem toe. Een neef haalt bier. Een buurman wast de pick-up die officieel van Nana is, maar waar Kees graag naast poseert alsof hij zojuist Toyota heeft overgenomen.

Met geld koop je geen liefde, zeggen we. Maar het koopt wel aandacht, dankbaarheid en een stoel in de schaduw. Voor een eenzame man kan dat verdacht veel op liefde lijken.

De problemen beginnen niet wanneer de familie om geld vraagt. Ze beginnen wanneer hij geen nee durft te zeggen.

Eerst is het 8000 baht voor een ziekenhuisrekening. Dan 20.000 baht voor schoolgeld. Vervolgens moet de badkamer worden vernieuwd, want de oude tegels zijn volgens de familie levensgevaarlijk en volgens Kees vooral lelijk. Hij betaalt. Niet na een gesprek over noodzaak, verantwoordelijkheid of terugbetaling. Gewoon betalen. Snel ook, want een gulle farang laat een verzoek niet afkoelen.

Iedere betaling wordt een precedent. Wat gisteren een geschenk was, voelt morgen als een afspraak. Niet omdat Thai een geheim handboek voor het kaalplukken van pensionado’s bezitten, maar omdat mensen nu eenmaal wennen aan wat voortdurend beschikbaar is. Zet iedere ochtend gratis mango’s langs de weg en na een maand wordt het dorp boos wanneer de mand leeg blijft.

Kees heeft ondertussen nooit gezegd waar zijn grens ligt. Hij heeft zelfs beweerd dat geld geen probleem is. Dat zegt hij graag na drie bier, terwijl hij zijn buik intrekt en vertelt wat zijn huis in Nederland heeft opgebracht. Zijn pensioen noemt hij ruim voldoende. Zijn spaargeld een aardig potje. Hij deelt bedragen alsof hij de jaarrekening presenteert aan een familie die tot voor kort geen idee had wat hij bezat. Daarna is hij verbaasd dat ze het onthouden.

De grenzeloze gever verwacht bovendien iets terug, al zegt hij dat er zelden bij. Dankbaarheid. Gehoorzaamheid. Gezelligheid. Een vrouw die niet zeurt, een schoonfamilie die hem respecteert en een dorp dat blijft applaudisseren wanneer zijn huurauto de straat in draait. Hij noemt het hulp, maar ergens onder die vriendelijke verpakking ligt een stil contract. Alleen heeft niemand dat contract gezien.

Wanneer Nana vervolgens geld naar haar moeder stuurt, voelt hij zich bestolen. Wanneer haar broer de pick-up leent, wordt zijn goedheid misbruikt. En als de familie niet iedere avond dankbaar aan zijn voeten ligt, heeft hij alles voor niets gedaan. De vrijwillige sponsor verandert dan in een financieel oorlogsslachtoffer. Een slachtoffer met internetbankieren, een eigen handtekening en vijftien jaar meer levenservaring dan de mensen die hem zogenaamd te slim af waren.

Een boze post. Een waarschuwing in de groepsapp. Een monoloog aan de bar. Ze zien je alleen als pinautomaat, zegt hij, zonder te beseffen dat hij jarenlang zelf op de knop voor gratis geld heeft gedrukt.

Natuurlijk bestaat echte uitbuiting. Er zijn leugens, verzonnen ziekenhuisrekeningen, geheime gokschulden en families die een buitenlandse partner beschouwen als een pensioenfonds op sandalen. Sommige mannen worden bewust gemanipuleerd. Dat verdient geen spot.

Maar niet iedere verkeerde keuze is bedrog. Niet elk duur cadeau is achteraf een lening. En een volwassen man die jarenlang ja zegt om ruzie, afwijzing of eenzaamheid te vermijden, kan niet plotseling doen alsof hij onder gewapende begeleiding naar de geldautomaat is gebracht.

Dat is geen goedgelovigheid meer. Dat is uitgestelde verantwoordelijkheid.

Grenzen stellen klinkt eenvoudig, maar het heeft een prijs. Je vriendin kan teleurgesteld zijn. Haar moeder kan mokken. Een zwager kan je gierig noemen. Het dorp zet misschien niet langer de mooiste stoel voor je klaar. Precies daarom blijft de geldfarang betalen. Hij koopt niet alleen spullen. Hij koopt rust, waardering en het recht om zichzelf belangrijk te voelen.

Tot de rekening komt.

Dan herschrijft hij de geschiedenis. Alle cadeaus worden offers. Iedere glimlach was gespeeld. De familie, die jarenlang precies deed wat hij door zijn gedrag mogelijk maakte, wordt tot misdaadsyndicaat verklaard. Zelf speelde hij uiteraard geen rol. Hij was slechts een eenvoudige jongen uit Almere die per ongeluk drie miljoen baht, een huis en een pick-up verloor.

Zo eenvoudig was hij trouwens niet toen hij bij Immigration uitlegde dat hij alle regels kende.

Wie nooit nee zegt, lijkt gul, maar is vaak bang. Bang dat de liefde verdwijnt zodra de geldstroom opdroogt. Dat is de pijnlijke gedachte die onder al het barpraat schuilt. Want als de aandacht stopt wanneer de betalingen stoppen, moet je erkennen dat je misschien geen relatie hebt opgebouwd, maar een abonnement hebt afgesloten.

En abonnementen worden duur wanneer je de voorwaarden niet leest.

De lauwe Chang is inmiddels leeg. Kees schuift zijn telefoon weg en zegt dat hij voortaan niemand meer vertrouwt. Morgen maakt hij waarschijnlijk 30.000 baht over voor een nieuwe airco. Het is warm in het dorp en Nana keek zo bezorgd.

De pinautomaat voelt zich pas beroofd wanneer hij zelf leeg is.

Over deze blogger

De Expat
De Expat
De Expat (66) woont al 17 jaar in Pattaya en geniet van elke dag in het land van melk en honing! Vroeger werkzaam in de wegen en waterbouw, maar het grillige weer in Nederland ontvlucht. Woont hier met zijn Thaise vriendin en twee honden net buiten Pattaya, op 3 minuten loopafstand van het strand. Hobby's: genieten, uitgaan, sporten en met vrienden filosoferen over voetbal, Formule 1 en politiek.

1 reactie op “Column – De geldfarang koopt in Thailand applaus en noemt de rekening daarna uitbuiting”

  1. Ron zegt op

    Leuk en herkenbaar stuk en grappig geschreven, chapeau.

    1

Laat een reactie achter