Een Nederlandse pensioengerechtigde ontving in 2023 gemiddeld ongeveer €2.118 bruto per maand. In België lag dat gemiddelde op ongeveer €2.021 bruto per maand. Beide bedragen liggen ruim boven het gemiddelde van de Europese Unie, dat uitkwam op ongeveer €1.444 per maand.

Toch zegt zo’n ranglijst minder dan je op het eerste gezicht zou denken. Het gaat niet alleen om de Nederlandse AOW of het Belgische wettelijke pensioen. Ook aanvullende pensioenregelingen tellen mee. Bovendien zegt een hoog bruto pensioen nog weinig over wat iemand na belastingen en vaste lasten werkelijk kan besteden.

Nederland en België staan vlak bij elkaar

Nederland kwam in 2023 uit op een gemiddeld ouderdomspensioen van €25.417 per jaar. Voor België bedroeg dat €24.248. Het verschil tussen beide landen is daarmee nog geen €100 bruto per maand.

De hoogste gemiddelde pensioenen waren te vinden in IJsland, Luxemburg en Denemarken. Ook Noorwegen, Zwitserland en Oostenrijk stonden boven Nederland en België.

PlaatsLandGemiddeld per jaarGemiddeld per maand
1IJsland€38.031€3.169
2Luxemburg€34.413€2.868
3Denemarken€30.543€2.545
4Noorwegen€29.176€2.431
5Zwitserland€28.559€2.380
6Oostenrijk€26.129€2.177
7Nederland€25.417€2.118
8België€24.248€2.021
9Ierland€24.057€2.005
10Finland€22.813€1.901

Onderaan de lijst zijn de verschillen groot. In Albanië bedroeg het gemiddelde ouderdomspensioen slechts ongeveer €1.920 per jaar. Turkije kwam uit op €3.377, Bosnië en Herzegovina op €3.659 en Servië op €4.239.

Binnen de Europese Unie stond Bulgarije onderaan met gemiddeld €4.479 per jaar. Het hoogste gemiddelde pensioen in Europa was daarmee bijna twintig keer zo hoog als het laagste.

Het Nederlandse bedrag is niet alleen AOW

Het Nederlandse gemiddelde van €2.118 per maand mag niet worden gezien als de gemiddelde AOW. Het bedrag omvat ook aanvullende ouderdomspensioenen.

Nederland kent een pensioenstelsel met drie pijlers. De eerste pijler is de AOW. Daarnaast bouwen veel werknemers via hun werkgever pensioen op. De derde pijler bestaat uit individuele voorzieningen, zoals lijfrenten en andere vormen van pensioensparen.

Vooral de brede deelname aan werkgeverspensioenen verklaart waarom Nederland zo hoog eindigt. Veel Nederlanders ontvangen na hun pensionering niet alleen AOW, maar ook maandelijks een bedrag van een pensioenfonds.

Dat neemt niet weg dat de verschillen groot zijn. Iemand met alleen AOW heeft een heel ander inkomen dan iemand die veertig jaar lang een goed aanvullend pensioen heeft opgebouwd.

België leunt sterker op het wettelijke pensioen

Ook België kent verschillende pensioenpijlers. Het wettelijke pensioen vormt voor veel Belgen echter een groter deel van het totale pensioeninkomen dan de AOW voor Nederlanders.

De hoogte van een Belgisch wettelijk pensioen hangt onder meer af van het loon, de lengte van de loopbaan, de gezinssituatie en het aantal gewerkte dagen. Wie een volledige loopbaan heeft opgebouwd, ontvangt doorgaans meer dan iemand die minder jaren heeft gewerkt of langere tijd deeltijds werkte.

Daarnaast hebben veel werknemers en zelfstandigen een aanvullend pensioen opgebouwd via een werkgever, sector of verzekeringsproduct. Die aanvullende pensioenen zijn in België minder gelijk verdeeld dan in Nederland.

Daardoor kan het gemiddelde Belgische pensioen hoog zijn, terwijl de verschillen tussen individuele gepensioneerden aanzienlijk blijven.

Een hoog pensioen betekent niet automatisch meer koopkracht

Een gemiddeld pensioen van ruim €3.000 per maand in IJsland klinkt royaal. Daar staan echter hoge prijzen voor wonen, boodschappen, vervoer en dienstverlening tegenover.

Daarom wordt bij Europese vergelijkingen ook gekeken naar koopkracht. Daarbij worden de prijsverschillen tussen landen meegenomen. De afstand tussen rijke en armere landen wordt dan een stuk kleiner.

Nederland en België blijven ook na zo’n correctie hoog op de ranglijst staan. Beide landen behoren tot de Europese kopgroep, maar hun voorsprong wordt kleiner zodra rekening wordt gehouden met de kosten van levensonderhoud.

Voor pensionado’s in Thailand is zo’n Europese koopkrachtvergelijking maar beperkt bruikbaar. Hun uitgavenpatroon wordt immers bepaald door Thaise prijzen en hun persoonlijke levensstijl.

In Thailand telt vooral de koers van de baht

Een Nederlands of Belgisch pensioen kan in Thailand aanzienlijk meer koopkracht bieden dan in het land waar het is opgebouwd. Dat geldt vooral voor mensen die buiten de dure toeristische gebieden wonen en geen hoge woonlasten hebben.

Toch is Thailand allang niet meer overal goedkoop. In Bangkok, Phuket, Hua Hin, Chiang Mai en Pattaya kunnen huur, particulier vervoer, westerse boodschappen en medische zorg flink oplopen.

Ook de wisselkoers speelt een grote rol. Wie maandelijks €2.000 ontvangt, kreeg bij een koers van 40 baht per euro ongeveer 80.000 baht. Bij een koers van 35 baht blijft daar nog maar 70.000 baht van over. Het pensioen in euro’s verandert niet, maar de koopkracht in Thailand daalt dan met 10.000 baht per maand.

Voor veel Nederlandse en Belgische pensionado’s is de euro-bahtkoers daarom belangrijker dan hun plaats op een Europese ranglijst.

Nederlanders moeten letten op hun AOW-opbouw

Nederlanders die al voor hun AOW-leeftijd naar Thailand verhuizen, kunnen te maken krijgen met een lagere AOW.

Voor ieder jaar waarin iemand niet verzekerd is voor de AOW, kan de uiteindelijke uitkering 2 procent lager uitvallen. Wie tien jaar voor de AOW-leeftijd buiten Nederland woont en niet vrijwillig verzekerd blijft, kan daardoor 20 procent minder AOW ontvangen.

Dat kan een groot verschil maken. Zeker voor mensen die weinig aanvullend pensioen hebben opgebouwd.

Ook de netto-uitbetaling kan bij wonen in Thailand anders uitvallen dan in Nederland. Belastingen, inhoudingen en persoonlijke omstandigheden bepalen hoeveel er uiteindelijk op de bankrekening terechtkomt.

Ook Belgen kunnen hun pensioen in Thailand ontvangen

Belgische gepensioneerden kunnen hun pensioen in Thailand laten uitbetalen. Daarbij gelden administratieve voorwaarden, zoals het doorgeven van het buitenlandse adres en het periodiek indienen van een levensbewijs.

Voor Belgen speelt daarnaast de belastingpositie een belangrijke rol. Wie langdurig in Thailand woont, kan met zowel Belgische als Thaise belastingregels te maken krijgen.

De uiteindelijke behandeling hangt onder meer af van het soort pensioen. Een overheidspensioen kan fiscaal anders worden behandeld dan een werknemerspensioen of pensioen als zelfstandige.

Wie in Thailand woont, doet er daarom verstandig aan niet alleen naar het brutobedrag te kijken. Het nettobedrag na belastingen en andere inhoudingen is uiteindelijk veel belangrijker.

Vrouwen ontvangen gemiddeld veel minder pensioen

Achter de hoge positie van Nederland en België gaat een grote pensioenkloof tussen mannen en vrouwen schuil.

Nederlandse vrouwen van 65 jaar en ouder ontvangen gemiddeld aanzienlijk minder pensioen dan mannen. Het verschil behoort tot de grootste van Europa. Ook in België ligt het gemiddelde pensioen van vrouwen duidelijk lager.

De oorzaken zijn bekend. Vrouwen werkten in eerdere generaties vaker deeltijds, verdienden gemiddeld minder en onderbraken hun loopbaan vaker voor de zorg voor kinderen of familieleden.

Daardoor bouwden zij minder aanvullend pensioen op. Ook een kortere loopbaan drukt in België het wettelijke pensioen.

Een land kan dus hoog op de Europese ranglijst staan, terwijl een grote groep gepensioneerden toch een bescheiden inkomen heeft.

Nederland en België scoren goed, maar niet iedereen profiteert

Nederland staat zevende en België achtste in de Europese pensioenvergelijking. Beide landen beschikken daarmee over relatief hoge ouderdomspensioenen. Nederland dankt die positie vooral aan de combinatie van AOW en breed opgebouwde werkgeverspensioenen. In België speelt het wettelijke, loopbaangerelateerde pensioen een grotere rol.

Toch zegt het gemiddelde weinig over de persoonlijke situatie. De ene gepensioneerde moet rondkomen van een basispensioen, terwijl een ander daar een stevig aanvullend pensioen bovenop ontvangt. Voor Nederlanders en Belgen in Thailand zijn uiteindelijk andere zaken doorslaggevend. Denk aan het nettobedrag, de wisselkoers, belastingen, woonlasten en medische kosten.

Op papier staat Nederland één plaats boven België. In het dagelijkse leven in Thailand kan een dure zorgverzekering of een dalende euro echter veel meer verschil maken dan die ene plek op de ranglijst.

Bronnen: Eurostat, OECD, Sociale Verzekeringsbank, Rijksoverheid, Federale Pensioendienst en FSMA.

De bronregel staat nu uitsluitend onderaan en nergens meer in de lopende tekst.

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

Laat een reactie achter