Column: Jaloers in het paradijs

Thailand is voor veel Nederlanders het beloofde land met ventilator. Zon op het terras, rijst op het bord, een vrouw die nog naar je lacht en een biertje dat minder kost dan een parkeerboete in Almere. Even lijkt het leven opnieuw begonnen. Je bent niet meer die man die in Nederland langzaam uit beeld verdween. Je bent weer iemand.
Tot je hoort dat er over je wordt gepraat.
Over je vrouw. Over je huis. Over je pensioen. Over je visum. Over die scooter die volgens een landgenoot met rekenmachineogen niet past bij jouw financiële niveau. Niemand zegt het recht in je gezicht. Daarvoor is men te laf en te gezellig. Men laat het liever rondgaan als tempelwierook met rioollucht.
Welkom in het paradijs waar de palmen wuiven en Nederlanders elkaar alsnog tot kniehoogte afmaaien.
In een kleine expatwereld heeft geheimhouding de levensduur van een ijsblokje tijdens de Songkran hitte. Iedereen kent iemand die iets heeft gehoord van iemand die iets heeft gezien. Een vrouw op een scooter. Een opname bij de bank. Een huis dat te snel gebouwd werd. Een farang die opvallend vaak betaalt. Een andere farang die opvallend weinig betaalt. Het bewijs is meestal dunner dan het schuim op een Chang, maar dat hindert niemand. De aanklager heeft vrijaf, de rechter is dronken en de jury zit in de groepsapp.
Roddel is geen bijzaak. Het is de nationale sport van mensen die beweren dat ze “hier juist voor de rust” zijn gekomen. Ze hebben geen baan meer, geen status meer en geen collega’s meer om zich aan te ergeren. Dus nemen ze de buurman. Zijn vrouw. Zijn erf. Zijn bankboekje. Zijn geluk.
Vooral dat laatste is gevaarlijk.
Want andermans geluk is pas echt ondraaglijk wanneer het eruitziet alsof jij het ook had kunnen hebben. Dan moet er vuil op. Een kras. Een verhaal. Een waarschuwing. Een zogenaamde analyse van “hoe Thailand werkt”. Dat is de favoriete vermomming van jaloezie: ervaring. De jaloerse man noemt zichzelf nooit jaloers. Hij noemt zichzelf realist. Hij heeft dingen meegemaakt. Hij kent de cultuur. Hij weet hoe Thaise vrouwen zijn. Hij zegt dat met het gezicht van een man die diep heeft nagedacht, maar meestal hoor je vooral oud zeer dat in de zon is gaan gisten.
“Pas maar op met die vrouw,” zegt hij dan.
Dat klinkt als advies, maar het is vergif in een plastic bekertje.
De waarheid is simpeler en lelijker. Veel mannen kunnen het niet verdragen dat een ander iets heeft wat zij zichzelf niet meer gunnen. Een jongere vrouw wordt verdacht. Een mooi huis wordt opschepperij. Een bescheiden huis wordt bewijs van mislukking. Wie geld heeft, is een patser. Wie geen geld heeft, is een kneus. Wie Thais spreekt, doet alsof. Wie het niet spreekt, is typisch zo’n farang. Het oordeel staat al klaar. De feiten mogen later aanschuiven.
De Nederlander neemt naar Thailand meer mee dan koffers, bloeddrukpillen en oude polo’s. Hij sleept ook het poldermes mee. Doe maar gewoon. Niet te blij kijken. Niet te breed leven. Niet te jong bemind worden. Niet te veel laten merken dat je misschien beter af bent dan gisteren. Zelfs onder een tropische hemel moet het maaiveld gemaaid worden. Anders krijgt iemand het benauwd.
En daar zit hij dan. Tussen mango’s, tempels en massagezaken. Vrij van Nederland, maar nog steeds gevangen in de kleinste Nederlandse kamer: het oordeel over de ander.
Veel expats kwamen naar Thailand om iets achter zich te laten. Werkdruk. Scheiding. Kou. Belastingdienst. Familiefeestjes met blokjes kaas. Sommigen kwamen ook om zichzelf achter te laten, maar dat mislukt vrijwel altijd. Je kunt veel inchecken op Schiphol, maar je karakter vliegt gratis mee. In de koffer zit heimwee, naast de maagzuurremmers. In de handbagage zit rancune.
In het begin is Thailand bevrijding. Daarna vakantie. Daarna gewoonte. En op sommige dagen wordt het stil. Geen functie meer. Geen kantoor meer. Geen oude kennissen die nog weten wie je ooit was. Alleen hitte, tijd en een buurman die net iets tevredener kijkt dan jij aankunt.
Dan begint het toezicht.
Zijn tegels. Zijn auto. Zijn vrouw. Zijn uitgaven. Zijn familie. Zijn gezicht wanneer hij denkt dat niemand kijkt. Alles wordt materiaal. Wie zelf weinig richting voelt, benoemt zich tot inspecteur van andermans bestaan. Onbetaald werk, maar het geeft structuur. De roddelaar is zelden gelukkig. Daarvoor heeft hij het veel te druk met de schijnbare fouten van anderen.
Vroeger bleef dat gif hangen aan een stamtafel. Nu heeft het wifi. De groepschat is het dorpsplein zonder schaamte. Daar wordt gewaarschuwd, geklaagd, gedeeld en verdacht gemaakt. Een enkel verhaal over bedrog wordt ineens “zo gaat dat hier”. Een mislukt huwelijk wordt cultuurkennis. Een ruzie over geld wordt bewijs dat liefde in Thailand alleen bestaat zolang de pinpas werkt.
Nuance is daar de spelbreker. Wie zegt dat het per persoon verschilt, bederft de borrel. Wie zegt dat “ze allemaal zo zijn”, krijgt knikjes. Eenvoud is tenslotte de luie stoel van het domme gelijk.
Thailand maakt Nederlanders niet kleinzielig. Het haalt alleen de verpakking eraf. In een kleine gemeenschap zie je elkaar te veel, hoor je te veel en weet je te weinig. De rest verzin je erbij, meestal precies zo dat je eigen teleurstelling op wijsheid lijkt.
Misschien is dat het echte verlies van het paradijs. Niet de hitte. Niet de muggen. Niet de bureaucratie. Maar de landgenoot naast je, met zijn glas in de hand en zijn glimlach als een openstaande val.
“Ik hoorde van iemand dat Piet….” zegt hij.
En precies daar begint het.
De slang in Thailand kruipt tenminste nog weg.
Over deze blogger

- De Expat (66) woont al 17 jaar in Pattaya en geniet van elke dag in het land van melk en honing! Vroeger werkzaam in de wegen en waterbouw, maar het grillige weer in Nederland ontvlucht. Woont hier met zijn Thaise vriendin en twee honden net buiten Pattaya, op 3 minuten loopafstand van het strand. Hobby's: genieten, uitgaan, sporten en met vrienden filosoferen over voetbal, Formule 1 en politiek.
Lees hier de laatste artikelen
Column20 augustus 2026Column – Een vrijstaand huis, drie honden en niemand om mee te praten
Column13 augustus 2026Column – In Thailand win je bij de dorpsloterij geen blender maar gewoon een geweer
Column5 augustus 2026Column – Iedereen is gelijk zolang de Thai met het grootste uniform eerst mag zitten
Column31 juli 2026Column – De avonturier die Thailand verruilde voor een wekelijkse expeditie naar de Makro

Wat ben ik blij dat het hier over de Nederlanders gaat en niet over onze Belgen 😉
Het is algemeen geweten dat een Nederlander nu eenmaal een scherpe tong heeft. De auteur van dit topic is daar het mooiste bewijs van.
Ditmaal geen provocatie maar een exacte weergave van de werkelijkheid. En daarom geef ik heel uitzonderlijk een 10/10 voor zijn bravourestukje!
Beste Hans,
Ik heb een beperkt vast vriendenclubje, 3 Belgen en 2 Nederlanders. En ergens heb je wel gelijk met je opmerking. Nederlanders zijn rad van tong, daar kunnen wij Belgen niet tegenop.
Is dit vervelend? Soms wel, maar als het té uitbundig wordt, dan ga ik naar huis. Lange zuipavonden hebben we niet. We komen eerder eens samen tijdens de koffieklets. En ja, er wordt steevast geroddeld. Maar wie doet dit niet?
Elke maand eten we samen met de dames erbij. En wat er dan allemaal verteld wordt, dat is niet voor publicatie vatbaar 😉
Daarom hebben wij zeer weinig contact en contacten.
Hetzij in Thailand of Nederland
Ook in Nederland houd mijn vrouw zich verre van Asia clubjes.
Allemaal jaloers, roddel en achterklap.
Gr. Arno
Klopt, al is het niet iets typisch des farangs. Hun Thaise partners overtreffen hun nog in jaloezie, pronkzucht en achterklap. Daar kunnen wij Nederlanders nog wel wat van opsteken. Bij die Thaise dames wordt altijd over geld gepraat. Wie heeft het best gescoord met haar farang? De man met de dikste portemonnee natuurlijk. Niet de knapste.
Tsup wie bij de hond slaapt, krijgt zijn vlooien en als men vervolgens een andere hond wil slaan , vindt men lichteen stok. En alle honden zijn er soi dogs behalve de jouwe en zo is het er altijd van de hond.
Rudy,
Kan je dit nu eens opnieuw formuleren in deftig Nederlands, dan begrijpen we misschien welke boodschap je wil overbrengen.
Rudy begint met een mooi, bekend spreekwoord.
Daarna een knipoog naar de Thaise maatschappij. Prima Rudy!
Om heel eerlijk te zijn snap ik eigenlijk ook niet wat er gezegd wordt.
Een half spreekwoord en dan die laatste zin … zal wel aan mij liggen zeker.
Bedankt voor het compliment maar dat heeft u hier op eigen risico gedaan hoor, lol
Hoe luidt dat oude NLe spreekwoord ook alweer ? “Ledigheid is des duivels oor kussen”. Dus, zorg, dat je eits zinnigs te doen hebt.
De enige Nederlanders die bij mij over de vloer komen zijn mijn familie, de rest hou ik op afstand.
Toch eigenaardig. Niemand wil iets weten van zijn eigen landgenoten. Maar overal waar je komt zitten de kliekjes bijeen en draait de roddelmolen op volle toeren.
En dan maar klagen dat ze zich eenzaam voelen en geen vrienden hebben!
Precies. De mens is een sociaal dier en ik geloof er geen snars van dat de meeste hier schrijven dat ze geen contact met landgenoten wensen. Je communiceert toch het makkelijkst in je moerstaal met mensen met wie je veel gemeen hebt.
Wat betreft jaloezie, roddel en achterklap: dat is ook iets diepmenselijks en dat komt in alle culturen onder elke bevolkingsgroep voor. Lees maar WF Hermans vele werken waaronder “onder professoren”.
Van lieden die het te dol maken neem je vanzelf wat meer afstand.
Roddelen is zelfs psychologisch gezond en het komt dacht ik niet eens van Freud. Als je er zoals vele Thai zowat 24 uur op 24 mee bezig bent dan kan je toch ‘Nooit meer slapen’? (naar een boek van WF Hermans uit 1966)..
Dan doen ze overwegend nochtans allemaal goed: Ze dromen er dan over ..
Geachte lezers
Mijn vriend heeft ook 2 vrienden clubs in Thailand. En Ja als ik hem bezoek ga ik wel eens mee naar een club. En ja dan hoor en zie ik de dames hoe die dan ever alles praten en het liefst word er dan over geld en goud gepraat, en ieder een moet dan ook de nieuwe Goude ketting zien. de groepen zijn echt internationaal maar ook onder de mannen is de afgunst groot. Maar al deze dames hebben hun eigen clubje, wan in hun dorp worden ze met de rug aan gekeken. Thaise vrienden zijn er niet meer voor die groep. En laat ons eerlijk zijn. De ouden buitenlander vind zijn lounge vrouw meestal in een bar. Waar de Jaloezie altijd ook aanwezig is. Ik zelf hou mij verre van dit geklaag. Mijn vrouw werkt nog elke dag op een hoge school En vaak help ik daar ook met de jongens en meisjes van 17 a 18 jarige met duidelijke uitspraak Engels. Verde heb ik alleen maar Thaise vrienden om mij heen Ik heb geen behoefte om mee te doen aan de roddel over anderen. Ik heb genoeg aan mijn eigen zorgen. Wij hebben geen groot huis met zwembad, maar wel heel comfortable. Wij blijven met 2 voeten op de grond, wij showen niet wat wij hebben. Ik wil gewoon naast de Thai staan niet er boven. Als ik thuis ben kome de Thai altijd binnen gelopen onze deur staat altijd open. En als ik kan help ik hun ook met dingen te doen. Maar nooit met geld lenen. dat komt nooit meer terug. en dan is de vriendschap ook kapot. Ik woon in een klein dorp, en deze mensen werken bijna allemaal voor het rijk en hebben dus iets meer dan de handwerker.
Mij is door mijn ouders geleerd help waar je helpen kunt. Leen nooit geld want daar komt Allende van. En praat nooit slecht van iemand dan hou je ook je vrienden.
Bedankt voor het lezen van dit bericht.
En hou de onzin altijd voor je zelf
Gr Hub
En dit is nou de exacte reden, dat ik me nooit en te nimmer met landgenoten in Thailand zal bemoeien. Dan zou ik net zo goed in Nederland kunnen blijven. Het is juist de kunst om zoveel mogelijk Thai te leren kennen, niet alleen zijn ze vriendelijker, maar je komt ook meer te weten over taal en cultuur
Sorry voor de typfouten door het steeds te snel invoeren van tekst.
Daarom volgt de gecorrigeerde versie met uitleg:
Tja, wie bij de hond slaapt, krijgt zijn vlooien en als men vervolgens een andere hond wil slaan , vindt men licht een stok. En alle honden zijn er soi dogs behalve de jouwe en zo is het er altijd van de hond..
1. Wie bij de hond slaapt, krijgt zijn vlooien’: is een spreekwoord en betekent: ‘ Zeg me met wie je omgaat en ik zeg je wie je bent.”
‘2. Als men een hond wil slaan, vindt men licht een stok’ is ook een spreekwoord en betekent zo ongeveer: wie iemand wil treffen, vindt altijd wel een middel.
3. Het is van de hond’ is een uitdrukking In de toneelwereld gebruikt men het wel eens om te zeggen dat een decor of spelkwaliteit teleurstelt
4. Soi dog. Een zwakke uitdrukking van mezelf. hou zielsveel van (arme) honden. Ik heb ook een straathond geadopteerd. Een mooie, misschien wel de mooiste ter wereld Maar ja, eigen hond, schone hond . Een variant op de uitdrukking: eigen kind, schoon kind. Wilt u doneren dan kan dat op http://www.soidog.org
Nu nog wat gevoel voor ironie en sarcasme, alles proberen linken met de column van De Expat die begrijpend en spiegelend lezen en naar eigen vermogen interpreteren.
Nogmaals mijn excuses en succes!
Bron van deze verduidelijking: onder meer het Algemeen Nederlands Woordenboek en wat algemene kennis