Column: Jaloers in het paradijs

Door De Expat
Geplaatst in Column, De Expat
Tags: , , ,
6 juli 2026

Thailand is voor veel Nederlanders het beloofde land met ventilator. Zon op het terras, rijst op het bord, een vrouw die nog naar je lacht en een biertje dat minder kost dan een parkeerboete in Almere. Even lijkt het leven opnieuw begonnen. Je bent niet meer die man die in Nederland langzaam uit beeld verdween. Je bent weer iemand.

Tot je hoort dat er over je wordt gepraat.

Over je vrouw. Over je huis. Over je pensioen. Over je visum. Over die scooter die volgens een landgenoot met rekenmachineogen niet past bij jouw financiële niveau. Niemand zegt het recht in je gezicht. Daarvoor is men te laf en te gezellig. Men laat het liever rondgaan als tempelwierook met rioollucht.

Welkom in het paradijs waar de palmen wuiven en Nederlanders elkaar alsnog tot kniehoogte afmaaien.

In een kleine expatwereld heeft geheimhouding de levensduur van een ijsblokje tijdens de Songkran hitte. Iedereen kent iemand die iets heeft gehoord van iemand die iets heeft gezien. Een vrouw op een scooter. Een opname bij de bank. Een huis dat te snel gebouwd werd. Een farang die opvallend vaak betaalt. Een andere farang die opvallend weinig betaalt. Het bewijs is meestal dunner dan het schuim op een Chang, maar dat hindert niemand. De aanklager heeft vrijaf, de rechter is dronken en de jury zit in de groepsapp.

Roddel is geen bijzaak. Het is de nationale sport van mensen die beweren dat ze “hier juist voor de rust” zijn gekomen. Ze hebben geen baan meer, geen status meer en geen collega’s meer om zich aan te ergeren. Dus nemen ze de buurman. Zijn vrouw. Zijn erf. Zijn bankboekje. Zijn geluk.

Vooral dat laatste is gevaarlijk.

Want andermans geluk is pas echt ondraaglijk wanneer het eruitziet alsof jij het ook had kunnen hebben. Dan moet er vuil op. Een kras. Een verhaal. Een waarschuwing. Een zogenaamde analyse van “hoe Thailand werkt”. Dat is de favoriete vermomming van jaloezie: ervaring. De jaloerse man noemt zichzelf nooit jaloers. Hij noemt zichzelf realist. Hij heeft dingen meegemaakt. Hij kent de cultuur. Hij weet hoe Thaise vrouwen zijn. Hij zegt dat met het gezicht van een man die diep heeft nagedacht, maar meestal hoor je vooral oud zeer dat in de zon is gaan gisten.

“Pas maar op met die vrouw,” zegt hij dan.

Dat klinkt als advies, maar het is vergif in een plastic bekertje.

De waarheid is simpeler en lelijker. Veel mannen kunnen het niet verdragen dat een ander iets heeft wat zij zichzelf niet meer gunnen. Een jongere vrouw wordt verdacht. Een mooi huis wordt opschepperij. Een bescheiden huis wordt bewijs van mislukking. Wie geld heeft, is een patser. Wie geen geld heeft, is een kneus. Wie Thais spreekt, doet alsof. Wie het niet spreekt, is typisch zo’n farang. Het oordeel staat al klaar. De feiten mogen later aanschuiven.

De Nederlander neemt naar Thailand meer mee dan koffers, bloeddrukpillen en oude polo’s. Hij sleept ook het poldermes mee. Doe maar gewoon. Niet te blij kijken. Niet te breed leven. Niet te jong bemind worden. Niet te veel laten merken dat je misschien beter af bent dan gisteren. Zelfs onder een tropische hemel moet het maaiveld gemaaid worden. Anders krijgt iemand het benauwd.

En daar zit hij dan. Tussen mango’s, tempels en massagezaken. Vrij van Nederland, maar nog steeds gevangen in de kleinste Nederlandse kamer: het oordeel over de ander.

Veel expats kwamen naar Thailand om iets achter zich te laten. Werkdruk. Scheiding. Kou. Belastingdienst. Familiefeestjes met blokjes kaas. Sommigen kwamen ook om zichzelf achter te laten, maar dat mislukt vrijwel altijd. Je kunt veel inchecken op Schiphol, maar je karakter vliegt gratis mee. In de koffer zit heimwee, naast de maagzuurremmers. In de handbagage zit rancune.

In het begin is Thailand bevrijding. Daarna vakantie. Daarna gewoonte. En op sommige dagen wordt het stil. Geen functie meer. Geen kantoor meer. Geen oude kennissen die nog weten wie je ooit was. Alleen hitte, tijd en een buurman die net iets tevredener kijkt dan jij aankunt.

Dan begint het toezicht.

Zijn tegels. Zijn auto. Zijn vrouw. Zijn uitgaven. Zijn familie. Zijn gezicht wanneer hij denkt dat niemand kijkt. Alles wordt materiaal. Wie zelf weinig richting voelt, benoemt zich tot inspecteur van andermans bestaan. Onbetaald werk, maar het geeft structuur. De roddelaar is zelden gelukkig. Daarvoor heeft hij het veel te druk met de schijnbare fouten van anderen.

Vroeger bleef dat gif hangen aan een stamtafel. Nu heeft het wifi. De groepschat is het dorpsplein zonder schaamte. Daar wordt gewaarschuwd, geklaagd, gedeeld en verdacht gemaakt. Een enkel verhaal over bedrog wordt ineens “zo gaat dat hier”. Een mislukt huwelijk wordt cultuurkennis. Een ruzie over geld wordt bewijs dat liefde in Thailand alleen bestaat zolang de pinpas werkt.

Nuance is daar de spelbreker. Wie zegt dat het per persoon verschilt, bederft de borrel. Wie zegt dat “ze allemaal zo zijn”, krijgt knikjes. Eenvoud is tenslotte de luie stoel van het domme gelijk.

Thailand maakt Nederlanders niet kleinzielig. Het haalt alleen de verpakking eraf. In een kleine gemeenschap zie je elkaar te veel, hoor je te veel en weet je te weinig. De rest verzin je erbij, meestal precies zo dat je eigen teleurstelling op wijsheid lijkt.

Misschien is dat het echte verlies van het paradijs. Niet de hitte. Niet de muggen. Niet de bureaucratie. Maar de landgenoot naast je, met zijn glas in de hand en zijn glimlach als een openstaande val.

“Ik hoorde van iemand dat Piet….” zegt hij.

En precies daar begint het.

De slang in Thailand kruipt tenminste nog weg.

Over deze blogger

De Expat
De Expat
De Expat (66) woont al 17 jaar in Pattaya en geniet van elke dag in het land van melk en honing! Vroeger werkzaam in de wegen en waterbouw, maar het grillige weer in Nederland ontvlucht. Woont hier met zijn Thaise vriendin en twee honden net buiten Pattaya, op 3 minuten loopafstand van het strand. Hobby's: genieten, uitgaan, sporten en met vrienden filosoferen over voetbal, Formule 1 en politiek.

3 reacties op “Column: Jaloers in het paradijs”

  1. Hans zegt op

    Wat ben ik blij dat het hier over de Nederlanders gaat en niet over onze Belgen 😉

    Het is algemeen geweten dat een Nederlander nu eenmaal een scherpe tong heeft. De auteur van dit topic is daar het mooiste bewijs van.

    Ditmaal geen provocatie maar een exacte weergave van de werkelijkheid. En daarom geef ik heel uitzonderlijk een 10/10 voor zijn bravourestukje!

    3
    • Dominique zegt op

      Beste Hans,

      Ik heb een beperkt vast vriendenclubje, 3 Belgen en 2 Nederlanders. En ergens heb je wel gelijk met je opmerking. Nederlanders zijn rad van tong, daar kunnen wij Belgen niet tegenop.

      Is dit vervelend? Soms wel, maar als het té uitbundig wordt, dan ga ik naar huis. Lange zuipavonden hebben we niet. We komen eerder eens samen tijdens de koffieklets. En ja, er wordt steevast geroddeld. Maar wie doet dit niet?

      Elke maand eten we samen met de dames erbij. En wat er dan allemaal verteld wordt, dat is niet voor publicatie vatbaar 😉

      0
  2. Arno zegt op

    Daarom hebben wij zeer weinig contact en contacten.
    Hetzij in Thailand of Nederland
    Ook in Nederland houd mijn vrouw zich verre van Asia clubjes.
    Allemaal jaloers, roddel en achterklap.

    Gr. Arno

    1

Laat een reactie achter