Een terloopse opmerking van iemand ‘Laat de Thaise Spinoza opstaan…..’ bracht mij tot het plotselinge besef dat de filosofie van Spinoza en het boeddhisme heel veel overeenkomsten bezitten. Ik dacht dat ik een wereldschokkende ontdekking had gedaan (een illusie die ik wel vaker heb) maar na enig verder lezen zag ik dat velen voor mij al gewezen hadden die nauwe band tussen beider gedachtewereld.

Tussen de Boeddha en Spinoza liggen twintig eeuwen. Volgens het laatste historisch onderzoek leefde de Boeddha (‘de Verlichte’, zijn naam was Siddharta Gautama) tussen 563 en 483 v. Chr. maar een honderd jaar latere datum wordt ook genoemd. Als ik hieronder elementen noem uit de boeddhistische filosofie dan zijn dat de grondslagen die door de meeste boeddhistische sekten worden aanvaard.

Zoals de Boeddha zich afzette tegen zijn vroeg-hindoeïstische omgeving zo deed Spinoza dat wat het christendom en delen van de Griekse filosofie betreft. Beiden waren ware revolutionairen van de geest.

Baruch Spinoza leefde van 1632 tot 1677. ‘Baruch’ betekent ‘de Gezegende’ als ‘Barack’ in Barack Obama. Hij was een tweede generatie allochtoon. Zijn vader, een Sephardische Jood, waarvan de voorvaderen rond 1500 uit Spanje waren verdreven, reisde vanuit Portugal naar Amsterdam waar hij een handel in vruchten begon. Op zijn drieëntwintigste kreeg Spinoza al een banvloek van de Joodse Synagoge te verwerken. Daarna zou hij in Den Haag en omgeving, op boven-en zolderkamertjes en in betrekkelijke eenzaamheid, zijn lenzen slijpen, nadenken en schrijven. Pas na zijn dood werd zijn belangrijkste werk, de ‘Ethica’ in het Latijn en het Nederlands uitgegeven in Amsterdam.

Ik ben maar een belangstellende amateur op filosofisch gebied en sta open voor kritiek.

Spinoza: Deus sive Natura

God ofwel de Natuur, dat is waar alles bij Spinoza om draait. Niet de ‘natuur’ zoals wij die nu verstaan, de boompjes, bloemetjes en beestjes, maar al wat bestaat, een oneindig wezen in tijd en ruimte, die bestaat uit oneindig veel attributen waarvan wij er maar twee kennen: materie en geest die overigens parallel optreden.

Het is het gehele universum of de kosmos. Boven en buiten deze God is er niets. Het is geen persoonlijke God maar een substantie met zijn eigen noodzakelijke en onveranderlijke wetmatigheden.

Niets in deze natuur heeft een doel. Alles hangt samen in een oneindige keten van oorzaken en gevolgen. Alles is met elkaar verbonden. Dat geldt evenzeer voor de mens. Spinoza ontkent dan ook de vrije wil. We denken vaak wel dat we kunnen kiezen maar in werkelijkheid worden we gedreven zowel door onze lichamelijke als onze geestelijke toestand. Zoals Spinoza zei: ‘We begeren iets niet omdat het goed is maar we noemen iets goed omdat we het begeren’. De begeerte komt eerst, dan noemen we het goed en dan zeggen we dat we het uit vrije wil kiezen.

Omdat alles verloopt volgens noodzakelijke wetten kent de Natuur dus ook geen doel. Een roos is niet rood om bijen aan te trekken maar ze is rood en trekt daarom bijen aan. Dat lijkt een sofisme maar is belangrijk ook voor onze manier waarop we in het leven staan. Ons bestaan op zich heeft geen doel (‘Waartoe zijn wij op aarde?’) hoewel we daarbinnen voor onszelf wel doelen kunnen ontwikkelen.

Alles in de natuur is gericht op zelfbehoud en kan alleen veranderd worden door iets sterkers. Dat geldt ook voor mensen. De mens staat niet buiten of boven de natuur maar is er een onderdeel van, onderhevig aan dezelfde wetten.

Spinoza voegt er echter aan toe dat gemeenschapszin en zorgen voor anderen wel degelijk noodzakelijk zijn voor ons zelfbehoud omdat wij alleen in een rechtvaardige gemeenschap kunnen bestaan. Hij vindt democratie dan ook de beste regeringsvorm maar vrouwen mogen daaraan dan weer niet meedoen omdat, beweert hij, vrouwen op hun schoonheid en niet op hun intelligentie worden beoordeeld…..

Het boeddhisme

Het boeddhisme is op zich niet zozeer een filosofie als wel een geneeswijze. De Boeddha is eigenlijk een dokter die niet zozeer is geïnteresseerd in metafysische problemen maar meer in het helen van het lijden van de mensen. Dat lijden, de onvolmaaktheid en de vergankelijkheid van al het bestaande, is uiteindelijk een onveranderbare wetmatigheid waar we ons bij moeten neerleggen. Die kennis geeft pas vrede en geluk. Daarvoor is het nodig dat we allerlei illusies achter ons laten. De illusie van roem en rijkdom, van wraak en wrok en van haat en jaloezie. Onwetendheid is de kern van het lijden.

De achterliggende filosofie van het boeddhisme: de Dharma

Het boeddhisme is dus een geneeswijze. Maar zoals een arts ook de geneeskunde als wetenschap achter zich moet hebben, zo heeft het boeddhisme een filosofisch stelsel nodig om zijn aanspraak op genezing te onderbouwen. Die onderbouwing heet de dharma. Het is zowel een visie op de werkelijkheid als de leer die daaruit voortvloeit. In het dagelijks boeddhistische spraakgebruik wordt met de dhamma meestal de leer bedoeld maar hierna spreek ik alleen over de dharma als visie op de werkelijkheid.

Het begrip dharma is in oorsprong een hindoeïstisch begrip, eeuwen ouder dan het boeddhisme. In de loop van al die tijd was het onderhevig aan vele duidingen. Ik beschrijf hier de kern zoals het door de meeste boeddhistische sekten wordt geaccepteerd.

De dharma is de gehele kosmische orde en wet. Buiten deze werkelijkheid is er niets. Alles is onderhevig aan deze orde en wetten. Alles is afhankelijk van elkaar en bestaat alleen bij de notie van oorzaak en gevolg. Dat geldt ook voor ons mensen, zowel voor onze lichamelijke als geestelijke gesteldheid. Zo ontstaan gedachten en gevoelens vaak in ons lichaam maar worden als geestelijk ervaren. Het boeddhisme erkent de innige verstrengeling van lichaam en geest, van materie en geest. Ze zijn niet los van elkaar te denken, een gedachte die mij als arts aanspreekt. Er is ook geen onderscheid tussen geest en gevoel, het Sanskriet woord citta (in het Thais chit) is de eenheid van hart en geest.

Dharma beschrijft overigens ook hoe mensen met elkaar moeten omgaan, al lopen de meningen daarover uiteen.

Het boeddhisme ontkent een zelfstandig en vastomlijnd ‘zelf’

Een centrale waarheid in het boeddhisme is de ontkenning van een onafhankelijk, vastomlijnd zelf, een voor altijd vastgelegde identiteit niet te beïnvloeden door de omgeving. Ik ga maar even niet in op het verband dat gelegd kan worden tussen een ‘zelf’ en reïncarnatie en Nirvana. Spinoza schrijft niet uitdrukkelijk over het ‘zelf’ maar uit zijn gedachten kan afgeleid worden dat ook het ‘zelf’ onderhevig is aan invloeden van buitenaf en daarom veranderlijk is. Ook het ‘zelf’ is een onderdeel van het grote geheel en kan daar niet los van staan. Een scherpe scheiding tussen ons ‘eigen’ en de ‘ander’ is dus ook niet mogelijk. Alles is afhankelijk van elkaar. En het ‘zelf’ is bovendien niet alleen geestelijk maar een eenheid van lichaam en geest, die gelijk opgaan, zegt Spinoza en zegt het boeddhisme.

Korte samenvatting van de overeenkomsten tussen Spinoza en het boeddhisme

Ze beschrijven beide de eenheid van deze wereld. We moeten de wetten die ten grondslag liggen aan deze wereld kennen en accepteren. We moeten werkelijkheid en illusie van elkaar leren onderscheiden. Mededogen (in het boeddhisme ‘mêetta karoenaa’ genoemd) is een noodzakelijke houding voor het begrijpen van de werkelijkheid. Beiden zien geen probleem in het streven naar geluk en vrede, de enige begeerte die mag van de Boeddha.

De verschillen tussen Spinoza en het boeddhisme

Die zijn er ook. Het boeddhisme benadrukt meer het loslaten van individualiteit en het ‘zelf’ en ziet het loslaten van begeerten als een absoluut beginpunt van bevrijding uit het lijden. Spinoza wil begeerten matigen en niet geheel afzweren. Misschien is het mededogen van het boeddhisme meer passief en die van Spinoza meer actief.

Hoe kwamen Spinoza en de Boeddha tot hun filosofie?

Ook daar in een aardige parallel. Het verhaal van de Boeddha is bekend: een ogenblik buiten het paleis met zijn luxueus en hedonistisch leven werd hij geconfronteerd met ouderdom, ziekte en dood. Hij kende geen rust meer tot hij meende de waarheid te hebben achterhaald. Spinoza schrijft in één van zijn brieven hetzelfde over zijn geestelijke toestand: ‘Ik zag dat ik in groot gevaar verkeerde en alles op alles moest zetten om een redmiddel, hoe onzeker ook, te vinden. Zoals een zieke met de dood voor ogen alles op alles zet om een redmiddel, hoe onzeker ook, te vinden omdat daarin zijn enige hoop is gelegen’.

Voor beiden geldt dat alleen een sober leven tot de waarheid leidt en zij brachten dat ook in praktijk. Maar betekent dat afzien van gewoon genot en plezier? Welnee. De Boeddha bepleit de Middenweg. Hij kwam tot dat inzicht nadat versterving geen inzicht opleverde en hij een kommetje rijst van een meisje accepteerde toen hij op de rand van de dood zweefde. De Boeddha sprak regelmatig over een lekkere maaltijd, een prettige ontmoeting en de schoonheid van de natuur. Ook Spinoza zegt in diezelfde geest: ‘Houd het verdriet verre en richt je op het blijde. Je kunt nooit blij genoeg zijn’.

Beide filosofieën benadrukken de weg uit het lijden, niet alleen van onszelf maar van allen. Zonder de kennis van de wetten van de Natuur kan dat niet. Met die kennis gewapend zijn we vrij en gelukkig.

Komt ons dat aangewaaid? Welnee. Spinoza besluit zijn Ethica met ‘Al het voortreffelijke is even zeldzaam als moeilijk’. Daar zou de Boeddha het mee eens kunnen zijn.


» Laat een reactie achter


No votes yet.
Please wait...

7 reacties op “De filosofie van Spinoza en het boeddhisme – Was Spinoza een Boeddhist?”

  1. Edith zegt op

    Boeiend om te lezen.Toevallig nam ik afgelopen weekend hier in Nederland deel aan een retraite geleid door Peter van Loo (Sri Annatta en ook voormalig Nederlandse Consul in Chiang Mai) waar ook weer de invloed van onwetendheid, het non-self en de natuurwetten uitgebreid aan de orde kwamen. Hij zal binnenkort een boek publiceren.

    • Tino Kuis zegt op

      Sri Annatta is een interessant woord, Sanskriet/Thais, maar heeft verbindingen met Nederlandse woorden. Sri is een soort titel ‘Grote’ of ‘Geeerde”. An is hetzelfde als ons ‘on-‘ betekent dus ‘niet’. Atta betekent ‘zelf, het zelf’ en heeft dezelfde wortel als ons ‘auto(-matisch). Annatta is dus ‘niet-zelf’.
      Maar ik heb weleens de indruk dat dit soort retraites er meer op gericht zijn het ‘zelf’ te versterken 🙂

  2. Jan zegt op

    Heel mooi en helder verhaal!!!

  3. Tino Kuis zegt op

    Deze is ook leuk: ‘I think, therefore I am not guy’. Zonder verontschuldigingen.

    • guy zegt op

      Verschrikkelijke tikfout .. Moest natuurlijk zijn : “I think, therefore I can never be Dutch”. Mijn welgemeende verontschuldigingen aan het Thaise volk beste Heer Kuis.

  4. Roel zegt op

    Ik vind dit een prachtig verhaal. Alleen is de vraag in hoeverre is het loslaten van het zelf en begeerten iets waar men in Thailand mee bezig is?
    Ik krijg de indruk dat in de volksreligie men Boeddha vooral ziet als een soort God die voor gunstige ontwikkelingen dient te zorgen.
    Zo lijken er twee hele verschillende soorten Boeddhisme te bestaan. Ik vraag me af in hoeverre het Boeddhisme zoals in het artikel omschreven in Thailand op weerklank kan rekenen.

  5. PietJan zegt op

    Een schrijnende tegenstelling is wel die zoals onlangs verwoord door Eberhard van der Laan, die opmerkte dat Spinoza formuleerde dat “het doel van de staat vrijheid is”. Lees de krant, zou ik zo zeggen.


Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website