
Wie wil blijven hangen in zijn eigen geruststelling, kan maar beter deze tekst aan zich voorbij laten gaan. Maar wie wil weten wat er op belastinggebied in Nederland gaande is, en welke gevolgen dat op den duur heeft voor NL-gepensioneerden in Thailand, die doet er goed aan dit deel tot zich te nemen.
1. Wat is nou eigenlijk die fiscalisatie?
Je hoort de term steeds vallen in discussies over het nieuwe belastingverdrag: Fiscalisatie. Het klinkt technisch, saai en ambtelijk. Maar als gepensioneerde in Thailand, is het een van de belangrijkste items om te begrijpen. Waarom? Omdat het de directe reden is dat wij straks honderden euro’s per maand extra aan Nederland gaan betalen.
Het gaat om de eerste schijf in Nederlands belastingstelsel. Het tarief ervan is 35,75% over een belastbaar inkomen tot €38.883. De meeste NL-gepensioneerden in Thailand hebben met deze schijf te maken. In de tweede schijf betaal je 37,56% over elke euro meer tot €78.426. En er is een derde schijf vanaf dat bedrag
In dat tarief van 35,75% zit een AOW-premie van 17,9%. Als gepensioneerde ben je van de betaling ervan vrijgesteld. Dan blijft er nog 17,85% over.
In dat percentage van 17,85% zit een premie Wlz van 9,65% en die van de Anw van 0,1%. Er blijft een loonheffing over van 8,1%.
Anno 2026 is er voor wat betreft wonen in Thailand voorlopig nog een duidelijke scheiding: je betaalt premies voor verzekeringen, en je betaalt belasting over je inkomen. Omdat je in Thailand woont, ben je volgens de wet niet verzekerd voor Nederlandse zorg. Daarom heb je nu ook een vrijstelling Wlz en Anw en betaal je die premies niet. Je betaalt alleen dat ‘kale’ belastingtarief van 8,1% (2026).
Bij fiscalisatie schuift de overheid deze percentages in elkaar. Ze stoppen de zorgpremies Wlz en Anw met de loonheffing in een dezelfde pot. Dat is nu al te zien op de website van de Belastingdienst. Er geldt een percentage van 17,85% als tarief voor de eerste schijf.
De premies Wlz en Anw zijn onzichtbaar. In Nederland is er geen scheiding meer tussen loonheffing en premies Wlz en Anw. Die trend is onmiskenbaar, niet tegen te houden, en komt ook naar Thailand
2. Van Premie naar Belasting
Een belastingverdrag tussen landen, zoals dat tussen Nederland en Thailand van november 2015, regelt wie er belasting mag innen, maar het zegt nooit hoe hoog die belasting mag zijn. In de artikelen 18 en 19 is geregeld dat Nederland als eerste aan zet is. Thailand als tweede via artikel 22. Lees de delen 2 en 3.
Als Nederland de regels in eigen land aanpast door een premie samen te voegen met een loonheffing tot een uiteindelijk tarief, dan sta je met het verdrag in je hand machteloos. Lees nog maar eens in deel 4 in paragraaf 5 over Lid 6 van artikel 23. De NL-overheid is ons in het fiscale schaakspel al vele zetten voor.
Nu de overheid de Wlz- en Anw-premies omvormt tot “belasting”, zorgt Lid 6 ervoor dat deze nieuwe ‘belastingen’ direct onder de regels van het verdrag vallen.
3. Waar komt die trend tot fiscalisering vandaan?
De Nederlandse overheid staat voor enorme financiële uitdagingen. De zorgkosten exploderen, de woningmarkt stagneert en er moeten miljarden worden geïnvesteerd in defensie. Daarnaast drukt de dure sociale zekerheid zwaar op de begroting. De inkomsten uit premies zijn inmiddels ontoereikend om de kosten te dekken, waardoor de overheid genoodzaakt is om bij te springen vanuit de algemene middelen, oftewel met belastinggeld. Maar je kunt geen burgers premie laten betalen voor een sociale verzekering waarvan zij vanwege ‘woonplaats’ geen gebruik kunnen maken. Dan maar er een volledig ander etiket op plakken.
Omdat de financiering van de Wlz toch grotendeels al uit de algemene middelen gefaciliteerd wordt, noemen ze die zorgbijdragen voortaan geen ‘premies’ meer, maar gewoon inkomstenbelasting. Dat voorkomt geharrewar. Iedereen betaalt belastingen. Of je nu in Uden woont, in een vinexwijk, of in een moobaan in Udon: er is zo goed als geen scheiding meer tussen belastingen en de volksverzekeringen Wlz en Anw. Bekijk schijf 1 maar eens op de site van de Belastingdienst.
Ons tarief aan de bron gaat stilletjes aan van 8,1% naar 17,85%. We betalen dan dubbel zoveel belasting over dezelfde euro’s. En aangezien er geen sprake meer is van premies, ook geen mogelijkheid indien nodig om een beroep te doen op de Wlz en Anw. In tegenstelling tot diegene in die vinexwijk, en vele anderen, met exact hetzelfde percentage op hun belastingaanslagen.
Voorbeelden van hoe het thema van fiscalisering door ambtenaren van diverse ministeries wordt besproken, zijn er te over in de diverse stukken die in te zien zijn.
1- De meest vergaande ambtelijke variant is het volledig samenvoegen van de drie premies (AOW, Wlz en Anw) met de inkomstenbelasting. In deze scenario’s verdwijnt het onderscheid tussen de verschillende premiepercentages. De Wlz (9,65%) en Anw (0,10%) zouden dan samen met de AOW-premie (17,9%) opgaan in een nieuwe, algemene inkomstenbelasting in de eerste schijf.
2- In de beleidsstudies van het Ministerie van Financiën en diverse Interdepartementale Beleidsonderzoeken (IBO’s) worden de Wlz en Anw onlosmakelijk verbonden met de discussie over de fiscalisering van de AOW. Hoewel de politieke besluitvorming momenteel op “pas op de plaats” staat, zijn ze in de ambtelijke gedachtegang volop aanwezig.
3- Ook wordt ambtelijk gesuggereerd dat de Wlz meer het karakter moet krijgen zoals de WMO, gefinancierd via rijks- en eigen bijdragen, en gemeentelijk aangestuurd.
4- In plaats van de Wlz- of Anw-tarieven zelf te wijzigen, wordt de ouderenkorting gezien als de “rekenknop” om de koopkracht van gepensioneerden bij te sturen zodra de premies gefiscaliseerd worden.
5- Maar er wordt toch evenzo gesproken over een variant waarbij het tarief in de eerste schijf voor gepensioneerden minder hard stijgt dan voor werkenden, ter compensatie van de weggevallen premievrijstelling
Kortom: als NL-gepensioneerden in Thailand niet in de landenkring willen, noch de KBB-status hoeven, en tevreden zijn als groepering bij wie de ontwikkelingen in Nederland lou loene is, moeten zij er achteraf niet van versteld staan als zij, in welk gesprek met de overheid dan ook, niet meer worden gehoord.
4. Wat merkt jouw oud-collega van dit alles?
Niets! Die betaalt die 17,85% al. Voor hen die in Nederland wonen, worden de heffingskortingen opgehoogd. In Nederland betaalt hij die belasting, maar krijgt hij die via de belastingaangifte weer terug. Onder de streep verandert er voor hen netto niets. In Thailand krijgen we die kortingen niet.
De overheid weigert deze kortingen omdat wij niet aan strikte voorwaarden voldoen. En die voorwaarden zijn: Thailand in de Landenkring en wij zelf de KBB-status.
Maar let op: de Landenkring geeft ons straks alleen toegang tot de 90%-toets van de KBB-status. Die bepaalt pas of wij de euro’s ook daadwerkelijk krijgen. Een condo in eigendom of een eigen woning op grond-lease: je slaagt niet voor de 90%-toets en betaalt gewoon belasting. Echter, ook een Thaise woning in eigendom hoort in Box 1, zoals ook in Nederland het geval is! Die tegenstelling alleen al maakt elke actie om als volwaardige Nederlands belastingbetaler aangezien te worden, absoluut noodzakelijk. Stuur nu het nog kan de Oproepen 1 en 2 in!
5. Budgettaire beleidsvrijheid
De overheid wil “beleidsvrijheid”. Ze willen de miljarden die aan de Wlz worden uitgegeven niet langer labelen als ‘premie-geld’, maar als algemene middelen.
De bedoelingen met die “beleidsvrijheid” zijn gewoon te lezen in allerlei ambtelijke rapporten, zoals die van de Studiegroep Begrotingsruimte van het Ministerie van Financiën, allemaal in te zien via https://open.overheid.nl/
Bijvoorbeeld: uit rapporten van het CPB en het Zorginstituut blijkt dat de kosten van de Wlz stijgen tot jaarlijks 41 miljard euro. Het Zorginstituut Nederland meldt een jaarlijkse groei van ruim 7%. Het Centraal Planbureau voorspelt dat de Wlz tot 2033 de snelst groeiende zorgsector blijft. De overheid staat voor de keuze: bezuinigen op de zorg in Nederland, of de inkomsten verhogen.
Door het etiket ‘premie’ te vervangen door ‘belasting’, ontdoet de overheid zich tevens van de plicht om directe tegenprestaties te leveren. Een claim op een verzekering dwingt tot uitbetaling. Betalingen uit algemene middelen zijn politieke keuzes, en kunnen per regeerperiode wijzigen.
Voor ons NL-gepensioneerden in Thailand betekent het dat de overheid ons geld incasseert onder het mom van solidariteit met de Nederlandse zorgstaat, maar ons de de deur wijst zodra we zelf een beroep doen op diezelfde solidariteit. We betalen mee aan de Wlz en Anw, maar hebben er in Thailand zelf geen recht op.
6. Wanneer is die 17,85% werkelijkheid?
Voor onze positie in Thailand is het nieuwe belastingverdrag van belang. Steeds weer klinkt het dat Nederland streeft naar ratificatie per 1 januari 2027. De laatste berichten zijn dat de Commissie van Financiën het verdrag in een debat met de Staatssecretaris op 24 juni a.s. voor een eerste keer bespreekt
Maar zodra het verdrag actief is, heeft Nederland 100% heffingsrecht over de AOW, pensioenen en lijfrentes. De weg ligt dan vrij om de nationale tarieven (inclusief de gefiscaliseerde delen) gaandeweg toe te passen op de bronheffing.
Het drastisch verhogen van de belastingdruk voor gepensioneerden ligt politiek uiterst gevoelig. Zodra een kabinet dit voorstelt eisen vakbonden en oppositie direct compensatie via de ouderenkorting of de AOW, waardoor meteen weer verdamping van de beoogde miljardenopbrengst. Maar debatteren over een belastingverdrag maskeert de feitelijke bedoelingen: ophogen van de loonheffing voor gepensioneerden in Thailand. Die hoeven geen rechten want het is er goedkoop genoeg! Maar als meer belasting betaald gaat worden, dan geen heffing zonder rechten. Al vinden sommige criticasters een dergelijke redenering onlogisch.
6.1- De “Sluipende” Invoering (~ 2028)
Er is heel veel materiaal beschikbaar over dit onderwerp. Al in 2009 stelde de SVB met het Ministerie van SZW dat internationalisering en vergrijzing vragen om een “modern sociaal stelsel”. Men sprak toen al over de noodzaak om de financiering van volksverzekeringen te hervormen.
In het rapport “Zicht op Zekerheid” werd al geconcludeerd dat de burger vooral steun geeft aan regelingen waar men “iets voor terugkrijgt”. De ambtelijke reactie daarop is in de jaren daarna geweest om die ’teruggave’ voor geëmigreerden stelselmatig af te breken, terwijl de betalingsplicht via de belastingwet (fiscalisering) werd verankerd.
Als we drie omvangrijke ambtelijke rapporten (het IBO Ouderenzorg uit 2023, de Studiecommissie Belastingstelsel uit 2010 en de Bouwstenennotitie uit 2024) naast elkaar leggen, is er één duidelijke, overkoepelende rode draad te trekken: de dringende noodzaak om de langdurige zorg en het belastingstelsel structureel te hervormen om ze betaalbaar te houden in een sterk vergrijzende samenleving.
1. Het IBO Ouderenzorg (2023) laat zien dat door de dubbele vergrijzing de uitgaven aan de langdurige zorg (Wlz) tot 2040 bijna zullen verdubbelen. Omdat deze stijgende kosten in het huidige stelsel automatisch de druk op werkenden verhogen, waarschuwen de belastingrapporten (2010 en 2024) dat dit de betaalbaarheid van de hele overheidsbegroting onder druk zet.
2. Omdat de lasten op arbeid in Nederland al heel hoog zijn, is de oplossing een verschuiving van de lasten. Fiscalisering van premies betekent een miljardenopbrengst, en worden gebruikt om de belasting op arbeid te verlagen.
3. Het Nederlandse belasting- en toeslagenstelsel is vastgelopen. Er zijn inmiddels meer dan 190 uitzonderingen, aftrekposten en regelingen die de schatkist miljarden kosten en het stelsel ondoorzichtig maken.
De ambtelijke molens hebben de blauwdrukken klaargelegd; het is aan de politiek om de knopen door te hakken.
De overheid wil naar één basistarief in de eerste schijf. De huidige 9,65% Wlz-premie is simpelweg te groot om te laten liggen. Door deze te fiscaliseren, groeit de belastingopbrengst met miljarden, omdat iedereen met die 17,85% wordt belast. Omdat de overheid weet dat de zorguitgaven met 7% per jaar stijgen, is er geen weg terug. De naar Thailand geëmigreerde gepensioneerde is in deze scenario’s al ingeboekt als ‘betaler’.
6.2- Gelukkig maar: kabinet-Jetten is verkeerd begonnen!
Het komt goed uit dat het kabinet met de AOW-discussie ‘pas op de plaats’ maakt. Als ook de AOW dezelfde route aflegt, en alle premies opgaan in één algemene inkomstenbelasting, dan zet je maar schrap. Je gaat in de eerste schijf fors nog meer betalen. Tenzij er een compenserende regeling komt, en NL-gepensioneerden in Thailand toegestaan wordt er deel van uit te maken. Hetgeen niet zonder slag of stoot gebeurt. Nu zwijgen, is straks toestemmen.
Niettemin, de verwachting is dat in 2030 de verschuiving van het tarief zoetjesaan richting 17,85% van start gaat. Een vervolg van de hele politieke discussie zal dan waarschijnlijk al gaan over de volgende verhoging naar 20% en meer, aangezien de zorgkosten tegen die tijd de 45 miljard euro en hoger aantikken.
De 17,85% is geen ‘dreigement’ voor de verre toekomst; het is de ondergrens van de ambtelijke ambities die tussen nu en 4 jaar wordt geëffectueerd. Voor ons in Thailand geldt geen enkele uitzondering.
6.3- Het juridische “speelveld” buiten de EU
Het EU-Hof van Justitie dwingt Nederland tot gelijke behandeling van ingezetenen via het ‘vrij verkeer van personen’. Nederland moet faciliteiten verlenen, ook als burgers buiten Nederland wonen, omdat Nederland hen anders belemmert in hun mobiliteit.
Voor landen als Thailand geldt het EU-recht niet. Het EU-recht verbiedt het niet. Het zijn politieke keuzes. De Nederlandse rechter toetst daarom minder strikt. Als de wetgever besluit om faciliteiten te beperken voor mensen buiten de EU, stelt de rechter al snel dat de staat “ruime beleidsvrijheid” heeft om eigen fiscale grenzen te trekken.
Het nieuwe belastingverdrag is de kroon op dit beleid. Omdat de EU-bescherming ontbreekt, gebruikt de Nederlandse staat het verdrag als instrument om het heffingsrecht terug te claimen via artikel 18/19, en het schrappen van faciliteiten zoals in artikel 23 maximaal door te voeren.
De ontwikkelingen rondom het ontstaan van de landenkring en de KBB-status hebben geleerd dat als de EU zich dwingend opstelt, zoals in vorige delen enkele keren aangetoond, Nederland toonbeeld is van fiscale volgzaamheid. Maar zodra die Europese grens is overschreden, vervalt die druk ‘goed te willen’, en trekt de Nederlandse overheid zich terug op een houding van een puur administratief noodzakelijk minimum.
Er is bij het EU-Hof van Justitie een trend gaande om pensioengelden absoluut onder het beginsel van “vrij verkeer van kapitaal” te scharen, tot buiten de EU. Dat kan weleens betekenen dat, zoals in artikel 23, het tegenhouden van het verlenen van heffingskortingen bij pensioenen controversieel wordt. Het Hof stelt meer en meer dat het genieten van pensioenkapitaal een grensoverschrijdende kapitaalstroom is. Dan is een pensioengerechtigde in Spanje of Thailand in wezen in dezelfde situatie als een gepensioneerde in Nederland: beiden ontvangen een uitkering uit Nederlands kapitaal. Woonplaats is niet meer het doorslaggevende criterium. Het vrij verkeer van kapitaal (artikel 63 VWEU) vormt meer een meer het criterium om nationale fiscale beperkingen op pensioenuitkeringen aan geëmigreerden buiten de EU te herzien. Het beginsel van vrij verkeer van kapitaal is de enige vrijheid binnen het Europees Verdrag met zogenaamde ‘derdenwerking’, en geldt ook voor landen buiten de EU, zoals Thailand). Het EU-Hof zal Nederland vroeg of laat dwingen tot een fundamentele heroverweging van het begrip ‘woonplaats’.
Als het HvJEU de lijn doortrekt dat pensioenuitkeringen puur kapitaalverkeer zijn, wordt het onthouden van heffingskortingen aan niet-EU-inwoners om drie redenen juridisch onhoudbaar:
1- het feit dat een pensioenuitkering zwaarder wordt belast zodra pensioen de EU verlaat, is de definitie van een restrictie op het kapitaalverkeer. Dat het burgers afschrikt hun geld buiten de EU te ‘consumeren’, belemmert het vrije verkeer van personen.
2- Landen verdedigen zich vaak met het argument dat iemand buiten de EU fiscaal ‘niet vergelijkbaar’ is met een binnenlandse belastingplichtige. Het Hof oordeelt in recente zaken over buitenlandse pensioenfondsen echter dat zodra een land wel belasting heft over het inkomen, de situaties voor die heffing tevens objectief vergelijkbaar zijn. Als je de lasten heft, moet je ook de kortingen verlenen.
3- Landen behandelen belastingplichtigen verschillend op basis van hun adres en postcode. Nederland heeft dat nog eens expliciet vastgelegd in artikel 23. De overheid zag kennelijk de bui al hangen, en vindt dat de landenkring in Lid 6 van die befaamde artikel 7.8 niet voldoende de uitsluiting van NL-gepensioneerden in Thailand garandeert. Daarom dubbelop. Én de landenkring al beperken tot de EU/EER, én artikel 23 nog eens aangedikt.
Kortom: het EU-Hof geeft meer en meer aan dat woonplaats als onderscheid geen middel mag zijn tot willekeurige discriminatie of een vermomde beperking. De extra toevoeging in Lid 1 van artikel 23: “ in het bijzonder met betrekking tot woonplaats” kan weleens te veel van het goede blijken.
De enige manier om tegen regelgeving vanuit Nederland het nodige in te brengen, is ervoor zorgen dat de overheid rekening met jou gaat houden. En dat kan enkel en alleen door ervoor te zorgen dat je als gepensioneerde in Thailand in de ogen van Den Haag als volwaardig burger wordt aangesproken. Als er dan zoveel meer belastingen betaald moeten gaan worden, dan ook de rechten die erbij horen!
SLOT: De Landenkring als breekijzer voor wederkerigheid
In dit deel poog ik te beschrijven dat de houding van Nederland niet motiveert om wegens de relatieve goedkoopte van Thailand maar toe te geven. NL-gepensioneerden in Oost-Europese landen genieten dezelfde rechten als in Spanje of Portugal. De overheid rekent op onze berusting. Ze hopen dat de gepensioneerde in Thailand zwijgt, het allemaal prima vindt, en betaalt. Maar de cijfers en de ambtelijke rapporten laten zien dat “niets doen” geen optie is.
We moeten niet lijdzaam toezien hoe ons pensioen en AOW stilletjes worden afgeroomd. De beide Oproepen voor de Landenkring en de KBB-status zijn geen ‘gezeur om extra’s’, maar de noodzakelijke muren en het dak van ons financiële huis in Thailand. Daarmee krijgen we heffingskortingen om het oplopen van het belastingtarief mee te verzachten, en worden we in Thailand serieus genomen.
Een derde en laatste Oproep aan het eind van de serie om een ‘woonland-correctie’ in de 90%-KBB-statusberekening, namelijk dat de waarde van een eigen condo/woning in Thailand hetzelfde wordt behandeld als in Nederland, niet in Box 3 maar in Box 1, is het eind van een ‘lawaai’-actie van massaal toestromende mails.
Wie nog moet, stuurt nu Oproep 1 en Oproep 2 alsnog in. Doe je dat niet omdat lunchen in foodcourts zo goedkoop is, zal een bekertje noedels jouw deel worden!
Volgende week in Deel 7: De Geest van Schumacker. Die naam is al vele malen voorbij gekomen. Dan is het goed om te weten wie hij was, en waarom het EU-Hof van Justitie er EU-wetgeving van heeft gemaakt. Nooit met de bedoeling er buiten Europa geëmigreerde gepensioneerden mee dwars te zitten.
Ingezonden door Ruud B.
Over deze blogger
Lees hier de laatste artikelen
Visum Kort Verblijf21 juli 2026Schengenvisum vraag: wij willen graag Multiple Entry Visum (MEV)
Visumvraag21 juli 2026Thailand Immigration vraag Nr 100/26: Multiple Entry Tourist Visa (METV) aanvragen
Lezersvraag21 juli 2026Thailand lezersvraag: heffingskorting aanvragen
Lezersvraag21 juli 2026Thailand lezersvraag: met de boot van Chiang Rai naar Tha Ton

“ Wie nog moet, stuurt nu Oproep 1 en Oproep 2 alsnog in.”
Wil dat zeker doen helaas krijg ik maar 1 concept brief via de zoekfunctie. Misschien kan Thailandblog deze twee toch wel belangrijke documenten prominent een plek geven bijvoorbeeld in het rijtje van de dossiers aan de linkerzijde. Scheelt een hoop zoekwerk.
Dit is Oproep 1 uit het allereerste begin van de serie. Zo gauw deze reactie definitief is, plaats ik Oproep 2.
Een laatste en 3e Oproep verschijnt bij deel 10: De eis tot een woonlandcorrectie: een woning in Thailand als hoofdverblijf in Box 1 en niet in Box 3. Dat is in NL ook niet het geval.
Aan: de Leden van de Vaste Commissie voor Financiën van de Tweede Kamer
Van:
Datum:
Betreft: Ratificatie nieuw belastingverdrag Nederland-Thailand; verzoek om waarborging rechtsbescherming en voorkoming van fiscale discriminatie.
Geachte Commissieleden,
Naar aanleiding van de recente ondertekening van het nieuwe belastingverdrag tussen Nederland en Thailand (21 november 2025), vragen wij uw dringende aandacht voor een structurele ongelijkheid in de fiscale behandeling van duizenden Nederlandse gepensioneerden in Thailand. Nu Nederland via dit verdrag het volledige heffingsrecht over pensioeninkomens claimt, ontstaat een situatie die de fundamenten van ons belastingstelsel raakt. Wij verzoeken u de volgende kernpunten mee te nemen in uw beoordeling:
1. Nederland als “Fictief Woonland”: De verschuiving van de rechtsplicht
Door de introductie van volledige bronheffing wordt de volledige fiscale massa naar Nederland gehaald. Hoewel de zogenaamde ‘Schumacker-doctrine’ voortvloeit uit het EU-recht, stoelt zij op het universele draagkrachtbeginsel: een fundamenteel rechtsbeginsel dat Nederland ook buiten de EU-grenzen dient te respecteren.
Nu Nederland via het nieuwe verdrag en de voortgaande fiscalisering de volledige fiscale massa (100%) opeist, kan Thailand als formeel woonland geen enkele persoonlijke tegemoetkoming meer effectueren. Thailand heeft geen ruimte meer om rekening te houden met de persoonlijke situatie van de belastingplichtige, omdat Nederland deze financiële ruimte volledig heeft geannexeerd. Hiermee dwingt Nederland zichzelf feitelijk in de rol van ‘fictief woonland’. De rechtsplicht om rekening te houden met heffingskortingen en het bestaansminimum rust in zo’n geval niet langer bij het machteloze woonland, maar is onomstotelijk overgegaan op Nederland als dominante bronstaat.
2. De Paradox van de Fiscalisering
De tariefopbouw in de eerste schijf verschuift per 2026 ingrijpend. Door de ‘fiscalisering’ worden premies volksverzekeringen (zoals de Wlz en Anw) omgezet in inkomstenbelasting. Voor inwoners van Thailand resulteert dit in een effectieve verdubbeling van de belastingdruk (van circa 8% naar circa 18% in de eerste schijf), zonder dat daar enige sociale of fiscale compensatie tegenover staat. Nederland gebruikt de kwalificatie ‘belasting’ om te kunnen innen, maar houdt vast aan de kwalificatie ‘premie-gebaseerd’ om zorgrechten te ontzeggen. Deze dubbele moraal is juridisch onhoudbaar.
3. Geen waarborg tegen Box 3-verwatering
De huidige strikte handhaving van de 90%-eis voor de Kwalificerende Buitenlandse Belastingplicht (KBB) creëert een kunstmatige drempel. Een eigen woning in Thailand (zonder enige hypotheekaftrek in NL) telt volledig mee als buitenlands inkomen voor deze toets, waardoor burgers effectief gestraft worden voor hun zelfredzaamheid in het buitenland en uitgesloten worden van noodzakelijke kortingen.
4. Modernisering van het woonplaatsbegrip en Precedentwerking
Het fysieke woonplaatsbegrip uit de jaren ’70 is achterhaald. Nu Nederland via automatische informatie-uitwisseling (Art. 25 en CRS) volledige controle heeft over de inkomenssituatie in Thailand, vervalt het argument van “oncontroleerbaarheid”. Wie de middelen heeft voor 100% controle, heeft ook de plicht tot 100% fiscale rechtvaardigheid. Wij vragen u: is het rechtvaardig om deze structurele ongelijkheid in stand te houden enkel als budgettaire besparingsmaatregel?
Aldus verzoek ik de Commissie:
1. De Staatssecretaris te dwingen tot een formele toetsing van het verdrag aan het universele draagkrachtbeginsel.
2. Te pleiten voor een versoepeling van de KBB-criteria (90%-eis) voor Thailand, nu controle via Artikel 25 volledig mogelijk is.
3. De ratificatie van het verdrag niet als hamerstuk af te doen en deze pas te voltooien wanneer de sociale component (zorgtoegang) in samenhang is geregeld.
Hoogachtend,
Volledige naam:
Volledige dres- en mailgegevens:
Telefoonnummer:
Dan hier de tekst van Oproep 2:
Aan: De leden van de Vaste Commissie voor Financiën van de Tweede Kamer
Van: [Naam en mailadres invullen]
Datum: [Datum invullen]
Betreft: Ratificatie Belastingverdrag Nederland-Thailand 2025
Handhaaf de fiscale nulgrens en rechtsgelijkheid voor Nederlanders in Thailand
Geachte Leden van de Commissie,
Met de voorgenomen ratificatie van het nieuwe belastingverdrag tussen Nederland en Thailand ontstaat een onhoudbare juridische discrepantie. Waar Nederland onder Artikel 18 de volledige en exclusieve heffingsmacht opeist over pensioeninkomens, weigert zij gelijktijdig de fundamentele rechtsbescherming en belastingvrije minimum toe te passen die onlosmakelijk verbonden zijn met diezelfde heffingsmacht.
1. De schending van de fiscale nulgrens en de jurisprudentie van de Hoge Raad
In de Nederlandse belastingwetgeving is het tarief in de eerste schijf onverbrekelijk verbonden met de heffingskortingen (zoals de algemene heffingskorting en de ouderenkorting). Deze kortingen vormen de ‘fiscale nulgrens’: een bestaansminimum waarover de Staat geen belasting heft. De Hoge Raad heeft in het fundamentele arrest van 19 juli 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1221) reeds geoordeeld dat het recht op de belastingvrije voet een essentieel onderdeel is van de draagkrachtmeting.
Recentelijk is dit bevestigd in het arrest van 22 maart 2024 (ECLI:NL:HR:2024:470), waarin de Hoge Raad stelt dat voor de vaststelling van heffingskortingen aangesloten moet worden bij het in Nederland belastbare inkomen. Cruciaal hierbij is dat dit arrest in principe geldt voor alle buitenlands belastingplichtigen, ongeacht of zij in een EU-land of in een ‘derde land’ wonen. De Hoge Raad baseert zijn uitspraak namelijk op de uitleg van de Nederlandse wetgeving zelf (de Wet inkomstenbelasting 2001), en niet specifiek op Europese verdragen.
De woonplaats is hierbij irrelevant, omdat in het arrest centraal staat dat de afbouw van inkomensafhankelijke heffingskortingen gekoppeld is aan het belastbare inkomen uit werk en woning. Omdat voor een buitenlands belastingplichtige alleen het Nederlandse inkomen belastbaar is in box 1, mag ook alleen dat inkomen worden gebruikt voor de berekening van de korting.
Juridische implicatie: Wanneer Nederland onder het nieuwe verdrag 100% van het heffingsrecht naar zich toetrekt, claimt zij de volledige fiscale massa. Hiermee vervalt elk argument om de nulgrens te onthouden. Deze uitspraak druist geenszins in tegen het EU-recht waarop de huidige ‘landenkring’ (Art. 7.8 Wet IB 2001) is gebaseerd. Integendeel: het EU-recht stelt een minimumstandaard voor lidstaten, maar verbiedt Nederland niet om buiten de EU rechtsgelijkheid toe te passen wanneer zij deze positie door de 100% claim zelf eenzijdig creëert. Door deze claim wordt de Nederlander in Thailand voor de fiscus een ‘gelijke’ van de Nederlander in Nederland. Het onthouden van de nulgrens vernietigt hiermee de systematiek van de wet.
2. De paradox van Artikel 23: Non-discriminatie en internationaal recht
Artikel 23 van het verdrag verbiedt een zwaardere belastingheffing van onderdanen in “dezelfde omstandigheden”. De Staat voert vaak aan dat de woonplaats een objectief verschil in omstandigheden vormt en dat Artikel 1 van de Grondwet enkel territoriale werking zou hebben. Dit argument is juridisch onhoudbaar.
● Feitelijke gelijkstelling: Door de 100% claim via Artikel 18 wordt de belastingplichtige voor zijn volledige bestaansinkomen afhankelijk van het Nederlandse regime. Nederland werpt zich hier op als de de facto woonstaat.
● Internationale rechtsbescherming: Waar critici stellen dat de Grondwet stopt bij de grens, herinneren wij de Commissie aan Artikel 26 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR).
Dit verdrag, dat door Nederland is geratificeerd, verbiedt discriminatie op welke grond dan ook en garandeert eenieder een gelijke en effectieve bescherming tegen discriminatie. Wanneer de Nederlandse Staat haar rechtsmacht uitoefent over het volledige inkomen van een burger, is zij onder dit internationale verdrag gehouden dat proces zonder discriminatie naar woonplaats in te richten.
Het weigeren van de heffingskortingen vormt een verboden onderscheid. Er bestaat geen objectieve rechtvaardiging om exact hetzelfde inkomen zwaarder te belasten enkel omdat de fysieke verblijfplaats buiten de landsgrenzen ligt, terwijl de fiscale claim 100% binnenlands is.
3. Het einde van de oncontroleerbaarheid: CRS en OESO-MAAC
De overheid schermt stelselmatig met de onmogelijkheid om de persoonlijke situatie in Thailand te controleren. Dit argument is sinds 2022 definitief van tafel door de actieve deelname van Thailand aan internationale transparantie-instrumenten:
CRS (Common Reporting Standard): Sinds 2022 wisselt Thailand automatisch bankgegevens uit, waardoor het vermogen en de inkomstenstromen voor de Nederlandse fiscus volledig
inzichtelijk zijn.
OESO-MAAC: Thailand is toegetreden tot het Verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken. Dit verdrag voorziet in de uitwisseling
van informatie op verzoek en vormt het ideale instrument voor automatische informatie-uitwisseling en de implementatie van internationale standaarden inzake fiscale transparantie.
Artikel 25 van het nieuwe verdrag (Informatie-uitwisseling) verstrekt de Belastingdienst alle instrumenten voor bijstand bij invordering en controle. Het handhaven van Thailand buiten de landenkring op basis van ‘oncontroleerbaarheid’ is derhalve een feitelijk onjuist standpunt.
4. Dwingende verzoek tot activering van Lid 8
Wij verzoeken dat de bepalingen in Artikel 7.8, achtste lid, van de Wet IB 2001 worden geactiveerd. Lid 8 stelt de regering in staat om bij Algemene Maatregel van Bestuur landen aan te wijzen die tot de landenkring worden toegelaten.
De Minister hoeft enkel een knop maar ‘om te draaien’ om de geconstateerde weeffout te herstellen. Nu Nederland de rol van de woonstaat Thailand overneemt wat betreft de inkomensheffing, is zij juridisch gehouden ook de verplichtingen van de woonstaat (het eerbiedigen van de nulgrens) over te nemen. Thailand kan geen zorgplicht garanderen bij gebrek aan belastbare massa.
Conclusie
De Nederlandse Staat kan niet selectief soevereiniteit uitoefenen: zij kan niet de volledige heffingsmacht opeisen (de lusten) en tegelijkertijd de fundamentele rechtsbescherming van de burger negeren (de lasten).
Wij verzoeken de Commissie dwingend om de ratificatie van dit verdrag uit te stellen, dan wel te voorzien van een bindend addendum, totdat de fiscale nulgrens voor Nederlanders in Thailand onvoorwaardelijk is gegarandeerd via de uitbreiding van de landenkring.
Rechtvaardigheid en het respecteren van het bestaansminimum zijn universele beginselen die niet ophouden bij de grens van de Europese Unie.
Hoogachtend,
[Naam / Adresgegevens / Telefoonnummer]
Graag doorgeven waar ik oproep 1 en 2 kan vinden.
Met vriendelijke groet en al alvast bedankt.
Paul
Voor wat het waard is… Ik heb vandaag ook Mw van Brenk (2e kamer) en Martin van Rooijen (1e kamer) een email gestuurd met mijn eerdere mails aan de cie. financiën (Oproep 1 en Oproep 2) gestuurd. Zij maken zich ook vaak druk over pensioenen en wat daarbij hoort.
Baat het niet, dan schaadt het niet.
Geachte Ruud B en redactie Thailandblog,
Is het wellicht iets om de bevindingen van Ruud ook aan Follow te Money voor te leggen ?
Kennelijk wil die commissie niet per E-mail benaderd worden.
Ik kan geen E-mail adres vinden op hun website.
Zag dat de voorzitter Chris Jansen (PVV) is, maar echt verder helpt me dat niet.
Wellicht is er iemand die weet waar E-mails met de oproepen heen kunnen?
De mailadressen van de commissieleden zijn te vinden in de betreffende inzendingen, maar in ieder verleden week in de inzending over artikel 25: zie de reactieveld. Het kan zijn dat je een mail terug krijgt dat jouw oproep niet aankomt, maar dat komt omdat de betreffende mailbox kuren vertoont, want Den Haag. In ieder geval sturen naar cie.fin@tweedekamer.nl, de griffie stuurt de boel wel door, maar het liefst aan alle leden om hen allen wakker te schudden, want dat is de bedoeling van de oproepen.
https://www.thailandblog.nl/expats-en-pensionado/hordelopen-in-het-belastingverdrag-nl-th-2025-deel-5-artikel-25-de-oncontroleerbaarheid-opgelost-lezersinzending/
Moderator: Graag de discussie bij Thailand houden.
Beste,
Als je uitgeschreven bent uit Nederland!!
Dan betaal je geen WLZ meer!!
Geef je juiste adres door aan de SVB!!
Ik had dat ook gedaan, maar was niet doorgekomen bij de SVB.
Kreeg dus meer dan 1100 euro terug!!