Thailand en Nederland lijken op het eerste gezicht weinig op elkaar, maar bij waterbeheer liggen de verschillen minder ver uit elkaar. Beide landen hebben dichtbevolkte gebieden in een rivierdelta, grote economische belangen langs het water en steden die kwetsbaar zijn voor overstromingen.

Nederland bouwde eeuwenlang dijken, sluizen en gemalen. Na zware overstromingen kwam daar een andere gedachte bij: water kun je niet overal blijven tegenhouden. Rivieren hebben ruimte nodig en stedelijke ontwikkeling moet rekening houden met plekken waar overtollig water veilig naartoe kan. Juist dat maakt de Nederlandse aanpak interessant voor Bangkok.

De watersnood veranderde het Nederlandse denken

Een belangrijk keerpunt kwam in 1953. Tijdens een zware storm braken dijken in het zuidwesten van Nederland. De overstroming kostte 1.836 mensen het leven en zette ongeveer 150.000 hectare land onder water.

Daarna versnelde Nederland de bouw van de Deltawerken. Het systeem bestaat uit dammen, dijken en stormvloedkeringen die kwetsbare gebieden tegen hoog zeewater beschermen. Een bekend onderdeel is de Maeslantkering bij Rotterdam. De twee enorme deuren zijn elk 210 meter breed en 22 meter hoog. Bij extreem hoog water kunnen ze automatisch sluiten.

De schaal is indrukwekkend, maar misschien is iets anders belangrijker voor Thailand: zulke bouwwerken zijn nooit klaar. Ze moeten worden onderhouden, getest en aangepast aan veranderende omstandigheden.

Alleen hogere dijken bleken niet genoeg

Ook Nederland liep tegen de grenzen van zijn eigen aanpak aan. In 1993 en 1995 stegen de grote rivieren gevaarlijk hoog. Steeds opnieuw dijken verhogen bleek op lange termijn geen aantrekkelijke oplossing.

Daaruit ontstond Ruimte voor de Rivier. Op verschillende plaatsen werden dijken verder van de rivier gelegd, uiterwaarden verlaagd en extra geulen gegraven. Gebieden kregen bewust de functie om tijdelijk water op te vangen.

Het programma omvatte 39 projecten op 34 locaties langs onder meer de IJssel, Waal, Nederrijn en Lek. Daarbij ging het niet alleen om veiligheid. Ook natuur, landschap en ruimtelijke inrichting werden meegenomen. Dat laatste is voor Bangkok interessant, omdat veel waterproblemen daar direct samenhangen met de manier waarop de stad in de afgelopen tientallen jaren is volgebouwd.

Soms moet land weer water worden

De Noordwaard is een duidelijk voorbeeld van die andere manier van denken. Het gebied beslaat ongeveer 4.450 hectare. Bij hoge rivierstanden kan water er gecontroleerd instromen. Daardoor daalt de druk op andere delen van het riviersysteem.

Dat betekent een vrij fundamentele keuze. Niet iedere vierkante meter grond wordt koste wat kost drooggehouden. Sommige gebieden krijgen juist een functie bij hoogwater.

Voor Bangkok ligt daar misschien de lastigste les. Grond is duur en de druk om te bouwen is enorm. Waterberging concurreert met woningen, wegen, winkelcentra en bedrijventerreinen. Toch moet regenwater ergens blijven wanneer riolen, kanalen en pompen hun maximale capaciteit bereiken. Een parkeerplaats of braakliggend terrein ziet er op een droge dag misschien nutteloos uit. Tijdens een stortbui kan precies zo’n plek ineens waarde krijgen.

Bangkok heeft meer nodig dan pompen

Bangkok beschikt al over kanalen, pompen, waterbergingsgebieden en drainageprojecten. Ook worden steeds meer gegevens verzameld over regenval, waterstanden en weersverwachtingen.

De Nederlandse ervaring laat vooral zien dat losse onderdelen pas echt werken wanneer ze één systeem vormen. Waterbeheer raakt woningbouw, wegen, parken, rivierbeheer, kustbescherming en grondgebruik. Beslissingen op de ene plek kunnen tientallen kilometers verderop gevolgen hebben.

Dat vraagt ook samenwerking tussen verschillende overheden. Nederland werkt met een nationaal Deltaprogramma waarin het rijk, provincies, gemeenten en waterschappen hun plannen op elkaar afstemmen. Thailand probeert eveneens watergegevens en besluitvorming beter te verbinden. De recente overstromingen in Bangkok laten zien hoe moeilijk dat in de praktijk blijft.

Thailand en Nederland werken al samen

De vergelijking met Nederland is geen theoretische oefening. Thailand en Nederland werken al langer samen op het gebied van waterbeheer. Na de grote Thaise overstromingen van 2011 hielpen Nederlandse deskundigen bij onderzoeken en strategische plannen. In 2021 werd de samenwerking verder vastgelegd.

In maart 2026 bezocht een brede Thaise delegatie Nederland. Daarbij kwamen rivierbeheer, stedelijke wateropvang, klimaatbestendigheid en de organisatie van waterbeheer aan bod. De Thaise bezoekers bekeken onder meer de Maeslantkering en stedelijke waterprojecten in Rotterdam en Amsterdam.

Het aardige is dat de kennis niet maar één kant op gaat. Bangkok moet enorme hoeveelheden tropische regen in korte tijd verwerken. Nederlandse steden krijgen eveneens vaker te maken met plotselinge extreme buien. Ook Nederland kijkt daarom naar ervaringen uit Aziatische steden.

De Nederlandse les voor Bangkok zit uiteindelijk niet in het kopiëren van Deltawerken of het bouwen van steeds grotere barrières. Het gaat om iets veel minder spectaculairs: jarenlang ruimte reserveren, onderhoud blijven uitvoeren en vooraf bepalen waar water heen kan wanneer het echt misgaat. Dat kost grond, geld en geduld. Water trekt zich daar weinig van aan.

Bronnen: AseanNow, The Nation, Rijkswaterstaat, Dutch Water Sector


Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. Wij maken o.a. gebruik van AI om onderzoek te doen naar onderwerpen en het schrijven over deze onderwerpen. Wij genereren ook foto's met AI, maar gebruiken daarnaast ook stockfoto's. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

Laat een reactie achter