Loop een goudwinkel in Bangkok binnen op een drukke dag en je ziet de rij tot buiten staan. In oktober bleven sommige zaken open tot bijna middernacht. Goud is in Thailand geen sieraad, maar een spaarrekening, en op dit moment is het de populairste van het land.

Precies die winkel is nu een probleem voor de centrale bank. Niet omdat er iets illegaals gebeurt aan de toonbank, maar omdat al dat goudverkeer de baht opdrijft. De oplossing die nu op tafel ligt, legt de last bij de klant met contant geld, terwijl de echte oorzaak ergens anders zit.

Wat er precies wordt voorgesteld

De regels zijn helder, en ze staan tot 20 augustus open voor inspraak. Koop of verkoop je als particulier goudstaven bij een winkel, dan mag je daarvoor per winkel per dag tussen de 1 en 10 miljoen baht contant betalen. Handelen winkels onderling, dan ligt de grens tussen de 10 en 80 miljoen baht per dag. De exacte bedragen liggen nog niet vast, vandaar die marges.

De waarde van je transactie wordt niet beperkt. Je mag voor meer goud kopen, alleen niet contant. Boven de grens moet het geld via een traceerbaar kanaal lopen, dus via de bank. En er komt een voorwaarde bij die je makkelijk over het hoofd ziet: je moet het goud voortaan zelf ophalen of zelf komen brengen. Geen tussenpersoon meer die met een tas staven de deur uit loopt.

Waarom een centrale bank zich met goud bemoeit

Hier wordt het interessant, want dit gaat niet over goud. Het gaat over de baht. De munt steeg vorig jaar met acht procent en werd daarmee de op een na sterkste van Azië. Voor jou met euro’s op zak klinkt dat abstract, tot je bedenkt wat een sterkere baht doet: je vakantie wordt duurder, je pensioen in euro’s levert minder baht op, en Thaise producten worden op de wereldmarkt te duur.

De centrale bank ontdekte iets opmerkelijks. Op dagen dat de baht sterker werd, kwam tussen de 45 en 62 procent van alle dollarverkoop in het land uit goudwinkels. Thai kopen goud in baht, de winkel verkoopt dollars om dat goud in te slaan, en bij die enorme volumes beweegt de hele wisselkoers mee. De grootste goudhandelaar van het land, Hua Seng Heng, draait dit jaar richting 5 biljoen baht omzet. Dat is meer dan de hele rijksbegroting van 3,8 biljoen. Een goudwinkel die groter is dan de staat, dat verzin je niet.

Dit is de derde poging in een jaar

Let op het patroon, want dat verraadt de zwakte. In januari kondigde de centrale bank maatregelen aan tegen online goudhandel. Per maart ging er een daglimiet in van 50 miljoen baht per persoon per platform. Toen bleven de fysieke winkels buiten schot. Vanaf 1 oktober moet iedereen die meer dan 5 miljoen baht contant stort de herkomst van dat geld melden. En nu, in juli, zijn de fysieke goudwinkels alsnog aan de beurt.

Drie rondes in zeven maanden, steeds een gat dichten dat de vorige ronde openliet. Dat is geen doortimmerd plan, dat is een centrale bank die achter de feiten aan hobbelt. Elke keer dat één kanaal dichtgaat, verschuift het geld naar het volgende. Eerst online, toen de bankstorting, nu de toonbank. En de volwassen conclusie durft niemand hardop te trekken: zolang goud in baht zo aantrekkelijk blijft, dweil je met de kraan open.

Het sterkste argument voor deze maatregel

De centrale bank zit klem en dat verdient erkenning. Gouverneur Vitai Ratanakorn zei het zelf: de klassieke rentepolitiek werkt nauwelijks meer. De economische groei zakte van gemiddeld vijf procent naar zo’n twee, en voor 2026 staat de teller op 1,5 tot 1,7 procent. Direct ingrijpen op de wisselkoers mag bijna niet meer, want Thailand heeft afspraken met de VS en andere landen over valutamanipulatie. Als je munt te sterk wordt door goudhandel en je mag de koers niet sturen en de rente doet niets, dan blijft er weinig over. Dan pak je het kanaal zelf aan. En traceerbare betalingen tegen grijs geld en witwassen, daar is op zichzelf niets mis mee.

Toch valt het argument om op de plek waar het pijn doet. Deze regels raken niet de grote speculant, maar de gewone klant. Wie miljoenen in goud handelt, heeft allang een bankrekening en een boekhouder en betaalt moeiteloos via een traceerbaar kanaal. Die draait zijn hand niet om voor een contantlimiet. De persoon die wel klemzit, is de kleine spaarder die zijn hele leven in contant goud heeft gestopt, omdat hij de bank niet vertrouwt of buiten het banksysteem leeft. Precies zoals bij de armenkaart draagt de onderkant de bewijslast en blijft de bovenkant ongemoeid.

Waar dit op uitloopt

De experts zijn openhartig: al deze goudregels hebben maar beperkt effect op de baht, want de koers wordt uiteindelijk bepaald door de dollarmarkt, niet door een winkel in Yaowarat. De sterke baht komt door kapitaal dat de wereld in Thailand parkeert en door een goudprijs die naar records klimt. Daar helpt geen contantlimiet tegen.

Wat overblijft, is een maatregel die de spaarder met contant geld raakt en het onderliggende probleem laat staan. De baht is te sterk, omdat de Thaise economie zwak is en goud de enige plek is waar mensen hun geld nog vertrouwen. Dat los je niet op aan de toonbank.

Bronnen: Bangkok Post, Nation Thailand, Bloomberg

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

Laat een reactie achter