Wie op het Thaise platteland woont, kent het beeld. Zodra de rijst, cassave, maïs of het fruit geoogst is, verschijnt een lokale opkoper. Hij weegt de partij, beoordeelt de kwaliteit en noemt een prijs. Veel boeren kunnen weinig anders dan instemmen.

Dat komt niet alleen doordat ze slecht onderhandelen. De meeste Thaise landbouwbedrijven zijn klein. Volgens de landbouwtelling van 2023 beschikken ze gemiddeld over ongeveer 17 rai grond. Daardoor produceren veel boeren onvoldoende volume om rechtstreeks aan een grote fabriek, supermarkt of exporteur te leveren.

Zelf verkopen aan een verder gelegen markt klinkt aantrekkelijk, maar kost geld. De boer heeft een voertuig nodig, moet brandstof betalen en loopt het risico dat een deel van de oogst onverkocht blijft. Bij verse producten kan één dag vertraging al tot kwaliteitsverlies leiden.

Een iets lagere prijs aan het erf kan daardoor financieel verstandiger zijn dan een hogere prijs op een markt tientallen kilometers verderop.

Niet iedere tussenhandelaar is hetzelfde

De term tussenhandelaar suggereert dat één overbodige partij tussen de boer en de consument staat. In werkelijkheid bestaat de Thaise landbouwketen uit verschillende schakels.

Een dorpsopkoper verzamelt kleine partijen bij meerdere boeren. Een rijstmolen droogt, pelt en sorteert rijst. Een handelaar in groenten verdeelt producten over markten, restaurants en supermarkten. Een exporteur regelt verpakking, certificering, transport en buitenlandse klanten.

Al die activiteiten kosten geld en brengen risico’s met zich mee. Het verschil tussen de prijs bij de boer en de prijs in de winkel is daarom niet automatisch winst.

Een kilo ruwe rijst op het erf is bovendien iets anders dan een kilo gedroogde, gemalen, verpakte en vervoerde rijst in een supermarkt in Bangkok. Wie alleen beide prijzen naast elkaar zet, vergelijkt twee verschillende producten.

Concurrentie levert boeren meer op

Het grootste probleem is niet dat er tussenhandelaren bestaan. Het wordt problematisch wanneer één opkoper, molen of fabriek de lokale markt beheerst.

Onderzoek naar de Thaise rijstmarkt laat zien dat boeren meer betaald krijgen wanneer rijstmolens werkelijk met elkaar moeten concurreren. Een toename van de lokale concurrentie met één standaardafwijking hing in dat onderzoek samen met een 7,7 procent hogere prijs voor de boer.

Dat verschil is aanzienlijk. Bij een verkoopopbrengst van 100.000 baht zou het theoretisch om 7.700 baht extra gaan, zonder dat de boer meer rijst hoeft te verbouwen.

Een ander onderzoek naar jasmijnrijst in Sisaket en Buriram liet een vergelijkbaar mechanisme zien. Particuliere handelaren betaalden gemiddeld 10,9 procent meer in gebieden waar zij moesten concurreren met actieve landbouwcoöperaties.

Opvallend genoeg profiteerden niet alleen leden van die coöperaties. Ook andere boeren kregen een hogere prijs, omdat particuliere opkopers niet langer als enige de markt konden bepalen.

Een coöperatie hoeft dus niet alle rijst zelf te kopen om invloed te hebben. Alleen al de aanwezigheid van een geloofwaardige alternatieve koper kan de prijs verhogen.

Schulden beperken de keuzevrijheid

Veel opkopers leveren meer dan alleen vervoer. Ze verstrekken ook voorschotten, zaaigoed, kunstmest, bestrijdingsmiddelen of contant geld. De boer betaalt dat na de oogst terug door zijn producten aan dezelfde handelaar te leveren.

Voor een boer zonder spaargeld kan zo’n afspraak noodzakelijk zijn. Banken zijn niet altijd toegankelijk en de oogst moet maanden worden voorgefinancierd.

Daar staat tegenover dat de boer zijn vrijheid verliest om later aan een andere partij te verkopen. Zelfs wanneer een concurrent een betere prijs biedt, moet de oogst vaak naar de handelaar die eerder geld of materialen heeft verstrekt.

De schuld wordt vervolgens bij de afrekening ingehouden. Voor buitenstaanders is nauwelijks te controleren welke rente, kosten, gewichtsverliezen of kwaliteitskortingen precies zijn toegepast.

Dat maakt de verhouding ongelijk. De handelaar kent de actuele marktprijs, beschikt over vervoer en heeft contacten met fabrieken of grote afnemers. De boer heeft meestal één oogst, weinig opslagruimte en rekeningen die direct betaald moeten worden.

Wegen, vocht en kwaliteit bepalen de echte prijs

De aangeboden prijs per kilo vertelt niet altijd wat een boer uiteindelijk ontvangt. Bij rijst, maïs en cassave spelen vochtgehalte, vuil, beschadigingen en kwaliteit een belangrijke rol.

Een opkoper kan bijvoorbeeld 8 baht per kilo bieden, maar daarna een deel van het gewicht aftrekken, omdat het product te vochtig zou zijn. Wanneer de boer de weegschaal of vochtmeter niet kan controleren, heeft hij weinig verweer.

Vooral bij maïs bestaan zorgen over de transparantie van vochtmetingen bij verzamelpunten. Een paar procent extra aftrek kan bij een volledige vracht een groot financieel verschil maken.

Ook sortering beïnvloedt de opbrengst. Mango’s, durian, longans en andere vruchten worden op maat, rijpheid en uiterlijk beoordeeld. Alleen de beste kwaliteit krijgt de hoogste prijs. De rest verdwijnt tegen een lager tarief naar lokale markten, verwerking of veevoer.

De tussenhandelaar voert die selectie uit en neemt het risico op onverkoopbare producten over. Tegelijk bepaalt hij daarmee hoeveel van de oogst als eerste, tweede of derde kwaliteit wordt afgerekend.

Rechtstreeks verkopen is niet altijd voordeliger

Steeds meer Thaise boeren proberen via Facebook, LINE, markten en eigen verkooppunten rechtstreeks klanten te bereiken. Dat kan goed werken bij fruit, rijst, koffie, honing en andere producten die herkenbaar verpakt en verzonden kunnen worden.

De boer ontvangt dan een groter deel van de consumentenprijs. Maar hij wordt tegelijkertijd verkoper, marketeer, klantenservicemedewerker en bezorger.

Verpakking, advertenties, transport, retouren en online betalingen kosten tijd en geld. Een hogere omzet betekent daarom niet automatisch een hogere winst.

Rechtstreekse verkoop is vooral interessant voor boeren die voldoende volume, gezinsarbeid, vervoer en digitale kennis hebben. Voor iemand die in korte tijd twintig ton cassave of maïs moet verkopen, is een Facebookpagina geen vervanging voor een professionele opkoper.

Coöperaties kunnen het verschil maken

Goed functionerende landbouwcoöperaties kunnen boeren op verschillende manieren sterker maken. Ze kunnen gezamenlijk inkopen, opslag organiseren, prijzen vergelijken en grotere partijen rechtstreeks aan fabrieken of exporteurs aanbieden.

Door honderden kleine oogsten samen te voegen, ontstaat een volume waarmee een individuele boer nooit zou kunnen onderhandelen.

Toch zijn coöperaties geen wondermiddel. Sommige organisaties hebben onvoldoende geld om boeren direct te betalen. Andere kampen met zwak bestuur, politieke invloed of een gebrek aan vertrouwen onder de leden.

Een particuliere opkoper die dezelfde dag contant betaalt, kan daardoor aantrekkelijker blijven dan een coöperatie die een iets hogere prijs biedt maar pas weken later afrekent.

De kwaliteit van het bestuur en de beschikbaarheid van werkkapitaal bepalen daarom of een coöperatie werkelijk een alternatief vormt.

De consument betaalt niet alleen voor het landbouwproduct

Wanneer een boer 12 baht voor een kilo rijst ontvangt en dezelfde rijst later voor 50 baht in de winkel ligt, lijkt het alsof 38 baht bij handelaren blijft hangen.

In werkelijkheid moet de rijst worden vervoerd, gedroogd, opgeslagen, gemalen, gesorteerd en verpakt. Tijdens dat proces gaat bovendien gewicht verloren. Van een kilo padie blijft geen kilo eetbare witte rijst over.

Daar komen de marges van de molen, verpakkingsbedrijf, groothandel, transporteur en winkel bij. Ook belastingen, energie, personeel en onverkochte voorraad moeten worden betaald.

Dat betekent niet dat iedere marge eerlijk is. Het betekent wel dat het verschil tussen boerenprijs en winkelprijs nooit zonder verdere berekening als winst van de tussenhandel mag worden gepresenteerd.

De echte zwakke plek is gebrek aan keuze

Tussenhandelaren zijn voor de Thaise landbouw onmisbaar. Zonder hen zouden veel kleine boeren hun oogst niet op tijd kunnen vervoeren, financieren of verkopen.

Maar die noodzakelijke functie geeft tussenpartijen ook macht. Vooral wanneer zij krediet, vervoer, weging en verkoop combineren, kan een boer volledig van één partij afhankelijk worden.

De beste bescherming is daarom niet het verdwijnen van tussenhandelaren, maar het ontstaan van echte concurrentie. Boeren verdienen meer wanneer ze prijzen kunnen vergelijken, betrouwbare weeg- en vochtmeters hebben, toegang krijgen tot onafhankelijke financiering en hun producten tijdelijk kunnen opslaan.

De belangrijkste vraag is uiteindelijk niet hoeveel schakels er tussen de boer en de consument zitten. Het gaat erom of de boer kan weglopen wanneer een koper te weinig biedt.

Zolang die keuze ontbreekt, bepaalt de tussenhandelaar niet alleen waar de oogst terechtkomt, maar voor een belangrijk deel ook hoeveel de boer eraan overhoudt.

Bronnen

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

Laat een reactie achter