De ongelijkheid in Thailand is niet alleen oneerlijk; ze is ook onethisch. Ze bepaalt wie een toekomst krijgt en wie niet, lang voordat inspanning, talent of keuze er ook maar enigszins toe doet.

Nu een nieuw jaar begint, zou de omvang van de ongelijkheid in Thailand ons zorgen moeten baren. In 2018 stond Thailand wereldwijd op de lijst van landen met de grootste vermogensongelijkheid.

Jaren later behoort het nog steeds tot de tien meest ongelijke landen ter wereld. Vorig jaar stond het zelfs op de eerste plaats binnen de ASEAN-regio, volgens het World Inequality Report.

De cijfers zijn schokkend. De rijkste 1% van de Thai bezit ongeveer een derde van het nationale vermogen. De rijkste 10% heeft bijna 60% in handen. De onderste helft van de bevolking bezit minder dan 3%.

Qua inkomen strijkt de rijkste 10% meer dan de helft van alle inkomsten op, terwijl de onderste 50% slechts 14% ontvangt. Het inkomensverschil tussen de rijkste en de armste 10% varieert van 16 tot 42 keer.

De ongelijkheid in landbezit in Thailand behoort tot de grootste ter wereld. Onderzoek toont aan dat de rijkste 10% meer dan 60% van het particuliere land bezit.

Alleen al de rijkste 1% bezit ongeveer 40% van alle landeigendommen. Eén machtige zakenman bezit meer dan 600.000 rai. Ondertussen hebben miljoenen boeren – de ruggengraat van de plattelandseconomie – weinig tot geen land om te bewerken.

Onderaan de ladder is het beeld ook somber. De armste 50% van de bevolking bezit slechts 5% van het land. De kloof tussen de rijkste 20% en de armste 20% is maar liefst 325 keer zo groot.

Zonder land, bezittingen of spaargeld om schokken op te vangen, biedt het leven weinig zekerheid en nog minder kansen om aan de armoede te ontsnappen.

Daarom is armoede in Thailand al van lange duur en niet tijdelijk. Volgens het Equitable Education Fund zijn bijna een miljoen kinderen uit het onderwijssysteem gestapt, met armoede als belangrijkste oorzaak.

Veel ouders zijn dagloners of hebben geen vaste baan. Als het geld op is, is onderwijs vaak het eerste slachtoffer. De volgende generatie begint het leven al met een achterstand.

Werk biedt geen garantie voor een uitweg. Jaarlijks verlaten zo’n 260.000 mensen hun ouderlijk huis op zoek naar werk. De meesten zijn jong. De meesten hebben geen opleiding die verder gaat dan de middelbare school. Ze vinden werk in fabrieken, winkels en de informele sector, slecht betaald en met weinig zekerheid.

Ziekte maakt de valkuil nog dieper. Voor veel gezinnen met een laag inkomen is ziek worden een financiële ramp. Sommigen stellen de behandeling uit. Anderen kunnen zich geen vervoer naar het ziekenhuis veroorloven. Ziekte betekent inkomensverlies, schulden en diepere armoede.

Ouderdom betekent niet automatisch pensionering. Volgens het Nationaal Bureau voor de Statistiek leeft minstens één op de vijf ouderen van minder dan 100 baht per dag. Twee derde heeft geen spaargeld. Eén op de vier bezit helemaal niets. Meer dan een derde van de 14 miljoen ouderen werkt nog steeds, niet uit vrije wil, maar uit noodzaak.

Het resultaat is een vicieuze cirkel die zichzelf herhaalt. Een kind dat geboren wordt in de armste helft van de Thaise samenleving heeft slechts 35% kans om hogerop te komen.

Volgens het Bureau van de Nationale Raad voor Economische en Sociale Ontwikkeling is bijna de helft van de bevolking arm of loopt het risico in armoede te vervallen. Armoede is geen marginaal probleem; het is een nationaal probleem.

Tegen deze achtergrond is de bewering dat armen arm zijn omdat ze niet hard genoeg hun best doen, niet alleen onjuist, maar ook moreel verwerpelijk. Armen werken vaak harder en onder zwaardere omstandigheden dan de meeste anderen. Wat hen ontbreekt, is niet de inspanning, maar kansen en een systeem dat bereid is die kansen te bieden.

Daarom is ongelijkheid een moreel en politiek probleem en niet alleen een economisch probleem. De focus kan niet langer alleen op armoedebestrijding liggen. Het dieperliggende probleem is de extreme concentratie van rijkdom – en het beleid, samen met culturele overtuigingen, die deze concentratie in stand houden.

Andere landen bieden een duidelijke les. Samenlevingen met weinig ongelijkheid hebben uitgebreide welzijnsstelsels.

Welzijn moet niet beschouwd worden als een handjevol geld voor de armen, maar als een recht voor iedereen – inclusief onderwijs, gezondheidszorg, inkomenszekerheid en vaardigheidsontwikkeling.

Daarom verdient het universele zorgstelsel van Thailand meer politieke steun. Hetzelfde geldt voor onpartijdige onderwijssteun die gelijke tred houdt met veranderingen op de arbeidsmarkt en technologische ontwikkelingen.

Investeringen in menselijk kapitaal zijn geen kostenpost, maar de basis van een veerkrachtige economie. Wanneer mensen gezond, goed opgeleid en financieel onafhankelijk zijn, innoveren ze en leveren ze een grotere bijdrage.

De algemene verkiezingen in Thailand op 8 februari zijn een test van de politieke wil. Elke partij spreekt over democratie. Elke partij belooft groei.

Als de ongelijkheid blijft bestaan, klinken deze beloftes hol. Groei zonder rechtvaardigheid kan niet standhouden. Groei zonder rechtvaardigheid creëert instabiliteit. Democratie zonder gelijkheid kan niet overleven.

Ongelijkheid is niet onvermijdelijk, maar het resultaat van politieke en morele keuzes. Nu Thailand 2026 ingaat, is de vraag simpel: zullen we de ongelijkheid aanpakken, of de onrechtvaardige samenleving die daaruit voortvloeit accepteren?

Bangkok Post – Inequality time bomb ticks away…

Over deze blogger

Tino Kuis
Tino Kuis
Geboren in 1944 in Delfzijl als zoon van een eenvoudige winkelier. Gestudeerd in Groningen en Curaçao. Drie jaar als arts gewerkt in Tanzania, daarna als huisarts in Vlaardingen. Een paar jaar vóór mijn pensioen getrouwd met een Thaise dame, we kregen een zoon die drie talen goed spreekt.
Bijna 20 jaar in Thailand gewoond, eerst in Chiang Kham (provincie Phayao) daarna in Chiang Mai waar ik graag allerhande Thai lastigviel met allerlei vragen. Volgde het Thaise buitenschoolse onderwijs waarna een diploma lagere school en drie jaar middelbare school. Deed veel vrijwilligerswerk. Geïnteresseerd in de Thaise taal, geschiedenis en cultuur. Woon nu alweer 5 jaar in Nederland samen met mijn zoon en vaak met zijn Thaise vriendin.

18 reacties op “De tijdbom van ongelijkheid tikt maar door….”

  1. Leo Leo zegt op

    Gelukkig is er nog de farang, die alles rechthoudt met zijn zuurverdiende centjes.

    14
    • Jozef zegt op

      Dat valt wel mee. Volgens de VN wonen er zo’n 126.654 buitenlandse gepensioneerden in Thailand op basis van een officieel ‘pensioen-visum’, retirement dus. Dit aantal is de afgelopen jaren flink gestegen. In 2018 waren het er nog ongeveer 73.000; dat is een stijging van bijna 74% in zes jaar tijd.

      Het werkelijke aantal gepensioneerden ligt waarschijnlijk hoger dan de officiële 126.000. Dit komt omdat:

      1- veel 50-plussers in Thailand wonen op een Elite Visa, een LTR (Long-Term Resident) Visa, of zelfs via echtgenoot-visa (Marriage Visa), waardoor ze niet in de statistieken van de specifieke ‘retirement visas’ verschijnen;
      2- de zgn. ‘Snowbirds’, de groep die slechts 6 maanden per jaar in Thailand verblijft op toeristenvisa om de Europese winter te ontvluchten officieel als ‘toerist’ worden geteld.

      Het gaat dan om een totaal aantal buitenlanders in Thailand van ongeveer 5,3 miljoen, het overgrote deel daarvan 4,8 miljoen bestaat uit arbeidsmigranten uit buurlanden zoals Myanmar, Cambodja en Laos, en al met al een 500 duizend gepensioneerden van allerlei slag. Dat aantal valt al mee.

      Het totale BBP van Thailand ligt rond de 550 miljard UsD. Daarvan doen de gezamenlijke gepensioneerden, en dat zijn niet allemaal farang, er zitten ook Chinezen, japanners, Indiërs, etc. bij,

      500K mensen x 12 maanden x 100K baht gem. p.mnd is totaal hooguit 20 miljard UsD per jaar.

      Je komt dan uit op 3,5 % van het totale BBP van Thailand. Valt ook mee, toch?

      https://thailand.iom.int/sites/g/files/tmzbdl1371/files/documents/2024-12/thailand-migration-report-2024.pdf

      4
      • walter zegt op

        Jozef,
        alhoewel in je andere bijdragen, je je meestal baseert op accurate gegevens (en bronnen), ga je (bij het uitrafelen van het rapport, waar je naar verwijst) serieus uit de bocht wat betreft het aantal en de bijdragen van de in Thailand wonende gepensioneerden.
        van de in het rapport vermelde aantallen van 126K, ga jij naar een (uit de lucht gegrepen) aantal van 500K…
        Tevens ga je in je “berekening” uit van een gemiddeld maandelijks inkomen (bijdrage aan het GDP) voor deze gepensioneerden van 100K. thb En dat alles om te bewijzen “het valt nog mee” dat de bijdragen van de gepensioneerden aan het GDP 3,5 % belopen.

        1
        • Jozef zegt op

          Ook dat valt wel mee, beste walter. Het gaat om de stelling van Leo Leo dat ‘farang’ met hun ‘zuur’verdiende de boel rechthoudt. Dat is met een aantal korrels zout te nemen, dus mijn antwoord dan ook. Volgens het bedoelde rapport van de VN zijn er 5,3 miljoen buitenlanders in TH, van wie 4,8 miljoen uit naburige landen.

          Hou je 500 duizend mensen over, van wie ik zeg dat het niet allemaal ‘farang’ betreft. Op bladzijde 41 en verder van dat rapport lees je exactere cijfers, en dan zie je dat de 500 duizend absoluut niet gehaald worden. Maar om Leo Leo een plezier te doen, zeggen we dat farang in de meerderheid zijn.

          Stel dat het er 400 duizend zouden zijn, en stel dat zij minder dan 100K baht per maand naar TH over maken, dan valt de bijdrage van farang aan het BBP gehalte van TH helemaal mee.
          Maar ook al zouden farang 150K per maand binnenbrengen, dan nog stijgt hun BBP-aandeel niet.
          (100K baht is gemakshalve. Wordt bij lange na niet gehaald, dus daalt toch weer het BBP-aandeel.)

          Wat NL betreft: cijfers van het CBS en de SVB plaatsten Thailand voornamelijk in een restcategorie. De aantallen zijn namelijk niet zo beduidend. Wat ik afgelopen jaar vanwege de tax-discussies heb kunnen vinden, gaat het om ruim 10 duizend AOW-ontvangers, 4 duizend mensen vanaf hun 50ste en minder dan 4 duizend expats (werkenden dus, van wie enkelen incluis hun gezinnen): totaal minder dan 18 duizend NL-farang. Ook die slaan geen deuk in wel pakje dan ook. BE haalt de helft van het aantal niet eens. Kortom: het valt allemaal wel mee! Je leest het vaker dat in TH wonende buitenlanders een substantieel van TH economie bijeen houden. Niet dus!

          4
          • Jack zegt op

            Naast de groepen gepensioneerden en “snowbirds” is er een 3e groep farangs die indirect de economie voeden: degenen die geld overmaken als sponsor of degenen die getrouwd zijn met een Thaise en die hoogstens een maandje per jaar als toerist naar Thailand komen maar wel geld hebben besteed aan een huis of ondersteuning van de (schoon)-familie.
            Geen idee hoe groot het aandeel van deze groep is, zij geven natuurlijk beduidend minder dan 100k Baht per maand maar door hun grote aantal het zou best wel eens zo groot kunnen zijn als de 18.000 farangs uit groepen 1 en 2.

            0
            • Willem2 zegt op

              Ik volg de redenering van Jozef wel. De aantallen zetten niet veel zoden aan de dijk. Daarvoor zijn die aantallen te klein. Als de 18.000 farangs die maandelijks geld storten, al zou dat op jaarbasis een half miljoen baht bedragen, dan is dat ook nog maar slechts 9 miljard baht zijn, in dollars <300 miljoen. Natuurlijk veel geld voor de gezinnen, maar gering om mee te tellen in het geheel van BBP-totalen..

              2
          • Rob V. zegt op

            Inderdaad Josef, de bijdrage van de farang is leuk maar is maakt hoogstens het verschil in individuele gevallen (gezinsniveau) en niet landelijk. Toen ik Leo zijn bericht las moest ik eerst hard lachen en dacht dat het sarcasme van hem was. Maar toen bedacht ik me: wellicht meent hij het? Dan hoop ik maar dat hij op individueel verschil voor een aantal Thai het verschil maakt. Maar ‘bij mij in de straat’ zegt nooit iets over hoe het landsbreed er aan toe gaat.

            4
            • Jozef zegt op

              Beste Rob W, de naam is Jozef. Graag daar bij houden om geen verwarring te scheppen met de echte Josef. Ik ben het met je eens dat ongelijkheid geen onvermijdelijk lot is, maar het resultaat van politieke en economische keuzes. Je zult het met me eens zijn dat:

              ongelijkheid aan een vliegwiel hangt. Rijkdom en macht concentreren zich daardoor op één plek, ofwel zoals een goed NL gezegde luidt: “de duivel schijt altijd op dezelfde hoop”.

              Thomas Piketty vatte de duivel bij de hoorns en maakte er de beroemde formule: r > g van.
              R(endement) is de winst die je maakt met beleggingen, aandelen en vastgoed.
              G(roei) is de snelheid waarmee de economie (en dus de lonen) groeit. Altijd is R groter dan G.
              Dat betekent dat mensen die al bezit hebben sneller rijker worden dan mensen die alleen voor hun loon werken.https://ap.lc/JRbAg: De belangrijkste ideeën van econoom Thomas Piketty

              1- Ongelijkheid is enkel en alleen maar in te dammen als overheden daar actief tegenin gaan. Dat lukt die van de EU in menig land maar matig, wat verwacht je van Thailand? Zonder ingrijpen groeit de kloof dus automatisch. (Neem Trump. Die is de kloof juist aan het verbreden.)

              2- Dan geldt een zeer belangrijke 2e factor: rijkdom wordt generatie op generatie doorgegeven. Een meerderheid van de nieuwe miljardairs hebben hun vermogen niet zelf verdiend, maar heeft geërfd.

              3- Een derde factor is dat wanneer een kleine groep mensen zeer rijk wordt, zij vaak ook meer politieke invloed krijgen (via lobbywerk of partijfinanciering).

              De historicus Walter Scheidel stelt in zijn boek The Great Leveler https://www.youtube.com/watch?v=AFwCrDb8taE dat ongelijkheid in de geschiedenis eigenlijk alleen fundamenteel is afgenomen door “De Vier Ruiters”, zijnde: totale oorlog (zoals WO II), radicale revolutie (zoals de communistische revoluties), ineenstorting van de staat, en dodelijke pandemieën, (zoals de pest, waardoor arbeid schaars en dus duurder werd).

              Na WO II is in Europa, onder andere met de vorming van de EU, geprobeerd het proces van ongelijkheid te doorbreken door middel van onderwijs, progressieve belastingen en een sociaal vangnet. Het werkt, niet 100%, kan en mag ook niet, maar blijft dat er een menselijke bijna natuurlijke neiging bestaat de hoop op te hogen.

              Volgens de Gini-index https://ourworldindata.org/what-is-the-gini-coefficient staat Thailand gelijk aan Brazilië: Net als Thailand kampt Brazilië met een diepgewortelde kloof tussen een hyper-ontwikkelde stedelijke elite en een achtergebleven agrarisch binnenland. De rijkste 10% in beide landen strijkt ongeveer de helft van het totale nationale inkomen op. In beide landen is rijkdom historisch gekoppeld aan grootgrondbezit en politieke connecties, wat sociale mobiliteit voor de arme bevolking extreem lastig maakt.

              Zuid-Afrika het enige land dat Thailand structureel “verslaat” op het gebied van ongelijkheid. In Zuid-Afrika bezit de rijkste 10% zelfs meer dan 85% van het vermogen. Thailand zit daar (afhankelijk van de bron) vaak vlak achter in de top 5 van de wereld. De ongelijkheid in Zuid-Afrika is nog sterker verankerd in een raciaal verleden (Apartheid), terwijl die in Thailand meer gebaseerd is op klasse en de stad-platteland-kloof.

              India is een interessante vergelijking omdat het, net als Thailand, een enorme economische groei doormaakt die echter zeer ongelijk verdeeld is. Zowel in India als in Thailand zie je een “top-heavy” economie waar een zeer klein aantal miljardairs een buitenproportionele invloed heeft op het bnp, terwijl honderden miljoenen mensen in de informele sector werken zonder zekerheid.

              Indonesië als regionaal buurland de dichtstbijzijnde vergelijker, al doet Indonesië het de laatste jaren iets beter in het verkleinen van de kloof. Beide landen zijn regio’s met enorme logistieke uitdagingen, waarbij de hoofdstad (Jakarta vs. Bangkok) een “zuigkracht” heeft die alle rijkdom naar zich toe trekt, ten koste van de periferie.

              Thailand het schoolvoorbeeld van een “Middle Income Trap”-land, net als Brazilië: welvarend genoeg om een elite rijk te maken, maar niet sociaal genoeg georganiseerd om die rijkdom te laten doorsijpelen naar de rest.

              NB: Brazilië, India, Zuid-Afrika zijn BRICS-landen, naast Rusland en China. Indonesië is er nu een jaar lid van. Thailand wil ook. Geen van alle aansprekende landen.

              https://nos.nl/artikel/2550830-indonesie-toegelaten-tot-brics-groep-die-nu-tien-leden-telt
              https://www.bangkokpost.com/business/general/2930927/brics-welcomes-thailand-as-newest-partner-nation
              l

              5
              • Jack zegt op

                Geen speld tussen te krijgen.

                Het uiterst vreemde is dat in het Westen mensen die minder dan modaal verdienen het meest ageren tegen belastingen die juist proberen om iets aan die kloof te doen, zoals een hoger en progressief tarief voor de inkomstenbelasting, hogere accijnsen op drank en luxe-prodducten, dividendbelasting op aandelen of de grootste rode lap voor hen, de erfbelasting. Ze stemmen dan op populistische partijen ter rechterzijde die zelden iets positiefs voor ze doen en ze schimpen op partijen vaak ter linkerzijde die het beste met ze voor hebben en die noemen ze “elitair”.

                2
                • Jozef zegt op

                  Jack, jouw opmerking in de politieke psychologie en – sociologie is al decennia lang onderwerp van debat. Eens kijken of ik met mijn psychologisch hoofd er iets van kan brouwen: je verbaast je dat mensen met een lager inkomen soms stemmen op partijen die belastingverlagingen voor rijken voorstaan of sociale voorzieningen willen versoberen. Mensen zijn vaak banger om te verliezen wat ze hebben (hoe weinig ook), dan dat ze hopen op winst door systeem-/beleid-/politieke veranderingen.

                  Dan is ook nog eens zo dat veel mensen niet stemmen op basis van hun huidige situatie , maar op basis van de situatie waar ze hopen ooit te zijn. Zo ziet men de erfbelasting bijvoorbeeld als een straf op hard werken, zelfs als men zelf nooit genoeg zal erven om die belasting ooit te hoeven betalen.

                  Wat het woordje “elitair” betreft: dit is een verschuiving in de betekenis van het woord: Rob V. gebruikt vaak het woord ‘elite’ voor de machtige Thaise bovenbouw. Elitair betekende in mijn jonge jaren (en in die van jou, denk ik maar zo) rijkdom en economische macht.
                  Elitair anno nu wordt vaak geassocieerd met cultureel kapitaal. Hoogopgeleide politici die praten over klimaatdoelen, stikstof of genderidentiteit worden door de “gewone man” vaak gezien als mensen die ver afstaan van de dagelijkse praktijk, ook al zijn hun economische plannen gunstiger voor de lage inkomens. Bijvoorbeeld, het ‘elitair’ verwijt aan D66 en Groen Links/PvdA., (terwijl de PvdA destijds voor de gewone man/arbeiders haar best deed) is dat zij die beste man over het hoofd te zien. Rechts-populistische partijen als PVV en JA21 zijn vaak zeer effectief in het kanaliseren van onvrede door de nadruk te leggen op nationale identiteit, migratie en tradities. Voor veel kiezers is het gevoel “gehoord” of “beschermd” te worden in hun ‘cultuur’, belangrijker dan een paar tientjes extra koopkracht. In plaats van naar complexe economische systemen, wijzen zij naar tastbare zondebokken (de EU, migranten, islamisering, de “linkse kerk”).

                  En als laatste: koop ik voor mijn vrouw een flesje Chanel N°5, en voor mezelf een fles Calvados, dan raken de belastingen op luxe en drank mij veel minder dan mensen met een laag inkomen. Accijnzen is een regressieve belasting, die onevenredig hard neerkomt op minder budget, omdat de te betalen euro’s aan accijns een groter deel van het besteedbaar bedrag beslaat.

                  3
                • Rob V. zegt op

                  In mij berichten kun je over het algemeen het woord elite als synoniem zien voor de kapitalistische/heersende klasse. De powers that be dus. En plebs een term die ik dan ironisch gebruik om over het proletariaat, de werkende klasse, te spreken. Maar de term elite/elitair is vandaag de meer gebruikt in cultuur dan economisch opzicht. Deels snap ik dat wel, want vandaag de dag gaat het bij menig partij meer om cultuur dan economie. Partijen die de focus leggen op de economie en hoe deze vanaf de basis structureel te hervormen, ik kom ze eigenlijk niet tegen. Niet in Nederland, niet in Thailand. Ikzelf ben dan ook een Marxist en heb eigenlijk bijna niks op met een PvdA, GL, je kunt daar amper nog wat roods in vinden, die veren zijn al lang afgeschud. En in Thailand is ‘rood’ (klassiek links) al helemaal iets dat als een gevaar wordt gezien. In de politiek is het aandeel rode politiek dus nihil. Ik zou geen partij weten in Thailand welke structureel de economie echt drastisch wil hervormen en de ongelijkheid werkelijk aanpakken echt als hoogste prioriteit ziet. De oranje Volkspartij zou al een stap in de richting zijn, en dus hebben ze mijn respect, maar zelfs zo’n politieke koersverandering is in Thailand al te extreem.

                  De Nederlandse en Thaise politiek blijft vast zitten in een moeras van de korte termijn. En de zondebok is ook veelal al “de ander”. Een cartoon zoals “Careful mate… that foreigner wants your cookie” (waarbij een persoon uit de hoogste klasse een arbeider wijs wil maken dat de buitenlander/buitenlandse-komaf dé bedreiging is), spreekt voor mij boekdelen. In Thailand zijn het nu de Cambodjanen, de Khmer die de schuldige zijn… Tja….

                  1
              • Rob V. zegt op

                Sorry Jozef. En ja, ik kan iedereen aanraden bijvoorbeeld Thomas Piketty te lezen (vooral zijn Kapitaal & ideologie) , maar ik heb ook veel waardering voor een Yanis Varoufakis en een Mariana Mazzucato. Of uit het Globale Zuiden een Taimur Rahman of een Vijay Prashad, al heeft hij geen economische achtergrond, maar net als een Michael Parenti hebben dergelijke stemmen zeker zo rol in het aankaarten van sociaaleconomische en maatschappelijke problemen (politiek en economie gaan immers hand in hand). Zulke stemmen wijzen op de ongelijkheid van onze economieën en hebben zo hun visie hoe de koek rechtvaardiger verdeeld kan worden, minder ongelijkheid, minder uitbuiting.

                Ik betwijfel echter dat in de hogere Thaise kringen men dergelijke lectuur tot zich neemt. Okay, uit de hogere klasse heeft een enkeling zoals Thanathorn wel iets van inspiratie opgedaan in de linker hoek (hij noemde Lenin’s State & Revolution als een belangrijk boek), maar daar blijft het wel zo’n beetje bij. De hogere kringen varen liever een meer neo-liberale koers ongeacht de schade aan natuur en maatschappij.

                3
  2. Ruud zegt op

    In Thailand is dit duidelijk zichtbaar, echter het is een fenomeen dat wereldwijd aan het vergrote is de kloof tussen de superrijke en de middenklasse en armen…

    6
    • Theo Meijer zegt op

      Wat mij als frequent lezer van thailandblog opvalt is, ……
      Zodra er een artikel geplaatst wordt wat ook maar iets van negatiefs over Thailand ter sprake brengt, er lezers zijn die reageren met verwijzingen naar andere landen. Waarom niet erkennen dat ook in ons geliefde Thailand niet alles koek en ei is. Probeer daar eens wat aan te doen. Erkennen is een eerste stap vooruit ook voor Thailand. Mijn motto is, geven schenkt soms meer voldoening dan krijgen. Niet alleen in materialistische zin. Dit stukje is puur een constatering en zeker geen aanval op wie dan ook.
      Groeten uit een fris Kalasin.

      20
  3. Eric zegt op

    Een paar dagen eerder heb ik ook de moeite genomen om de ongemakkelijkheid te beschrijven en zo zie je maar dat het ” in de lucht zit” en dat er wel meer zorgen over de toekomst zijn.
    De economische groei komt van de conglomeraten met winsten uit het buitenland maar de interne markt is van maand tot maand overleven tot dat de schulden zijn terug betaald.
    Volgens AI gaat zoiets ooit tot chaos leiden en dan krijg ik de enge gevoelens dat die dan maar onderdrukt moet gaan worden door de kinderen uit mijn omgeving die meegekregen hebben om bij de politie en het leger te gaan.
    In een nieuwe wereld met machtsblokken inspiraties word je daar natuurlijk niet vrolijk van, maar laten we er nog maar even vanuitgaan dat een volk nog een beetje gezond verstand heeft en niet allemaal wappie worden.

    3
  4. Rob V. zegt op

    De Bangkok Post lees ik eigenlijk niet, daar de berichtgeving de regering en powers that be niet tegen de haren in durft te strijken. Maar de columns zijn best aardig en deze ronduit goed. Thailand blijft een zeer ongelijk land, veel te kapitalistisch. Als hoger middeninkomen land kan het land qua wetgeving omtrent inkomen, vermogen, arbeidsrecht en sociale voorzieningen véél meer veroorloven. Maar bijna elk kruimeltje ‘rood’ komt niet van de grond.

    Om toch een kritische noot toe te voegen: ongelijkheid is niet geheel onvermijdelijk. Zelfs Marx wist te vertellen dat gelijkheid onmogelijk is, zo redeneerde hij o.a. in Critique of the Gotha Programme.
    Immers: de ene mens is bijvoorbeeld productiever dan de ander, gehuwd, heeft juist wel of geen gezin. Dus gelijkheid is onhaalbaar, wel kan de ongelijkheid ingeperkt worden. In een communistische maatschappij zou deze minimaal zijn (“Voor ieder naar zijn vermogen, voor ieder naar zijn behoeften”). Maar ook in een kapitalistisch systeem kan het volk best wat bereiken om de excessen aan ongelijkheid terug te dringen, ook al zal de vermogende/heersende klassen zich daar tegen verzetten. En dat men dit doet, daar hoef je alleen maar in de Thaise en Europese geschiedenisboeken te kijken. Dus het terugdringen van ongelijkheid zal strijd vergen. Een radicaal andere koers zie ik helaas niet op korte termijn tot stand komen.

    4
  5. janbeute zegt op

    Dat er veel armoede in Thailand is mij wel bekend, al wonende hier voor vele jaren.
    Maar wat mij dan ook weer opvalt is, overal waar ik kom met mijn 3 jaar oude kleine ooit eens gekocht voor een 6K Suzi Swiffie ik deze geparkeerd vind tussen glimmende grote bolides met van alles der op en der an.
    En dan voel ik mij soms als een armoedzaaier.

    Janneman.

    3
  6. TheoB zegt op

    De volgende video geeft een aardige visualisatie van de gevolgen van ongelijkheid.
    https://www.youtube.com/watch?v=4K5fbQ1-zps
    Weliswaar zijn een paar vragen in deze video specifiek voor de Amerikaanse maatschappij, maar het getoonde gevolg van ongelijkheid is geldig voor elke maatschappij.

    0

Laat een reactie achter