Dengue klinkt als pech die anderen overkomt. Toch loopt het aantal zieke reizigers uit Nederland en België hard op, en Thailand hoort bij de landen waar mensen het oppikken. Hoeveel van onze landgenoten het daar precies krijgen, houdt niemand bij. Juist dat gat zegt iets over hoe makkelijk deze ziekte onder de radar blijft.

Het goede nieuws: de kans dat één reis misgaat, is klein. Het minder goede: word je toch ziek, dan kan het flink tegenvallen, zeker bij een tweede besmetting. Hieronder lees je hoe vaak het gebeurt, wat je voelt, wat helpt en wanneer een prik zin heeft.

Een hard cijfer bestaat niet, en dat zegt genoeg

Nergens staat opgeschreven hoeveel Nederlanders en Belgen dengue oplopen in Thailand. Dat komt door de manier van tellen. Wie ziek terugkomt, wordt geregistreerd in eigen land, niet op de plek waar hij die mug tegenkwam. En omdat melden vrijwillig gaat en de eerste klachten op een gewone griep lijken, blijft een deel buiten beeld. Het RIVM zegt het zelf: er is onderdiagnose en onderrapportage. Het echte aantal ligt dus hoger dan welke tabel ook laat zien.

Bij ons stijgen de meldingen snel

In Nederland registreerde het RIVM 367 positieve denguetests in 2023 en 544 in 2024. Tussen 2014 en 2019 waren dat er gemiddeld 136 per jaar. De lijn wijst maar één kant op. Alarmcentrale Eurocross ziet hetzelfde bij verzekerde reizigers: 113 meldingen in heel 2023, en al 112 in de eerste zeven maanden van 2024, met de verwachting dat het jaar voor het eerst boven de 200 uitkomt. De meeste van die reizigers werden ziek in Indonesië, Thailand en Curaçao.

In België gaat het net zo. Het referentielab van het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen telde in 2019 nog 202 gevallen. In 2024 stond de teller op 318, een record, allemaal opgelopen in het buitenland en vooral in Azië. Tot september 2025 kwamen er nog 111 bij. Ook hier valt er geen apart Thailand-getal uit te halen, maar Azië is voor Belgische reizigers de grootste bron.

In Thailand zelf gaat het om tienduizenden

Zet het naast wat er in Thailand zelf gebeurt en de verhouding wordt duidelijk. In 2023 telde het land ruim 102.000 geregistreerde gevallen en 98 doden. In 2025 ging het tot eind oktober om zo’n 51.800 gevallen en 120 doden, al zijn dat voorlopige cijfers uit regionale rapportage. Begin 2026 stonden er tot eind februari al 3.191 gevallen genoteerd. Het virus is er het hele jaar, met een piek in het regenseizoen van juni tot oktober. Nieuw is de ziekte er trouwens niet: de ernstige vorm werd in de jaren vijftig voor het eerst herkend, tijdens uitbraken in Thailand en de Filipijnen.

Voor jou als reiziger blijft de kans klein. Voor Europese reizigers werd die geschat op 2,8 gevallen per 100.000 wereldwijd, en 6,1 per 100.000 voor wie uit Azië terugkwam. Klein, maar in Azië ruim twee keer zo hoog als gemiddeld. En stijgend.

Klein risico, maar het kan hard aankomen

Ongeveer een op de vier besmettingen geeft klachten. De rest merkt er niets van. Dat klinkt geruststellend, maar er zit een adder onder: wie ongemerkt besmet raakte, kan bij een tweede keer juist harder onderuitgaan. Van de mensen die wel ziek worden, glijdt minder dan vijf procent af naar de ernstige vorm. Daar zit het gevaar. Zonder goede behandeling overlijdt daarvan ongeveer een op de vijf. Met de juiste ziekenhuiszorg zakt dat tot onder de één procent. Bij patiënten die door bloeddrukverlies in shock raken, kan het weer oplopen, tot ruim een kwart.

Wie loopt meer kans op zo’n slecht verloop? Mensen die eerder dengue hadden en nu een ander type oppikken. Verder jonge kinderen, ouderen en zwangere vrouwen. Voor de gemiddelde lezer hier telt vooral dat eerste, en de leeftijd. Wie al jaren naar Thailand komt, heeft misschien ooit dengue gehad zonder het te weten. Een tweede keer is dan het gevaarlijkst.

Wat je voelt als je het krijgt

De eerste klachten komen meestal 4 tot 10 dagen na de beet, soms al na 3 of pas na 14 dagen. Het begint bijna altijd plotseling, met koorts van 39 tot 40 graden. Daarbij hevige hoofdpijn, vaak achter de ogen, spier- en gewrichtspijn waar de naam knokkelkoorts vandaan komt, huiduitslag, misselijkheid of braken, soms keelpijn en hoest. De meeste mensen zijn er na een paar dagen tot een week weer bovenop.

En dan het venijn. Juist als de koorts zakt, twee tot vijf dagen na het begin, kan een klein deel de ernstige vorm krijgen. Precies op het moment dat je denkt dat het meevalt. Let daarom op deze signalen en zoek er meteen hulp bij:

  • Hevige buikpijn en aanhoudend braken
  • Bloedingen uit neus of tandvlees, of bloedinkjes onder de huid
  • Sufheid of lusteloosheid
  • Benauwdheid

Wat helpt, en wat je juist niet moet slikken

Tegen het virus zelf bestaat geen medicijn. De behandeling richt zich op de klachten: rust, veel drinken, en paracetamol tegen de koorts en de pijn. In de milde gevallen is dat genoeg, en meer hoeft ook niet.

Let hier goed op: geen aspirine, geen ibuprofen. Die vergroten de kans op bloedingen, en dat risico is bij dengue toch al hoger. Gebruik je bloedverdunners, overleg dan met een arts. Word je echt ziek, dan hoor je in het ziekenhuis, waar je vocht via een infuus krijgt. Dat infuus is wat het verschil maakt tussen die twintig procent en die ene procent. In de betere private ziekenhuizen in Thailand is die zorg goed geregeld, iets om mee te wegen als je naar je reisverzekering kijkt.

Wanneer een prik zinnig is

Er is een vaccin, Qdenga. Het beschermt tegen alle vier de virustypen en bestaat uit twee prikken met drie maanden ertussen. In het eerste jaar houdt een volledige serie ongeveer 80 procent van de ziektegevallen tegen en zo’n 95 procent van de ziekenhuisopnames. Na viereneenhalf jaar is de bescherming tegen opname nog stevig, rond de 84 procent, maar tegen ziek worden gezakt naar 61 procent. Het werkt het best tegen type 2. Zwangere vrouwen, mensen die borstvoeding geven en mensen met een zwakke afweer mogen het niet, want het bevat een levend verzwakt virus. Hoe lang je precies beschermd blijft, en of je later een herhaalprik nodig hebt, weet nog niemand zeker.

Nederland en België adviseren trouwens verschillend, en dat levert soms rare situaties op. Zit je met een Nederlandse en een Belgische vriend aan de bar, dan krijgen jullie zomaar tegengestelde adviezen mee van je eigen reisarts.

In Nederland (het advies komt van het LCR) geldt: vanaf 4 jaar. Heb je al eens dengue gehad, dan raden ze de prik sterk aan, hoe kort of lang je reis ook is, juist vanwege dat hogere risico bij een tweede infectie. Heb je nog nooit dengue gehad, dan kun je vaccinatie overwegen bij een verblijf van minstens vier weken of bij vaak terugkerende kortere reizen. Voorwaarde: je moet beide prikken voor vertrek kunnen halen. Eén prik voor vertrek raadt het LCR alleen aan als je aantoonbaar eerder dengue had.

In België (het advies van de Hoge Gezondheidsraad) ligt de lat hoger: vanaf 6 jaar, en alleen voor wie langer dan vier weken of vaak naar een risicogebied reist en in het verleden al dengue doormaakte, minstens zes maanden voor de eerste prik. Een Belg die nog nooit dengue had, krijgt in principe geen vaccinatie geadviseerd, ook niet voor een lang verblijf. Een algemene bloedtest om een oude besmetting aan te tonen, raden ze niet aan. Twijfel je, vraag dan een infectioloog om advies.

Voor overwinteraars die al jaren komen, is dit precies de grijze zone. Je valt vaak in de groep waarvoor de prik het overwegen waard is, zeker op leeftijd of als je ooit ziek bent geweest met iets wat op dengue leek. Laat een reisarts meekijken. Wat het kost, verschilt per kliniek, en je aanvullende zorgverzekering vergoedt het soms.

De fouten die reizigers steeds weer maken

  • Ibuprofen of aspirine slikken tegen de koorts. Begrijpelijk, maar gevaarlijk bij dengue. Alleen paracetamol.
  • Te laat naar de reisarts. Twee prikken met drie maanden ertussen betekent: ruim drie maanden voor vertrek beginnen. Wie kort van tevoren komt, redt de serie niet.
  • Denken dat één prik al beschermt. Bij iemand die nog nooit dengue had, kan één prik zelfs ongunstiger uitpakken dan geen.
  • De prik als vrijbrief zien. Ook gevaccineerd moet je muggen blijven weren. De bescherming is niet volledig en niet tegen elk type even sterk.
  • Koorts na thuiskomst wegwuiven als griep. Krijg je binnen twee weken na Thailand hoge koorts, denk dan aan dengue en aan malaria. Snel herkennen scheelt.

Wat je zelf kunt doen

  • Smeer je overdag in met DEET van minstens 30 procent, niet alleen ’s avonds. Deze mug steekt juist overdag. Dat is meteen de fout die de meeste reizigers maken: ze rekenen op een nachtmug, zoals bij malaria, en zitten overdag onbeschermd op een terras.
  • Slaap onder een klamboe, liefst geïmpregneerd, en gebruik airco waar dat kan.
  • Heb je al eens dengue gehad? Bespreek de prik serieus met een reisarts.
  • Plan die vaccinatieafspraak drie tot vier maanden voor vertrek.
  • Krijg je koorts op reis? Paracetamol, veel drinken, en bij de waarschuwingssignalen meteen naar een arts of bel de alarmcentrale. Check ook of je verzekerd bent voor de behandeling.

Tot slot

Het exacte aantal landgenoten dat in Thailand dengue oploopt, krijg je van niemand. Wat je wel in de hand hebt, is je eigen voorbereiding: overdag smeren, op tijd bij de reisarts langs voor die prik, en bij hoge koorts na de reis niet te lang wachten met een bloedtest.

Bronnen: RIVM, Sciensano, Instituut voor Tropische Geneeskunde Antwerpen, Eurocross, ECDC

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

Laat een reactie achter