‘Waarom mijn gereedschapskist vooral door de buurman wordt gebruikt’

Mijn gereedschapskist was ooit het best georganiseerde bezit in huis. Schroevendraaiers links, tangen rechts, steeksleutels op grootte en schroeven in aparte vakjes. Een klein stukje Nederland, samengeperst in rood plastic. Dat duurde totdat buurman Prasit ontdekte dat ik gereedschap had.
Hij kwam op een ochtend vragen om een kruiskopschroevendraaier. Er zat een schroef los aan zijn brommer. Dat klonk overzichtelijk. Ik gaf hem de middelste kruiskop, omdat je voor een brommer zelden de grootste nodig hebt en ik graag de indruk wek dat ik verstand heb van zulke dingen. “Straks terug,” zei hij.
In Thailand is straks geen tijdsaanduiding. Het is een levenshouding.
Drie dagen later miste ik ook mijn combinatietang. Volgens mijn vrouw had Prasit die geleend om ijzerdraad door te knippen. Daarna verdween de rolmaat. Toen de hamer. Binnen twee weken zag mijn gereedschapskist eruit alsof er was ingebroken door iemand die alleen verstand had van klusjes.
“Waarom vraagt hij het niet aan mij?” vroeg ik. Mijn vrouw zei dat ik aan het werk was. “Ik werk thuis.” Ze knikte. “Daarom wilde hij je niet storen.” Dat was attent. Mijn gereedschap werd achter mijn rug weggehaald uit respect voor mijn rust.
Ik liep naar Prasit. Hij zat onder zijn afdak een houten kippenhok te bouwen. Op de grond lagen mijn hamer, mijn rolmaat en twee schroevendraaiers. Ook zag ik een waterpomptang waarvan ik het bestaan alweer was vergeten. “Dat zijn mijn spullen,” zei ik. Prasit keek om zich heen en antwoordde: “Ja.”
Hij zei het zonder schaamte, maar ook zonder schuldgevoel. Voor hem uitte ik geen beschuldiging. Ik verstrekte aanvullende informatie. Ik nam de hamer mee. De rest had hij nog nodig.
Een paar dagen later kwam mijn zwager langs voor een verstelbare moersleutel. Zijn kraan lekte. Ik gaf hem het gereedschap persoonlijk en vroeg wanneer ik het terugkreeg. “Vanmiddag,” beloofde hij. Die middag kwam hij terug zonder moersleutel, maar met twee zakken mango’s. Mijn vrouw vond dat een uitstekende ruil. Ik niet. Met een mango krijg je een lekkende kraan zelden dicht, hoe rijp hij ook is.
Ik besloot een uitleenlijst te maken. Op een vel papier schreef ik drie kolommen: gereedschap, naam en datum terug. Het was eenvoudig, duidelijk en volstrekt kansloos. Prasit bekeek het formulier alsof ik hem vroeg een hypotheek af te sluiten voor een schroevendraaier.
“Alleen even je naam,” zei ik. Hij zette een kruisje. Ik wees erop dat hij gewoon kon schrijven. Dat wist hij. Waarom dan een kruisje? “Sneller.”
Na een week stond er één kruisje op mijn lijst en waren er vijf stukken gereedschap verdwenen. Administratief gezien had ik één betrouwbare lener en vier onopgeloste zaken.
Daarop plakte ik gekleurde tape rond de handvatten. Rood gereedschap was van mij. Iedereen in het dorp zou het voortaan herkennen. Dat werkte uitstekend. Vanaf dat moment wist ik precies welke verdwenen spullen van mij waren.
De rode combinatietang lag bij Noi naast een stapel bamboe. Mijn rood gemarkeerde schroevendraaier dook op in het winkeltje aan het einde van de straat. De hamer werd bij een crematie gebruikt om haringen van een tent in de grond te slaan. Mijn waterpas zag ik terug bij een neef die een plank ophing. De plank hing scheef, wat mij persoonlijk beledigde.
Mijn vrouw vond dat ik overdreef. “Niemand steelt iets.” Ik vroeg waarom mijn spullen dan nooit terugkwamen. “Omdat ze het nog gebruiken.” Dat was een waterdicht systeem. Zolang je iets niet terugbrengt, heb je het kennelijk nog nodig.
Ik kocht een hangslot voor de gereedschapskist. Geen zwaar slot, maar stevig genoeg om duidelijk te maken dat mijn boormachine niet langer onderdeel was van de plaatselijke economie. Voor het monteren van het slot moest ik twee gaten boren.
De boormachine was weg.
Prasit had hem uitgeleend aan zijn zwager, die twintig kilometer verderop een schuurtje bouwde. Mijn eigendom had inmiddels een groter sociaal netwerk dan ik.
Een week later reed ik erheen. In het schuurtje stond een keurige houten kast. Op de planken lagen mijn boormachine, mijn tang, drie schroevendraaiers en de verstelbare moersleutel die officieel nog altijd onderweg was van de lekkende kraan. Alles netjes bij elkaar.
De zwager zag mij kijken en vroeg of ik gereedschap nodig had. Ik legde uit dat ik thuis een slot op mijn gereedschapskist wilde zetten. Hij pakte mijn boormachine en gaf hem aan mij. “Breng je hem morgen terug?”
Sindsdien staat mijn gereedschapskist op slot. De sleutel bewaar ik op een geheime plek die alleen mijn vrouw kent.
Prasit ook, vermoed ik.

Over deze blogger

-
Mijn leeftijd valt officieel onder de categorie ‘bejaard’. Ik woon al 28 jaar in Thailand, probeer dat maar eens na te doen. Nederland was ooit het paradijs, maar het raakte in verval. Dus ging ik op zoek naar een nieuw paradijs en vond Siam. Of was het andersom en vond Siam mij? Hoe dan ook, we waren elkaar goed gezind.
De ICT zorgde voor een regelmatig inkomen, iets wat jullie ‘werk’ noemen, maar voor mij was het vooral een tijdverdrijf. Schrijven, dat is de echte hobby. Voor Thailandblog pak ik die oude liefde weer op, want na 15 jaar zwoegen verdienen jullie wel wat leesvoer.
Ik begon op Phuket, verhuisde naar Ubon Ratchathani, en na een tussenstop in Pattaya woon ik nu ergens in het noorden, midden in de natuur. Rust roest niet, zeg ik altijd, en dat blijkt te kloppen. Hier, omgeven door het groen, lijkt de tijd stil te staan, maar dat doet het leven gelukkig niet.
Eten, vooral lekker, dat is mijn passie. En wat maakt een avond compleet? Een goed glas whisky en een sigaar. Dan heb je het wel zo’n beetje, vind ik. Proost!
Lees hier de laatste artikelen
Cultuur22 september 2026‘Waarom mijn gereedschapskist vooral door de buurman wordt gebruikt’
Cultuur3 september 2026‘Waarom mijn afvalbak steeds leger terugkwam’
Cultuur22 augustus 2026‘De rijstkoker die meer gezag heeft dan ik’
Cultuur11 augustus 2026‘De kat die bij ons kwam wonen zonder zich voor te stellen’


Herkenbaar.
Ik zou eerder de woning open laten dan mijn werkhok.