
In Nederland en ook België zijn we opgegroeid met vaste prijzen en consumentenrechten. Een tros bananen kost de notaris exact evenveel als voor de stratenmaker. Toen ik naar Thailand emigreerde, nam ik dat rotsvaste geloof in prijsgelijkheid natuurlijk mee in mijn koffer. Al snel ontdekte ik dat de lokale economie hier een stuk elastischer is. Het befaamde farang-tarief regeert; je uiterlijk bepaalt in zekere zin de dagkoers.
Vroeger kon ik me daar vreselijk over opwinden. Ik stond regelmatig verontwaardigd te onderhandelen bij een fruitkraam, stamelend over discriminatie en eerlijkheid. Tegenwoordig betaal ik die paar baht extra met een ontspannen glimlach en zonder zwaar gemoed. Hoe ben ik van een verhitte, principiële Hollander veranderd in een vrijwillige sponsor van de Thaise middenstand?
Je kent de situatie waarschijnlijk wel. Je loopt over de ochtendmarkt, de zon brandt al aardig en je oog valt op een prachtig stuk fruit. Je vraagt in je best geoefende, ietwat houterige Thai wat het kost. “Honderd baht,” lacht de verkoopster allervriendelijkst. Terwijl je de portemonnee trekt, zie je uit je ooghoeken hoe de Thaise buurvrouw exact hetzelfde fruit afrekent voor een schamele twintig baht.
Vroeger voelde dat als een persoonlijke aanval. Je voelt je bedrogen, een wandelende pinautomaat die ongevraagd leeggetrokken wordt. In ons westerse brein is een prijs immers een feitelijk gegeven. Maar hier in het noorden is een prijs vaak slechts een openingsbod, een voorzichtige en razendsnelle inschatting van je draagkracht. En ach: als grote, witte westerling straal je in de ogen van de dorpelingen nu eenmaal altijd een zekere mate van absolute rijkdom uit.
Langzaam maar zeker begon ik de mechanismen achter deze toeristentoeslag te doorzien. Het is in de meeste gevallen geen kwaadaardige oplichting; het is een overlevingsstrategie van de verkoper. De marktkoopvrouw berekent simpelweg een opslag voor mijn overduidelijke gebrek aan lokale marktkennis. Het is een soort vermogensbelasting, maar dan direct en efficiënt geïnd door degene die het daadwerkelijk het hardst nodig heeft.
Daarnaast besefte ik dat ik de ongeschreven regels van het marktspel domweg niet beheerste. Als buitenlander ontbreekt het je vaak aan de essentiële vaardigheden om een eerlijke prijs af te dwingen:
- Je spreekt de taal niet vloeiend genoeg om een charmant praatje te maken over de naderende moesson.
- Je weet niet hoe je subtiel medelijden moet opwekken door te klagen over een tegenvallende rijstoogst.
- Je mist het theatraal vermogen om met een stalen gezicht weg te lopen, in de volle overtuiging dat je wordt teruggeroepen.
Mijn onhandigheid kost me geld. Zie het als het onvermijdelijke leergeld van de naïeve expat.
De werkelijke rust daalde pas in toen ik stopte met rekenen in calvinistische principes en begon te rekenen in daadwerkelijke impact. Die tachtig baht verschil klinkt als een principekwestie, maar wat is het nu helemaal? Voor mij is het minder dan de prijs van een matige cappuccino in een hippe westerse koffietent. Voor de vrouw achter het verweerde fruitkraampje is het mogelijk het verschil tussen wel of geen vers vlees bij het avondeten voor haar familie.
Waarom zou ik mijn bloeddruk nog laten stijgen voor een bedrag dat ik aan het einde van de maand niet eens opmerk in mijn huishoudboekje? Het strakke westerse ideaal van absolute gelijkheid botst simpelweg met het Thaise pragmatisme. Hier heerst het concept van redelijkheid: het is niet meer dan redelijk dat de financieel breedste schouders de zwaarste trossen bananen dragen.
Tegenwoordig betaal ik mijn officieuze farang-tarief met een gerust hart. Het is mijn bescheiden, structurele bijdrage aan de micro-economie van het dorp, handig verpakt als een slechte zakelijke deal. Zolang ik het voorrecht heb om in dit prachtige land te mogen wonen, accepteer ik die status als weldoener tegen wil en dank met alle liefde. Ik laat het wisselgeld tegenwoordig zelfs regelmatig zitten, puur om dat laatste restje Hollandse zuinigheid definitief uit mijn systeem te bannen…
Over deze blogger

-
Mijn leeftijd valt officieel onder de categorie ‘bejaard’. Ik woon al 28 jaar in Thailand, probeer dat maar eens na te doen. Nederland was ooit het paradijs, maar het raakte in verval. Dus ging ik op zoek naar een nieuw paradijs en vond Siam. Of was het andersom en vond Siam mij? Hoe dan ook, we waren elkaar goed gezind.
De ICT zorgde voor een regelmatig inkomen, iets wat jullie ‘werk’ noemen, maar voor mij was het vooral een tijdverdrijf. Schrijven, dat is de echte hobby. Voor Thailandblog pak ik die oude liefde weer op, want na 15 jaar zwoegen verdienen jullie wel wat leesvoer.
Ik begon op Phuket, verhuisde naar Ubon Ratchathani, en na een tussenstop in Pattaya woon ik nu ergens in het noorden, midden in de natuur. Rust roest niet, zeg ik altijd, en dat blijkt te kloppen. Hier, omgeven door het groen, lijkt de tijd stil te staan, maar dat doet het leven gelukkig niet.
Eten, vooral lekker, dat is mijn passie. En wat maakt een avond compleet? Een goed glas whisky en een sigaar. Dan heb je het wel zo’n beetje, vind ik. Proost!
Lees hier de laatste artikelen
Cultuur20 mei 2026‘De tragiek van de lekkende bejaarde in de tropen’
Cultuur10 mei 2026‘De triomf van de felblauwe pvc-buis over westerse perfectie’
Cultuur29 april 2026‘De ongemakkelijke waarheid over de bum gun en westerse hygiëne’
Cultuur22 april 2026‘Waarom ik elke ochtend om zes uur naar het laatste kippennieuws luister’

Je medeleven met de plaatselijke neringdoeners is lovenswaardig FKN maar zo zit ik niet in elkaar.
Ik woon al 9 jaar in Thailand en betaal op de markt geen baht meer dan de plaatselijke bevolking. Zo heb ik de gewoonte om gebakken kippenbilletjes te kopen voor mijn hond. De eerste keer dat ik aan het kraampje kwam vroeg de verkoopster mij 100 THB. Net voor mij had iemand precies hetzelfde gekocht als wat ik wilde kopen en betaalde 80 THB. Met mijn breedste glimlach wees ik naar de vorige klant en gaf haar 4 briefjes van 20 THB. Ze glimlachte terug en ik vertrok met mijn bestelling. Ik ga nog altijd een paar maal per week naar hetzelfde kraampje en ik betaal dezelfde prijs als de locals.
Nog een voorbeeldje: een drietal jaar terug moest mijn echtgenote een nieuwe identiteitskaart hebben. Terwijl zij in het gemeentehuis was ging ik naar een kraampje in de omgeving en bestelde een ‘café yen’. Die stond toen geprijsd aan 27 THB. De vrouw maakte de koffie klaar en vroeg mij 40 THB. Ik wees haar op haar prijslijst en zegde haar dat de prijs 27 THB was. Ze hield vol en ik zegde haar beleefd goede dag en vertrok. Ze kon kiezen: ofwel met de koffie blijven zitten of de juiste prijs rekenen. Toen ze mij terugriep heb ik exact 27 THB gegeven en de koffie meegenomen.
Kijk hoeveel de locals betalen en houden ze vol, loop gewoon door en ga naar de volgende verkoper. Op de markt waar ik ga is er keuze genoeg. En maak je maar geen zorgen, als je regelmatig op dezelfde markt komt dan kennen de verkopers je wel.
Vogelpoepje,
Jij betaalt voor een stuk fruit 100 baht en een Thaise mevrouw 20 baht? Wow! Heel lief dat je dat maar laat gaan.
Die marktvrouw weet heel goed hoe rijk sommige Thaise kopers zijn. Die bestaan echt! En die betalen ook maar 20 baht.
En er bestaan ook arme buitenlanders, zoals ik leerde tijdens mijn vrijwilligerswerk. Die betalen dan 100 baht.
Ik babbelde altijd eerst wat Thais met die verkopers, en betaalde de Thaise prijs. Dat gold ook bij kaartjes voor natuurparken, dierentuinen etc.
Prijsverschillen op basis van afkomst, en niet op basis van rijkdom, vind ik principieel onjuist. Als je toch wilt helpen, prima, maar doneer dan wat aan een goed doel. Die zijn er ook in de dorpen. Vergeet tempels.
Hallo Tino, Farang Kee Nok heeft nog een betekenis en dat is gierigaard. Maar dat geldt dus niet voor onze FKN
Nee doe ik ook niet, veel Thai hebben meer geld dan je denkt, ik betaal echt niet 5 maal de prijs
Quote: veel Thai hebben meer geld dan je denkt…
Hoe weet u hoeveel geld een Thai heeft?
En hoe weet jij hoe ‘weinig’ geld een Thai heeft?
Je zou nog raar opkijken hoeveel sommige Thai verdienen. Mijn schoonvader had 5 jaar geleden, net voor zijn pensioen, een maandloon van 108.000 THB, een serieus bedrag. Zijn afscheidspremie bedroeg maar liefst 8 miljoen bahtjes … helemaal niet slecht hoor.
En hij zal heus niet alleen zijn.
Hier in Trang op de markt betaal ik hetzelfde als de Thai.
In het begin een paar keer mee geweest met mijn vrouw en de prijzen leer je op den duur kennen.
Misschien omdat ze je kennen betaal je hetzelfde, maar eerlijk gezegd denk ik dat het wel meevalt op de markt met de dubbele prijzen.
En zoals Tino terecht opmerkt, de rijke Thai betaald ook niet meer.
Je moet echt te veel willen betalen.Want normaal op een markt betaalt iedere farang het zelfde als een Thailand.
Sommige mensen vinden het interessant en betalen automatisch meer. En als de verkoper dat weet rekent hij uiteraard meer. Ik krijg zelf altijd meer ananas dan de Thaise. Gewoon omdat ik ze vriendelijk benader.
Al sinds 2003 kom ik zeer regelmatig op de markten in en rond Phimai en Korat en nog nooit heb ik veel last gehad van dat dubbel-prijzensysteem.
Marktkramers zijn handelaars die zo veel als mogelijk winst proberen te maken – kopers zijn handelaars die zo voordelig mogelijk proberen te kopen.
Met de glimlach en een vrolijke stem kom je altijd wel tot een vergelijk dat voor beiden aanvaardbaar is.
Elk zijn mening uiteraard maar teveel betalen geeft aanleiding tot meer zulke praktijken en dat dan niet alleen naar Farrang maar ook naar locals.
Fijn Paasweekend
Ik moet niet tot een vergelijk komen betreffende de prijs – simpel.
Indien er geen prijzen aangeduid staan koop ik er niet. Op onze plaatselijke markt staat zowat bij elk artikel een kaartje met de prijs erop. Ook een Thai die wil weten hoeveel hij moet betalen – dit zonder een meerprijs aangerekend te krijgen.
Waarom zou je meer betalen dan een local?
Als verkopers dit principe hanteren bij farangs en niet bij lokale mensen – ongeacht deze arm of rijk(er) zijn – is dat wel degelijk discriminatie!
Heeft niets te maken met het al dan niet hebben van een vers stukje vlees ’s avonds… wél met heel slecht gedrag (racisme), slechte praktijken (valse handel, oneerlijkheid) en het creëren van een héél slechte gewoonte (discriminatie).
Ook ik loop gegarandeerd door en koop niets wanneer ik de gangbare prijs niet aangerekend krijg!
Fijne Pasen!
Als men in een eigen realiteit leeft, ontdaan van elke werkelijkheid… Een wereld zonder besef tot wat het aanmoedigen van die dicriminatie (veelal geïnspireerd door racisme tegenover ons vogelpoepjes) uiteindelijk leidt . Maar kan je het de Thai in dit geval kwalijk nemen? Absoluut niet.Want dergelijk gedrag bevestigt het beeld bij Thai dat we allemaal wandelende ATM’s zijn en dat we niet zo snugger zijn. Daarbovenop weten ze ook dat we bijvoorbeekd een fortuin in bars kunnen uitgeven aan ik zeg maar wat ladydrinks. ‘Die farangs geloven zelfs vaak dat ze you very handsome ‘ zijn .’ ‘En die dure vliegtuigtickets die ze zo gemakkelijk kunnen betalen’ …
Een linkiewinkie zal in het eigen thuisland steigeren over een slogan/denkwijze van een politieke partij zoals “Eigen volk eerst’ er 1 van is. Maar in Thailand houdt men dat in stand en zwengelt men het zelfs nog aan. Amazing toch?
Ik ga hier in Mae on regelmatig naar de lokale markt en heb mijn vaste kraampjes.
Bij de tomatenboer krijg ik steevast de mooiste tomaten en nog paar extra er bovenop. Voor dezelfde prijs als de Thai. Bij een ander koop ik altijd mijn sla. Betaal de prijs die er staat. Bij het fruit dametje word ik steevast met Madam aangesproken en krijg extra korting.
Hier word gewoon gewaardeerd als je vaste klant bent
Gierige mensen bestaan overal. De uitdrukking is “Farang Kin Kee Nok”. Nietwaar Tino.
Gr., Theo
Heeft vogelpoepje soms een gebrek aan charme? 555 😉 Verleden jaar kwam ik voor de Thaise prijs een Thais nationaal museum in alwaar men dual prijsing hanteerd. En laatst nog liep ik langs een karretje met koffie, ergens in een buitenwijk van Bangkok, en de prijslijst was uiteraard alleen in het Thai. Heel prominent stond er een ‘cafe yen’ huppeldepup (een merknaam die ik al weer vergeten ben), voor 35 baht. Ik dacht wel even, “35 baht voor een ijskoffie is ietsjes aan de dure kant, maar ik heb zin in een ijskoffie” , bestelde een ijskoffie. Ze vroeg verder niet welke soort (zo ja, dan zeg ik altijd “cafe boraan na khrap”) en gaf haar 35 baht en wou al weglopen, maar de dame riep mij meteen terug en zei “nee, het is 25 baht voor een gewone ijskoffie!” en dus nam ik mijn 10 baht terug. Ik zal vast weleens ergens per ongeluk teveel betaald hebben maar doorgaans vraagt men gewoon een normale prijs en als ik per abuis teveel of te weinig geld overhandig zegt men dit toch doorgaans wel. Niet veel anders dan in Europa denk ik zo: de meeste mensen zijn eerlijk, een enkeling draait je een poot uit als ze denken dat je het toch niet in de gaten hebt.
Uiteraard is het prima soms een fooi te geven, net zoals een winkelier je soms matst. Hoop voor Vogelpoepje dat deze inzending vooral met een knipoog bedoeld is en hij niet echt bij marktlui de indruk wekt hoge prijzen wat onnozel als zoete koek te slikken. Maar als dat je blij maakt, pluk de dag en geniet er van.