Stel je voor dat je in Rama IX woont. Er komt een datacenter in je wijk, tussen de huizen, kantoren en een ziekenhuis. ’s Nachts test iemand de noodgeneratoren, buren klagen over het lawaai, en er hangt een olielucht die een onderzoek uitlokt. Onder het gebouw ligt volgens berichten een dieselvoorraad die kan oplopen tot honderdduizenden liters.

Pas toen bewoners aan de bel trokken, greep de stad in. Niet een inspecteur vooraf, maar een klacht achteraf. Precies dat patroon herhaalt zich nu op nationale schaal: de projecten staan er al, en de regels moeten nog worden geschreven.

Elk agentschap keek naar zijn eigen stukje

De kern van het probleem staat in de verklaring van de commissie zelf. Een investeerder vroeg tot nu toe apart toestemming bij het elektriciteitsbedrijf, bij de waterautoriteit en bij de lokale bouwdienst. Elk beoordeelde alleen zijn eigen deel. Geen enkele instantie had het complete beeld: hoeveel stroom en water een project echt vraagt, hoe dicht het bij woningen ligt, en of de opbrengst opweegt tegen de kosten.

Sommige datacenters staan zelfs geregistreerd onder een andere categorie, zoals magazijn, waardoor niemand precies weet hoe groot de sector is. Danucha Pichayanan van de planningsraad NESDC verzamelde gegevens bij zestien overheidsdiensten en kwam op 35 draaiende datacenters, waarvan er elf via de investeringsdienst BOI liepen en 24 langs andere wegen. Een sector die stroom en water vreet, en de staat moest zestien loketten uitkammen om te weten hoe groot hij is. Dat is geen toezicht, dat is achteraf inventariseren.

Vijftig banen tegen het stroomverbruik van dertien miljoen mensen

Nu komt het cijfer dat de hele afweging blootlegt. Het gerespecteerde onderzoeksinstituut TDRI rekende voor wat een datacenter van 100 megawatt oplevert en kost. De opbrengst: ongeveer vijftig directe banen. Het verbruik: stroom gelijk aan dat van zo’n dertien miljoen mensen, en water gelijk aan dat van 1,3 miljoen.

Vijftig banen. Dertien miljoen mensen aan stroom. Zet die twee naast elkaar en je ziet waarom de belofte van “investeringen en werkgelegenheid” hier wringt. Dit is geen fabriek die duizend mensen aan het werk zet. Het is een hal vol servers die evenveel elektriciteit trekt als een provincie, met een handjevol technici erbij. De energiewaakhond schat dat alle goedgekeurde projecten samen richting 30.000 megawatt kunnen gaan, bijna de helft van de Thaise opwekcapaciteit. En het net is er niet op gebouwd, wat een upgrade van 31 miljard baht vergt.

De rekening dreigt bij de huishoudens te belanden

Voor wie hier woont, zit het risico in je energie- en waterrekening. De Federation of Thai Industries waarschuwt dat de groeiende watervraag kan leiden tot concurrentie tussen fabrieken, huishoudens en datacenters om dezelfde beperkte voorraad. Bij stroom speelt hetzelfde. Als een datacenter dag en nacht draait op een net dat versterkt moet worden, dan betaalt uiteindelijk iemand die versterking.

De regering ziet dat en zegt nu de juiste dingen: een apart, hoger stroomtarief voor datacenters, zodat grootverbruikers hun eigen kosten dragen en die niet afwentelen op het huishouden. Datacenters gaan richting 5 tot 6 baht per kilowattuur betalen, tegen zo’n 3 baht voor de eerste 200 eenheden van een gezin. Op papier eerlijk. De vraag is alleen waarom dat tarief er pas komt nadat 35 centra al draaien en 166 projecten in de pijplijn zitten.

Poging om greep te krijgen

Stilleggen en regels schrijven is beter dan doorgaan zonder. Dat verdient erkenning. De commissie wil een aparte bedrijfscategorie, zodat de sector eindelijk zichtbaar wordt, een dashboard dat locaties, water en stroom bijhoudt, en een toetsing van nieuwe projecten op banen, technologieoverdracht en schone energie. Bestaande centra krijgen een overgangstermijn. Dat is een serieuze poging om greep te krijgen, en de BOI heeft gelijk dat duidelijke regels investeerders juist meer zekerheid geven dan een lappendeken van losse vergunningen.

Waar het wringt, is de timing en niets anders. Al deze verstandige eisen, samenhangende toetsing, echte kostentarieven, milieunormen, hadden er moeten zijn voordat de eerste 35 centra werden gebouwd en de volgende 166 werden ingediend. Een pauze van één maand voor vier werkgroepen klinkt daadkrachtig, maar de projecten die nu stilliggen zijn al goedgekeurd of al in aanbouw onder het oude, gefragmenteerde systeem. De echte test is of de nieuwe regels ook op die bestaande centra worden toegepast, of dat ze een overgangstermijn krijgen die in de praktijk neerkomt op vrijstelling. Regels die alleen voor toekomstige projecten gelden, laten precies de datacenters ongemoeid die nu al water en stroom uit je wijk trekken.

Over een maand liggen er vier rapporten. De 166 projecten staan er dan nog steeds, de dieseltanks in Rama IX ook. Kijk niet naar de regels die worden aangekondigd, maar naar de vraag of het datacenter dat vorig jaar groen licht kreeg, alsnog aan diezelfde regels moet voldoen. Zo niet, dan is de pauze vooral een pauze geweest.

Bronnen: Nation Thailand, Thai Examiner, TDRI, Eco-Business, Pattaya Mail


Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. Wij maken o.a. gebruik van AI om onderzoek te doen naar onderwerpen en het schrijven over deze onderwerpen. Wij genereren ook foto's met AI, maar gebruiken daarnaast ook stockfoto's. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

Laat een reactie achter