()

Een nieuwe studie legt een opvallend verband tussen de vitamine D-status op middelbare leeftijd en vroege hersenveranderingen die passen bij de ziekte van Alzheimer. Onderzoekers zagen dat mensen met hogere vitamine D-waarden rond hun veertigste jaren later minder ophoping van tau in de hersenen hadden.

Voor Nederlanders en Belgen in Thailand is dat interessant, juist omdat zonlicht, voeding, supplementen, magnesium, huidtype en leefstijl daar anders zijn dan thuis. Toch is voorzichtigheid geboden: vitamine D is geen bewezen middel tegen dementie. Het onderzoek laat vooral zien dat meten, tekorten voorkomen en verstandig bijsturen persoonlijk belangrijk kunnen zijn op latere leeftijd echt.

Hogere vitamine D hangt samen met minder tau

De onderzoekers maten de vitamine D-spiegel bij volwassenen zonder dementie. De deelnemers waren gemiddeld ongeveer 40 jaar oud. Ongeveer zestien jaar later kregen zij hersenscans om twee belangrijke biomarkers voor Alzheimer te beoordelen: amyloïde en tau. Vooral tau is interessant, omdat dit eiwit zich vroeg kan ophopen in kwetsbare hersengebieden.

De belangrijkste uitkomst was helder: hogere vitamine D-waarden op middelbare leeftijd hingen samen met minder tau-afzetting op latere leeftijd. Dat verband werd vooral zichtbaar bij deelnemers met waarden aan de bovenkant van de groep, rond 50 tot 57 ng/ml.

Geen duidelijk verband met amyloïde

Opvallend genoeg vonden de onderzoekers geen duidelijke relatie tussen vitamine D en amyloïde-afzetting. Dat maakt de studie niet minder relevant, maar wel genuanceerder. Alzheimer ontwikkelt zich langzaam en verschillende biomarkers volgen niet altijd hetzelfde tijdpad.

De deelnemers hadden bovendien gemiddeld geen ernstig tekort. Hun gemiddelde vitamine D-waarde lag rond 38 ng/ml. Ongeveer 34 procent zat onder 30 ng/ml, een vaak gebruikte grens voor onvoldoende vitamine D. Slechts 5 procent gebruikte supplementen. Ook APOE ε4-dragerschap, een bekende genetische risicofactor, veranderde het verband niet duidelijk.

Tekort blijft het grootste risico

De bredere wetenschappelijke literatuur laat niet simpelweg zien dat “hoe hoger, hoe beter” geldt. Het duidelijkste risico ontstaat bij lage waarden. Onder 20 ng/ml wordt het verband met dementierisico sterker zichtbaar. Onder ongeveer 12 ng/ml wordt dat zorgelijker, en bij ernstig tekort onder 10 ng/ml melden sommige studies een duidelijk verhoogd risico.

Een praktische ondergrens lijkt daarom minstens 20 ng/ml. Een werkmarge van 20 tot 30 ng/ml wordt vaak als redelijk gezien. Deze nieuwe studie suggereert wel dat hogere waarden mogelijk extra relevant zijn voor vroege hersenmarkers, maar bewijst dat nog niet.

Supplementen helpen niet zonder meten

Mensen die vitaminesupplementen gebruiken, laten in observationele studies soms een lager dementierisico zien. Een groot onderzoek onder meer dan 12.000 volwassenen vond bij supplementgebruikers een 40 procent lager risico over ongeveer tien jaar. Gerandomiseerde onderzoeken zijn minder overtuigend en laten nog geen hard bewijs zien dat vitamine D dementie voorkomt.

Daarom is zomaar slikken niet verstandig. Zonlicht, huidpigmentatie, seizoen, kleding, zonnebrandcrème, genetica, opname, productkwaliteit en magnesium spelen allemaal mee. Magnesium is belangrijk, omdat het lichaam dit mineraal nodig heeft bij de omzetting van vitamine D. Wie ondanks supplementen lage waarden houdt, moet dus breder kijken dan alleen de dosering.

Extra relevant voor leven in Thailand

Voor expats en overwinteraars in Thailand lijkt voldoende zonlicht vanzelfsprekend, maar dat is niet altijd zo. Veel mensen vermijden de middagzon, dragen bedekkende kleding of zitten juist veel binnen door de hitte. Anderen gebruiken trouw zonnebrandcrème. Dat is verstandig voor de huid, maar het kan de aanmaak van vitamine D beïnvloeden.

Voor veel volwassenen is 600 tot 800 IE per dag genoeg om een bestaande waarde te behouden. Bij lage waarden wordt vaak 800 tot 2.000 IE per dag gebruikt. Toch blijft bloedonderzoek de beste basis. Een streefwaarde van 40 tot 60 ng/ml wordt vaak genoemd als ruime marge voor algemene gezondheid, maar persoonlijke medische begeleiding blijft verstandig.

Vitamine D is geen garantie tegen Alzheimer of dementie. De studie laat vooral zien dat je vitamine D-status rond middelbare leeftijd iets kan zeggen over latere hersengezondheid. Omdat meten eenvoudig is en tekorten goed te corrigeren zijn, verdient vitamine D serieuze aandacht, zeker bij ouder worden in Thailand.

Bronnen: Mulligan et al. (2026), National Institute on Aging, Alzheimer’s Association, NIH Office of Dietary Supplements, Harvard School of Public Health.

Hoe leuk of nuttig was deze posting?

Klik op een ster om deze te beoordelen!

Gemiddelde waardering / 5. Stemtelling:

Tot nu toe geen stemmen! Wees de eerste die dit bericht waardeert.

Omdat je dit bericht nuttig vond...

Volg ons op sociale media!

Het spijt ons dat dit bericht niet nuttig voor je was!

Laten we dit bericht verbeteren!

Vertel ons hoe we dit bericht kunnen verbeteren?

Over deze blogger

Peter

Laat een reactie achter