Artrose aan de handen, knieën of heupen veroorzaakt pijn, stijfheid en moeite met bewegen. De aandoening kan dagelijkse handelingen behoorlijk lastig maken. Traplopen, boodschappen doen of even opstaan uit een lage stoel kost steeds meer moeite. Ook slapen, werken en sociale activiteiten kunnen eronder lijden.

In Nederland hadden in 2022 naar schatting 1,6 miljoen mensen artrose. Dat aantal kan volgens nieuwe prognoses oplopen tot ongeveer 3 miljoen in 2050. Het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk hoger, omdat niet iedereen met gewrichtsklachten naar een arts gaat of direct de juiste diagnose krijgt. Artrose behoort daarmee tot de snelst groeiende chronische aandoeningen van Nederland.

Het is bovendien geen onvermijdelijk gevolg van ouder worden. Artrose tast het hele gewricht aan, waaronder het kraakbeen, het bot, het gewrichtskapsel en de omliggende spieren. Leeftijd speelt mee, maar ook erfelijke aanleg, overgewicht, eerdere blessures, zwaar lichamelijk werk en langdurige belasting van een gewricht.

Erfelijke aanleg bepaalt een groot deel van het risico

Genetisch onderzoek laat zien dat ongeveer 40 tot 60 procent van het risico op artrose erfelijk kan zijn. Dat betekent niet dat iemand met een bepaalde genetische aanleg automatisch artrose krijgt. Genen werken samen met leeftijd, lichaamsgewicht, beweging, blessures en andere invloeden uit de leefomgeving.

Onderzoekers gebruiken onder meer gegevens uit de langlopende Rotterdam Study. Daarnaast zijn genetische gegevens van bijna twee miljoen mensen uit verschillende landen geanalyseerd. Daarbij werden 962 genetische varianten gevonden die verband houden met artrose. Honderden betrokken genen geven onderzoekers nieuwe aanwijzingen over de biologische processen achter de ziekte.

Een van de opvallendste aanknopingspunten is het gen dat instructies bevat voor de aanmaak van matrix-Gla-proteïne, meestal afgekort tot MGP. Dit eiwit helpt voorkomen dat calcium zich ophoopt en neerslaat in kraakbeen. Dat is belangrijk, want verkalkt kraakbeen verliest een deel van zijn soepelheid en kan gemakkelijker beschadigen.

Vitamine K zet een beschermend eiwit aan het werk

MGP kan zijn beschermende taak alleen goed uitvoeren nadat het door vitamine K is geactiveerd. Je kunt het eiwit vergelijken met een motor die klaarstaat, maar nog niet draait. Vitamine K fungeert dan als de sleutel waarmee die motor wordt gestart.

Bij een lage vitamine-K-status blijft een groter deel van het MGP-eiwit inactief. Daardoor kan het calcium minder goed binden. Eerder onderzoek heeft een lage vitamine-K-status in verband gebracht met meer kenmerken van artrose en een grotere kans op verdere aantasting van knie- en heupgewrichten.

Volgens de gegevens waarop het Rotterdamse onderzoek voortbouwt, heeft naar schatting 50 tot 60 procent van de mensen boven de zestig geen optimale vitamine-K-status. Vooral de combinatie van weinig actief MGP en een genetische variant die de werking van het eiwit vermindert, kan ongunstig zijn.

Een verband is echter nog geen bewijs van oorzaak en gevolg. Het is dus niet aangetoond dat een vitamine-K-tekort artrose veroorzaakt of dat extra vitamine K beschadigd kraakbeen kan herstellen.

Onderzoekers bestuderen verwijderd knieweefsel

Om het werkingsmechanisme beter te begrijpen, begint naar verwachting in het najaar van 2026 een klinische proef met patiënten die op de wachtlijst staan voor een knieprothese. Zij hebben ernstige knieartrose en krijgen tijdens hun operatie het beschadigde gewrichtsoppervlak verwijderd.

De deelnemers slikken gedurende vijf weken voor de operatie dagelijks een hoge dosis vitamine K of een placebo. Wie de vitamine krijgt en wie de neppil, wordt vooraf volgens onderzoeksregels bepaald. Zo kunnen de onderzoekers de twee groepen zo eerlijk mogelijk vergelijken.

Tijdens de knieoperatie wordt kraakbeen uit het verwijderde gewricht verzameld en naar het laboratorium gebracht. Daar wordt onderzocht of de extra vitamine K meer MGP heeft geactiveerd en welke veranderingen vervolgens in de kraakbeencellen zijn opgetreden.

Het onderzoek richt zich in deze fase dus niet in de eerste plaats op minder pijn of beter kunnen lopen. Het gaat om een zogenoemde proof-of-conceptstudie: eerst moet op cel- en weefselniveau blijken dat het veronderstelde mechanisme werkelijk werkt.

Een behandeling is nog jaren verwijderd

Wanneer het knieweefsel gunstige veranderingen laat zien, is dat een belangrijke eerste stap. Daarna zijn grotere en langere onderzoeken nodig om vast te stellen of vitamine K ook pijn vermindert, de beweeglijkheid verbetert of verdere aantasting van het gewricht afremt.

Zelfs bij een positief resultaat kan het nog vijf tot tien jaar duren voordat duidelijk is welke patiënten baat hebben bij de behandeling, welke vorm van vitamine K geschikt is en welke dosis veilig en effectief is. Erfelijke verschillen kunnen daarbij belangrijk worden. De ene patiënt heeft immers niet dezelfde biologische oorzaak of risicofactoren als de andere.

De onderzoeksdosis is veel hoger dan wat iemand via normale voeding of een doorsnee vitaminesupplement binnenkrijgt. Meer spinazie of een pot vitaminepillen is daarom niet hetzelfde als de behandeling die in het onderzoek wordt getest.

Vitamine K zit in alledaagse voeding

Vitamine K is een verzamelnaam voor verschillende stoffen. Vitamine K1 komt vooral voor in groene bladgroenten. Vitamine K2 zit onder meer in bepaalde gefermenteerde producten en wordt voor een klein deel door bacteriën in de darmen gemaakt.

Voedingsmiddelen met vitamine K zijn onder andere:

  • spinazie, boerenkool en andere groene bladgroenten;
  • broccoli, sla en verschillende koolsoorten;
  • plantaardige oliën, waaronder soja- en koolzaadolie;
  • sojabonen en gefermenteerde sojaproducten;
  • eieren, kaas en sommige vleessoorten;
  • fruit zoals bosbessen en vijgen.

Spinazie en andere groene bladgroenten bevatten relatief veel vitamine K1. Bosbessen leveren eveneens vitamine K, maar in bescheiden hoeveelheden. Natto, een Japans gerecht van gefermenteerde sojabonen, staat juist bekend als een zeer rijke bron van vitamine K2.

Een gevarieerd voedingspatroon blijft verstandig voor de algemene gezondheid, maar het is nog te vroeg om te stellen dat vitamine-K-rijke voeding artrose voorkomt. Gezond eten ondersteunt wel een gezond gewicht. Dat vermindert de belasting van vooral knieën en heupen en kan klachten bij artrose helpen beperken.

Onderzoek is ook relevant voor Thailand

De resultaten zijn niet alleen interessant voor Nederland. Thailand vergrijst snel en knieartrose komt er veel voor. Een landelijk onderzoek onder 2947 zelfstandig wonende Thai van zestig jaar en ouder vond bij 53,8 procent kenmerken van symptomatische knieartrose. De deelnemers waren gemiddeld ruim 69 jaar oud.

Vrouwen, ouderen en mensen met overgewicht liepen meer risico. Deelnemers met knieartrose bewogen minder goed, hadden gemiddeld een lagere kwaliteit van leven en vielen vaker. De helft behoorde tot de groep met een hoog valrisico en ruim 28 procent was in het voorafgaande jaar minstens één keer gevallen.

Ook alledaagse gewoonten kunnen de knieën zwaar belasten. Veel Thai zitten regelmatig gehurkt, knielen bij religieuze activiteiten of zitten met gekruiste benen op de vloer. In landelijke gebieden komt daar zwaar werk bij, zoals tillen, werken op ongelijke grond en langdurig hurken op rijstvelden. Zulke belasting veroorzaakt niet automatisch artrose, maar kan bij gevoelige gewrichten wel bijdragen aan klachten.

Voor Nederlanders en Belgen die in Thailand wonen, is het onderzoek daarom herkenbaar. Een pijnlijke knie beperkt niet alleen het lopen. Ook een hoge stoeprand, een hurktoilet, een trap zonder leuning of een lange wandeling over een markt kan ineens een flinke hindernis worden.

Pas op met supplementen en bloedverdunners

Zelf op grote schaal vitamine K slikken is niet verstandig. Supplementen met een hoge dosis kunnen de werking beïnvloeden van antistollingsmiddelen die vitamine K afremmen, zoals acenocoumarol, fenprocoumon en warfarine. Plotseling veel meer of veel minder vitamine K gebruiken kan dan gevolgen hebben voor de bloedstolling.

Dat betekent meestal niet dat groene groenten volledig moeten worden vermeden. Een gelijkmatige inname is vaak belangrijker dan schrappen. Mensen die antistollingsmiddelen gebruiken, doen er goed aan supplementen en grote veranderingen in hun voedingspatroon eerst met hun arts of trombosedienst te bespreken. Stop nooit op eigen initiatief met voorgeschreven medicatie.

Hoopgevend onderzoek vraagt nog om geduld

Vitamine K biedt een interessant biologisch aanknopingspunt, maar nog geen bewezen behandeling tegen artrose. Het Rotterdamse onderzoek moet eerst laten zien of het beschermende MGP-eiwit werkelijk in menselijk kraakbeen kan worden geactiveerd. Tot die tijd blijven bewegen, spierkracht behouden en een gezond gewicht de betrouwbaarste manieren om gewrichten te ondersteunen.

Bronnen: AD, Erasmus MC, ReumaNederland, WHO, BMC Public Health en NIH Office of Dietary Supplements. (Amazing Erasmus MC)

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

Laat een reactie achter