Nederlandse pensioenfondsen krijgen kritiek op hun beleggingsresultaten. Vooral het verschil met grote buitenlandse beleggers valt op. Over vijftien jaar kan enkele procentpunten extra rendement honderden miljarden euro’s schelen. Voor Nederlandse pensionado’s in Thailand is dat geen theoretische discussie: rendement beïnvloedt uiteindelijk hoeveel ruimte pensioenfondsen hebben om pensioenen te verhogen.

De discussie draait vooral om de vraag of Nederlandse pensioenfondsen met hun enorme vermogens voldoende rendement hebben gemaakt. Bij de vijf grootste fondsen worden over langere perioden rendementen van grofweg 3,5 tot 5,5 procent genoemd. Inflatie moet daar nog vanaf om te bepalen hoeveel koopkracht werkelijk is gewonnen.

Voor Nederlanders die in Thailand van hun pensioen leven, telt uiteindelijk wat daarvan terugkomt in de maandelijkse uitkering. Je ontvangt je Nederlandse pensioen in euro’s, terwijl een groot deel van je dagelijkse uitgaven in baht wordt afgerekend. Een hogere pensioenuitkering kan daardoor rechtstreeks verschil maken in je besteedbare inkomen.

Het verschil van enkele procenten wordt enorm

Een vergelijking die veel aandacht trekt, is die met het Noorse staatsfonds. Dat fonds behaalde over de laatste vijftien jaar tot medio 2026 een gemiddeld jaarlijks rendement van 8,53 procent. Over de vijftien jaar tot eind 2025 bedroeg het gemiddelde 8,05 procent.

Bij ABP liggen de resultaten lager. Het grootste Nederlandse pensioenfonds meldt dat het over twintig jaar gemiddeld 5,3 procent per jaar verdiende. Over dertig jaar komt het gemiddelde volgens het fonds rond 6 procent uit.

Dat lijkt misschien geen spectaculair verschil. Bij honderden miljarden euro’s aan vermogen gaat samengestelde rente echter hard. Een extra rendement van enkele procentpunten per jaar groeit na vijftien of twintig jaar uit tot enorme bedragen.

Die 400 miljard is geen verdwenen pensioenpot

In de discussie wordt een bedrag van ongeveer 400 miljard euro genoemd dat ABP over vijftien jaar zou zijn misgelopen wanneer het rendement wordt vergeleken met dat van het Noorse staatsfonds.

Dat klinkt alsof er ergens 400 miljard euro verdwenen is. Zo simpel ligt het niet. Het gaat om een rekenvoorbeeld: wat zou er gebeurd zijn als hetzelfde vermogen gedurende lange tijd een aanzienlijk hoger rendement had gehaald?

Daarbij vergelijk je bovendien verschillende beleggers. Een Nederlands pensioenfonds heeft verplichtingen tegenover miljoenen deelnemers en moet rekening houden met uitkeringen, rentegevoeligheid, regelgeving en risico’s. Het Noorse fonds heeft een andere opdracht en een andere portefeuille. De vergelijking zegt dus wel iets over het grote effect van rendement, maar niet dat ABP zonder meer hetzelfde resultaat had kunnen behalen.

Renteafdekking pakte duur uit

Een deel van het verschil hangt samen met de manier waarop Nederlandse pensioenfondsen risico’s hebben beperkt. Fondsen dekten bijvoorbeeld het risico van een dalende rente af. Zo’n strategie kan bescherming bieden wanneer de rente inderdaad daalt.

Toen de rente juist sterk opliep, werkte die bescherming de andere kant op. Dat drukte de waarde van delen van de portefeuille. ABP behaalde in 2025 een rendement van min 1,6 procent. De stijgende rente en de dalende Amerikaanse dollar speelden daarbij een belangrijke rol.

Tegelijk verbeterde de financiële positie van het fonds. De dekkingsgraad liep eind 2025 op tot 123,5 procent en ABP kon de pensioenen per 1 januari 2026 met 2,84 procent verhogen. Een slecht beleggingsjaar betekent dus niet automatisch dat de pensioenuitkering onmiddellijk omlaaggaat.

Duurzaam beleggen ligt opnieuw onder het vergrootglas

Naast rente en risico gaat de discussie over de bedrijven waarin pensioenfondsen wel of juist niet beleggen. Grote fondsen hebben de afgelopen jaren beleggingen verkocht vanwege klimaatbeleid, mensenrechten, bestuur of andere maatschappelijke criteria.

Critici wijzen erop dat een aantal verkochte beleggingen daarna sterk in waarde steeg. Fossiele energiebedrijven worden daarbij geregeld genoemd. Ook ondernemingen die om andere maatschappelijke redenen uit portefeuilles verdwenen, kunnen later een hoog beursrendement behalen.

Daar staat tegenover dat pensioenfondsen hun portefeuille voor tientallen jaren beheren. ABP beoordeelt beleggingen daarom niet uitsluitend op verwacht rendement, maar ook op risico, kosten en duurzaamheid. Het fonds stelt dat verantwoord beleggen op lange termijn niet ten koste hoeft te gaan van het rendement.

Wie achteraf alleen naar de best presterende verkochte aandelen kijkt, ziet bovendien maar een deel van de rekening. Je zou dan ook moeten bekijken welke risico’s zijn vermeden en welke andere beleggingen ervoor terugkwamen.

Voor Thailand telt uiteindelijk je koopkracht

Voor een Nederlandse pensionado in Thailand is een discussie over rendement van 4, 6 of 8 procent behoorlijk abstract. Je merkt pas iets wanneer het pensioenfonds de uitkering kan verhogen of juist minder ruimte heeft om koopkrachtverlies te herstellen.

Dat effect stapelt zich op. Wie twintig jaar pensioen ontvangt, voelt een gemiste verhoging veel langer dan één jaar. ABP meldt bijvoorbeeld dat deelnemers die al ongeveer vijftien jaar pensioen ontvangen een maximale indexatieachterstand van 21,98 procent kunnen hebben.

Juist daarom is de discussie over rendement relevant. Niet omdat ieder pensioenfonds simpelweg hetzelfde had kunnen verdienen als Noorwegen, maar omdat kleine jaarlijkse verschillen bij pensioenvermogen ongewoon groot worden. Voor wie zijn boodschappen in Thailand in baht betaalt, eindigt zo’n beleggingsdiscussie uiteindelijk gewoon bij de portemonnee.

De vergelijking verdient meer dan één percentage

De rendementscijfers geven reden om kritisch te kijken naar de keuzes van pensioenfondsen. Maar een vergelijking wordt pas bruikbaar wanneer risico, verplichtingen, kosten en beleggingsbeleid worden meegenomen. Het bedrag van 400 miljard euro maakt vooral zichtbaar hoe krachtig samengestelde rendementen zijn. De vraag waarom Nederlandse fondsen minder verdienden, blijft daarmee interessanter dan het spectaculaire bedrag zelf.

Bronnen: WNL, ABP, Norges Bank Investment Management


Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. Wij maken o.a. gebruik van AI om onderzoek te doen naar onderwerpen en het schrijven over deze onderwerpen. Wij genereren ook foto's met AI, maar gebruiken daarnaast ook stockfoto's. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

Laat een reactie achter