()

Pensioen | AOW | Heffingskortingen | Fiscalisering |  KBB-Status |
                           Box 3-Verdunning | Zorgkosten

Vooraf: Twee weken geleden in Deel 2 met de artikelen 18 en 19 zagen we dat Nederland als bronland 100% belastingen gaat heffen op onze inkomens uit AOW, pensioenen en lijfrentes. Verleden week in Deel 3 over artikel 22: ‘Vermijden van dubbele belasting’, houdt Thailand het als woonland vooralsnog bij ‘remittance tax’. Thailand berekent belasting over binnengebrachte sommen geld, en past op die berekening Tax Credit toe.

Nederland maakt niettemin een lange neus naar artikel 22. Het maakt niet uit hoeveel ‘deductions and allowances’ Thailand ons wel of niet verleent, de tegemoetkomingen van het Thaise Revenue Department van omgerekend zeker €14.000 vervliegen als druppels op een gloeiende plaat.

Dit Deel 4 handelt over Artikel 23: Non-discriminatie. Lid 1, 3 en 6 zijn voor ons van belang. Lid 2 is een universele gelijkheidsbepaling die voorkómt dat staatloze mensen fiscaal vogelvrij worden verklaard. Lid 4 en 5 gaan over ondernemingen.

Dit Deel is weer een fikse longread. Vanwege de leesbaarheid is de tekst zoveel mogelijk verdeeld in paragrafen en alinea’s. Er zijn herhalingen waardoor iemand die voorgaande delen heeft gemist, meteen in kan stappen en zich de intenties van het stuk kan eigen maken. Op het eind zal blijken dat het alle moeite van het lezen loont.

 1. De tekst van Artikel 23, Lid 1

De tekst van Lid 1 is het ‘non-discriminatie’beginsel zoals die wordt geformuleerd in belastingverdragen, gebaseerd op OESO-normen. De eerste volzin meldt dat Nederland onderdanen van Thailand niet anders of zwaarder mag belasten dan de eigen onderdanen: “onder gelijke omstandigheden, in het bijzonder met betrekking tot woonplaats”. En omgekeerd geldt uiteraard hetzelfde. Maar in deze serie hebben we Nederland in het vizier.

De tweede zin geldt voor niet-inwoners, bijvoorbeeld een Nederlander in Singapore die met Thailand van doen heeft. Die krijgt met dezelfde bepalingen te maken.

Lid 1 is om reden van het gelijkheidsbeginsel zoals verankerd in artikel 1 van de Grondwet, en in artikel 21 van het Europees Handvest voor de Grondrechten. Mensen zijn gelijkwaardig en worden niet gediscrimineerd op grond van ras, kleur, taal of godsdienst. Thailand beschermt gelijkheid in zijn Constitution, artikel 4.

Hier is de tekst van Lid 1: “Onderdanen van een verdragsluitende staat worden in de andere verdragsluitende staat niet aan enige belastingheffing of daarmee verband houdende verplichting onderworpen, die anders of zwaarder is dan de belastingheffing en daarmee verband houdende verplichtingen waaraan onderdanen van die andere staat onder dezelfde omstandigheden, in het bijzonder met betrekking tot woonplaats, zijn of kunnen worden onderworpen. Deze bepaling is, niettegenstaande de bepalingen van artikel 1, ook van toepassing op personen die geen inwoner zijn van een of van beide verdragsluitende staten.”

2. Wat betekent die tekst?

Hoewel het artikel ‘non-discriminatie’ heet en gepresenteerd wordt als een bescherming voor burgers, dient het in de praktijk voor Nederland als een juridisch argument om Nederlanders elders in de wereld anders te behandelen. Dat klinkt tegenstrijdig, en dat is ook zo. Nederland ten voeten uit.

Lid 1 is geformuleerd vanuit de ontkenning, waardoor het lijkt alsof wij in Thailand worden ontzien. De juristen van de OESO weten dondersgoed hoe zij formuleren en dat negatieve zinnen meer mentale inspanning vergen om te begrijpen wat er werkelijk aan de hand is. De boodschap is ‘non’-discriminatie om in de praktijk het tegenovergestelde voor elkaar te krijgen.
Lees maar mee: “Onderdanen van Nederland worden in Thailand niet onderworpen aan enige belastingheffing of verplichting, die zwaarder of anders is dan die waaraan onderdanen van Thailand zijn of worden onderworpen.”

Dat klopt. Wat belastingheffing betreft, vindt er geen discriminatie plaats tussen Nederlanders en Thai. De Thai Revenue Code behandelt Nederlanders in Thailand volgens dezelfde wettelijke bepalingen. Maar wat doet Nederland in Thailand?

3. En wat is dan de precieze duiding?

Door de woorden “in het bijzonder met betrekking tot woonplaats” expliciet in Lid 1 op te nemen, legt Nederland vast dat onderscheid op basis van nationaliteit of afkomst niet aan de orde is, maar wèl op basis van woonplaats.

Nederlanders en Thai verkeren onder dezelfde omstandigheden en zijn aan elkaar gelijk. Maar Nederland hoeft aan om het even welke Thai onderdaan, op grond van zijn woonplaats in Thailand, geen “met belastingheffing verband houdende verplichtingen” in Nederland toe te kennen. Thai onderdanen krijgen van Nederland geen kortingen. Thai niet, dan Nederlanders ook niet!

Door Thai onderdanen uit te sluiten en te zeggen dat je het gelijkheidsbeginsel toepast, is ‘non-discriminatie’ als artikel geborgd. Nederland gebruikt de specifieke OESO-formulering omdat het helpt om het beleid, geen kortingen aan geëmigreerden, juridisch te legitimeren. Nederlanders in Thailand die naar de rechter stappen om alsnog heffingskortingen te eisen, met het gelijkheidsbeginsel in de hand, zullen bot vangen. 


4. Wat levert het Nederland op?


Het verdrag stelt Nederland in staat om via Artikel 18 de volledige heffing op onze pensioenen op te eisen. Via Artikel 23 Lid 1 kunnen de bijbehorende kortingen legaal worden onthouden. Zonder dit artikel zou de positie van de Belastingdienst in juridische procedures veel wankeler zijn.

Het artikel werkt als een soort “veiligheidsventiel”: het verbiedt alleen de meest extreme vormen van discriminatie, maar zet tegelijkertijd de deur wagenwijd open voor een fiscale benadeling op basis van woonplaats.

Voor ons als gepensioneerden in Thailand betekent dit dat lid 1 in Artikel 23 er niet is om ons de voordelen van een Nederlandse inwoner te geven, maar om juridisch te bevestigen dat wij er geen recht op hebben.

5. En nog goed praten ook


Lid 6 is amper anderhalve regel, en meldt dat de non-discriminatie geldt voor “belastingen van elke soort en benaming”. Nederland zegt hiermee trots: “Kijk ons eens, wij verbieden discriminatie over de hele linie!”

Maar het is een dode letter. Wat heb je aan een verbod op discriminatie voor álle belastingen, als je via de woonplaats-clausule in Lid 1 al bent uitgesloten van de belangrijkste kortingen?

Bovendien is de term “benaming” een gevaarlijke. Als premies straks belasting worden genoemd, blijft de fiscus zich dan verschuilen achter diezelfde woonplaats-clausule? Dan betalen wij belasting als premies en andersom, het is maar hoe je het wilt zien, maarer staat niets tegenover.

In het oude verdrag uit 1975 was er nog sprake van echte gelijkheid: ieder naar de normen van het woonland. Daardoor bleven de tegemoetkomingen in Thailand, samen ruim 14.000 euro aan waarde, overeind.

In 2025 worden deze door Nederland simpelweg terzijde geschoven. Het is de ultieme consequentie van een verdrag dat in de etalage pronkt met gelijkheid, maar in de kleine lettertjes onderscheid vastlegt.

6. Het Verdrag potdicht?


Dat valt nog te bezien!
Sinds de invoering van de regeling voor ‘kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen’ (KBB) in 2015, knelt het voor de gepensioneerden in Thailand. De blokkade zit ‘m in de landenkring. Wie niet in de EU, EER, Zwitserland of op de BES-eilanden woont, heeft geen recht op een KBB-status.

Kennelijk
biedt deze landenkring in Lid 6 van Artikel 7.8 van de Wet IB 2001 onvoldoende dekking. Is dat de reden dat Nederland de OESO-formule gebruikt en er expliciet woonplaats aan hangt?
Artikel 94 van de Nederlandse Grondwet: internationale verdragen gaan boven een nationale wet. Het Belastingverdrag 2025 is zo’n internationaal verdrag. De Belastingdienst denkt met Artikel 23 het verdrag afgesloten te hebben.Maar gaat in Lid 3 voorbij aan een arrest uit 2019 van de Hoge Raad.

7. Lid 3: Kapitaal eerst!

Van artikel 23 hebben we de leden 1 en 6 behandeld. Nu Lid 3. Die gaat samen met artikel 25 als hefboom dienen om die verouderde blokkade in de landenkring om te kieperen. Tegenstrijdigheden in Lid 3 gaan als steunpunt fungeren. Artikel 25, met het initiëren van alle mogelijke soorten van controle, wordt het scharnierpunt. Artikel 25 wordt volgende week in Deel 5 uitgebreid uit de doeken gedaan.
 
Lid 3 bestaat uit twee volzinnen. De eerste gaat over ondernemingen: “De belastingheffing over een vaste inrichting van een onderneming mag niet ongunstiger zijn dan die van ondernemingen in dat andere land.”

Simpel gezegd: een Nederlands bedrijf in Thailand mag door de Thaise fiscus niet slechter worden behandeld dan een Thais bedrijf. Kapitaal moet ongehinderd kunnen stromen en krijgt een keiharde garantie op gelijke behandeling.

De tweede volzin luidt: “Deze bepalingen mogen niet aldus worden uitgelegd dat zij een verdragsluitende staat verplichten aan inwoners van de andere verdragsluitende staat bij de belastingheffing alle persoonlijke aftrekken, tegemoetkomingen en verminderingen uit hoofde van de burgerlijke staat, de samenstelling van het gezin of gezinslasten te verlenen, die eerstgenoemde verdragsluitende staat aan zijn eigen inwoners verleent.

Ook deze zin is vanuit het ‘niet’ geformuleerd. Alle leuke dingen die worden opgesomd, zijn er niet voor jou. Het mag niet dat je het als zodanig uitlegt!De juristen zeggen hier: gelijkheid? Prima, maar níet in Thailand. Jij bent in Thailand gelijk aan een Thai, maar niet aan een Nederlander in Nederland.

Er wordt een pijnlijke hiërarchie van het verdrag zichtbaar: ondernemingen krijgen een harde garantie, maar mensen vanwege hun woonplaats niet!

8. Lid 3 en de Hoge Raad

Lid 3 van artikel 23 is door de Belastingdienst bedoeld als een slot op de deur. Het stukje tekst dat de deur moest vergrendelen luidt: “Bepalingen mogen niet aldus worden uitgelegd dat zij Nederland verplichten om inwoners van Thailand tegemoetkomingen te verlenen.” Oftewel: Nederland is ons tot niets verplicht.

Maar de Hoge Raad zette Lid 3 op een kier. In de tweede volzin staat: de niet-verplichting tot het “verlenen van alle persoonlijke aftrekken, tegemoetkomingen en verminderingen’ treft specifiek die uit hoofde van de burgerlijke staat, de samenstelling van het gezin of gezinslasten.”Maar zijn de Algemene Heffings- en de Ouderenkorting fiscale tegemoetkomingen die met die drie criteria uit lid 3 te maken hebben? De eerste korting krijg je simpelweg omdat je een belastingplichtig individu bent. De tweede is uitsluitend gekoppeld aan leeftijd. De Hoge Raad oordeelde anders! Alhoewel het duurde.

8.1- De Hoge Raad in 2015

In diverse arresten, onder meer in de context van de overgang naar de KBB-status in 2015, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat:

  • Heffingskortingen moeten worden gezien als tegemoetkomingen die verband houden met de persoonlijke en gezinssituatie.
  • Volgens de Hoge Raad, en het Europese Hof in de basis, is het de woonstaat die deze kortingen moet verlenen.
  • De bronstaat (Nederland) hoeft dit alleen te doen als iemand “nagenoeg het gehele inkomen” (90%-criterium) in Nederland verdient én in de EU/EER woont.

Artikel 23 Lid 3 sluit aan op deze uitspraken uit 2015! Echter, de Hoge Raad veranderde door voortschrijdend inzicht van mening.

8.2- Wat zijn heffingskortingen

De Algemene Heffings- en de Ouderenkorting, maar ook de Arbeidskorting,  zijn feitelijk de vertaling van het belastingvrije minimum. Vanaf 1964 tot 2001 kende Nederland dat minimum, in de vorm van een belastingvrije som. Sinds de fiscale hervormingen van 2001 betaal je belasting over elke verdiende euro.

De belastingvrije som werd vervangen door heffingskortingen. Die kortingen verlaagden de belastingdruk, waardoor een bepaald bedrag evenzo belastingvrij bleef. Omdat heffingskortingen uit dat minimum voortspruiten, oordeelde de Hoge Raad dat die de persoonlijke situatie raken. Iedereen heeft een minimaal bedrag nodig om van te leven. Kortingen raken per definitie de persoonlijke situatie.

8.3- Leveren die heffingskortingen wat op?

Voor een werkendeonder de AOW-leeftijd ligt het feitelijke belastingvrije minimum rond de € 11.000 tot € 11.500 per jaar. Tot dit bedrag strepen de kortingen de loonbelasting volledig weg.

Voor iemand boven de AOW-leeftijd ligt het feitelijke belastingvrije minimum  een stuk hoger, rond de € 19.500 tot € 20.000 per jaar. De belasting van circa € 3.738 wordt volledig weggestreept met € 3.745 aan kortingen.

Voor 2026 ligt het feitelijke belastingvrije minimum voor iemand boven de AOW-leeftijd aanzienlijk hoger dan voor werkenden die die leeftijd nog niet hebben bereikt. Dit komt door de combinatie van een lager belastingtarief en de heffingskortingen.

8.4- De Hoge Raad in 2019

In 2019 oordeelde de Hoge Raad dat de algemene heffingskorting een integraal onderdeel is van de structuur hoe inkomstenbelasting wordt berekend. Een heffingskorting is daarmee niet enkel een ‘sociale tegemoetkoming’. 

De Algemene Heffingskorting heeft een tweeledig doel. Enerzijds mede bedoeld als  inkomensondersteuning, anderzijds doet de korting dienst als vervanging van de vroegere belastingvrije som. En is daarmee vergelijkbaar met een ‘nulde’ tariefschijf, vóór de eerste belastingschijf van € 38.883. 

Als Nederland stelt dat zij op basis van het verdrag 100% heffingsmacht heeft, dan moet Nederland niet alleen het belastingpercentage vaststellen, maar ook het percentage van de daarbij behorende kortingen.

En die kortingen zijn de Algemene Heffings- en  Ouderenkorting. Een berekening van die kortingen kwam in Deel 1 al uit op €821. Een bedrag dat ons onthouden wordt, naast alle andere voorzieningen, zoals beschreven in Deel 2, paragraaf 7.3.

De Hoge Raad heeft de deur naar heffingskortingen op een kier gezet. Ziet de Belastingdienst de bui al hangen, en heeft Nederland aan de Wet IB 2001 niet genoeg om Thailand buiten de landenkring te houden? Heeft om die reden artikel 23 expliciet een woonplaats-clausule meegekregen? Volgende week leggen wij die vragen voor aan de Commissie Financiën van de Tweede Kamer.

8.5- De Botsing met Draagkracht en Gelijkheid

De Algemene Heffingskorting en de Ouderenkorting hebben na de uitspraak in 2019  van de Hoge Raad een tweeledig karakter. Deze zijn enerzijds bedoeld als persoonsgebonden tegemoetkomingen. In Artikel 23 verbiedt Nederland ons hiermee in Thailand gebruik van te maken.

Anderzijds, zegt de Hoge Raad, vloeien de kortingen voort uit de vertaling destijds van het ‘belastingvrije som’-principe. In dat geval maken heffingskortingen deel uit hoe een belastingtarief eruit ziet. Ook die 8,1% anno 2026 waar wij in Thailand mee te maken hebben. Door niet ons het belastingdeel van de kortingen te berekenen, keert de belastingdienst zich tegen het draagkrachtbeginsel.

Wanneer Nederland 100% van het inkomen belast, botst het weigeren van het basis-belastingvrije deel, de kortingen, met het gelijkheidsbeginsel waar artikel 23 mee begon. Omdat de belastingdruk voor de ‘buitenlander’ feitelijk hoger uitvalt dan voor de ‘binnenlander’ met hetzelfde inkomen, is hier absoluut sprake van discriminatie.

Ook Nederland mag niet onrechtmatig tornen aan iemands draagkracht. Zowel het draagkracht- als het gelijkheidsbeginsel zijn in het EU-recht verankerd. Dat staat op zich los van Thailand. Een NL-gepensioneerde in het veel duurdere Australië of Canada is op dezelfde wijze onderhevig aan de grillen van Nederland.

8.6- De Uitkomst

De Hoge Raad oordeelt dat heffingskortingen niet enkel en alleen vallen onder de noemer “samenstelling van het gezin of gezinslasten”. In dat geval hoeft de fiscus met Thailand geen rekening te houden, omdat die bepaling het EU-recht omvat.

Echter: het oordeel van de Hoge Raad zegt ook dat wanneer Nederland onder het nieuwe verdrag 100% heffingsmacht claimt, zij juridisch gehouden is het belastingtarief inclusief de ingebouwde kortingen toe te passen. Het opsplitsen van het tarief in wel de lasten, maar niet de kortingen is een kunstmatige ingreep die de fiscale nulgrens voor de Nederlander in Thailand vernietigt.

Een gepensioneerde in Nederland begint pas belastingen te betalen bij een inkomen van meer dan € 20.300. Dat is zijn nulgrens. Een gepensioneerde in Thailand betaalt belastingen vanaf de allereerste € 1,00. Zie hier de toegestane discriminatie die Nederland hanteert met artikel 23 ‘non-discriminatie’.

Nogmaals en ten overvloede het juridische conflict in één zin: Nederland claimt de lusten van het woonland (100% belasting mogen heffen), maar wijst de lasten van het woonland (het bieden van een belastingvrij bestaansminimum/nulgrens) resoluut af.

9. De Hefboom


Dat gedoe in vorige zin mag geen werkelijkheid worden. Dit is waarom de Hefboom de Landenkring kan openbreken:

  • Het steunpunt: Als een rechter erkent dat Nederland de heffingskortingen ten onrechte weigert op basis van een verkeerde uitleg van Lid 3, dan staat de hele motivatie voor de uitsluiting van Thailand onder druk.

  • Het scharnierpunt:  Zodra vaststaat dat de uitsluiting van de twee individuele kortingen juridisch niet deugt, valt de rechtvaardiging voor de hele uitsluiting van Thailand uit de Landenkring weg. Waarom zou een Nederlander in Spanje (EU) wel alle rechten hebben en een Nederlander in Thailand (100% belastingplichtig) niet, als de administratieve controle via artikel 25 gewoon mogelijk is? Dat artikel wordt het scharnierpunt.

10. Hoe verder?

De argumenten die we vandaag hebben blootgelegd, vormen de munitie voor onze aanstaande actie richting de Commissie van Financiën. We gaan de Commissie oproepen om niet langer te polderen, maar om recht te spreken.

De fiscus schermt met ‘oncontroleerbaarheid’, maar we zullen volgende week zien dat Artikel 25 dat argument definitief naar de schroothoop verwijst. De overheid kan niet met de ene hand tekenen voor controle via Artikel 25, en met de andere hand beweren dat controle onmogelijk is om ons onze rechten te ontzeggen.

Volgende week in Deel 5: Hoe Artikel 25 de fiscus schaakmat zet, en Oproep 2 aan de Commissie van Financiën om in de procedurevergadering van 18 juni as koppen met spijkers te slaan.

Ingezonden door Ruud B.

Hoe leuk of nuttig was deze posting?

Klik op een ster om deze te beoordelen!

Gemiddelde waardering / 5. Stemtelling:

Tot nu toe geen stemmen! Wees de eerste die dit bericht waardeert.

Omdat je dit bericht nuttig vond...

Volg ons op sociale media!

Het spijt ons dat dit bericht niet nuttig voor je was!

Laten we dit bericht verbeteren!

Vertel ons hoe we dit bericht kunnen verbeteren?

Over deze blogger

Ingezonden Bericht

Laat een reactie achter