
Voor Nederlanders die in Thailand wonen, is deze zaak interessant. De fiscale woonplaats wordt namelijk niet uitsluitend bepaald door waar je staat ingeschreven of hoe lang geleden je uit Nederland bent vertrokken. De Belastingdienst kijkt naar je werkelijke persoonlijke en economische banden met Nederland. Wie daar nog vermogen, inkomsten, ondernemingen of regelmatig verblijf heeft, kan daarom vragen krijgen.
Belastingdienst onderzoekt woonplaats al sinds 2023
De Belastingdienst onderzoekt sinds oktober 2023 of de betrokken man nog fiscaal inwoner van Nederland is en daardoor mogelijk in Nederland belasting moet betalen. Volgens de fiscus zijn daarvoor verschillende aanwijzingen. De man bezit vastgoed in Nederland, heeft Nederlandse bankrekeningen en is betrokken bij Nederlandse rechtspersonen. Ook heeft hij familie in Nederland en de Nederlandse nationaliteit.
Daarnaast meent de Belastingdienst aanwijzingen te hebben dat hij werkzaamheden in Nederland heeft verricht en hier regelmatig verblijft. De man bestrijdt dat. Volgens zijn advocaat woont hij sinds zijn emigratie in 1992 volledig in het buitenland. Daar bevinden zich volgens hem zijn woning, gezin, sociale leven en economische activiteiten. Ook zijn huisarts, dagelijkse uitgaven en telefoonabonnementen bevinden zich buiten Nederland. Hij leverde hiervoor naar eigen zeggen honderden pagina’s met documenten en juridische analyses aan.
Eigen woonplaatsrapport was niet voldoende
De rechter vindt de informatie die de man heeft verstrekt onvoldoende. Een belangrijk punt is dat hij zelf een rapport over zijn fiscale woonplaats had laten opstellen. Volgens de rechter hoeft de Belastingdienst daar geen genoegen mee te nemen. De fiscus mag de onderliggende gegevens opvragen om zelfstandig te kunnen beoordelen waar iemand werkelijk woont.
Volgens de voorzieningenrechter zijn meerdere vragen van de Belastingdienst nog niet of niet volledig beantwoord. Ook is voorlopig niet gebleken dat het opvragen van deze informatie een ontoelaatbare aantasting van zijn privacy oplevert. Daarom moet de man binnen vier weken alsnog een grote hoeveelheid gegevens verstrekken.
Bankgegevens van zeven jaar moeten op tafel
De informatieplicht betreft de jaren 2018 tot en met 2024. De Belastingdienst wil onder andere overzichten en afschriften zien van Nederlandse en buitenlandse bankrekeningen. Ook gegevens over debetkaarten, creditcards en telefoonabonnementen moeten worden aangeleverd.
Verder moet de man informatie geven over schulden, vorderingen en vastgoed in Nederland. Ook moet duidelijk worden bij welke ondernemingen, samenwerkingsverbanden, rechtspersonen en andere vermogensstructuren hij betrokken is.
Daarnaast vraagt de fiscus naar inkomsten uit Nederland en naar betaalde werkzaamheden die hij daar heeft uitgevoerd. Voor 2023 en 2024 moet hij bovendien aangeven op welke adressen hij tijdens zijn verblijf in Nederland heeft verbleven.
Dwangsom kan oplopen tot 5 miljoen euro
De rechter heeft bepaald dat de man € 50.000 per dag moet betalen wanneer hij niet tijdig aan het bevel voldoet. De maximale dwangsom bedraagt € 5 miljoen. De Belastingdienst had zelfs om een maximum van € 7,5 miljoen gevraagd, maar dat vond de rechter te hoog. De dagelijkse dwangsom van € 50.000 werd wel aanvaard. Daarbij speelde mee dat de Belastingdienst al sinds 2023 probeert de gevraagde informatie boven tafel te krijgen.
De fiscus mag hiervoor naar de civiele rechter stappen, ook wanneer daarnaast nog een fiscale procedure over een informatiebeschikking loopt.
Ook de Belastingdienst kreeg eerder ongelijk
De zaak kent een opmerkelijke voorgeschiedenis. De Belastingdienst legde de man in augustus 2024 een informatiebeschikking op. Daartegen maakte hij bezwaar. De inspecteur wilde vervolgens wachten met een beslissing totdat informatie van buitenlandse autoriteiten beschikbaar was.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant stak daar op 21 november 2025 een stokje voor. De inspecteur had uiterlijk begin januari 2025 op het bezwaar moeten beslissen en mocht daarvoor niet wachten op eventuele nieuwe buitenlandse informatie. De Belastingdienst moest alsnog binnen twee weken uitspraak doen.
Daarbij kreeg de inspecteur zelf een dwangsom opgelegd van € 100 per dag, tot maximaal € 15.000. Daarnaast stelde de rechtbank vast dat al een bestuurlijke dwangsom van € 1.442 verschuldigd was. Tegen die uitspraak is hoger beroep ingesteld.
Waarom deze zaak belangrijk is als je in Thailand woont
Voor Nederlanders in Thailand laat deze zaak vooral zien dat emigratie voor de Nederlandse fiscus geen kwestie is van alleen een uitschrijving bij de gemeente. Bij twijfel kijkt de Belastingdienst naar het totaalplaatje. Denk aan je woning, gezin, bankrekeningen, vastgoed, ondernemingen, inkomsten, sociale banden en de plaats waar je feitelijk verblijft.
Ook regelmatig verblijf in Nederland kan daarbij relevant zijn. Hetzelfde geldt wanneer je daar werkzaamheden verricht of nog sterk betrokken bent bij Nederlandse ondernemingen. Dat betekent niet dat bezit van een Nederlandse bankrekening of woning je automatisch fiscaal inwoner van Nederland maakt. De fiscale woonplaats wordt beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden samen.
Juist voor Nederlanders die een groot deel van het jaar in Thailand wonen, maar nog financiële of zakelijke belangen in Nederland hebben, is het daarom verstandig documenten te bewaren waarmee je feitelijke woon- en leefsituatie kan worden aangetoond.
De fiscus krijgt geen blanco cheque
De Belastingdienst kreeg overigens niet alles wat hij vroeg. De fiscus wilde dat ook toekomstige vervolgvragen automatisch onder dezelfde dwangsom zouden vallen. De rechter wees dat verzoek af. Op dit moment is immers nog niet bekend welke vragen later eventueel worden gesteld. De dwangsom geldt daardoor alleen voor de informatie die nu concreet is omschreven.
Feitencontrole
De uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 november 2025 bevestigt dat de Belastingdienst destijds niet mocht wachten op nieuwe informatie van een buitenlandse instantie voordat op het bezwaar tegen de informatiebeschikking werd beslist. De rechtbank legde daarbij inderdaad een dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 en stelde daarnaast een reeds verschuldigde dwangsom van € 1.442 vast.
De bedragen, periodes en termijnen uit de nieuwe zaak zijn in de beschikbare berichtgeving onderling consistent: vier weken om informatie aan te leveren, € 50.000 dwangsom per dag, een maximum van € 5 miljoen en gegevens over de jaren 2018 tot en met 2024.
Bronnen:
Fiscaal Vanmorgen, 3 september 2026
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, uitspraak van 21 november 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:8185

Over deze blogger

-
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. Wij maken o.a. gebruik van AI om onderzoek te doen naar onderwerpen en het schrijven over deze onderwerpen. Wij genereren ook foto's met AI, maar gebruiken daarnaast ook stockfoto's. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.
Lees hier de laatste artikelen
Kort nieuws8 september 2026Regionaal Thailandnieuws 8 september 2026: tien miljoen methpillen onderschept, zware regen bedreigt noorden en Isaan en Phuket scherpt veiligheid aan
Geld en financiën7 september 2026Sterkere euro maakt Thaise inflatie voor gepensioneerden ruim goed
Achtergrond7 september 2026Farang gehuwd met een Thaise met minderjarige kinderen: ben jij aansprakelijk als haar of jouw kind een ongeluk veroorzaakt?
Vliegtickets7 september 2026Vliegdeals Thailand maandag 7 september 2026: vanaf €595 nu ook met ruimbagage


Duidelijk is dat de rechterlijke macht er niet voor jou is, gezien de lage/hoge dwangsommen die opgelegd zijn. Absurd is het hoelang de belastingdienst je lastig kan blijven vallen en zelfs WRAAK op je kan nemen. Wat zou er gebeuren, wanneer je ze gewoon begeerd als je toch in Thailand woont?!