Sri Thanonchai (noot 1) is een personage in een serie verhalen die, meestal in oud-poëtische vorm gegoten, al enige honderden jaren mondeling rondgaan in Thailand en tevens in de omringende landen als Cambodja, Laos, Vietnam en Birma.

In de Isaan wordt hij Siang Miang (2) genoemd, in Laos Xieng Mieng en in Noord-Thailand ook wel Chiang Miang. Rond 1890 werd het opgeschreven en in druk uitgegeven. Hij is nog steeds erg populair, in volksverhalen, gezegdes (2a) , cartoons, films (3) en natuurlijk op wandschilderingen in tempels (4). Ik denk dat iedere Thai zijn naam kent en een aantal van zijn avonturen.

In het Engels wordt hij heel toepasselijk een ‘trickster’ genoemd want dat betekent zowel grappenmaker als bedrieger. In het Nederlands zouden we zeggen dat hij ‘trucs’ toepast en dat verwijst naar handigheid maar ook naar list.

Sri, zoals hij in de verhalen kortweg wordt genoemd, gebruikt humor en scherpzinnigheid om zich door het leven te worstelen en moeilijkheden en problemen de baas te worden. Taalgrappen zijn zijn voornaamste wapen. Hij speelt met woorden die door zijn omgeving soms letterlijk worden begrepen terwijl Sri het figuurlijk bedoelt of net andersom. Hij speelt ook feilloos in op de zwakheden van anderen, hun geborneerdheid, arrogantie (‘dat doe ik wel even’), hebzucht en domheid. Hij zegt en doet onverwachte dingen die een ander misschien ooit stiekem zou willen zeggen en doen maar niet echt durft. Sri wel. Misschien was hij wel autistisch.

Sri werd geboren in een heel gewoon boerengezin maar hij werkt zich op tot hoveling waar hij jarenlang de koning vergezelt. in het beroemde epos Khun Chang Khun Phaen (5) is het de knappe Phaen die ondanks zijn eenvoudige afkomst toch op het slagveld van de liefde en van de oorlog de adellijk, rijke maar lelijke Chang verslaat. Ook de bombastische koning moet het duidelijk afleggen tegen Phaen. Bij Sri zien we hetzelfde: hij is hooggeplaatste personen en de koning vaak de baas in slimmigheid. De toehoorders sympathiseren en identificeren zich ongetwijfeld met Sri wanneer hij zijn meerderen de loef afsteekt. Het is een humoristische uitlaatklep voor de opgekropte frustraties in hun leven waar ze steeds moeten buigen voor het gezag. Denk overigens niet dat hun uiterlijke nederigheid gepaard gaat met een passende innerlijke toestemming of voldoening, ook nu niet. Over het algemeen zijn Sri’s trucs vrij onschuldig maar een enkele keer bedriegt hij echt.

Ik beschrijf twee scenes uit de hieronder genoemde film.

Als Sri een jaar of zes is gaan zijn vader en moeder even op stap. De vader vraagt Sri het huis schoon te maken: ‘Wel, Sri, zorg er even voor dat alles helemaal schoon is als we terugkomen. Alles moet opgeruimd (6) worden want er ligt te veel rotzooi in de kamer’. (Dan voegt de moeder er nog iets aan toe, maar dat kon ik niet volgen.) Sri voegt de daad bij het woord, sleept alles uit het huis naar buiten en gooit het in een kanaal. Als vader en moeder thuis komen zijn ze erg boos en Sri wordt geslagen en verbannen. Hij meldt zich dan bij een tempel en vertelt de abt dat zijn ouders zijn overleden en dat hij een wees is. De abt ontfermt zich over hem. Op een dag zitten ze samen te eten als Sri ziet dat een vlieg neerstrijkt op het kale hoofd van de monnik. Hij aarzelt even maar haalt dan krachtig uit en slaat met zijn vlakke hand de vlieg dood op het hoofd van de abt. Hilariteit gegarandeerd.

Vier korte verhaaltjes

De koning

Op een dag lopen de koning en Sri in de koele namiddag door de paleistuin. Ze wandelen langs de hof vijver wanneer de koning Sri aanspreekt.

‘Wel, Sri, iedereen zegt dat je zo verschrikkelijk slim bent en dat je iedereen voor de gek kan houden en kan laten doen wat jij wilt. Nu vraag ik je: kun je mij die vijver inpraten?’

‘Welnee, Sire, U overdrijft, dat kan ik echt niet! Maar ik heb wel een goeie truc om U er weer uit te halen’.

‘Aha’, zegt de koning, ’ik weet zeker dat je dat niet zal lukken, vast niet, maar we zullen zien’.

De koning kleedt zich uit, gaat het water in en kijkt glimlachend omhoog.

‘Nou, Sri, hoe krijg je me er weer uit, hé. Probeer het maar!’

‘Wel, Sire, ik geloof dat U gelijk hebt, ik kan U niet uit het water halen maar ik kreeg U wel in het water!’

Twee volle manen

Op een dag krijgt tante Sa bezoek van Sri Thanonchai. Hij wil geld lenen. Tante Sa twijfelt want de goed geklede Sri staat bekend als een rijk man. Sri legt uit dat hij tijdelijk wat meer geld nodig heeft en dat hij het snel zal terug betalen.

‘Als je twee volle manen hebt gezien, tante Sa, kom het geld dan bij me ophalen’. Tante Sa is gerustgesteld en leent hem het gevraagde bedrag.

Twee maanden later gaat tante Sa naar Sri en vraagt om het geld. ‘Maar tante Sa, je hebt helemaal nog geen twee volle manen gezien!’ Tante Sa gaat in verwarring naar huis. Heeft ze zich dan zo vergist in de tijd?

Een maand later bezoekt ze Sri opnieuw. ‘Sri, ik weet nu heel zeker dat ik tweemaal een volle maan heb gezien’. ‘Maar tante, ik heb niet gezegd dat je het geld terugkrijgt als je twee maal één volle maan hebt gezien maar als je twee volle manen hebt gezien. Tweé volle manen. Begrijp je het verschilt? Nou dan!’

Tante Sa druipt af. Op weg naar huis ontmoet ze een monnik aan wie ze het hele verhaal vertelt. De monnik weet raad: ‘Kom bij de volgende volle maan naar de rechtbank in het paleis.’

Die dag staan Sri, tante Sa en de monnik voor het koninklijk gerecht. Tante Sa doet eerst wat bevend haar verhaal. Dan verdedigt Sri zich, in de volle overtuiging dat hij gelijk heeft en zal krijgen.

De monnik neemt als laatste het woord. ‘Sri, kijk eens naar boven’, wijst hij, ‘wat zie je?’ ‘Ik zie een volle maan’, antwoordt Sri.

‘En kijk nu eens in deze vijver. Wat zie je?’ ‘Nog een volle maan’, geeft Sri verslagen toe.

Tante Sa keert blij met haar geld naar huis terug. Er wordt gezegd dat dit de enige keer was dat iemand Sri te slim af was.

Een koninklijke scheet

De koning was zo vaak door Sri voor de gek gehouden dat hij wel eens wraak wilde nemen.

Hij liet een holle bamboebuis aanrukken, gaf een flinke wind in de buis en stopte het dicht met wat oude bladeren. Hij riep drie hovelingen bij zich en gaf ze bevelen.

‘Jullie moeten deze buis naar Sri Thanonchai brengen. Zeg hem dat het een waardevol koninklijk geschenk is. Maar in werkelijkheid heb ik er alleen een scheet in gedaan’, voegde hij er lachend aan toe. De hovelingen en de koning kwamen niet meer bij van de voorpret.

Toen de hovelingen het dorp waar Sri woonde naderden zagen ze een man vissen in een kanaal. Ze vroegen hem of hij wist waar Sri woonde en of hij thuis was. ‘O ja, dat weet ik heel goed’, zei de man die in werkelijkheid Sri was, ‘maar wat is jullie business met hem?’

De hovelingen konden het niet nalaten hem wat opschepperig en onder veel gegrinnik het verhaal te vertellen. Maar Sri keek wat bedenkelijk. ‘Weten jullie wel zeker dat er geen goud in zit? Of misschien is de scheet wel verdampt. Jullie kunnen beter eerst even kijken voordat ik jullie naar Sri breng!’

De hovelingen keken elkaar weifelend aan maar besloten toch dat het een goed idee was. Als het goud was dan konden ze er misschien ook van mee profiteren…Ze haalden de dorre bladeren weg en werden vervolgens getrakteerd op de stank van ‘s koning scheet.

Het gouden huis

Sri Thanonchai kwam weer eens te laat bij het overleg van de koninklijke raadgevers. De koning was nu echt geïrriteerd. ‘Waarom ben je altijd te laat, Sri?’ ‘Wel, Majesteit, ik ben een huis aan het bouwen van alleen maar goud en dat kost veel tijd!’ De irritatie van de koning veranderde in ongeloof en een zekere nieuwsgierigheid. ‘Dat wil ik wel eens zien’, zei de koning. Het hele hof trok naar het huis van Sri. Daar aangekomen zagen ze een huis in aanbouw….. maar van hout. De koning wendde zich tot Sri: ‘Je zei ‘alleen maar van goud’ maar dit is gewoon hout!’ ‘ Absoluut, Sire, dit huis wordt gebouwd van gouden teak!’ (7)

Noten

1 Sri Thanonchai ศรีธนญชัย spreek uit sǐe thánonchai. Sri is een eretitel voor namen en plaatsen: ‘Grote, Geërde’.

2 Siang is de titel van een uitgetreden novice in de Isaan. Mîang zijn gefermenteerde theebladeren, nu nog gesabbeld in het Noorden en misschien elders. Sri maakte ook eens kooplieden die de Mekong overstaken met een truc deze toen vrij kostbare bladeren afhandig.

2a Chàlàat mǔuan Thánonchai ‘zo slim als Thanonchai’: sluw, geslepen.

3 De film heet ‘Sri Thanonchai 555’. Geheel in het Thais maar geeft een zeker beeld van het leven toen.

www.youtube.com/watch?v=ya-B-ui4QMk&spfreload=10

4 In de Pathum Wanaram Rajaworawihan temple in Bangkok, hier te bekijken:

ich.culture.go.th/index.php/en/ich/folk-literature/252-folk/217-the-tale-of-sri-thanonchai

5 Voor Khun Chang Khun Phaen zie en.wikipedia.org/wiki/Khun_Chang_Khun_Phaen

De volledige Engelse vertaling met veel uitleg en tekeningen is een genot om te lezen: The Tale of Khun Chang Khun Phaen, vertaald door Chris Baker en Pasuk Phongpaichit, Silkworm Books, 2010. Khun is hier niet ‘meneer of mevrouw’ maar ขุน khǒen met een stijgende toon wat de laagste adelijke stand was, vergelijkbaar met jonkheer.

6 De vader gebruikt hier het woord โล่ง lôong wat zowel ‘opruimen’ als ‘leegmaken’ kan betekenen.

7 Een woordspeling op ‘sàk’. ‘Sàk’ kan zowel ‘alleen maar’ als ‘teak’ betekenen. ‘Thong’ is goud. Sri zegt ‘sàk thong’. Sri kan dus bedoelen ‘alleen maar goud’ of ‘gouden teak’, één van de vele soorten teak.

 


» Laat een reactie achter


Er zijn geen reacties mogelijk.


Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website