Bintabath Blues in Hua Hin

Door Bert Vos
Geplaatst in Cultuur, Korte verhalen
Tags: ,
26 april 2026
()

De ventilator draaide traag. Reinout lag op zijn rug op het dunne matras, zijn ogen open. Hij staarde naar het plafond dat ooit wit was geweest. Nu zat het vol vlekken. Twee gekko’s zaten vastgekleefd en staarden naar de paar muggen die er rondzoemden.

Buiten zijn kamer, boven een bar in een zijstraatje van Soi Bintabath klonk gedempt gerommel. Muziek die nergens meer echt begon of eindigde. Gelach, te hard om echt te zijn. Hij sloot zijn ogen en zag het voor zich: zijn bar. Badend in neonlichten. Met meisjes die zijn naam riepen als hij binnenkwam: “Mister Reinout!” Hij was iemand geweest, hij hoorde erbij. Hij kende de juiste mensen, de juiste agenten, de juiste leveranciers. Geld ging in stapels over de bar, en hij dacht dat het nooit zou stoppen.

Het pand dat te huur stond, had hij samen met iemand die hij daar ergens aan een toog had ontmoet getransformeerd tot bierbar met ononderbroken stampende rockmuziek en liveoptredens. Zijn zakenmaat was een Australiër, met wilde haren, tattoos, een verweerd gezicht en grote plannen. Ze hadden succes. Binnen een jaar draaiden ze winst. Aan vrouwen die er wilden werken geen gebrek, zijn klanten wisten zijn Sukky 2, genoemd naar een ex, te vinden. Maar ineens was het niet zo leuk meer. De down-under-man en hij kregen ruzie, het ging om geld, zoals altijd, een zakelijk geschil waar ze niet uitkwamen. De Australiër wilde weg. Reinout kocht hem uit. Althans, dat dacht hij. De papieren die hij tekende bij de advocaat had hij nooit echt begrepen. “Mai pen rai,” zei zijn Thaise vriendin. “Teken maar, ja? Geen probleem.” Ze glimlachte, zoals ze altijd deed.

De ventilator klikte. Even stokte hij, alsof hij ermee wilde ophouden, maar toen draaide hij weer door.

Reinout draaide zich op zijn zij. Zijn keel was droog. Hij zocht naar de fles naast het bed. Die was leeg. Godver, vloekte hij zacht. Hij had ooit dozen whisky in zijn opslag gehad. Nu moest hij tellen of hij genoeg munten had voor een goedkope fles rijstwijn. Hij lachte schor. Zijn gedachten slaan op hol. Hij probeerde half aangeschoten de stukjes in de puzzel te passen. Het was begonnen met kleine dingen.

Een slechte maand. Minder toeristen. Regen. Slecht seizoen. Daarna een lening. Daarna nog een. Zijn vriendin begon zich anders te gedragen. Minder lachen. Meer telefoontjes buiten. Fluisterend. Hij had het gezien, natuurlijk. Maar hij wilde het niet zien. Tot de dag dat ze weg was. Gewoon weg. En zijn rekening leeggeplunderd. En de bar? Die was niet eens van hem. Nooit van hem geweest. De echte eigenaar meldde zich. Of hij erg snel wilde vertrekken.

Hij ging rechtop zitten. Zijn rug protesteerde. Alles protesteerde tegenwoordig. Hij keek naar zijn handen. Ze trilden licht. Hij voelde zich nog geen oude man. Maar zijn lichaam dacht daar anders over. Buiten klonk een scooter. Gelach. Een meisje dat iets riep in het Thai. Het leven ging gewoon door.  Altijd. Dat was misschien het hardste aan deze plek. Niemand wacht op je. Niemand vraagt waar je gebleven bent. Als je niets meer hebt, ben je ook niets meer. Je verdwijnt gewoon, de muziek gaat door. Hij stond op, liep naar het raam. Het ongewassen gordijn hing half los. Hij schoof het opzij.

De straat beneden glansde van de moessonregens. Neonlichten weerspiegelden zich in de plassen. Een paar toeristen slingerden voorbij, luid, dronken, nog vol plannen. Hij herkende zichzelf in hen. Jaren geleden.

Hij dacht aan teruggaan. Naar de grijze lucht. Mensen zouden hem aankijken en zich afvragen waar het mis was gegaan. Hij had geen antwoord. Misschien was er geen moment geweest. Het verval was langzaam gegaan, zoals alles hier. Een beetje verlies. Een beetje drank. Een beetje blind vertrouwen.

Tot er niets meer over was. Zijn maag knorde. Hij negeerde het. Hij pakte zijn vervaalde shirt van de grond en trok het aan. Het rook muf. Zoals alles. In de broekzak van zijn katoenen grijze broek zat net genoeg kleingeld voor een kom soep bij een stalletje waar het water gratis was. Hij aarzelde, maar herpakte zich en greep de ijzeren deurklink. Misschien kon hij ergens nog wat geld regelen, mompelde hij tegen zichzelf. Bij iemand die hem kende. Iemand die zich hem herinnerde zoals hij was. Maar diep van binnen wist hij het al. Die bestond niet meer.

Hij luisterde naar de buitengeluiden achter de deur die hem angst inboezemden. Het geluid van de levens die wel doorgingen, zonder hem. Hij ademde diep in. Zijn keel trok zich samen, hij zag zichzelf aan het graf van zijn moeder, hoe de tranen over zijn wangen liepen.  Maar nu kwam er niets. Hij opende de deur en liep een beetje wankel op zijn teenslippers naar buiten. De warme nacht en de neonlichten slokten hem zonder moeite weer op. Alsof hij er altijd bij had gehoord.

Hoe leuk of nuttig was deze posting?

Klik op een ster om deze te beoordelen!

Gemiddelde waardering / 5. Stemtelling:

Tot nu toe geen stemmen! Wees de eerste die dit bericht waardeert.

Omdat je dit bericht nuttig vond...

Volg ons op sociale media!

Het spijt ons dat dit bericht niet nuttig voor je was!

Laten we dit bericht verbeteren!

Vertel ons hoe we dit bericht kunnen verbeteren?

Over deze blogger

Bert Vos
Bert Vos
Bert Vos, geboren 1958. Woonachtig in Amersfoort. Gewerkt als woonbegeleider in de GGZ en een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking. Opleiding HBO-maatschappelijk werk en op latere leeftijd HBO-journalistiek. Na zijn werkzame leven in de zorg was hij werkzaam als freelance journalist en fotograaf voor de lokale media en een reistijdschrift. Beheerder van de website Aziatische Tijger van 2009 tot 2019. Schrijver van onder meer reisverhalen en wie weet een boek dat zich in Thailand afspeelt. Komt sinds 1997 in Thailand met uitstapjes naar Laos en Cambodja.

Laat een reactie achter