Het verhaal begint in de jaren tien van de vorige eeuw, toen prins Chakrabongse, de jongere broer van koning Rama VI, hier op een jachtuitje belandde en zo verliefd werd op de baai dat hij er zijn eigen vakantievilla liet bouwen. Andere leden van het hof volgden, en in 1923 nam koning Rama VII het besluit om er een heus zomerpaleis op te trekken: Klai Kangwon, “Ver van Zorgen”. De spoorlijn vanuit Bangkok bracht de hofhouding, de aristocratie kwam erachteraan, en niet veel later volgden de eerste buitenlandse gasten. Het resultaat is een sfeer die je nergens anders in Thailand zo vindt: een mengeling van koninklijke nostalgie, Chinese vissersgeschiedenis, Britse koloniale chic en moderne Thaise badplaats.

Onderstaande route van ongeveer vier kilometer brengt je door alle lagen van die geschiedenis. Met alle stops doe je er zo’n drie uur over. Ik raad aan om rond half negen ’s ochtends te beginnen: dan is Chatchai Market op zijn drukst en mooist, is het strandwandelen nog aangenaam, en haal je het Centara Grand precies op het moment dat de high tea wordt geserveerd. Onderweg gebruik ik vaste oriëntatiepunten en straatnamen, zodat je ook zonder Google Maps op de juiste plek uitkomt.

Vertrek bij het beroemdste station van Thailand

Sinds december 2023 is het oude Hua Hin Railway Station geen werkend treinstation meer. De treinen halteren tegenwoordig op het nieuwe, hooggelegen station ernaast, dat is gebouwd als onderdeel van de spoorverdubbeling van de zuidelijke lijn. Maar het oude station is verre van verlaten. Het functioneert nu als cultureel erfgoed en informeel museum, en blijft een van de meest gefotografeerde bezienswaardigheden van de stad. Je kunt er nog gewoon rondlopen, foto’s maken en het terrein bezoeken.

Vanaf vrijwel elk hotel in Hua Hin ben je binnen tien minuten met een songthaew (rond de 40 baht per persoon) of taxi (100 tot 150 baht) bij het oude stationsgebouw aan de Liab Tang Rod Fai Road. Veel hotels rijden ook gratis shuttles, vraag het bij de receptie.

En dan sta je voor wat misschien wel het mooiste treinstation van Thailand was, en zeker het meest gefotografeerde. Het oorspronkelijke gebouw werd opgetrokken in 1910 en in 1926 herbouwd in zijn huidige Victoriaanse stijl door prins Purachatra Jayakara, de toenmalige commandant van de koninklijke spoorwegen. Niet zomaar functioneel ontworpen, maar als ceremonieel poortgebouw van de stad. De koning kwam hier per trein aan, en wat hij als eerste te zien kreeg, moest een visitekaartje zijn.

Het echte juweeltje staat naast het stationsgebouw: het Phra Mongkut Klao-paviljoen, een vrijstaand vierkant paviljoen in zuiver Thaise stijl met sierlijke vergulde dakranden. Het werd oorspronkelijk gebouwd tijdens de regering van koning Vajiravudh (Rama VI) als koninklijke wachtkamer, en in 1967 verplaatst van het Sanam Chandra-paleis in Nakhon Pathom naar Hua Hin ter ere van zijn nalatenschap. Vandaag mag je er gewoon omheen lopen en foto’s maken. Op het terrein staat ook een vintage stoomlocomotief opgesteld, geïmporteerd uit Engeland en in Thailand gebruikt vóór de Tweede Wereldoorlog.

Houd er wel rekening mee dat het oude station niet altijd in topconditie verkeert. Sommige bezoekers melden dat de verf op sommige plekken bladdert en het onderhoud achterloopt. Het wachten is op een groter restauratieproject. Voor nu kun je het terrein vrij rondlopen, foto’s maken bij het paviljoen en bij de oude locomotief, en de sfeer proeven van het Hua Hin van honderd jaar geleden. Reken op 20 tot 30 minuten.

Door de Damnern Kasem Road naar de klokkentoren

Verlaat het oude stationsgebouw en loop in oostelijke richting de Damnern Kasem Road in. Dit is de brede laan met palmbomen die je niet kunt missen.

De Damnern Kasem Road was ooit de koninklijke aanvoerroute van het station naar het strand. De koning werd hier in een open koets opgehaald en vervolgens stapvoets naar zijn paleis verderop geëscorteerd. Vandaag is de straat een mengeling van oude shophouses, kleine cafés, een paar boetiekjes en hier en daar een overschaduwde tempel. Veel van die houten gevels staan er nog precies zoals ze in de jaren dertig zijn opgetrokken.

Loop ongeveer 250 meter rechtdoor. Bij het eerste grote kruispunt sta je op de hoek van de Damnern Kasem Road en de Phetkasem Road, herkenbaar aan de Hua Hin Clock Tower in het midden van het kruispunt. Een klein wit klokkentorentje, eerlijk gezegd niet bepaald spectaculair (de Thai zelf maken er grapjes over: ‘het meest overzienbare oriëntatiepunt van Thailand’), maar wel een handig herkenningspunt. Je staat nu in het hart van de stad. De Phetkasem Road is de hoofdverkeersader van Hua Hin, het verkeer is hier serieus en stopt zelden uit zichzelf voor voetgangers. Gebruik altijd het zebrapad en wees op je hoede.

Wat Hua Hin: de tempel zoals de Thai hem beleven

Bij de klokkentoren sla je linksaf de Phetkasem Road op, in noordelijke richting. Loop ongeveer 300 meter noordwaarts. Aan je rechterhand passeer je een paar Chinese tandartspraktijken (een typische Hua Hin-traditie, vroeger kwamen koninklijke familieleden hier voor hun gebit) en goudwinkels, daarna zie je rechts een grote witte poort met rode dakranden. Dat is de ingang van Wat Hua Hin.

Wat Hua Hin is geen pareltje van Thaise tempelarchitectuur, daar moet je eerlijk over zijn. Wie net het Grand Palace in Bangkok heeft gezien, kan zich er flink door overdonderd voelen. Maar juist daarom is het de moeite waard. Dit is een gewone gemeenschapstempel, en daar zit zijn waarde in. Hier zie je geen toeristengidsen met paraplu’s hoog in de lucht, maar Thaise families die merit-making rituelen verrichten: bloemen leggen, wierook branden, lotusbloemen aan de Boeddha aanbieden, soms een kooitje vogels kopen om die symbolisch vrij te laten.

Op het terrein vliegen duiven door de open hallen, schillen monniken aardappelen op de stoep en hangen gele gewaden te drogen aan de waslijnen achter de leefhuizen. Dit is boeddhisme in zijn dagelijkse vorm: ongepolijst, levend, nuchter. Voor de fotograaf zit hier veel: de kleurcontrasten van oranje gewaden tegen witte muren, het lichtspel onder de open dakconstructies, de stille devotie van een oude vrouw bij een klein altaar.

Toegang is gratis; een vrijwillige donatie wordt op prijs gesteld. Reken op een kwartier voor een rustige rondgang.

Chatchai Market: de geur van Hua Hins keuken

Verlaat Wat Hua Hin via dezelfde poort en sla rechtsaf, dus zuidwaarts, terug over de Phetkasem Road. Loop ongeveer 450 meter zuidelijk door, langs de klokkentoren. Aan je linkerhand zie je dan een grote overdekte hal met levendige bedrijvigheid eromheen: dat is Chatchai Market, de dagelijkse versmarkt van Hua Hin.

Vergeet de gladgestreken toeristenmarkten van Phuket of Pattaya: dit is een echte werkende markt waar de stad haar boodschappen doet. De markt opent al om vijf uur ’s ochtends (op zondag zelfs eerder), en tegen de tijd dat jij arriveert is het er een levendig samenspel van handelaren, kokkinnen die voor het hotel inkopen doen, en oma’s met een plastic boodschappenmandje aan de arm.

Stap binnen via de zijingang aan de Phetkasem Road. Onder een ruim dak ligt de hele oogst van de regio uitgestald. Hele tonijnen en barracuda’s op ijs, levende krabben die in plastic teilen tikken, manden vol langoustines en garnalen, papaja’s, mango’s, ramboetans en duriaans, gedroogde inktvis die als gigantische roze sneeuwvlokken aan rekken hangt, currypasta’s in alle kleuren en nog tien soorten chilipoeder die je tot tranen toe doen niezen. De geuren zijn intens en de doorgewinterde marktganger ruikt al van verre wat verser is dan vers.

Loop kris-kras tussen de stalletjes door, neem links bij de groente-afdeling, rechts bij de visafdeling. Aan de zuidkant van de hal zitten de bekende mango sticky rice-kraampjes. Bestel er een schaaltje voor 60 tot 80 baht: zoete kleefrijst, plakken rijpe mango en een lepeltje gezouten kokosroom erover. Een betere tussendoorsnack bestaat er niet. Eet het op een van de plastic stoeltjes ter plekke op, dan kun je tegelijk het marktleven gadeslaan.

Reken op 25 tot 30 minuten.

Door de Dechanuchit Road: de slapende avondmarkt

Verlaat Chatchai Market via de oostelijke uitgang. Je staat nu op de Dechanuchit Road. Loop deze straat in oostelijke richting (richting de zee).

Wat hier overdag een gewone winkelstraat lijkt, transformeert vanaf zes uur ’s avonds in de beroemde Hua Hin Night Market. De stallenhouders bouwen dan in een uur tijd een hele tentenstraat op met honderden meters straatkraampjes. Probeer dit beeld even vast te houden, want als je de wandeling later op de avond nogmaals wilt doen, weet je nu hoe je hier komt. Overdag zie je vooral goudhandelaren, opticiens, kledingzaken en een paar cafés. De gevels boven de moderne winkelpuien zijn vaak nog origineel: oude shophouses met sierlijke houten balkonnetjes en gietijzeren versieringen.

Loop ongeveer 350 meter door tot je aan je rechterhand de Naebkehardt Road kruist. Steek deze straat over en loop nog 100 meter rechtdoor. Aan je rechterhand zie je dan een smal steegje met pastelkleurige gevels en hangende lampions: dat is Soi Bintabaht.

Soi Bintabaht en de Naresdamri Road: de Chinese vissersbuurt

Sla rechtsaf de Soi Bintabaht in. Dit gezellige steegje is overdag rustig, maar ’s avonds een gezellige uitgaansstraat met bars en livemuziek. Loop het tot het einde, ongeveer 150 meter, en je komt uit op de Naresdamri Road.

De Naresdamri Road is de meest karakteristieke straat van Hua Hin. Hier woonden in de tweede helft van de negentiende eeuw de Chinese vissersfamilies die het dorp groot maakten. Veel van hen kwamen uit Hainan, op zoek naar werk in de visserij of de kruidenhandel, en bouwden hier hun typische houten huizen op palen, half boven het strand, half boven het water dat tussen de huizen door spoelt. Een groot deel van die panden staat er nog steeds. Vergrijsd, soms scheef gezakt, met klimop tegen de gevels en wasgoed dat aan touwtjes wappert, maar levend en bewoond.

Sla aan het eind van Soi Bintabaht linksaf, in noordelijke richting. Loop nu rustig de Naresdamri Road op. Aan je rechterhand zie je tussen de gebouwen door telkens steegjes en houten steigers die boven het water uitsteken. De meeste leiden naar restaurants, maar je mag er gewoon doorheen voor het uitzicht. Loop er ten minste twee of drie in.

Vooral ter hoogte van het Hilton Hua Hin Resort, ongeveer halverwege de straat, heb je een fantastisch uitzicht op de pastelkleurige gevels en de witte vissersboten in de baai. De pastelkleuren zijn geen toeristisch trucje, maar een eeuwenoude traditie: de Chinese eigenaren beschilderden hun huizen in zachtblauw, lichtgroen, roomwit en oudroze omdat het zeezout en de vochtigheid de verflagen elke paar jaar aan vervanging toe maakten. Wie nu opnieuw verft, kiest een nieuwe kleur, en zo krijgt elk huis door de jaren heen zijn eigen palet.

Trek hier in totaal 20 tot 25 minuten voor uit, want elk steegje verraadt iets nieuws.

De Hua Hin Fishing Pier (Saphan Pla)

Loop de Naresdamri Road verder uit in noordelijke richting. Na het Hilton ga je nog ongeveer 300 meter door, totdat de straat eindigt bij Saphan Pla, de Hua Hin Fishing Pier. Het is een smal betonnen platform dat de zee in steekt, een lokaal trefpunt voor zowel vissers als bezoekers. Vergeet dus de romantische houten steiger uit toeristenfolders: dit is een functioneel werkend bouwwerk, en juist daarin zit de charme.

In de afgelopen jaren is de pier in de weekends omgetoverd tot een levendige markt: op vrijdag, zaterdag en zondagavond vanaf zonsondergang vind je hier marktkraampjes met verse hapjes, en kunnen bezoekers op de betonnen rand zitten of op houten banken aan de andere kant. Aan het uiteinde van de pier is er ruimte om plaats te nemen aan een tafeltje of in een ligstoel, met soms livemuziek of een Thaise dansgroep als entertainment. Voor wie het aandurft, zijn er kleine vissersboten die korte tochtjes maken op kalme zee, met verplichte zwemvesten en toezicht van de havenautoriteiten. Een ritje van een halfuur kost zo’n 300 baht.

Doordeweeks is de pier rustiger en vooral functioneel. Vroeg in de ochtend kom je hier de bemanningen tegen die hun vangst lossen: zilveren makrelen, krabben in plastic tonnen, soms grote tonijnen die door dragers worden weggesjouwd. Achter je strekken zich de bergen uit van Khao Sam Roi Yot Nationaal Park als blauwe silhouetten boven de zee. Toegang is gratis en de pier is alcoholvrij en rookvrij, dus reken er niet op een biertje te kunnen drinken aan het eind.

Pas op het eind van de pier wel op met de afstap naar het water onder de betonnen rand. Trek hier 25 tot 30 minuten voor uit.

Langs het strand naar het Centara Grand

Loop terug van de pier naar de wal. Bij het begin van de pier kun je rechtsaf het strand op. Hier begint het lange, zachte zandstrand van Hua Hin, dat zich van hier zo’n vijf kilometer naar het zuiden uitstrekt. Trek je schoenen uit, hang ze in je hand of steek ze in je rugzak en loop het strand op.

Loop in zuidelijke richting (rechts als je met je rug naar de pier staat) langs de waterlijn. Het zand is fijn, het water is meestal kalm en je passeert paardenruiters die hun dieren over het strand laten draven. Die paarden zijn een traditie sinds de jaren vijftig, toen koninklijke familieleden hier polo speelden. Vandaag verhuren de eigenaren ritjes voor 500 tot 800 baht per halfuur. Niet kopen is helemaal prima, kijken is gratis en ook leuk: vooral ’s ochtends rennen er soms wel tien paarden tegelijk over het strand.

Je passeert de achterkant van het Hilton, daarna een rij kleinere strandhotels en strandstoelverhuurders die je een ligbed met parasol aanbieden voor 100 tot 150 baht voor de dag. Verleidelijk, maar voor nu loop je door. Tussen de gasten zie je vaak Thaise families spelen, en hier en daar een oudere westerling die met een metaaldetector langzaam over het strand schuifelt, hopend op een verloren ringetje.

Na ongeveer 800 meter strandwandelen zie je rechts een statig wit gebouw met sierlijke koloniale gevels, hoge zuilen en een grote tuin die tot aan het strand loopt. Dat is het Centara Grand Beach Resort, het oude Railway Hotel uit 1923.

Reken op 20 tot 25 minuten inclusief slenteren.

Pauze bij het Centara Grand: Britse koloniale chic

Loop vanaf het strand de tuin van het Centara Grand op. Er is een open hoofdpoort vanaf het strand, of je gaat eromheen via de zijingang aan de Damnern Kasem Soi. Spoel bij het strandafsluitpunt eerst je voeten af, doe je schoenen weer aan, en strijk je kleren glad: hier mag je echt opgepoetst binnenlopen.

Het oude Railway Hotel heeft een geschiedenis als geen ander hotel in Thailand. Het werd in 1923 opgetrokken door de Royal State Railways of Siam, om de eerste treinpassagiers vanuit Bangkok te kunnen huisvesten. De architecten haalden hun inspiratie uit de grote koloniale hotels van Ceylon en Singapore: brede veranda’s, hoge plafonds, ventilatoren die loom rondtollen, marmeren vloeren waar de tropische warmte op afketst. Tot in de jaren tachtig was het hotel een ontmoetingspunt voor de Bangkokse high society, voor expats en voor doorreizende beroemdheden.

Maar wereldberoemd werd het in 1984, toen het diende als decor voor de film “The Killing Fields” van regisseur Roland Joffé. In die film speelt het hotel de rol van het Phnom Penh Hotel, en wie de film heeft gezien herkent meteen het terras met de witte stoelen, de lange galerij en de prachtige tuin met haar geometrische hagen. Sindsdien is het hotel een bedevaartsplaats voor cinefielen en koloniale-architectuurliefhebbers.

Je hoeft geen gast te zijn om er rond te lopen. Loop het hoofdgebouw binnen, neem een blik in de prachtige tuin met haar geknipte hagen en hoge palmen, en overweeg een Engelse high tea op het terras (rond 750 baht per persoon, reserveren is verstandig in het hoogseizoen). Voor de prijs van een goed glas wijn waan je je in een romanachtige scène uit het koloniale Zuidoost-Azië: scones met clotted cream, kleine sandwiches zonder korst, dekentjes geserveerd in oud porselein, en een witgejaste ober die je nog eens vraagt of u thee of koffie wenst, “madam”.

Wie liever niet aanschuift, neemt op het terras gewoon een ijskoffie van rond de 180 baht, met hetzelfde uitzicht en dezelfde sfeer. En wie helemaal niets wil consumeren, mag een kort rondje door de lobby en de tuin maken zonder dat iemand iets zegt, mits je je kalm en respectvol gedraagt. Een wandeling door de gemanicuurde tuin alleen al is een belevenis: kijk goed naar de oude bomen, sommige zijn nog geplant bij de opening van het hotel.

Een belangrijke kanttekening: een deel van het complex wordt tot 2027 gerenoveerd, dus niet elk hoekje is nu toegankelijk. Vraag bij de receptie even of er beperkingen zijn. Reken op 20 tot 45 minuten, afhankelijk van of je echt blijft voor de high tea.

Eindpunt en optionele afsluiter

Verlaat het Centara Grand via de hoofdingang aan de Damnern Kasem Road. Daar sta je nog geen kilometer ten oosten van het oude station, je startpunt. Je hebt nu twee opties.

Loop in westelijke richting de Damnern Kasem Road weer op. Na ongeveer 700 meter passeer je opnieuw de klokkentoren en na nog 250 meter sta je weer voor het oude stationsgebouw. Looptijd: een kwartier. Dit is een aangename slotwandeling, vooral in de namiddag wanneer de zon door de palmbomen filtert.

Of pak een songthaew of taxi voor terug naar je hotel. Bij de hoofdingang van het Centara Grand staan altijd taxi’s te wachten. Een rit naar de meeste hotels in Hua Hin kost 80 tot 150 baht.

Heb je nog energie of doe je deze wandeling aan het eind van de middag? Loop dan vanaf het Centara Grand niet meteen terug naar het station, maar ga via de Damnern Kasem Road westwaarts naar de klokkentoren en sla daar rechtsaf richting de Dechanuchit Road. Die opent rond zes uur ’s avonds als de Hua Hin Night Market en is een spektakel op zich. Honderden meters straatkraampjes met gegrilde vis, gigantische tijgergarnalen die levend in een aquarium liggen tot je ze kiest, pad thai die voor je ogen wordt gewokt, vers fruit, kleding, souvenirs en straatmuzikanten. Het is toeristisch, dat moet gezegd, maar de sfeer en de kwaliteit van het eten zijn uitstekend. Probeer in elk geval de seafood aan de westelijke kant van de markt, waar de prijs-kwaliteitverhouding het best is. Een grote gegrilde vis met salade en sticky rice voor twee personen kost rond de 600 tot 800 baht.

Praktische tips voor onderweg

Totale afstand: ongeveer vier kilometer wandelen, allemaal vlak terrein, plus 800 meter over het strand. Totale entreekosten: nul, behalve eventueel een drankje of high tea bij het Centara Grand. Houd 800 tot 1.500 baht contant op zak voor eten, drinken, een eventuele paardenrit en kleine souvenirs. Pinnen kan op de meeste plekken, maar bij Chatchai Market en de straatkraampjes moet je echt cash hebben.

Een paar dingen om aan te denken. Trek lichte, ademende kleding aan en draag schoenen die je makkelijk in en uit doet, zowel voor de tempel als voor het strandstuk. Smeer je goed in, want grote delen van de route zijn onbeschut. Een hoedje of pet is geen overbodige luxe, vooral op de pier en op het strand staat de zon vol op je hoofd. Neem water mee, of koop het onderweg bij een van de vele 7-Elevens, waar een fles water zo’n 7 tot 15 baht kost.

Wees voorzichtig met oversteken op de Phetkasem Road. Het verkeer rijdt hier hard en let weinig op voetgangers. Gebruik altijd de zebrapaden en kijk vooral naar links, want de motorbikes komen van links en zijn snel.

En tot slot: laat je niet opjagen. De drie uur uit deze route is een richtlijn, geen wedstrijd. Wie zich onderweg laat afleiden door een gesprek met een visser, een onverwachte processie bij Wat Hua Hin of een onweerstaanbaar bord khao kha moo bij een straatkar, doet er misschien vier uur over. Dat is niet erg. Hua Hin is geen stad die zich met haast laat begrijpen, maar zit vol kleine ontdekkingen voor wie de moeite neemt te kijken en te luisteren.

Veel plezier in Thailands oudste badplaats.

Bron: redactie Thailandblog

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

1 reactie op “Wandelroute door het centrum van Hua Hin: drie uur door Thailands oudste badplaats”

  1. Hans Bos zegt op

    Moderator: bedankt voor de complimenten en je opbouwende kritiek, we hebben het aangepast.

    1

Laat een reactie achter