Je kent het park misschien van de foto’s van de Phraya Nakhon-grot, met dat gouden paviljoen waar een zonnestraal doorheen valt. Khao Sam Roi Yot is veel meer dan die grot. De naam betekent berg met driehonderd pieken, en tussen die kalkstenen bergen ligt een nat landschap vol vogels.

Voor wie graag kijkt, is dit een van de rijkste plekken van het land. Ruim driehonderd soorten zijn hier geteld. Je hoeft er geen fanatieke vogelaar voor te zijn. Een verrekijker, een vroege ochtend en een beetje geduld leveren hier al genoeg op om er een hele tijd stil van te worden.

Waarom de vogels hier zitten en niet in de bergen

De bergen zien er indrukwekkend uit, tot 605 meter hoog, maar ze krijgen weinig regen. De begroeiing is droog en de vogelstand is er tamelijk arm. Het echte werk gebeurt beneden, in het water. Rond de bergen ligt zoetwatermoeras, liggen stranden, modderplaten, restjes mangrove en oude garnalenvijvers. In dat mozaïek zie je in korte tijd veel soorten.

Het moeras Thung Sam Roi Yot is een van de grootste zoetwatermoerassen die Thailand nog heeft. Het beslaat een flink deel van het park. Wie voor vogels komt, moet dus niet omhoog kijken naar de pieken, maar het water opzoeken.

De loopbrug bij Bueng Bua

De makkelijkste plek om te beginnen is de houten loopbrug bij Bueng Bua. Die loopt ongeveer een kilometer het moeras in, over het water, met de kalksteenbergen op de achtergrond. Je hoeft niet te zoeken naar de vogels, ze zitten links en rechts van de planken. Waterhoen met die felle kleuren, purperreiger, een kleine roerdomp die stil in het riet staat, ijsvogels die overschieten.

Kom vroeg. De brug gaat rond acht uur open en dan is het nog koel, precies het moment waarop de vogels het actiefst zijn. Tussen januari en maart staat het moeras vol lotusbloemen. Mooi om te zien, al zeg ik erbij dat je dan ook meer andere bezoekers tegenkomt.

Het strand, waar de zeldzaamheden zitten

De kust is een ander verhaal. Loop je bij laag water de modderplaten af ten zuiden van Sam Phraya, dan zie je steltlopers: wulpen, tureluurs, plevieren, reigers en aigretten. Op de rustiger stranden broedt de Maleise plevier, een vogel die je in Thailand bijna nergens anders vindt. Let goed op, want de strandplevier lijkt erop en zit hier ook, alleen meer bij de binnenpoelen.

Dit is ook de plek voor de echte zeldzaamheden. In het verleden is hier de lepelbekstrandloper gezien, een vogeltje dat wereldwijd met uitsterven wordt bedreigd, tussen groepjes andere kleine strandlopers. Reken er niet op dat je hem tegenkomt. Maar elk groepje kleine steltlopers even natlopen kan zomaar iets bijzonders opleveren.

Wanneer je moet gaan

De beste maanden zijn november tot en met februari. Dan zijn de trekvogels er, die de winter hier doorbrengen. In diezelfde periode is het licht in de ochtend op zijn mooist. Wil je ook de lotusbloei zien, dan zit je met januari en februari goed, want dan overlappen de twee.

Ga in elk geval vroeg de deur uit. Midden op de dag is het heet, is er weinig schaduw en houden de meeste vogels zich stil. Een ochtend levert bijna altijd meer op dan een middag.

Wat het kost en hoe je er komt

De toegang tot het park is niet duur. Dit betaal je:

Toegang park, buitenlandse volwassene: 200 baht, ongeveer 5,20 euro Toegang park, buitenlands kind: 100 baht, ongeveer 2,60 euro Toegang park, Thai: 40 baht, ongeveer 1 euro Boottochtje over de rivier of het moeras: rond de 500 baht, ongeveer 13 euro, los te betalen.

De kaart geldt voor het hele park op de dag zelf. Het park is open van zes uur ’s ochtends tot zes uur ’s avonds, maar de bezoekerscentra en de loopbrug draaien kortere tijden, ongeveer van acht tot half vijf. Neem contant geld mee; aan de poort en voor de boot pin je niet.

Zonder eigen vervoer kost het wat moeite. Vanuit Bangkok rijden bussen van de zuidelijke busterminal via Cha-am en Hua Hin naar Pranburi, een rit van ruim drie uur. Vanaf Pranburi ga je verder met een songthaew of een motortaxi het park in. Het handigst is een eigen auto of een huurmotor, want de deelgebieden liggen ver uit elkaar. Heb je geen vervoer, vraag dan bij de parkstaf of iemand je naar het moeras kan brengen. Vroeger kon dat voor een kleine vergoeding.

Welke vogels je kunt tegenkomen

In het park zijn ruim driehonderd soorten geteld, dus dit is maar een greep. Waar je bent, bepaalt wat je ziet.

In het moeras, bij de loopbrug, zit vooral watervolk. De grijskoppurperkoet met zijn felle kleuren, de purperreiger, de kleine roerdomp die stil in het riet staat, witborstwaterhoen en andere rallen. Daaroverheen schieten witkeel- en zwartkapijsvogels. In de winter komen de karekieten erbij, waaronder de zeldzame Manchurian reed warbler, en jaagt de oostelijke bruine kiekendief boven het riet.

Op het strand en de modderplaten kijk je naar steltlopers. De Maleise plevier broedt hier, wat je in Thailand bijna nergens anders ziet. Verder zwarte ruiter, regenwulp, zandplevieren, bonte en breedbekstrandloper, en met heel veel geluk de lepelbekstrandloper. Boven zee zie je reuzenstern, dwergstern en de witbuikzeearend die op de kliffen broedt.

En dan de rest: Aziatische gaper en nimmerzat, de slangenhalsvogel, halsbandijsvogel bij de mangroveresten, en langs de bospaden spechten, drongo’s en soms een boomvalk bij de kalkrotsen.

Een moeras onder druk

Denk niet dat je hier ongerepte natuur vindt. Bijna alle natte gebieden aan de zeekant zijn omgezet in garnalenvijvers, en er wordt nog steeds land ingepikt, ondanks dat het gebied internationaal beschermd zou moeten zijn. Dat wringt met het plaatje van de folder.

Toch is het niet alleen maar somber. Sommige oude vijvers groeien langzaam weer dicht en trekken juist vogels aan. En het park wordt minder bezocht dan vroeger. Grote stukken worden nauwelijks bekeken, en daar zit iets aantrekkelijks in: de kans dat je zelf iets ontdekt wat een ander gemist heeft, is hier groter dan op de bekende plekken.

Waar je op moet letten

Een paar dingen die je bezoek maken of breken. Het park bestaat uit losse stukken, met het moeras aan de ene en de stranden en de grot aan de andere kant, kilometers uit elkaar. Wie zonder plan aankomt, verliest veel tijd met heen en weer rijden. De hitte en de muggen zijn geen bijzaak, vooral rond het moeras bij zonsopgang. Smeer je in en neem water mee.

En dan de vogels zelf. De overwinterende karekieten lijken sterk op elkaar, kleine bruine vogeltjes in het riet die je uit elkaar moet zien te houden. Voor een beginner is dat vooral frustrerend. Voor wie het leuk vindt om te puzzelen, is het precies de reden om te komen. Neem een goede veldgids mee en verwacht niet dat je in één ochtend alles op naam hebt.

Ga vroeg, neem contant geld mee en kies van tevoren of je het moeras of het strand wilt. Wie beide op één ochtend probeert, brengt de helft van de tijd rijdend door. En de mooiste vogels laten zich toch vooral zien aan wie stil op de vlonder blijft staan.

Bronnen: thaibirding.com, Bueng Bua Nature Observation Center, Tourism Authority of Thailand

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

Laat een reactie achter