Onderzoekers in Bangkok prikten 400 honden en keken wie er een door teken overgedragen ziekteverwekker in het bloed had. Bij de zwerfhonden was dat 88 procent. Bij huishonden die voor een gewone controle langskwamen, 27 procent. Dezelfde stad, dezelfde teken, een verschil van ruim zestig procentpunt.

Dat verschil is als idee niet nieuw. Wel nieuw is dat het binnen een stad is gemeten, met dezelfde methode en in hetzelfde jaar. De onderzoekers verdeelden de honden in vier groepen van honderd: zwerfhonden, huishonden waarbij de dierenarts een tekenziekte vermoedde, gezonde huishonden op controle, en huishonden die om een andere reden ziek waren. Over alle vierhonderd honden samen kwam er bij 46,25 procent iets uit. Voor jou telt vooral dat middelste getal. Een hond die er goed uitziet en gewoon meeloopt in de soi, heeft ruim een op de vier kans op een besmetting.

Vier verwekkers, en vaak twee tegelijk

De vier die de onderzoekers vonden: Ehrlichia canis bij 23,5 procent van alle honden, Babesia vogeli bij 16,5, Rickettsia asembonensis bij 15 en Anaplasma platys bij 11,5. Bij de zwerfhonden stak Ehrlichia canis er ver bovenuit, met 61 procent.

Dubbele besmettingen zijn geen uitzondering. De combinatie Rickettsia asembonensis en Ehrlichia canis kwam bij een derde van de zwerfhonden voor. De studie telt hoe vaak het voorkomt, niet wat het met de hond doet.

Ehrlichiose begint met niets bijzonders

Een hond eet wat minder, ligt wat meer, heeft misschien lichte koorts. Precies het soort klachten waarvan je denkt dat ze vanzelf overgaan, en waarmee je niet meteen naar de kliniek rijdt. Bij een deel van de honden gaat het daarna door naar bloedingen, bloedarmoede en nierfalen. Tegen die tijd ben je maanden verder.

De honden in Khon Kaen waren al ziek

Er is een tweede studie die vaak in één adem wordt genoemd, uit Khon Kaen. Daar haalden onderzoekers van 70 honden elk één teek af en onderzochten die. Bij 78,57 procent zat een verwekker, bij 20 procent zelfs twee. Dat klinkt alarmerend voor gewone huishonden, maar zo is het niet gemeten. Die 70 honden kwamen bij een particuliere dierenkliniek binnen met koorts, geen eetlust of lusteloosheid. Het waren dus honden waarbij al iets aan de hand was. Het cijfer zegt iets over hoe vaak een zieke hond met een teek ook echt een tekenziekte heeft, niet over de hond van de buren.

Wat de studies niet meten

Geen van beide onderzoeken zegt iets over wat je ertegen kunt doen of wat dat kost. Welke tekenmiddelen je in Thailand bij de dierenarts of online krijgt, wat een bloedtest op de vier verwekkers kost, en of je hier het hele jaar door moet doorbehandelen: dat staat er niet in. Vraag het bij je eigen kliniek na, en vraag er meteen bij op welke verwekkers ze testen.

Nog iets vreemds in de Bangkokse cijfers. De groep huishonden die om een andere reden ziek was, scoorde met 16 procent het laagst, dus lager dan de gezonde honden op controle. Waarom, is uit de cijfers niet af te lezen.

De onderzoekers in Khon Kaen hadden nog een praktisch punt. Vind je een teek op je hond, gooi hem dan niet meteen weg. Zo’n teek laten onderzoeken is eenvoudiger dan bloed prikken bij een hond die zich verzet, en het wijst dezelfde verwekkers aan.

Bronnen: Pathogens, Veterinary World

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

Laat een reactie achter