De hoogte van de AOW hangt niet alleen af van het aantal jaren dat je verzekerd bent geweest. Ook je woon- en leefsituatie telt mee. De AOW kent daarom twee hoofdniveaus:

  • Een ongehuwdenpensioen voor iemand die alleen woont: 70 procent van het nettominimumloon.
  • Een gehuwdenpensioen voor iemand die getrouwd is of samenwoont: 50 procent van het nettominimumloon per persoon.

Vanaf 1 juli 2026 gelden voor iemand met een volledige AOW die in Nederland woont de volgende bedragen:

WoonvormBruto per maandNetto met loonheffingskortingOpbouw vakantiegeld
Alleenwonend€1.662,16€1.581,55€104,78 bruto per maand
Getrouwd of samenwonend€1.139,39€1.084,13€74,85 bruto per maand
Verschil per persoon€522,77 minder€497,42 minder€29,93 minder

De netto bedragen gelden wanneer de loonheffingskorting op de AOW wordt toegepast. Wie geen volledige AOW heeft opgebouwd of buiten Nederland woont, kan een ander bedrag ontvangen.

Bijna 6000 euro netto minder per jaar

Een alleenstaande AOW’er ontvangt netto €1.581,55 per maand. Na het samenwonen daalt dat naar €1.084,13. Dat scheelt €497,42 per maand en €5.969,04 per jaar, exclusief het verschil in vakantiegeld. De eigen netto AOW daalt daarmee met ruim 31 procent.

Wonen twee alleenstaande AOW’ers ieder apart, dan ontvangen zij samen €3.163,10 netto per maand. Gaan zij samenwonen, dan daalt hun gezamenlijke AOW naar €2.168,26. Het huishouden houdt daardoor maandelijks €994,84 minder over. Daar staan natuurlijk lagere woonlasten tegenover, maar huur, energie, verzekeringen en boodschappen worden niet plotseling duizend euro goedkoper.

Formeel is er geen afzonderlijke boete. De wet gaat ervan uit dat samenwonenden kosten kunnen delen en daarom minder AOW nodig hebben. Toch ervaren veel ouderen de verlaging als een straf op liefde, vriendschap of onderlinge zorg. Vandaar de veelgebruikte term samenwoonboete.

Wanneer ziet de SVB je als samenwonend?

De Sociale Verzekeringsbank kijkt naar een gezamenlijke huishouding. Daarvan is sprake wanneer twee volwassenen het grootste deel van de tijd in dezelfde woning verblijven en allebei regelmatig bijdragen aan het huishouden.

Die bijdrage kan bestaan uit geld, maar ook uit praktische hulp of verzorging. De SVB kijkt onder meer naar:

  • het betalen van huur, eten, energie of andere huishoudelijke uitgaven;
  • samen boodschappen doen, koken, schoonmaken of de was verzorgen;
  • administratie voor elkaar regelen;
  • elkaar helpen bij ziekte;
  • structureel andere dagelijkse zorgtaken uitvoeren.

Het inschrijfadres is daarbij niet beslissend. Ook wanneer twee mensen officieel op verschillende adressen staan, kan de SVB vaststellen dat zij feitelijk samenwonen. Omgekeerd betekent inschrijving op hetzelfde adres niet automatisch dat er altijd een gezamenlijke huishouding bestaat. Het dagelijks leven geeft de doorslag.

In sommige gevallen staat samenwonen direct vast

De SVB hoeft niet altijd uitgebreid te onderzoeken hoeveel beide bewoners bijdragen. Er is volgens de AOW direct een gezamenlijke huishouding wanneer twee mensen in één woning leven en:

  • met elkaar getrouwd zijn geweest;
  • eerder met elkaar hebben samengewoond;
  • samen een eigen of erkend kind hebben;
  • een notarieel samenlevingscontract hebben;
  • voor een andere wet of regeling al als gezamenlijke huishouding zijn geregistreerd.

Ook twee vrienden, een broer en zus of andere volwassenen kunnen voor de AOW als samenwonend worden gezien. Een liefdesrelatie is niet vereist. Wanneer zij met zijn tweeën in één woning wonen en allebei structureel geld, werk of zorg inbrengen, kan het gehuwdenpensioen gelden.

Een logeeradres of een tweede inschrijving biedt daarom geen veilige uitweg. De SVB kijkt nadrukkelijk naar waar iemand werkelijk verblijft en hoe het huishouden in de praktijk is ingericht.

Een echte huurrelatie kan wel verschil maken

Niet iedere woningdeler krijgt automatisch de lagere AOW. Wie aantoonbaar een kamer of zelfstandig deel van een woning huurt, kan het ongehuwdenpensioen behouden. Daarvoor zijn een zakelijke huurovereenkomst en controleerbare betaalbewijzen nodig.

De bewoners moeten zich vervolgens ook gedragen als huurder en verhuurder. Zodra zij buiten de huurovereenkomst structureel kosten, huishoudelijk werk en zorg delen, kan de SVB alsnog concluderen dat er een gezamenlijke huishouding bestaat. Een huurcontract dat alleen op papier is opgesteld, houdt bij controle meestal geen stand.

Voor eigen kinderen en ouders geldt een belangrijke uitzondering. Een ongehuwde AOW’er die uitsluitend met een eigen kind, vader of moeder woont, behoudt in beginsel het ongehuwdenpensioen. De bewering dat ieder kind dat een hulpbehoevende ouder in huis neemt automatisch diens AOW verlaagt, klopt dus niet. Andere regelingen, zoals de AIO-aanvulling of toeslagen, kunnen wel veranderen.

Jongere partner krijgt geen eigen AOW-bedrag

De gezamenlijke uitkering van 100 procent van het nettominimumloon geldt alleen wanneer beide partners zelf recht hebben op een volledige AOW. Dat is bij veel stellen niet het geval.

Een AOW’er die gaat samenwonen met een jongere partner ontvangt doorgaans het gehuwdenpensioen van 50 procent. De jongere partner krijgt nog geen AOW. De oude AOW-partnertoeslag, die het lage inkomen van een jongere partner kon aanvullen, is sinds 2015 afgeschaft voor nieuwe gevallen.

Dat kan hard aankomen. Een alleenstaande met €1.581,55 netto AOW die gaat wonen met een jongere partner zonder inkomen, valt terug naar €1.084,13. Het huishouden moet het dan met dat ene bedrag en een eventueel aanvullend pensioen doen.

AOW-regel houdt ouderen in hun woning

De financiële terugval speelt steeds vaker mee in het debat over de woningnood. Veel zestigers en zeventigers denken na hun pensionering na over een kleiner huis, een gelijkvloers appartement of een woning dichter bij winkels en zorg. Maar wanneer zo’n verhuizing betekent dat zij met een partner of vriend gaan samenwonen, verandert de berekening snel.

Dat heeft gevolgen voor de doorstroming:

  • Een grote gezinswoning blijft bewoond door één oudere.
  • Jonge gezinnen vinden moeilijk een huis met voldoende slaapkamers.
  • Alleenstaande ouderen stellen een gezamenlijke verhuizing uit.
  • Woningdelen en gezamenlijke woonvormen worden financieel minder aantrekkelijk.
  • Mantelzorgers en ouderen kiezen vaker voor twee afzonderlijke woningen.

Onderzoek uit 2025 naar individualisering van de AOW schat dat ongeveer 16.000 AOW’ers extra zouden gaan samenwonen wanneer de financiële drempel verdwijnt. Daardoor zouden ongeveer 8.000 woningen kunnen vrijkomen. Dat is een geschat totaaleffect, geen jaarlijks aantal. De onderzoekers benadrukken dat de uitkomst onzeker blijft, maar ook een bescheiden gedragsverandering kan duizenden woningen opleveren.

Alleen wonen wordt financieel beloond

De AOW-regel wringt ook met het beleid tegen eenzaamheid. Nederland stimuleert ouderen om naar elkaar om te kijken, mantelzorg te verlenen en langer zelfstandig te blijven. Tegelijkertijd ontvangt iemand die alleen blijft wonen een aanzienlijk hogere AOW.

In de dagelijkse praktijk ontstaan daardoor pijnlijke afwegingen. Een oudere die bij een nieuwe partner intrekt, kan bijna €500 per maand verliezen. Twee alleenstaande vrienden die samen ouder willen worden, lopen tegen dezelfde verlaging aan wanneer zij kosten en zorgtaken delen. Zelfs mensen die graag voor elkaar willen zorgen, rekenen eerst uit of zij dat financieel kunnen dragen.

Samenwonende ouderen kunnen elkaar helpen met koken, vervoer, boodschappen, administratie en verzorging. Dat vermindert niet alleen de eenzaamheid, maar kan ook het beroep op professionele thuiszorg beperken. Het onderzoek naar een leefvormneutrale AOW schat de besparing op formele zorg op ongeveer €28 miljoen per jaar.

Ook voor aow’ers in Thailand telt de leefvorm

Voor Nederlandse pensionado’s in Thailand is deze regel bijzonder relevant. Wie daar samenwoont met een Thaise partner, kan voor de AOW als gehuwd of samenwonend worden aangemerkt. Daarvoor hoef je niet officieel getrouwd te zijn. De SVB kijkt ook in het buitenland naar de manier waarop je werkelijk woont, kosten deelt en voor elkaar zorgt.

Dat je Thaise partner jonger is, geen Nederlandse nationaliteit heeft, weinig verdient of geen eigen AOW ontvangt, maakt je voor de AOW niet automatisch alleenstaand. Juist in Thailand komt het vaak voor dat een Nederlandse aow’er samenleeft met een partner die nog tientallen jaren van de Nederlandse AOW-leeftijd verwijderd is. De Nederlander ontvangt dan het lagere gehuwdenpensioen, terwijl de partner geen eigen AOW krijgt.

De genoemde nettobedragen zijn berekend voor AOW’ers die in Nederland wonen. In Thailand kunnen belastingen en inhoudingen anders uitvallen. Wie buiten Nederland woont, moet veranderingen in de woon- of leefsituatie binnen zes weken aan de SVB doorgeven. Wie dat niet doet, kan later met terugvordering en een boete te maken krijgen.

Individualisering kost miljarden

Een gelijke AOW voor iedere oudere klinkt eenvoudig, maar de financiële uitwerking is ingewikkeld. Wanneer iedere AOW’er voortaan 70 procent van het nettominimumloon zou ontvangen, verdwijnt de prikkel tegen samenwonen. Volgens het onderzoek kost die keuze de overheid echter ongeveer €12 miljard per jaar.

Een gelijke uitkering van 50 procent zou juist miljarden besparen, maar alleenstaande ouderen hard raken. Een budgettair neutralere variant van ongeveer 57,5 procent verdeelt de pijn en het voordeel, maar verlaagt nog steeds het inkomen van veel alleenstaanden.

De discussie gaat daarom niet alleen over woningnood en eenzaamheid. Ook betaalbaarheid, koopkracht en solidariteit tussen generaties spelen mee. Een eenvoudige oplossing bestaat niet. Wel wordt steeds duidelijker dat het huidige onderscheid tussen alleenstaand en samenwonend gedrag beïnvloedt dat de overheid op andere terreinen juist probeert te stimuleren.

Samenleven mag geen financiële val worden

De AOW-regel is ooit gebouwd op het idee dat twee mensen goedkoper leven dan één. In een krappe woningmarkt en een vergrijzende samenleving werkt die redenering steeds vaker averechts. Ouderen blijven alleen wonen, terwijl zij liever een huis, zorg en gezelschap delen. Bijna €500 per maand blijkt voor velen een te hoge toegangsprijs.

Bronnen: Sociale Verzekeringsbank, Eerste Kamer der Staten-Generaal en Vrije Universiteit Amsterdam.

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

Laat een reactie achter