Het invaren naar het nieuwe pensioenstelsel is bijna klaar en jij hebt er niets over te zeggen!

Voor de meeste lezers hier is dit geen abstract wetgevingsverhaal. Je AOW komt op de eerste van de maand, je bedrijfspensioen een paar dagen later, en samen bepalen ze wat je in Nong Khai of Hua Hin kunt uitgeven. Tot vorig jaar was er precies één ding dat aan dat bedrag schommelde: de koers van de baht.
Dat is voorbij. In het nieuwe pensioenstelsel kan de uitkering zelf omhoog en omlaag. En in Den Haag ligt een derde variabele klaar: een nieuw belastingverdrag met Thailand, plus een onderzoek naar de AOW dat in september op tafel komt.
Waar de transitie nu staat
Op 1 juli 2023 verving de Wet toekomst pensioenen de kern van de Pensioenwet uit 2007. In het oude stelsel had je een aanspraak: een bedrag per jaar dat het fonds je in beginsel toezegde. Nu heb je een persoonlijk pensioenvermogen dat meebeweegt met de beleggingen. Het omzetten van het oude collectieve vermogen naar die persoonlijke potjes heet invaren.
Het ministerie van Sociale Zaken meldde op 2 juli dat 42 fondsen die stap hebben gezet, twaalf meer dan bij de vorige rapportage. Meer dan de helft van de Nederlanders bouwt nu op volgens de nieuwe regels, en binnen zes maanden moet dat rond 96 procent zijn. Bij verzekeraars en premiepensioeninstellingen is 32 procent van de regelingen omgezet of per 1 januari 2026 opnieuw afgesloten. De uiterste datum blijft 1 januari 2028.
De Nederlandsche Bank keek eind april naar de balans. Op 31 maart 2026 zat er 1.624 miljard euro in het Nederlandse pensioenstelsel: 542 miljard bij fondsen die al zijn ingevaren, 1.082 miljard bij fondsen die nog onder het oude toetsingskader vallen. Die laatste groep had een actuele dekkingsgraad van 124,7 procent en een beleidsdekkingsgraad van 125,0 procent. Ruime buffers, met andere woorden, en dat verklaart waarom het invaren tot nu toe goed nieuws opleverde.
Ergens in die voortgangsrapportage van januari staat ook dat de pensioenbeheerkosten in 2024 met 17,7 procent stegen, naar 1,4 miljard euro. Dat verklaart niets van jouw maandbedrag en niemand gaat er iets aan doen, maar het staat er wel.
Wat de fondsen deden
De verhogingen bij overgang lopen flink uiteen. Dit is de stand per fonds:
| Fonds | Invaardatum | Wat er gebeurde |
|---|---|---|
| bpfBOUW | 1 januari 2026 | pensioenen 20,8 procent omhoog |
| PFZW | 1 januari 2026 | 12,4 procent omhoog bij overgang, 3,1 miljoen (gewezen) deelnemers, vermogen 253,3 miljard euro |
| PMT | 1 januari 2026 | 8,3 procent omhoog voor ongeveer 260.000 gepensioneerden, dekkingsgraad van 108,4 naar 122,3 procent |
| Rail en OV | 1 januari 2026 | indexatie van 3,02 procent, plus verdeling van ongeveer 5 miljard euro buffervermogen |
| ABP | 1 januari 2027 | nog niet over, indexatie van 2,84 procent per 1 januari 2026 |
| PME | 1 januari 2027 | nog niet over, indexatie van 2,82 procent, dekkingsgraad 127,7 procent per 30 juni 2026 |
| Pensioenfonds Detailhandel | 1 januari 2027 | nog niet over, indexatie van 1,5 procent per 1 januari 2026 |
Let op die onderste drie regels. Als je bij het onderwijs, de zorg of de overheid hebt gewerkt, zit je bij ABP, en dan is dit verhaal geen terugblik, maar een aankondiging. ABP verwacht ruimte voor een extra verhoging, maar hoe hoog die wordt, weet niemand voor 31 december 2026.
Waarom die 14 procent minder zegt dan je hoopt
Het ministerie kopte in januari dat pensioenen dankzij het nieuwe stelsel flink omhooggaan: gemiddeld 14 procent, over 10,7 miljoen pensioenen. Koepel Gepensioneerden schreef de Tweede Kamer drie dagen later dat dit een eenmalige verdeling is van buffers die er al lagen. Geen garantie dat je koopkracht de jaren erna meegroeit.
De toezichthouder zit dichter bij de Koepel dan bij het ministerie. De AFM vraagt uitvoerders expliciet uit te leggen hoeveel koopkrachtbehoud een deelnemer mag verwachten, en jaarlijks te meten en publiceren hoeveel uitkeringen met de prijsstijging meegingen.
Het scherpste document komt van de wetgever zelf. In de Doelstellingenmonitor Wtp 2025, in januari naar de Kamer gestuurd, staat dat fondsen de jaarlijkse kans op een verhoging meestal boven 20 procent inschatten en de kans op een verlaging onder 2,5 procent. Maar als er verlaagd wordt, kan dat oplopen tot 10 procent. Vrijwel alle fondsen spreiden schokken over drie tot vijf jaar, niet over tien. En ongeveer 90 procent leunt voor inflatiebescherming volledig op beleggingsrendement, niet op reserves; bij diezelfde 90 procent worden de buffers kleiner. De monitor durft geen eindoordeel te geven: er valt volgens de auteurs geen eenduidige slotsom per doelstelling te trekken.
Daar komt iets bij dat vooral de oudste gepensioneerden treft. Bij invaren vervalt het voorwaardelijke recht op inhaalindexatie over de achterstand die sinds 2008 is opgelopen. ANBO-PCOB rekende voor dat een pensioen zonder rendement bij 2 procent inflatie ongeveer 40 procent van zijn koopkracht kwijtraakt. Wie het langst heeft ingeleverd, heeft dus het meest te verliezen bij het schrappen van die belofte.
En de spreiding zelf werkt ongelijk. Fondsen met een flexibel contract moeten dakpansgewijs spreiden; fondsen met een solidair contract mogen een andere methode gebruiken. Bij dakpansgewijze spreiding mag iemand die net met pensioen gaat zich wettelijk niet inkopen in de spreidingsreserve. Aon rekende het uit voor een 65-jarige bij een negatieve schok: 4.409,49 euro zonder inkoop tegen 5.820,91 euro met inkoop, in het eerste jaar. Ruim 24 procent verschil, puur door de datum waarop je stopt.
DNB zegt het intussen zonder omhaal: over de hoogte van je pensioen bestaat geen belofte meer. Het CNV wijst erop dat voor gepensioneerden maximaal ongeveer 35 procent in aandelen wordt belegd en dat er per fonds inspraak is. Beide dingen zijn waar.

De verdeelsleutel van ABP en wie erbuiten valt
ABP heeft zijn plan openbaar gemaakt. Bij de streefdekkingsgraad van 110 procent gaat 100 procent naar de individuele pensioenen, 1,5 procent naar de algemene reserve, 4,5 procent naar de solidariteitsreserve, 3 procent naar compensatie, 0,75 procent naar het goedmaken van gemiste indexatie en 0,25 procent naar een extra verhoging voor iedereen. De solidariteitsreserve is vol bij 8 procent van het vermogen, wat lukt bij een dekkingsgraad van 122 procent.
Die 3 procent compensatie gaat naar deelnemers van 40 tot en met 68 jaar die op 31 december 2026 nog actief opbouwden, met een piek rond leeftijd 51. Het bestuur voegde daar een aanvulling aan toe voor de groep van 35 tot 44 jaar. De minimale dekkingsgraad om te compenseren is 107 procent.
Ben je al met pensioen, dan krijg je geen compensatie. Punt. Die pot is bedoeld voor de generatie die klem komt te zitten door het afschaffen van de doorsneesystematiek, en hij wordt gevuld uit hetzelfde vermogen waaraan jij veertig jaar hebt bijgedragen. Je kunt vinden dat dat te verdedigen is. Maar dan moet je ook durven uitleggen waarom de rekening bij de oudste groep terechtkomt.
Bezwaar maken kan niet
Hier zit het onthutsende deel, en het is precies het tegendeel van wat je zou verwachten bij een operatie van 1.600 miljard euro.
Over heel 2025 registreerde de Geschilleninstantie Pensioenfondsen 426 geschillen, de meeste over pensioenberekeningen en informatieverstrekking. Niet over het invaren. Het aantal civiele Wtp-zaken bij de rechter bleef onder de tien.
De zaken die er wel waren, liepen slecht af. Een deelnemer die stelde dat het invaren bij ABP zijn eigendomsrecht schendt, kreeg in juli 2024 van de rechtbank Den Haag te horen dat er nog geen sprake was van dreigende inmenging: prematuur, afgewezen. Een gepensioneerde loods vroeg in kort geding drie maanden uitstel, omdat hij één maand voorbereidingstijd had gekregen voor het invaren per 1 januari 2025. De rechtbank Rotterdam vond één maand kort, maar niet evident onvoldoende; het belang van het fonds woog zwaarder. Acht leden van de Vereniging Pensioengerechtigden Notariaat dagvaardden in maart 2025, verloren in november en trokken hun hoger beroep in februari 2026 in.
Het College voor de Rechten van de Mens deed op 4 maart 2026 uitspraak in een klacht van de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen tegen Pensioenfonds ABN AMRO. De klacht: door de tienjarige spreidingstermijn krijgen de oudste gepensioneerden op de transitiedatum ongeveer de helft van wat jongere actieve deelnemers krijgen. Het College erkende dat als indirect leeftijdsonderscheid, maar vond het objectief gerechtvaardigd. De bond reageerde tien dagen later met de kop dat het oordeel ouderen in de kou laat staan.
Praktisch het hinderlijkste: twee rechtbanken oordeelden in december 2025 dat je je eigen invaarberekening niet via de privacywet kunt opvragen. Een pensioenberekening is volgens die uitspraken geen persoonsgegeven, want het is de uitkomst van een rekenkundige formule. Je mag dus niet zien hoe je bedrag tot stand kwam.
Er is geen individueel bezwaar- of instemmingsrecht bij invaren. En er loopt geen enkele zaak bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over dit onderwerp. De route die veel mensen zich voorstellen, bestaat niet.

Uit Brussel komt iets anders dan verwacht
Jarenlang ging het Europese debat over de vraag of de verplichte deelname aan een bedrijfstakpensioenfonds wel door de mededingingsbeugel kan. Wat er in 2026 gebeurt, gaat over iets anders: de vrijheid van vestiging.
De Europese Commissie zou hebben geconcludeerd dat de Nederlandse eis dat een verplichtgestelde regeling alleen door een Nederlandse stichting mag worden uitgevoerd, een ongerechtvaardigde belemmering vormt. De klacht kwam van pensioenhoogleraar Hans van Meerten en lag er al meer dan vijf jaar; hij stapte naar de Europese Ombudsman, omdat de Commissie vier jaar zweeg. Minister Vijlbrief kondigde op 26 mei aan de wet aan te passen, zodat ook buitenlandse pensioeninstellingen zonder winstoogmerk zo’n regeling mogen uitvoeren. De verplichtstelling zelf blijft volgens de Commissie in orde. Overstappen vereist instemming van twee derde van de deelnemers, en de sociale partners houden de sleutel.
Over de Europese pensioenrichtlijn zelf is de rechtsvraag inmiddels beslecht. De Hoge Raad oordeelde in februari 2024 dat de bufferverplichting in de Pensioenwet niet in strijd is met IORP II: lidstaten mogen strengere prudentiële regels stellen.
Wat het kabinet met de AOW van plan was
Het kabinet-Jetten trad aan op 23 februari 2026, met D66, VVD en CDA. Hans Vijlbrief is minister van Sociale Zaken, met Thierry Aartsen als tweede minister op hetzelfde departement.
Het regeerakkoord wilde de AOW-leeftijd vanaf 1 januari 2033 volledig aan de levensverwachting koppelen in plaats van voor twee derde. Vijftigers zouden een jaar later AOW krijgen, dertigers tweeënhalf jaar later, mogelijk pas op hun zeventigste. De beoogde besparing: ruim 2,5 miljard euro per jaar vanaf 2033. De VCP kwam op bijna 2,8 miljard in 2060, en zette daar meteen een vraagteken bij.
Eind januari waarschuwden ANBO-PCOB en de Seniorencoalitie voor de stapeling: eigen risico van 385 naar 460 euro, een eigen bijdrage voor wijkverpleging, minder huishoudelijke hulp via de Wmo, en 470 miljoen euro uit het ouderenzorgbudget die niet naar ouderenzorg gaat.
Op 6 maart legde het kabinet de uitwerking stil. FNV, CNV en VCP waren die maandag boos weggelopen uit een kennismakingsgesprek en kondigden acties aan. Premier Jetten zei dat er verzachtingen en aanpassingen moesten komen. Vijlbrief ging het land in om te luisteren. Op 26 mei liet hij bonden en werkgevers weten dat de snellere verhoging definitief van tafel is. De ingrepen in WW en WIA zijn op dat moment alleen bevroren, niet geschrapt.
Dat de bonden in 2020 met het pensioenakkoord instemden en nu voor de AOW op de barricade staan, is een spanning die in de discussie zelden wordt benoemd. De FNV accepteerde toen een individueel, risicodragend stelsel, ondanks weerstand onder de eigen leden.
En wat er in september aankomt
De bezuiniging is niet verdwenen, alleen verplaatst. In november 2025 gaf het kabinet opdracht voor een interdepartementaal beleidsonderzoek naar de inkomensvoorziening voor ouderen. Het eindrapport moet er uiterlijk september 2026 zijn: maximaal dertig pagina’s plus een samenvatting van vijf.
De cijfers waarmee die werkgroep werkt, staan in de taakopdracht. De AOW is 10,8 procent van de Rijksuitgaven in 2030. Het aandeel AOW-gerechtigden stijgt tot 2040 van 30 naar 37 procent van de beroepsbevolking. De kosten gaan van ongeveer 4,7 procent van het bbp in 2024 naar 5,7 procent in 2040. En het aantal alleenstaande AOW’ers groeit van 1,4 miljoen naar bijna 2 miljoen.
Dat laatste getal is voor lezers in Thailand het belangrijkste van dit hele artikel. De werkgroep moet vier dingen onderzoeken: hoe de stijgende AOW-uitgaven te remmen, hoe de AOW de balans tussen werkenden en niet-werkenden verbetert, welke belemmeringen rond samenwonen kunnen verdwijnen, en of de uitvoering van de AOW toekomstbestendig is.
In de discussie over alternatieven duiken vijf varianten op: fiscalisering van de AOW, waarbij AOW’ers zelf meebetalen aan de AOW-premie; het verlagen van de ouderenkorting; het verlagen van de alleenstaandennorm van 70 procent naar iets richting de 50 procent van samenwonenden; het loskoppelen van de AOW van het minimumloon; en een tussenweg op het tempo, bijvoorbeeld tien maanden per jaar levensverwachting in plaats van twaalf. Het kabinet heeft die lijst niet als officieel beleid gepubliceerd.
50PLUS rekende de fiscaliseringsvariant door en kwam op forse verliezen: 9,5 procent minder inkomen voor een alleenstaande met 10.000 euro pensioen, 11,8 procent bij 20.000 euro pensioen, oftewel tot 300 euro netto per maand, met een maximum rond 12 procent. Senator Van Rooijen noemt het ordinaire diefstal. De partij spreekt van een spreiding over 18 jaar in stappen van 1 procent.
De Seniorencoalitie, waarin ANBO-PCOB, Koepel Gepensioneerden, SOMNL, KBO Noord-Holland, KBO Gelderland, KBO Zuid-Holland en NOOM samenwerken, diende op 29 juni een formele reactie in. Hun argument is nuchter: de AOW-uitgaven schommelen al tientallen jaren rond 4,5 procent van het bbp en gaan naar ongeveer 5,7 procent in 2040. Beheersbaar, geen crisis.
De belasting: wat nu geldt en wat eraan komt
Onder het verdrag uit 1975 is het simpel te onthouden. Je particuliere bedrijfspensioen is belastbaar in het woonland, dus in Thailand. Je overheidspensioen, bijvoorbeeld van ABP, mag Nederland belasten. En je AOW is volledig in Nederland belastbaar, omdat het verdrag geen bepaling over sociale zekerheid kent en ook geen restartikel. De rechtbank Zeeland-West-Brabant bevestigde dat in februari 2023.
Dat gaat veranderen. Nederland en Thailand ondertekenden op 21 november 2025 een nieuw belastingverdrag. Artikel 18 heet daar “Pensions, annuities and social security payments”. Lid 1 wijst de heffing toe aan het woonland, maar lid 2 voegt toe dat pensioenen, soortgelijke beloningen, lijfrenten en betalingen op grond van de sociale zekerheid ook mogen worden belast in het land waar ze vandaan komen. Artikel 19 over overheidsfuncties begint met een verwijzing naar artikel 18.
In gewone taal: Nederland krijgt een onbeperkt heffingsrecht op je AOW, je aanvullend pensioen en je lijfrente. Wie zijn bedrijfspensioen nu in Thailand aangeeft, ziet dat straks naar Nederland verschuiven.
Het verdrag is nog niet in werking. Op wetten.overheid.nl staat dat het in werking treedt op een nader te bepalen datum; het moet nog door het Nederlandse parlement en de Thaise goedkeuringsprocedure. De Raad van State zou op 7 april 2026 positief hebben geadviseerd, waarna het dossier naar de Tweede Kamer ging.
Een pijnpunt dat weinig aandacht krijgt: inwoners van Thailand hebben geen recht op Nederlandse heffingskortingen en aftrekposten, omdat Thailand niet in de landenkring van de kwalificerende buitenlandse belastingplicht valt. Bij volledige Nederlandse heffing pakt dat ongunstig uit. Dat is geen detail, dat is het verschil tussen twee behoorlijk verschillende netto bedragen.

De Thaise kant, en waarom je niet op de versoepeling moet rekenen
Sinds 1 januari 2024 geldt de aangescherpte uitleg van de Thaise belastingdienst, in de aanwijzingen die bekendstaan als Por. 161 en Por. 162. Ben je 180 dagen of meer per kalenderjaar in Thailand, dan betaal je Thaise inkomstenbelasting over buitenlands inkomen zodra je het naar Thailand overmaakt, ongeacht in welk jaar je het verdiende. Inkomen van voor 1 januari 2024 blijft vrijgesteld bij overmaking.
Er ligt een versoepeling klaar: buitenlands inkomen zou vrijgesteld zijn als je het overmaakt in het jaar waarin je het verdient of het jaar daarna, en pas vanaf het derde jaar gewoon belast worden tegen 5 tot 35 procent. Directeur-generaal Pinsai Suraswadi kondigde het aan, met het doel om zo’n 2 biljoen baht terug het land in te krijgen.
Het is er niet. De regeling staat niet in de Royal Gazette, dus is het geen wet. Het koninklijk besluit of de ministeriële verordening wordt nog opgesteld en moet nog langs het kabinet. Na de parlementsontbinding en de verkiezingen van 8 februari 2026 liggen hangende voorstellen stil, en de beoogde ingangsdatum van 1 januari 2026 is niet gehaald.
Reken dus op de regels van Por. 161 en 162. Wie zijn planning bouwt op die tweejaarsvrijstelling, gokt.
Voor de volledigheid de Thaise tarieven: progressief van 0 tot 35 procent, de eerste 150.000 baht belastingvrij, 35 procent boven 5 miljoen baht. Ben je 65 of ouder, dan krijg je een extra persoonlijke vrijstelling van 190.000 baht bovenop de gewone 60.000 baht.
En dan de koers
Op 24 juli 2026 stond de referentiekoers van de Europese Centrale Bank op 38,329 baht per euro. Twee jaar eerder, op 26 juli 2024, was het 39,0367. Op 28 juli 2025 stond het op 37,6342. Over twee jaar gemeten is de baht dus iets sterker geworden, ongeveer 1,8 procent minder baht voor je euro.
Dat gemiddelde verbergt de beweging tussendoor. Op 2 februari 2025 stond de euro op 34,8581 baht, het laagste punt van dat jaar. Op 19 januari 2026 op 36,3699. Voor een AOW van 1.662 euro is dat het verschil tussen ongeveer 57.950 en 63.700 baht per maand: ruim 5.700 baht, terwijl er in Nederland niets aan het bedrag veranderde.
Zo werkte het altijd, en daar was je aan gewend. Het nieuwe is dat het bedrag in euro’s nu ook kan bewegen.
Wat je deze maand kunt doen
- Zoek eerst de invaardatum van je eigen fonds op. Bij ABP, PME en Pensioenfonds Detailhandel is dat 1 januari 2027; bij bpfBOUW, PFZW, PMT en Rail en OV is het al gebeurd.
- Controleer daarna je adres, e-mailadres en bankgegevens bij je fonds én bij de SVB. Rond een invaarmoment gaan er brieven uit met bedragen die je wilt kunnen naslaan, en een verkeerd adres in Isaan betekent dat je die brief nooit ziet.
- Bewaar de brief met je invaarbedrag. Dat is je nulpunt, en zonder dat papier kun je over vijf jaar niet nagaan of je koopkracht is meegegroeid.
- Zet je levensbewijs in je agenda en wacht niet op een brief. Je krijgt niet elk jaar automatisch bericht, en blijft het document uit, dan stopt de betaling. Nabetaling via de SVB kan tot vijf jaar terug, maar in de tussentijd staat je maandinkomen stil.
- Overweeg je te trouwen of te gaan samenwonen? Reken het AOW-effect eerst uit: 522,77 euro bruto per maand, ruim 6.270 euro per jaar. Daar staat een goedkoper visum tegenover, dus zet die twee naast elkaar in plaats van op je gevoel te varen.
- Ga je nog emigreren, beslis dan voor vertrek over de vrijwillige AOW-verzekering, of in elk geval binnen het jaar. En reken je maandbudget één keer per jaar door op de koers van dat moment, niet op de koers van toen je aankwam.
Nog één ding waar veel mensen op rekenden: het opnemen van 10 procent van je pensioen in één keer. Die wet is op 16 juni 2026 door de Eerste Kamer aangenomen, maar de ingangsdatum is verschoven van juli 2026 naar 1 januari 2029, omdat de uitvoerders het tijdens de transitie niet aankunnen.
Zet september in je agenda. Dan komt het rapport over de inkomensvoorziening voor ouderen, hoogstens dertig pagina’s, en daar staan de varianten in waaruit het kabinet gaat kiezen. De alleenstaandennorm is een van die varianten. Bewaar tot die tijd de brief met je invaarbedrag, want dat is je enige nulpunt.
Bronnen: Rijksoverheid, Tweede Kamer, Staatscourant, De Nederlandsche Bank, CBS, CPB, ABP, PFZW, PMT, bpfBOUW, PME, College voor de Rechten van de Mens, Rechtspraak.nl, Koepel Gepensioneerden, ANBO-PCOB, Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen, VCP, CNV, 50PLUS, Aon, PwC, Follow the Money, NOS, Europese Centrale Bank
Over deze blogger

-
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.
Lees hier de laatste artikelen
Expats en pensionado28 juli 2026Het invaren naar het nieuwe pensioenstelsel is bijna klaar en jij hebt er niets over te zeggen!
Kort nieuws28 juli 2026Thailand nieuwsoverzicht dinsdag 28 juli 2026
Huizen kijken28 juli 2026Huizen kijken in Thailand (11)
Belasting Nederland27 juli 2026Waarom er soms te veel van je Nederlandse pensioen afgaat als je in Thailand woont
