‘Gefundenes Fressen’

Jaren geleden.
Het is de ochtend na Koningsdag, en na rijp beraad ( dat wil zeggen, vrouw Oy brengt mij op de hoogte van haar plannen voor die dag ) reizen wij per vierwielig voiture af, richting een pittoreske, serene en bovenal nabijgelegen haven.
Alwaar wij geacht worden, gezeten aan van gemeentewege geplaatste bankjes, de meegezeulde oploskoffie plus wat overgebleven en fel oranjegekleurde tompoucen te nuttigen.
Die laatste de schamele overblijfselen van Alex’s verjaarspartijtje, gekocht in een opwelling door steevast rond April opborrelende vaderlandsliefde, en om de plaatselijke kleingrutter een plezier te doen.
Een genoeglijk samenzijn in de prille ochtendzon.
Met slechts wat vogelgekweel, zicht op aangemeerde boten, en licht klapperend touwwerk op de achtergrond.
Ik neem een slok van de huigverklevende instantkoffie, met weemoed denkend aan mijn handgeplukte boontjes uit de Colombiaanse Hooglanden die thuis op me wachten.
Verder mezelf gelukkig prijzend met het bezitten van een kunstgebit, gezien de opzienbarende hoeveelheden suiker verwerkt in de nu snel aftakelende oranje traktatie.
Maar klagen doe ik niet, we hebben het goed zo.
Waarop er een busje van een hoveniersbedrijf stopt, op armslengte van ons tuinmeubilair. Het zal toch niet?
Het zal helaas wél, en terwijl ik met afgrijzen aanhoor hoe de havenlijke stilte verscheurd wordt door snerpende tweetakt-geluiden, en het eerste onkruid onthoofd wordt door een wentelwiekende bosmaaier, klinkt achter mij nog een ander geluid.
Iets positiever van aard, maar op dat moment niet minder onwelkom.
Het is afkomstig van eega, die, beperkt door haar lengte, zowat ondersteboven in een vuilnisbak hangt, en me toeroept snel een plastic tasje te gaan halen.
Dit laatste in drie talen, want er is haast bij.
Nu is haar Thais vloeiend, haar Engels gebrekkig, en haar Nederlands aangeschoten wild, ( ze heeft nog steeds moeite met ‘kleine geitje’ maar dat is een kleinigheidje ) maar ze weet de boodschap desondanks over te brengen.
Als ik terugkeer met het gevraagde, is ze al omringd door een hele berg lege PET-flessen en verfrommelde blikjes.
Alle gezegend met het milieubewuste teken des tijds, de flesserette-stempel.
Ze straalt, terwijl ze de buit in het tasje begint te proppen, daarbij opgetogener ogend dan een schatgravende avonturier te Klondike, onverwachts op de Motherload stuitend.
Ze neigt dan ook, zij het wat verlaat, tot het aanheffen van het Wilhelmus door dit buitenkansje.
Ikzelf krijg een heel andere neiging, en wel om mijn hoofd enkele malen weinig zachtzinnig tegen het hardhouten zitbankje te beuken.
Want niet alleen is de heerlijk bladstille ochtend in een paar tellen veranderd in een pandemonium van benzinedampende handmaaiers, uit afvalbakken bungelende wederhelften, krakende plastic flessen, koud wordende koffie, en snel smaak verliezende tompoucen, ook mijn eigen zitplaats komt in gevaar.
Doordat het nijvere tweetakt-bijtje nu ook onder mijn zitplaats zijn verschroeide aarde tactieken wil toepassen, en me vriendelijk verzoekt elders de ersatz-koffie te gaan nuttigen.
Er zit niets anders op dan maar weer in te pakken en ons heil verderop te zoeken.
Oy maakt het niets uit, haar dag kan sowieso niet meer stuk.
Later, terugkerend van een spijsverterende wandeling over de dijk, duikt ze nog snel even in dezelfde afvalbak, teneinde eventueel over het hoofd geziene goudklompjes mee te kunnen graaien, maar de bak is intussen geleegd door de reinigingsdienst, en voorzien van een verse vuilniszak.
Mevrouw krentenweger geeft daarop te kennen dat we dus maar net op tijd waren, anders was de buit mooi gevlogen geweest.
Me enigszins misprijzend mijn verkwistende ‘laat toch liggen die zooi’ in herinnering brengend.
Later, met een grote Thaise glimlach het statiegeld-bonnetje onder mijn neus wrijvend, zijnde €3,50,- krijg ik te horen dat we dus in ieder geval de benzine verstookt naar dit lustoord, eruit hebben.
Er is een Aziatisch land, hier ver vandaan.
Waar we nog niet zo lang geleden aanlandden voor vakantie.
Een land vol glinsterende tempels, gifgroene rijstvelden, bultrunderen met klingelende nekbelletjes, op iedere straathoek glimlachende mensen, doch nergens ook maar iets te bekennen wat op statiegeld lijkt.
Daar in de Isaan, tussen de optrekjes van schoonma en naastwonende schoonzus, staat een grote, vierkante, van kippengaas opgetrokken verzamelbak.
Zó propvol lege flessen, blikjes en leeggelurkte Lipo-flesjes dat men al snel de indruk zou krijgen hier de jaaropbrengst van een middelgrote stad te mogen aanschouwen.
Ware het niet dat schoonfamilie en aanhang dit Olympisch zwembad aan glaswerk en blik in slechts enkele maanden bij elkaar weten te breien.
Een opkoper zal op zeker moment, nadat uitpuilend glaswerk het erf begint te overwoekeren, het hele spul op zijn aftandse pick-up gooien, en schoonma wat Thaise pegulanten in de knokige hand drukken voor haar voortvarende verzamelwoede.
Waarop de hele cyclus van zuipen, opstapelen en weghalen door de schillenboer opnieuw kan beginnen.
In de daar doorgebrachte weken, tijdens mijn eenzame struikeltochten door de omliggende rijstvelden, werd ik meestal begroet door de Thaise ochtendzon. Maar ook door menig plastic fles, half begraven onder wat stekelig struikgewas of drijvend in een drinkbak voor koeien, groen uitgeslagen van de alg.
Op de meest veraf gelegen plaatsen ooit bereikt op mijn wandelingen, zo op het eerste oog door niets anders omringd dan desolate Isaan panorama’s met uitgestrekte cassavevelden en een enkele schaduw biedende boom, bleek ook hier de beschaving reeds te zijn doorgedrongen.
Door het ontdekken van een holle ruimte in genoemde boom.
Met daarin de restanten van wat ooit een gezellige ‘pai-tiow’ moet zijn geweest.
De Thaise, en vaak geheel vloeibare plattelandsversie van ons Nederlandse uitje of picknick.
Een fles SangSom, het plaatselijke vuurwater met hinten van verfverdunner, daarnaast wat lege sodaflesjes en een serie verfrommelde peuken Krong Thip, allen zeer verblijd hier een ronddolende farang aan te mogen treffen.
Het stelde me een beetje teleur, want waarom is het nu zo moeilijk het verpakkingsspul na nuttigen gewoon weer mee te nemen naar huis, en daar in de befaamde vergaarbak te mikken?
Maar dan, terugdenkend aan een verstoord havenbezoek, de goede raad van een vrouwelijke financiële wijsgeer en een klein wit bonnetje met daarop wat inzamelpunt-hiërogliefen, kreeg ik een dermate lumineus idee dat ik op mijn beurt spontaan het Thaise volkslied begon te neuriën.
( de tekst van dit lied is mij tot op heden geheel onbekend, maar de begin-melodie ervan kan ik, naakt gezeten op een roestig spijkerbed, gebukt gaande onder verse belastingaanslagen over de laatste vijf inkomensjaren en rondom bedreigd door hordes Thaise olifanten, schuimende van slurf tot slagtand door vergevorderde rabiës, nog steeds met twee vingers in de neus ophoesten, heel gek. )
Want als er hier ergens in deze suikerriet en cassave-jungle nog een plastic tasje rondslingerde, ( de kans daarop net zo groot als het mogelijk ontmoeten van schaarsgeklede en welgevormde bardeernes te Pattaya )
én als ik alle op de heenweg ontdekte zwerfvuil weer terug zou kunnen vinden, meende ik vrouw Oy te kunnen verrassen met mijn eigen glorieuze en zeer Thaise versie van ‘Gefundenes Fressen’.
Ze zou vast trots op me zijn.
Over deze blogger

-
Lieven Kattestaart (1963) woont samen met vrouw Oy op het mooie Goeree-Overflakkee.
Is werkzaam als havenmeester en bezoekt sinds 1993 het verre Thailand, waar hij in 98' Oy leerde kennen en haar overhaalde de zon vaarwel te zeggen en zich in dit kille moeras achter de dijken te vestigen.
Tegenwoordig de vakantieweken meestal doorbrengend in het Isaanse optrekje van schoonmoeder, afgewisseld met wat strandhangen in Pattaya, of klem zitten in bus of trein om andere en onbekende Thaise streken te bezoeken.
Zich voornemend na pensionering samen met Oy in Thailand te gaan wonen, en beiden kunnen nauwelijks wachten tot het zover is.
Hobby's: zodra er zich een inspiratie-vonkje aandient, doch meestal gekweld door schrijversblok, het toetsenbord beroeren teneinde het mooie Thailandblog van een nieuw stukje te voorzien, het beoefenen van lichamelijke bezigheid door middel van joggen (uiteraard met mate) online schaken, en het af en toe drinken van een prima Single Malt en daarbij wegdampen van een sigaar van Cubaanse origine.
Lees hier de laatste artikelen
Cultuur5 mei 2026‘Gefundenes Fressen’
Column1 mei 2026De donkere dagen voor Kerst
Leven in Thailand27 april 2026‘Happy Birthday’
Leven in Thailand23 april 2026‘Het laatste stukje’

M’n dag in het nog steeds koude Nederland begint weer goed, Lieven! Dank daarvoor!