Uit het Thaise leven gegrepen: het lege krukje

Door Thailandblogger
Geplaatst in Het leven in Thailand, Isaan
Tags: ,
5 juni 2026

Het krukje naast Henk was leeg, en dat zou het blijven.

Hij wist het al voordat hij ging zitten, want Suda had het hem die ochtend verteld toen hij zijn koffie kwam halen. Wim was vannacht overleden, in het Bangkok Hospital in Chiang Mai. Hartfalen, zeiden ze. Achtenzeventig. Henk had geknikt, zijn koffie betaald, vijfendertig baht, en was naar buiten gelopen zonder iets te zeggen. Daar was het toch te warm voor woorden.

Nu zat hij dus op zijn vaste plek bij de Number One Bar, een smal zaakje aan een zijstraat van de Loi Kroh, met dat ene lege krukje naast zich. Half vier in de middag. Het regenseizoen was nog niet helemaal voorbij, de lucht hing zwaar en grijs boven de daken, en ergens verderop reed een scooter zonder demper. De ventilator boven de bar draaide moeizame rondjes en verplaatste vooral warme lucht.

“Singha?” vroeg het meisje achter de tap. Niet Suda, een ander, jonger.

“Doe maar.” Tachtig baht. Vroeger was dat zestig geweest.

Hij dacht aan hoe het hier vijftien jaar geleden was. Toen hij net was komen wonen, na het overlijden van Greet, met de helft van de verkochte rijtjeswoning in Zaandam op de bank en de andere helft naar de kinderen. Toen zat de bar elke avond vol. Gerard, met zijn eindeloze verhalen over de koopvaardij. De Belg, Marcel, die altijd te veel dronk en dan begon te zingen. Wim natuurlijk, die de kruiswoordpuzzels uit oude Telegrafen meenam die zijn zus hem opstuurde. En nog een stuk of acht anderen, namen die hij soms even kwijt was, maar gezichten die hij blind kon tekenen.

Ze waren met velen geweest. Een soort stam.

Wie blijft en wie gaat

Het was begonnen met de terugkeerders. Dat had niemand zien aankomen, want iedereen zwoer dat hij hier zou blijven tot het einde. Maar toen werd Gerard ziek, iets aan zijn nieren, de behandeling werd te duur en te ingewikkeld en zijn dochter wilde hem dichtbij hebben. Hij vertrok naar Zoetermeer. Stuurde de eerste maanden nog berichtjes via WhatsApp, foto’s van grijze luchten en een tuintje, en daarna werd het stil. Henk wist niet eens of hij nog leefde.

Daarna ging Marcel. Niet vrijwillig, eigenlijk. Zijn Thaise vrouw had hem verlaten, of hij haar, dat verhaal verschilde per keer dat hij het vertelde en zonder haar kon hij het niet meer bolwerken. Hij ging terug naar Antwerpen, naar een flatje, en belde af en toe op met een stem die steeds dunner werd. Tot ook dat ophield.

En de anderen stierven gewoon. Zo simpel was het, en zo oneerlijk. Want als je hier met z’n allen oud wordt, dan word je ook met z’n allen ouder en dan komt er een moment dat het krukjes ruimen wordt. Eerst eentje per jaar. Toen vaker.

Henk nam een slok. Het bier was te koud, zoals altijd, en smaakte naar niets.

Hij telde ze niet graag, maar hij deed het toch, zoals je aan een kies blijft voelen die zeer doet. Van de oorspronkelijke groep waren er nog drie over. Hijzelf. De Engelsman, Brian, die de laatste tijd nauwelijks nog kwam, omdat zijn knieën het niet meer deden en de trap naar zijn kamer een expeditie was geworden. En Cees, die volgende maand definitief naar Nederland ging, omdat zijn pensioen het niet meer trok nu de baht zo sterk stond en de euro zo slap. Cees had het hem vorige week verteld, met die schaapachtige blik van iemand die zich schaamt dat hij opgeeft.

“Ik kan het niet meer betalen, Henk,” had hij gezegd. “Vroeger leefde ik hier als een koning van mijn AOW. Nu kom ik amper rond.”

Henk had het begrepen. Hij had ook gewoon geknikt.

De stam van één

Suda kwam aanlopen met een schaaltje pinda’s dat hij niet besteld had. Ze zette het voor hem neer, raakte even zijn schouder aan, en zei iets in het Thais tegen het jonge meisje achter de bar. Hij verstond inmiddels genoeg om te weten dat het over Wim ging.

Suda was er altijd geweest. Dat was het rare. De farang kwamen en gingen, ze stierven of ze vluchtten terug naar het noorden waar ze vandaan kwamen, maar Suda bleef. Ze was nu ergens in de vijftig, had drie kinderen grootgebracht van het geld dat mannen zoals hij hier achterlieten. Ze kende hen allemaal beter dan haar eigen familie thuis. Zij was de enige die nog wist wie Gerard was. Wie Marcel was. Die zich Greet herinnerde van de foto die hij ooit had laten zien.

“You okay, Papa Henk?” vroeg ze.

Papa Henk. Zo noemde ze hem al jaren. Hij wist niet of het lief bedoeld was of gewoon een manier om de oude man te plaatsen die elke middag op hetzelfde krukje kwam zitten en te veel fooi gaf.

“Ja hoor,” zei hij. “Prima.”

Ze keek hem aan op die manier die ze had, alsof ze door iets heen keek, en liep toen weer weg. Hij was haar dankbaar dat ze niet doorvroeg. Thai deden dat niet snel, dat directe vragen naar hoe het echt met je ging. Ze lieten je je gezicht houden. Dat was iets wat hij hier had leren waarderen, na al die jaren in een land waar iedereen altijd precies wilde weten wat je voelde.

Maar nu, op dit lege uur, had hij gewild dat iemand het vroeg. En dat er iemand was om het aan te vertellen.

Wat blijft

De begrafenis van Wim zou over een paar dagen zijn. Crematie eigenlijk, in een Wat bij de tempel, de Wat Chai Mongkhon vlakbij de rivier, want Wim had jaren geleden al geregeld dat hij hier wilde blijven. Geen lichaam terug naar Nederland, te duur, te omslachtig, en bovendien, voor wie? Zijn zus was zelf al achter in de tachtig. De kruiswoordpuzzels zouden ophouden te komen.

Henk zou erbij zijn. Hij was bijna altijd de laatste die erbij was, tegenwoordig. Hij hield de wacht bij de uittocht, vlamde de kaarsen aan, legde de witte bloemen neer, en luisterde naar het gezang van de monniken dat hij niet verstond, maar dat hem op de een of andere manier toch troostte. Hij was vaker op een Thaise crematie geweest dan op een Nederlandse begrafenis. Dat zei iets, al wist hij niet precies wat.

Hij dronk zijn glas leeg en gebaarde om nog een.

Het was eigenaardig. Hij was hierheen gekomen om niet alleen te zijn. Na Greet was het huis in Zaandam een graf geworden, elke kamer vol met wat er niet meer was. De kinderen hadden hun eigen levens, druk, ver weg, vol met dingen die hem ontgingen. Hier had hij een leven gevonden. Vrienden, een ritme, een kruk die van hem was. En nu, vijftien jaar later, was hij alsnog alleen, maar dan op tienduizend kilometer van alles wat hij ooit had gekend.

Toch wilde hij niet terug. Dat was het rare, en dat zou hij aan niemand thuis kunnen uitleggen. Wat moest hij in Nederland? Daar was ook niemand meer die hem kende zoals hij was. Daar was hij gewoon een oude man met een vreemd verhaal en een verkleurde huid van te veel zon. Hier was hij Papa Henk.

Hij keek naar het lege krukje.

Misschien, dacht hij, ging het er niet om dat je nooit alleen kwam te staan. Misschien ging het erom dat er iemand was die je naam onthield als jij er niet meer was. En zolang Suda achter die bar stond, met haar pinda’s die je niet besteld had en haar hand even op je schouder, was er nog iemand.

Het meisje zette een nieuw glas voor hem neer. Singha, te koud.

Henk schoof het lege krukje een stukje dichter naar zich toe, zodat het niet zo opviel dat het leeg was, en hief zijn glas naar niemand in het bijzonder.

“Op jou, Wim,” zei hij zacht. “Goeie reis.”

Buiten begon het weer te regenen.

Over deze blogger

Thailandblogger

21 reacties op “Uit het Thaise leven gegrepen: het lege krukje”

  1. Philippe zegt op

    Het is een mooi, maar ook een bijzonder realistisch en droevig verhaal.
    Ouder worden heeft iets waardevols zolang je het leven kunt delen met mensen die je dierbaar zijn.
    Maar wanneer je de zeventig voorbij bent en stilaan echte vrienden en vriendinnen ziet wegvallen, laat dat onvermijdelijk een leegte achter.
    Zeker wanneer je in het buitenland leeft, binnen een kleine gemeenschap, kan die eenzaamheid nog harder binnenkomen.

    Diezelfde eenzaamheid zie je trouwens ook terug in onze drukke maatschappij.
    Kinderen en kleinkinderen hebben begrijpelijk hun eigen leven, verantwoordelijkheden en zorgen.
    De tijd ontbreekt vaak… tot het moment waarop ze plots beseffen dat er misschien niet veel tijd meer over is. Dat is pijnlijk, maar ook ergens een deel van het leven.

    Misschien maakt net daarom menselijk contact, hoe eenvoudig ook, zo’n verschil.
    Dat iemand, zoals in dit verhaal, nog kan terugvallen op een barmeisje of de buurvrouw, niet eens uit liefde of gewoonte, maar gewoon om zich even minder alleen te voelen.
    Soms is een luisterend oor, een glimlach of een vertrouwde aanwezigheid al genoeg om een dag draaglijker te maken.
    Toegegeven: voorgeschreven en aangepast door IA.

    18
  2. Robert zegt op

    Ik wordt er stil van…. Goed om gelezen te hebben.

    22
  3. Pratana zegt op

    mooi geschreven verhaal, heeft veel diepgang , als ik naar Thailand zou verhuizen waar ik een nieuwe start en vriendenkring heb en die dan met de jaren druppelgewijs verdwijnen om te eindigen alleen en moest ik de lijn op mijn persoon leggen in een klein dorp waar ik buiten mijn vrouw en dochter de aangetrouwde famillie heb waarmee ik niet kan praten de fameuze taalbarriere stof om over na te denken.

    9
    • Harry Romijn zegt op

      En daarom is het zo ontzettend belangrijk de taal zo goed mogelijk te leren, naar welk land je ook gaat.

      3
  4. Roelof zegt op

    Mooi verhaal verhaal en goed geschreven weer.

    6
  5. frans zegt op

    Mooi verhaal.

    Terzijde, wat ik mij afvraag, is er lang geleden een grote toestroom naar Thailand geweest en is die langzamerhand gestopt? Is er geen gestage stroom mannen die op de leeggevallen krukjes gaat zitten alsof die krukjes op hen hebben gewacht?

    5
    • william-Korat zegt op

      Wat een herkenbaar verhaal. Voor frans. Eind vorige eeuw ontdekte ik Thailand, en kort daarna ontmoette ik mijn vrouw. We woonden al snel als toerist in een welvarende regio met veel Moo baans, maar met destijds nog weinig uitgaansleven. Desondanks liep je struikelend over de Engels en Nederlandstaligen. Die instroom werd destijds aangejaagd door de gunstige wisselkoers en de zoektocht naar een nieuw leven en een nieuwe partner.

      In de vijftien jaar die volgden in begin deze eeuw, spatte de droom voor velen uiteen. Ik werd in 2008 bewoner. Men moest destijds nog zelf achter de harde werkelijkheid komen, zonder de waarschuwingen van de blogs of forums. Tel daar de stijgende kosten in beide landen bij op, en het feit dat we niet allemaal 95 worden, en het plaatje verandert snel.

      Waar men twintig jaar geleden in de kroeg nog actief contact zocht, leeft men nu veel meer in een eigen bubbel. De expats die er nog zijn, of bijgekomen zijn, groeten vluchtig of vluchten in de digitale wereld. De realiteit is dat je buitenlanders in mijn regio nu echt moet zoeken, laat staan Nederlanders. Mijn eigen ‘vriendenkring’ is gekrompen van tientallen naar een handjevol. Buiten de toeristische zones is dat waarschijnlijk de nieuwe realiteit in heel Thailand.
      Een zeg maandelijkse ontmoetingsplek overdag zou voor vele een leuke start zijn.

      13
      • Sjaak S zegt op

        Dit is een mooie reactie op een verhaal dat ook mij raakt. Ik ben een van die mensen die in de digitale wereld “vlucht”. Niet echt vluchten, want ik ben alweer bijna 40 jaar bezig met computers en ik werk veel met mijn PC.
        Ik ben ook een van die mensen die zo goed als nooit in een kroeg vindt en dat krukje zie je mij niet op zitten. Maar ik ga twee keer per week fietsen met twee vrienden die beiden 10 jaar ouder zijn. We zijn nog gezond, maar we weten dat we de meeste boterhammen al op hebben.
        Als ik die twee overleef, worden mijn fietstochten ook eenzamer… het maakt echt deel uit van ons leventje hier. Het is iets waar ik naar uit kijk. Vooral de bijna twee uurtjes gezellig keuvelen aan het strand in Pak Nam Pran met een lekkere bak koffie.

        9
      • Frans zegt op

        Dankje William-Korat! Ik kan het mij nu beter voorstellen.
        Zoals Bart hieronder ook noemt, komt de eenzaamheid ook in NL langzaam aan opzetten naarmate de jaren voorbijgaan. Vriendschappen onderhouden en nieuwe contacten aanknopen gaan niet meer vanzelf / spelenderwijs.

        2
  6. Bart zegt op

    Wel, kijk eens hoeveel ouderen er in hun eigen land eenzaam en alleen hun laatste levensjaren doorbrengen. Het is een bekend maatschappelijk probleem. Kinderen hebben steeds minder tijd voor hun ouders.

    Als je hier in Thailand niet gehuwd bent of geen vaste partner hebt met wie je samenwoont, merk je inderdaad dat je vriendenkring vanaf een bepaalde leeftijd steeds kleiner wordt. Dat is nu eenmaal de harde realiteit van het leven.

    Onlangs las ik hier nog reacties van mensen die zich niet kunnen voorstellen ooit met een vaste partner samen te wonen. Dat is uiteraard ieders eigen keuze, maar het vergroot wel de kans dat je op latere leeftijd alleen achterblijft. Wie bewust kiest om alleen door het leven te gaan, moet ook beseffen dat een eventuele eenzaamheid op latere leeftijd vaak het gevolg is van diezelfde keuze.

    Zelf heb ik hier geen behoefte aan een kring van Farang-vrienden, noch aan het dagelijkse ritueel van urenlang op dezelfde barkruk te zitten. Persoonlijk lijkt me dat eerder een armzalig bestaan, zelfs als je er enkele vaste toogvrienden aan overhoudt.

    Mijn Thaise echtgenote is mijn steun en toeverlaat. Dankzij haar en haar uitgebreide familie weet ik dat ik me nooit eenzaam hoef te voelen.

    Uiteindelijk draait het niet om het aantal mensen dat je kent, maar om de aanwezigheid van mensen die er werkelijk voor je zijn wanneer het erop aankomt.

    23
    • Erik Kuijpers zegt op

      Bart, je zegt “Wel, kijk eens hoeveel ouderen er in hun eigen land eenzaam en alleen hun laatste levensjaren doorbrengen. Het is een bekend maatschappelijk probleem. Kinderen hebben steeds minder tijd voor hun ouders.”

      Ik mis de cijfertjes; meer nog, als ik wat zoek kom ik tot aannames tot wel 49%. Maar geen gecontroleerde cijfers. Dat het een probleem is voor sommigen, ja, dat klopt wel. Mensen van je eigen leeftijd vallen weg en jouw kinderen hebben hun eigen leven of zijn naar een buitenland vertrokken. Veel ouderen zijn niet in staat digitaal contact te onderhouden. Maar is dat in Thailand dan ineens niet meer zo?

      De kroeg is geen oplossing; dat ben ik met je eens. Maar als je contactarm bent in NL is dat in Thailand dan ineens anders? Want die Thaise familie om je heen, als je die al hebt en kunt verstaan, zijn die er echt van harte voor jou of voor jouw pinpas?

      15
    • fred zegt op

      Hopelijk blijft je Thaise echtgenote nog lang gezond. Ik ken ook wel Farang die hun veel jongere Thaise partner ernstig ziek werd en dan is het weer een gans ander verhaal want op ziek worden staat echt geen leeftijd.

      4
  7. Mario zegt op

    Mooi en herkenbaar geschreven.

    Thailand gaat vaak over zon, eten en glimlachen.
    Maar dit verhaal laat ook de andere kant zien: ouder worden ver van je geboortegrond.
    Dat schaaltje pinda’s van Suda zegt eigenlijk alles: gezien worden, zonder veel woorden.

    Soms is thuis niet de plek waar je geboren bent, maar de plek waar iemand je naam onthoudt.

    12
    • Ronny Phang-Khen zegt op

      Zeer mooi verhaal, de harde werkelijkheid van het leven waar we allemaal mee te maken krijgen.
      Idd Mario, wat is je thuis, is het je geboorteplek, de plek waar je lang hebt gewoond of de plek waar je bent waar de mensen zijn waarmee je het goed kan vinden. Lang geleden zei mijn grootvader eens tegen me toen ik nog jong was en klaagde over de lange werkdagen. Jongen zei hij, je bent nu nog jong en nu moet je opbouwen en koester je centen maar vergeet nooit koester dubbel al je mooie momenten.
      In een neerslachtig moment, denkend aan een verre toekomst luister ik soms naar het volgende lied.
      https://www.youtube.com/watch?v=j0zyCawehzI
      In mijn testament staat dat ik dit graag als laatste lied op mijn uitvaart zou hebben.

      2
    • fred zegt op

      Je thuis is niet de plek waar je geboren bent dan wel eerder de plek waar je wil sterven.

      5
  8. Mike zegt op

    Aandoenlijk verhaal, iets om over na te denken.
    Dank voor het delen.
    Groet Mike.

    5
  9. Tim zegt op

    Mooi verhaal

    4
  10. Cornelis zegt op

    Moo, warm, raakt me!

    6
  11. janbeute zegt op

    En zo gaat het in het leven, ook in mijn directe omgeving zijn al enkele farangs kennissen ontvallen.
    Ik ben zelf ook niet meer een van de jongsten.
    De meesten van hun hebben de zeventig levens jaren nog niet eens gehaald.

    Janneman.

    5
  12. jozef zegt op

    Ontheemd zit ik hier,
    half reiziger, half herinnering.
    en denk aan stemmen
    die ik mis,
    een plek om te rusten.

    4
  13. Robert zegt op

    Hoi Henk, jou verhaal vind ik zeer aandoenlijk en begrijpelijk maar als ik jou zo zie zitten zit je er maar zielig bij, je leeft nog,en zolang je nog gezond bent, hopelijk wel zo te zien, geniet van je laatste jaren, zoek een lieve vrouw, en leef!!!!!!

    0

Laat een reactie achter