chaiwat wongsangam / Shutterstock.com

“We hadden meer land achter deze tempel in bezit moeten krijgen toen Siam en de Britten onderhandelden over de verdeling”, zegt onze chauffeur op flinke toon als we het complex van de Wat Chothara Singhe, een boeddhistische tempel gebouwd in 1873 in Tak Bai (een van de meest zuidelijke districten van de provincie Narathiwat in Thailand’s diepe zuiden), inrijden.

“Destijds, toen de Britten de Siamezen uitnodigden voor een bijeenkomst in Kelantan, waren onze vertegenwoordigers kennelijk niet aanspreekbaar. Ze waren zo dronken dat ze bewusteloos in deze tempel lagen.”

Brits ongenoegen

De rest is niet moeilijk te raden. De Britten, die dit gedrag niet konden waarderen waren vreselijk teleurgesteld dat de Siamezen hen onnodig lieten wachten in de door malaria geteisterde jungle in Kelantan. Ze toonden hun ongenoegen door de aankondiging, dat het land tot aan waar de Siamezen hun roes uitsliepen tot Siam behoorde en dat alles ten zuiden daarvan onder bescherming van het Verenigd Koninkrijk stond. Het is een amusant verhaal en ik moet er wel om lachen. Wat Chothara Singhe is inderdaad de grens tussen Thailand en Maleisië maar de waarheid is echter precies andersom.

Anglo-Siamees Verdrag van 1909

Voorafgaand aan de ondertekening van het Anglo-Siamese Verdrag van 1909 vonden er tussen het Verenigd Koninkrijk en het Koninkrijk Siam onderhandelingen plaats om het land te verdelen in wat nu Noord-Maleisië en Zuid-Thailand wordt genoemd. De Siamezen drongen erop aan dat het gebied rond Chothara Singhe tot Siam zou behoren. Op dit punt kwamen beide partijen tot overeenstemming en het bewijs daarvan wordt bewaard in het kleine tempelmuseum. In dat museum bevinden zich ook levensgrote modellen van de Siamese en Britse vertegenwoordigers, Prins Devawong Varoprakar en Ralph Paget, die het verdrag in Bangkok op 10 maart 1909 ondertekenden.

Narathiwat

Weggestopt in het diepe zuiden van Thailand is Narathiwat is de meest oostelijke van de vier zuidelijke provincies die aan Maleisië grenzen. Wat ooit een klein kustplaatsje aan de monding van de Bang Nara rivier was, werd na een bezoek van koning Rama VI Narathiwat genoemd, letterlijk ‘het land van goede mensen’.

De provincie Narathiwat is sindsdien een centrum geworden voor de handel tussen het zuiden van Thailand en het noorden van Maleisië. De stad zelf is een smeltkroes van etnische diversiteit waar Chinese heiligdommen vredig naast islamitische moskeeën en boeddhistische tempels staan. Er mogen dan grote verschillen in godsdienst bestaan, het dagelijks leven bindt de mensen.

Smeltkroes

Op de groente- en vleesmarkt in het centrum van Narathiwat verdringen de verkopers elkaar met het aanbod. Ik observeer bejaarde Chinese vrouwen en islamitische meisjes in hun hijab die grapjes uitwisselen terwijl zij met een visser onderhandelen over de prijs van de vangst van de dag. Wanneer ze onze groep in het oog krijgen, giechelen ze en porren elkaar om te wijzen naar die met camera’s aanwezige vreemdelingen. “Lokale mensen zijn altijd geboeid door bezoekers”, zegt Joy, die dienst doet als onze gids in Narathiwat. “Ze zijn blij om mensen uit Bangkok of andere delen van het land te zien die hun stad bezoeken. Men voelt zich dan minder alleen.”

Populaire bestemming

Een paar decennia geleden was Narathiwat nog een populaire bestemming voor toeristen om bijvoorbeeld de 300 jaar oude moskee Masjid Wadi Al-Husein te bekijken of een bezoek te brengen aan de Hala-Bala Wildlife Sanctuary, een nationaal park met heel veel soorten vogels waaronder de grote neushoornvogels of te kijken naar de traditionele Kolae boten in hun bonte beschildering.

Vandaag de dag komen er maar weinig bezoekers, afgeschrikt door het voortduren van de opstand in Thailand’s diepe zuiden. We reizen rond Narathiwat met een volledig bewapende beveiligingsescorte en worden regelmatig verzocht te stoppen bij controleposten waar jonge politieagenten controleren of wij “goede mensen” zijn.

RaksyBH / Shutterstock.com

Kolae boten

Onze chauffeur brengt ons ook langs het strand, dat is rustiek, origineel en leeg afgezien van een paar kinderen en een paar geiten. Voor de kinderen is de grootste opwinding van de dag is de aankomst van vissersboten. En wat voor vissersboten! De traditionele en kleurrijke Kolae zijn even uniek als ze mooi zijn. In Tak Bai praten we met lokale bootbouwers – twee moslimbroeders. Zij zijn, net als bijna alle mensen die ik ontmoet in Narathiwat, hartelijk en beleefd. Nieuwsgierig naar de bezoekers in hun midden. “Het Kolae ontwerp combineert Maleis, Javaans en Thaise cultuur”, zegt één van de bootbouwers. “Je kunt veel boten zoals deze langs de kusten van Maleisië en Indonesië vinden.” De lokale bootbouwer creëert artistieke statements met Thaise afbeeldingen zoals de lotus, slangen, apen en vogels.

Naschrift Gringo:
Waarom een artikel van Phoowadon Duangmee in The Nation lezen en gedeeltelijk vertalen voor Thailandblog over een Thaise provincie, die door de gewelddadigheden niet bezocht kan worden? U weet dat er een negatief reisadvies geldt voor de zuidelijke provincies. Ik vond het toch interessant vooral omdat er onder het artikel een aantal reacties stond, die ik graag met u deel:

Reactie 1:
Ik heb goede herinneringen aan mijn enige bezoek aan Narathiwat in 1992. Mooie stad, vele historische houten gebouwen in de binnenstad, waaronder ook het hotel waar ik verbleef. Iedereen was zeer geïnteresseerd in mij, continu werd ik benaderd door mensen die met mij wilden praten. Het waren zoveel mensen, uiterst vriendelijk, maar uiteindelijk werd het een beetje te veel voor mij en ik “vluchtte” naar de coffeeshop van het duurste hotel in de stad, alleen maar om even alleen te zijn.

Reactie 2:
Narathiwat was mijn favoriet van de Deep South steden en ik ben er in de jaren ’80 en ’90 veel geweest. Als een blanke man was ik altijd het onderwerp van veel nieuwsgierigheid en gastvrijheid. Vele uren heb ik in theehuizen doorgebracht om met mensen te praten. Eten in een visrestaurant langs het water was een zeer aangename bezigheid. Waarschijnlijk zou een korte reis nu nog wel kunnen als je voorzichtig bent, maar ik ben niet bereid om het te riskeren. Hetzelfde geldt voor Yala en vooral Pattani, de enige stad daar in het zuiden, waar ik eigenlijk vijandigheid voelde, zelfs toen. Allemaal heel triest. Het is een fascinerende deel van het land.

Reactie 3:
Ik verbleef in 1978 in Narathiwat en de provincie was een genot om te bezoeken. De stranden van Tak Bai zijn de mooiste in Thailand en het is heel jammer dat de veiligheidssituatie voorkomt dat toeristen vandaag er niet van kunnen genieten. Iedereen die ik toen tegenkwam was vriendelijk. Een schril contrast met Pattani, waar de stedelingen het mij duidelijk maakten, dat buitenlanders niet welkom waren.

Tenslotte:
Spijtig dus, dat een mooi deel van Thailand niet bezocht kan worden. Wellicht zijn er bloglezers die ook ervaringen in het Diepe Zuiden hebben opgedaan, hetzij voor werk of als vakantieganger. Stuur een reactie!

– Herplaatst bericht –


» Laat een reactie achter


4 reacties op “Een bezoek aan Narathiwat is als een stap terug in de tijd (video)”

  1. Danzig zegt op

    Even ter correctie van wat Gringo schrijft: Narathiwat kan WEL bezocht worden, evenals Pattani en Yala. Dat er een reisadvies is dat dit afraadt, betekent natuurlijk niet dat je niet door de regio heen kunt reizen of er kortere of langere tijd kunt verblijven. Hé, als je wilt kun je er zelfs gaan wonen. Er is niemand die je het gebied niet in laat, er staat geen hek omheen en er rijden (mini)bussen naar elke plaats van betekenis in de drie provincies. Met een westers paspoort word je niet geweigerd, noch in de trein naar Sungai Kolok, noch per self-drive/(huur)auto langs de veelvuldige checkpoints.

    Mijn situatie: ik ben sinds januari 2014 vier keer naar deze drie ‘grensprovincies’ (wat Pattani feitelijk niet is) afgereisd en heb er bij elkaar zestien nachten overnacht., waarvan één in Narathiwat, twee in Yala en de rest in Pattani. Steeds in de gelijknamige steden en voornamelijk uit pure interesse in de regio en zijn inwoners, hoewel ik via internet zelfs een vriendin in Pattani heb gevonden. Zij woont sinds deze maand helaas in Bangkok, waardoor ik geen excuus meer heb om naar het diepe zuiden af te reizen, anders dan mijn fascinatie voor dit prachtige gebied.

    Ik heb zowel per trein, per minibus, als per huurauto naar en door de regio gereisd, maar lokaal ook per reguliere bus en in Pattani per motorbike-taxi. Er zijn helaas veel militairen gestationeerd, vaak uit andere delen van het land, die als een soort bezettingsmacht de lokale bevolking onder de duim houden, met enkele bloedbaden als in Tak Bai (Nar) en de Krue Se Moskee (Pat) tot gevolg. Dat de veelal islamitische bevolking zich achtergesteld en onderdrukt voelt mag begrijpelijk zijn. Dat vergoelijkt niet de anoniem uitgevoerde en nooit-geclaimde aanslagen door schimmige organisaties als de BRN-C, PULO en RKK, maar is tot op zekere hoogte wel begrijpelijk. De machthebbers in Bangkok geven niets om dit letterlijk en figuurlijk ver van hun bed gelegen landsdeel, behalve dat ze het koste wat kost bij Thailand willen houden. Iets met gezichtsverlies…

    Het Thais-zijn van zijn inwoners, wat de meerderheid etnisch, religieus en linguïstisch NIET is, wordt de mensen opgedrongen met harde en zachtere hand, denk aan de bekende nationale en gele vlaggen, afbeeldingen van het koningshuis en het dagelijks spelen van het volkslied, maar ook aan zgn. ‘charmeoffensieven’ van het zo gehate leger. Het enige wat de doorsnee burger wil, is meer respect, autonomie en zeggenschap over zijn manier van leven. Denk aan het officieel maken van de taal, Yawi of Pattani-Maleis, de islam naast het boeddhisme als staatsgodsdienst en meer geld en/of economische mogelijkheden. Deze vergeten regio is net zo arm, zo niet armer dan de Isaan. Zeker buiten een relatief welvarende stad als Yala.

    Voor mij blijft ‘Patani’ (de drie grensprovincies die tot begin 20e eeuw het sultanaat vormden) de mooiste regio van Thailand. Binnen een vrij klein gebied – ong. een derde van continentaal Nederland – vind je rijstvelden, rubberplantages, stranden, jungles, bergen, rivieren, natuurparken en watervallen. Voor de cultuurliefhebbers zijn er moskeeën, tempels, musea, (karaoke)bars en charmante dorpjes, waar je als farang zelf een bezienswaardigheid bent. Veel mensen zien nooit een blank gezicht. Zo maakte ik in Narathiwat-stad mee dat een groepje schoolkinderen met mij op de foto wilde. Verder werd ik op veel plekken spontaan aangesproken door nieuwsgierige mensen die alles van me wilde weten en kreeg ik regelmatig eten en drinken aangeboden. Er wordt wat minder gelachen dan in de rest van Thailand – als westerling kreeg ik vaak verbaasde, soms licht wantrouwende blikken toegeworpen en op sommige plekken voel je een zekere spanning in de lucht hangen, maar de mensen zijn in ieder geval authentiek. Een glimlach betekent dat men daadwerkelijk blij is je te zien.

    Nee, ik heb niet de pech gehad om in de buurt van (bom)aanslagen of schietpartijen te zijn. Die laatste zijn overigens vrijwel altijd ruim van tevoren gepland en gericht tegen gezagsdragers en hun ‘kompanen’ en – helaas – tegen docenten, maar gelukkig niet iets waar je bij een tijdelijk verblijf als toerist veel angst voor hoeft te hebben. Verder gelden bepaalde voorzorgsmaatregelen: reis niet in het donker, vermijd bepaalde districten en/of dorpen en houd je niet te lang op in de buurt van checkpoints of scholen rond sluitingstijd, als de docenten naar huis gaan. Gezien het feit dat ik in vele ‘gevaarlijke’ rurale districten heb rondgelopen en gereden, in het donker – geheel tegen de zin van mijn bezorgde vriendin – over het platteland heb gereden en door Pattani-stad en (tegen middernacht!) een lange wandeling door de uitgestorven straten van Narathiwat heb gemaakt, was ik trouwens niet de voorzichtigste. Maar ik dacht maar zo: angst zit vooral in je hoofd. Statistisch gezien is de kans op een verkeersongeluk nog altijd groter dan de kans bij ‘molest’ betrokken te raken.

    Ik wil mensen die écht van het gebaande pad af willen dan ook aanraden de regio (per auto!) te bezoeken, waarbij ik altijd de waarschuwing erbij zal geven dat het OFFICIEEL, alhoewel géén oorlog! – gevaarlijk is/ kan zijn. Zelf heb ik in ieder geval genoten, al was het alleen maar om de unieke ervaring om daar als farang te zijn en dat te kunnen zeggen (of navertellen ;)).

    Ik ben overigens lang niet in alle 33 districten geweest. Wel in de provinciehoofdsteden, de zuidelijke grensplaats Betong, via een prachtige route door de bergen van Yala, en charmante dorpjes als Yaring (P), Panare (P), Yaha (Y), Bannang Sata (Y) en Rueso (N). Verder heb ik toeristische trekpleisters (haha) als de Krue Se Moskee, Matsayit Klang, Yarang Ancient Town en de Wat Khuhaphimuk bezicht. Meestal alleen, soms met mijn vriendin June. Vaak was ik de enige bezoeker. Ook op het schitterende strand met dito zee van Ao Manao/Khao Tanyong National Park, iets ten zuiden van Narathiwat-Stad. Er komen, op de Maleisische (seks)toeristen in grensplaatsen als Sungai Kolok, Tak Bai en Betong na, nl. maar héél weinig – zeg maar geen – toeristen in de regio. De enige farangs zag ik in en om het luxueuze, spotgoedkope CS Hotel in Pattani, wat mijn belangrijkste thuisbasis in de regio is. Mijn inschatting was dat geen van hen toerist was, maar er voor zaken of familiebezoek was en er vrijwel nooit een farang buiten die redelijk veilige enclave komt/durft te komen.
    Ga er rustig vanuit dat als je in een stad als Yala, zonder hotel van westerse kwaliteit, verblijft – ook al is het voor een hele maand – je géén enkele blanke zult zien. Om over de dorpjes maar niet te spreken.

    Ik hoop dat het ingewikkelde conflict snel wordt opgelost (in ieder geval tot op zekere hoogte), de militairen terug gaan naar waar ze vandaan komen en de toeristenstroom geleidelijk op gang komt. Het gebied kan de financiële impuls zeer goed gebruiken en is perfect geschikt voor de avonturiers onder de toeristen die het op de kaart willen zetten. Ik hoop dat ik daar in ieder geval een klein voorzetje aan heb kunnen geven.

    Danzig, farang baa uit Nederland.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +15 (obv 15 stemmen)
    • Danzig zegt op

      Nog een kleine toevoeging: ik heb me nergens in het diepe zuiden onwelkom gevoeld. De verhalen van mensen over hun reizen in de jaren 70-90 van de vorige eeuw, en vooral de negatieve reacties over Pattani, daar herken ik niks in. De mensen zijn blij maar verbaasd, bijna geschokt soms, om je te zien – ook zonder neppe glimlach is dat duidelijk – en Pattani is de leukste stad van de regio. Een charmant stadje vol met jonge mensen, waaronder veel studenten van de lokale dependance van de Prince of Songkhla universiteit.

      De enige stad die mij niet bevalt is Yala, dat ontsierd wordt door lelijke plan-architectuur, betonnen anti-bommuren voor de winkelpanden en veel pantservoertuigen en zwaarbewapende soldaten op menig straathoek. Mijn eerste bezoek aan het diepe zuiden was in deze stad, waar ik per nachttrein vanuit Bangkok naartoe was gereisd. Het was tevens mijn eerste vakantie in Azië/Thailand en ik was pas kort daarvoor in Bangkok aangekomen. Je kunt je voorstellen dat ik de Thaise cultuurschok nog amper verwerkt had en Yala daar nog een schepje bovenop deed. Het was de eerste en enige trip naar het diepe zuiden waar ik me niet onwelkom, maar wel echt onveilig voelde, ongetwijfeld mede ingegeven door de verhalen vooraf – ik wist allang van het conflict – en de naargeestige sfeer aldaar.

      Gelukkig weerhield dit onaangename verblijf me niet van verdere verblijven in de regio en heb ik me gerealiseerd dat angst een mentale kwestie is. In Yala voel ik me sindsdien allang niet meer onveilig, hoewel ik het een lelijke stad in een mooie omgeving blijf vinden.
      Ik raad geïnteresseerden in een bezoek aan de regio, zeker voor een eerste kennismaking, aan om direct van Hat Yai – ook lelijk – naar het CS Pattani Hotel te rijden per auto of minibus en daarvandaan dagtrips te maken in de grensprovincies, inclusief het leuke Songkhla-Stad. Veel meer opties voor een goed hotel zijn er verder niet in de steden, hoewel ik nooit in de treurige stad Sungai Kolok geweest ben. (Zie een eerdere bijdrage: https://www.thailandblog.nl/achtergrond/seks-en-geweld-zuiden-thailand)

      VA:F [1.9.22_1171]
      Waardering: +9 (obv 9 stemmen)
  2. Danzig zegt op

    Inmiddels woon ik een half jaar in Narathiwat (Stad). Nog dagelijks ontmoet ik de alleraardigste mensen die me in hun leven uitnodigen. Hoewel ik voor mijn visum en werkvergunning afhankelijk ben van mijn werkgever hier, hoop ik nog lang in de regio te mogen blijven.
    Voor nieuwjaar ging ik enkele dagen maar Pattaya, maar wat was ik blij toen ik weer op het vliegtuig naar Nara kon stappen.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +6 (obv 6 stemmen)
  3. Danzig zegt op

    Bedankt Peter, dat je het dit suk opnieuw op het blog zet.
    Ik woon hier nog steeds en naar volle tevredenheid. Bangkok, Pattaya en de rest van het land zijn leuk voor vakantie, maar mijn hart ligt hier.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +3 (obv 3 stemmen)

Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website