Wie vandaag door Patpong of langs de bars van Pattaya loopt, ziet een straatbeeld dat veel ouder lijkt dan het is. Toch is dit geen erfenis van de oudheid. De op buitenlanders gerichte seksindustrie van Thailand is grotendeels een moderne economie, ontstaan binnen twee decennia en niet over eeuwen.

De motor was niet cultureel, maar geopolitiek. Eerst kwam de Amerikaanse oorlog in Indochina, die de bars en salons rond de bases bouwde. Daarna stuurde de Thaise overheid bewust op toerisme als bron van buitenlandse valuta. Hoe die omslag verliep, en waarom verbod en praktijk tot vandaag botsen, lees je hieronder.

Een oud beroep, maar geen oude industrie

Betaalde seks is in Thailand niet nieuw. Tijdens het koninkrijk Ayutthaya, van 1351 tot 1767, was prostitutie gewoon legaal en belast, en de staat hield zelfs eigen bordelen. Na de afschaffing van de slavernij door koning Rama V in 1905 nam de prostitutie toe, omdat veel voormalige slavinnen zonder bestaansmiddelen achterbleven. Van 1905 tot 1960 was het beroep gereguleerd via de Contagious Diseases Prevention Act van 1908, met registratie en verplichte medische controles.

Het belangrijkste verschil met later zit hem in de klant. Dit was een binnenlandse markt, gericht op Thaise mannen. Van georganiseerd sekstoerisme voor buitenlanders was nog geen sprake. In de jaren vijftig startte premier Sarit Thanarat zelfs een moraliteitscampagne, die uiteindelijk uitmondde in het verbod van 1960.

Hoe de wet het tegendeel bereikte

Onder druk van de Verenigde Naties verbood Thailand prostitutie in 1960 met de Suppression of Prostitution Act. Opvallend: de schuld verschoof daarmee van handelaren en pooiers naar de vrouwen zelf, die voortaan “moreel gerehabiliteerd” moesten worden. Het verbod stond amper op papier of het werd alweer ondergraven.

Want zes jaar later deed de Entertainment Places Act van 1966 precies het omgekeerde. Die wet stond toe dat horeca, massagesalons en theehuizen via een vergunning vrouwen in dienst namen die “special services” leverden. De verantwoordelijkheid voor eventuele prostitutie kwam bij de eigenaar te liggen, niet bij de staat. Zo ontstond de juridische schemerzone die er vandaag de dag nog steeds is: verboden op papier, gedoogd in de praktijk.

De soldaten die de fundering legden

Tijdens de Vietnamoorlog waren meer dan vijftigduizend Amerikaanse militairen in Thailand gestationeerd, op bases als Udorn, Korat, Takhli, Ubon, Nakhon Phanom en U-Tapao. Daarnaast was Thailand een officiële bestemming binnen de R&R-regeling, het verlof voor rust en ontspanning. Iedere militair in Vietnam had recht op één week buiten het strijdgebied, en Bangkok was bij de ongetrouwde mannen een van de populairste keuzes.

Rond de bases en in de hoofdstad schoten bars, massagesalons en het systeem van de “hired wife” uit de grond, een betaalde gezelschapsregeling voor de duur van het verlof. Patpong, een privéstraat die de Thais-Chinese familie Patpongpanich in 1946 had gekocht, groeide vanaf ongeveer 1968 uit tot pleisterplaats voor militairen. Pattaya veranderde in diezelfde jaren van slaperig vissersdorp in uitgaansoord.

Van soldaat naar toerist

Toen de oorlog in april 1975 eindigde, beval de Thaise regering de Amerikaanse troepen om uiterlijk in 1976 te vertrekken. De mannen gingen, maar de bars, salons en go-gozaken bleven gewoon staan. En waar een gat valt, komt vraag: het civiele toerisme nam de plaats van de militairen in.

Juist die continuïteit verklaart waarom het fenomeen zo razendsnel kon doorgroeien. Er was geen nieuwe start nodig, alleen een nieuwe klant. De infrastructuur lag er al, compleet met personeel, vergunningen en een straatbeeld dat inmiddels bekendstond tot ver buiten Thailand.

Het jaar dat de overheid de knoop doorhakte

Thailand riep 1980 uit tot Jaar van het Toerisme. In datzelfde jaar deed vicepremier Boonchu Rojanasathien, oud-bankier en zakenman, een veelbesproken oproep aan de provinciegouverneurs om sekstoerisme te bevorderen ten gunste van de economie. Voor een topbestuurder was dat een opmerkelijke openlijke uitspraak.

De achtergrond was nuchter economisch. Thailand kampte met hoge inflatie en zocht snelle bronnen van buitenlandse valuta. Toerisme leek de kortste weg, en de overheid accepteerde de seksindustrie eerst stilzwijgend en in 1980 dus zelfs hardop als motor daarvan.

Japanse zakenlieden en nieuwe complexen

In de jaren tachtig groeide de sector en verschoof de blik naar nieuwe klantgroepen. Japanse zakenlieden en toeristen werden een belangrijke markt, naast de Europeanen die de weg naar Bangkok hadden gevonden. Er kwamen ook nieuwe uitgaanscomplexen bij: Nana Plaza opende in 1983.

Patpong beleefde in de jaren zeventig en tachtig zijn hoogtijdagen als het uitgaansgebied voor buitenlanders. Toch was die roem maar één kant van de medaille. Tegen het einde van het decennium brak de hiv- en aidsepidemie uit, met een piek in nieuwe besmettingen begin jaren negentig. Dat dwong de overheid tot grootschalige condoomcampagnes.

De tijdlijn in een oogopslag

JaarGebeurtenis
1905Afschaffing slavernij, toename prostitutie
1908Contagious Diseases Prevention Act, registratie
1960Prostitutie verboden onder VN-druk
1966Entertainment Places Act legaliseert “special services” via vergunning
1967Thailand, officiële R&R-bestemming, ruwe schatting 54.000 militairen op R&R
1968Patpong wordt pleisterplaats voor militairen
1975 tot 1976Einde oorlog, vertrek Amerikaanse troepen
1980Jaar van het Toerisme, oproep Boonchu aan gouverneurs
1983Opening Nana Plaza
Eind jaren tachtigUitbraak hiv en aids

Wet, praktijk en beleid lopen uiteen

Bij dit onderwerp botsen voortdurend drie dingen, en dat onderscheid is de sleutel tot begrip. De juridische regel zegt dat prostitutie sinds 1960 verboden is. De uitvoeringspraktijk laat al sinds 1966 een gedoogsysteem zien, waarin vergunde entertainmentzaken seksdiensten faciliteren en de politie nauwelijks ingrijpt.

En dan is er nog het beleid. Dat was decennialang gericht op het aantrekken van toeristen, waarbij de overheid het sekstoerisme eerst negeerde en in 1980 zelfs openlijk omarmde. Wie alleen naar de wettekst kijkt, mist dus volledig hoe het systeem in werkelijkheid draaide.

Pas op met de cijfers

Hier wreekt zich het grootste probleem van dit onderwerp: de getallen deugen vaak niet. Het tijdschrift Tawan Mai noemde in januari 1980 op basis van politiestatistiek meer dan vierhonderdduizend vrouwen. Een veelgeciteerde schatting uit 2004 kwam zelfs uit op 2,8 miljoen, maar die wordt door vrijwel alle deskundigen als sterk overdreven beschouwd vanwege gebrekkige onderzoeksmethoden. De Wereldgezondheidsorganisatie hield het rond 2001 op honderdvijftig- tot tweehonderdduizend.

Gebruik dus liever bandbreedtes dan een hard getal. En houd een tweede nuance vast: het beeld van Thailand als puur sekstoerismeland is eenzijdig. De binnenlandse markt, gericht op Thaise mannen, was en is groter dan de toeristische sector. Rosse buurten als Patpong, Nana en Soi Cowboy richten zich op buitenlanders, maar vormen maar een deel van het geheel.

Drie hardnekkige misverstanden

Het eerste misverstand is dat sekstoerisme zou voortkomen uit “de Thaise cultuur”. De moderne, op buitenlanders gerichte sector is juist grotendeels een product van buitenlandse militaire vraag en bewust valutabeleid, niet van eeuwenoude gewoonten. Het tweede is het romantiseren of juist demoniseren van de vrouwen. De realiteit is vooral economisch: plattelandsarmoede, vooral in het arme noordoosten Isaan, en gebrek aan alternatief werk dreven de instroom naar Bangkok, Pattaya en Phuket.

Het derde misverstand verdient extra voorzichtigheid. Vaak wordt beweerd dat de Wereldbank in een rapport uit de vroege jaren zeventig expliciet zou hebben aangeraden om sekstoerisme te ontwikkelen. Die claim circuleert breed, maar is niet terug te voeren op een controleerbare primaire bron. Neem hem dus met een flinke korrel zout.

Slot

Het sekstoerisme in Thailand is geen erfenis van de oudheid, maar een moderne economie. De Amerikaanse oorlog bouwde de infrastructuur, de wet van 1966 schiep de schemerzone, het vertrek van de militairen in 1976 zorgde voor continuïteit en het beleid van 1980 voor schaal. Wie dat begrijpt, doorziet ook waarom verbod en praktijk tot op vandaag uiteenlopen.

Bronnen: London School of Economics, Human Rights Watch, Kyoto Review of Southeast Asia, Wikipedia, CNN

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

Laat een reactie achter