Misschien ken je het gevoel. Je vraagt je Thaise schoonfamilie of iets kan, je krijgt een glimlach en een ja, en pas later blijkt dat het eigenlijk nee was. Geen onwil, geen list, maar een diepe sociale code die bijna alles in Thailand ordent.

Die code draait om twee woorden: phu yai, de grote persoon, en phu noi, de kleine persoon. Leeftijd, geld en status bepalen wie boven wie staat. Voor jou als langeblijver, gepensioneerde of partner van een Thaise is het verschil tussen begrijpen en mislezen vaak groter dan je denkt. Een gemiste glimlach kost je zo een afspraak.

Twee woorden die alles ordenen

Phu yai is de grote persoon, phu noi de kleine. Bijna elke band tussen twee Thais valt langs die lijn uiteen. Leeftijd, geld, status, opleiding, macht: samen bepalen ze wie zich naar wie voegt. Rangorde op zich is niets bijzonders; die kent bijna elk land. Het Thaise zit hem in wat de twee aan elkaar verplicht. De kleine geeft respect en trouw, de grote geeft er hulp en bescherming voor terug.

Speelt vooral leeftijd mee, dan hoor je eerder phi voor de oudere en nong voor de jongere, broer of zus. De plichten blijven hetzelfde.

Wie staat boven wie

Status is hier bijna nooit iets absoluuts. Je bent groot of klein ten opzichte van iemand anders, en op een dag wissel je van rol zonder erbij na te denken. Wat de rangorde bepaalt:

  • Leeftijd. De sterkste en meest vanzelfsprekende. Ouderen staan vrijwel altijd boven jongeren.
  • Functie en gezag. Bazen boven personeel, leraren boven leerlingen, militairen boven burgers, ambtenaren boven gewone mensen.
  • Geld, opleiding en waar je familie vandaan komt.
  • Barami, een soort morele uitstraling of charisma, en de grootte van je netwerk. Hoe groter je kring van invloed en geld, hoe meer barami. Het is het vermogen om via connecties en openstaande gunsten dingen geregeld te krijgen.

En dan is er nog een addertje. De echte status, wat iemand werkelijk aan macht en middelen heeft, valt niet altijd samen met de status die mensen je uit beleefdheid geven. Bij een buitenlander loopt dat vaak door elkaar. Je krijgt de buiging die bij een grote man hoort, maar de plek in het netwerk erachter heb je niet.

Een gunst die nooit verjaart

Onder dat hele bouwwerk draait een kringloop van gunst en wederdienst. Grofweg gaat het zo:

  1. De grote persoon doet je een dienst. Een baan, geld als het even tegenzit, een kruiwagen, een aanbeveling, of hij dekt een fout van je af. Van hem wordt een soort vaderrol verwacht.
  2. Daarmee ontstaat bun khun, een schuld van dankbaarheid. Geen geld dat je terugbetaalt, maar een band die blijft. Wie eenmaal geholpen is, draagt dat mee en staat klaar om iets terug te doen.
  3. De kleine persoon geeft respect en trouw. Die schuld verjaart niet, en je rekent hem ook niet af in baht.
  4. Kreng jai smeert de boel. Het is de neiging om een ander niet tot last te zijn, om geen ongemak te veroorzaken. Daarom zegt iemand zelden recht in je gezicht nee.
  5. De grote persoon bevestigt zijn rang door ja te zeggen op een verzoek. Nee zeggen kost gezicht, en dat wil hij niet.

En de andere kant heeft ook een woord. Wie een bewezen weldaad negeert, pleegt nerakhun. Dat telt als een flinke morele misstap.

Waar je het elke dag tegenkomt

Zie je het eenmaal, dan zie je het overal. Een paar plekken waar het opduikt:

Van Ayutthaya tot nu

Nieuw is het niet. Al in de tijd van Ayutthaya liep er een patronagestelsel door de hele samenleving: cliënten leverden hun beschermheer diensten, en kregen er bescherming voor terug. Ieders rang stond zelfs op papier, in het sakdina-stelsel. Onder de Wet van de Drie Zegels kreeg de onderkoning 100.000 punten, een geleerde monnik 600, een gewone burger 20 en een slaaf 5.

Of die getallen ooit echt in stukken land werden omgezet, weet niemand zeker. Geleerden bekvechten ook over de vraag of sakdina nu feodaal was en hoeveel ervan vandaag nog meespeelt. Eén ding staat wel vast: die grondstructuur van trouw tussen hoog en laag is nooit helemaal weg geweest.

Waar het misgaat

De grootste valkuil is dat je kreng jai verkeerd leest. Bezoekers en expats horen beleefdheid en denken: bereidheid. Maar een ja, een glimlach of een slap knikje kan net zo goed terughoudendheid zijn. Reken dus niet op iemands woord alleen. Er zijn nog een paar kuilen om in te vallen:

  • Bun khun kan oprecht zijn, maar iemand kan het ook opzettelijk kweken. Bewust dankbaarheid opbouwen is een manier om macht te vergaren, juist omdat een Thai te kreng jai is om vriendelijkheid af te slaan. Een gunst is dus lang niet altijd gratis.
  • Het stelsel remt teamwork en eigen initiatief. Personeel voelt zich vaak geen mede-eigenaar van de plannen van de baas, en houdt de eigen inbreng liever binnen.
  • En pas op met overdrijven. Dat beeld van een ijzeren, allesbepalende loyaliteit klopt niet helemaal, zoals verderop blijkt.

Wat je er praktisch mee kunt

  • Leer de tekens van kreng jai lezen. Twijfel, een ongemakkelijk lachje, geen oogcontact bij een ja: geloof niet meteen in echte instemming. Geef altijd een nette manier om nee te zeggen.
  • Laat zien dat je leeftijd respecteert. Een correcte wai, en iemand met phi aanspreken, opent in het dagelijks leven meer deuren dan je zou raden.
  • Weet in welke rol je zit. Als welvarende buitenlander duwen ze je makkelijk in de rol van grote man. Bepaal zelf hoe royaal je wilt zijn, want geven roept verwachtingen op die blijven terugkomen.
  • Zoek een betrouwbare tussenpersoon. Bij de overheid, bij grondaankoop via je partner of in het dorp: iemand met de juiste contacten en een goede naam is goud waard. Kijk wel goed wiens belang hij dient.
  • Neem bun khun serieus, ook naar de familie van je partner toe. Erkennen wat haar ouders voor haar hebben gedaan, weegt zwaar mee in hoe je wordt geaccepteerd.

Geen ijzeren wet

En dan meteen de nuance, want het beeld van een tribale, allesoverheersende loyaliteit klopt niet. In de Thai Value Survey was de meerderheid, 54 procent en 52,3 procent, het oneens met de stelling dat je je eigen kring moet voortrekken boven anderen. Maar 19,2 procent vond van wel. Veel Thais zien onderlinge hulp gewoon als dorpssolidariteit, niet als een kliek die de boel naar zich toe trekt.

De jongste generatie schuift ook op. Thaise jongeren schrijven de oude machtsregels om en zoeken hun aanzien liever in zichtbaarheid en invloed, ittiphon, terwijl bun khun op de achtergrond blijft meespelen. Reken in Bangkok dus op andere verhoudingen dan in een dorp in Isaan. En kijk naar een Thaise vrouw met een westerse partner: die kan welvaart en wat opklimmen winnen, maar loopt tegen stigma en afgunst aan, en staat half buiten de Thaise samenleving. Zo netjes als het rijtje phu yai en phu noi klinkt, zo rommelig is het echte leven.

Conclusie

Phu yai en phu noi zijn geen folklore. Het is de stille grammatica onder bijna elk Thais gesprek. Voor jou is de les simpel en lastig tegelijk. Een ja is niet altijd ja, een gunst zelden gratis, en jij bent vaker de gevende grote man dan je doorhebt.

Bronnen: Lucien Hanks (Merit and Power in the Thai Social Order), Akin Rabibhadana (The Organization of Thai Society in the Early Bangkok Period), Suntaree Komin (Psychology of the Thai People), Facts and Details, Nation Thailand, WARC

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. Wij maken o.a. gebruik van AI om onderzoek te doen naar onderwerpen en het schrijven over deze onderwerpen. Wij genereren ook foto's met AI, maar gebruiken daarnaast ook stockfoto's. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

8 reacties op “Eeuwenoude rangorde van phu yai en phu noi ordent nog altijd het Thaise dagelijks leven”

  1. Be zegt op

    De farang vergeet vaak dat hij lager staat dan een ambtenaar . Ik zie het vaak bij de bank en immigratie kantoor .De farang wordt boos of onbeleefd in de ogen van de Thai en daardoor trek hij vaak aan het kortste eind. Vaak wordt dan om een extra formulier gevraagd of een extra kopie van een kopie .Dus extra beleefd blijven tegen een bankmedewerker of ambtenaar levert vaak een lagere bloeddruk op .

    2
    • Guido zegt op

      Ik ben het helemaal oneens met je stelling.

      Wie staat er bovenaan? Geen van beiden. Alhoewel een Farang zich inderdaad wel eens superieur ‘voelt’, maar dat is iets anders.

      Elke ambtenaar die is gebonden aan regels, wetten en instructies. Als jij aan het loket komt en je dossier is niet in orde, betekent dit dan dat de ambtenaar hoger staat dan jezelf? Dat is toch larie.

      Na 17 jaar Thailand ben ik ooit 1 keer terug weggestuurd omdat ik een formulier vergeten was. Eigen fout. Ik wordt steeds netjes en correct behandeld. Men is nog nooit onbeleefd geweest.

      Het omgekeerde heb ik evenwel al regelmatig gezien. En een blaffende Farang geeft dan achteraf de indruk dat een ambtenaar bovenaan de pikorde staat … tja, wat wil je dan, die mensen doen toch ook maar hun werk!

      8
      • Franc zegt op

        Helemaal met je eens, Guido. Die ‘blaffende’ farang denkt dat hij bovenaan de rangorde staat, en hem het recht geeft Thai mensen af te ‘katten’. En morgen gaat die farang deernis preken omdat Thai zich hautain gedragen. Ik zag bij HomePro een farang aan komen lopen op hoge poten, en met nog hogere stem geld terug eiste omdat een klopboormachine niet werkte. Vreemd. dat kan hij toch ook op normale toonhoogte bekend maken. Hij kreeg het gedaan, kennelijk omdat baliemedewerkers van hem af wilde. Misschien was dat wel de strategie van die farang. Er zitten bij al die farang hele vervelende sujetten tussen.

        5
    • Lodewijk zegt op

      Ik zou het werk van een ambtenaar in Thailand alvast NIET willen doen hoor. En zeker al niet wanneer ik te doen heb met veel Farang.

      Als ik zie hoe sommige buitenlanders zich gedragen dan begrijp ik heel goed dat een ambtenaar zich assertief gedraagt. Dit heeft helemaal niets te maken met rangorde maar met het gebrek aan respect tegenover iemand die zijn/haar werk op een correcte manier wil uitvoeren.

      Denk daar maar eens over na i.p.v. de schuld bij iemand anders te leggen.

      2
  2. Tino Kuis zegt op

    Even over de uitspraak. ‘Phu’ is ‘phoe’ met een lange -oe- en een dalende toon, ‘yai’ heeft een lage toon en ‘noi’ een hoge toon.

    Op zich is het wel een juist artikel maar ik geef een paar aanvullingen. Dat hele concept is van boven opgelegd en wordt steeds afgedwongen. Er is altijd veel verzet tegen geweest: opstanden en demonstratie. Honderd jaar geleden, zo rond 1922, werd er al spottend over gesproken, zie deze bijdrage :

    https://www.thailandblog.nl/achtergrond/beeldend-uitgedaagd-grafische-kritiek-op-de-koninklijk-adelijke-elite-in-thailand-1920-1930/

    Citaat: “De kleine geeft respect en trouw, de grote geeft er hulp en bescherming voor terug.” Ik zou het anders willen formuleren: “De grote eist trouw en respect van de kleine en profiteert in vele opzichten van hun arbeid, en geven er weinig voor terug. De kleine moet wel respect en trouw tonen maar denkt er vaak heel anders over.” Dat is ook de visie van de door mij bewonderde Chit Phumisak.

    https://www.thailandblog.nl/achtergrond/jit-phumisak-dichter-intellectueel-revolutionair/

    3
  3. Tino Kuis zegt op

    Sorry, nog een aanvulling op het artikel en mijn vorige reactie.

    Dat concept van phu yai en phu noi zorgt ook voor de grote en toenemende ongelijkheid in bijna alle aspecten van het maatschappelijk leven in Thailand: inkomen, vermogen, gezondheidszorg en onderwijs. Dat is een heel slecht gegeven. Zie:

    https://www.thailandblog.nl/achtergrond/ongelijkheid-in-thailand-de-gevolgen-en-de-noodzakelijke-verbetering/

    https://www.thailandblog.nl/maatschappij/de-tijdbom-van-ongelijkheid-tikt-maar-door/

    3
  4. Tino Kuis zegt op

    Ik vroeg aan mijn 26-jarige Thaise schoondochter of ik ook een phu yai ben. Ik denk zelf van wel maar zij zei dat ik een ‘phu kae’ ben. Gewoon een oude man.

    3
    • Eric zegt op

      Dit heeft wel iets.
      In feite wordt er gezegd dat het die ouwe is, en die er niet meer zoveel toe doet en laat hem maar lullen.
      In andere families worden de oudje respectvol aangesproken met oma of opa, en zo zie je, zelfs een dokter met een staat van dienst wordt niet gewaardeerd op het verleden maar op de staat van het nu zijn.

      0

Laat een reactie achter