De Buitenstaander begint langzaam thuis te geraken

Door De buitenstaander
Geplaatst in Cultuur, Korte verhalen, Leven in Thailand
Tags:
29 oktober 2026

Om acht minuten voor zes kraait de haan naast de woonst en De Buitenstaander wordt er niet wakker van.

Hij is al wakker.

Dat verschil valt hem pas op wanneer het dier voor de tweede keer zijn keel openzet. Een paar maanden geleden zou hij rechtop in bed hebben gezeten en zich hebben afgevraagd waarom een haan voor zonsopgang überhaupt toestemming kreeg om geluid te maken. Nu blijft hij liggen. Buiten blaft een hond, ergens start met veel tegenzin een bromfiets en vanuit de greppel klinkt het lage gekwaak van kikkers. Naast hem slaapt Mali op haar zij, één hand onder haar wang. Mijn lief beweegt niet. De ventilator bromt aan het voeteneinde. Het oude exemplaar dat iedere draai met een kraak aankondigde, staat inmiddels achter de woonst tussen een kapotte emmer en twee stukken hout. Dit nieuwe toestel heeft een afstandsbediening waarvoor hij ooit acht batterijen kocht, terwijl hij er twee nodig had.

De Buitenstaander kijkt naar het plafond en glimlacht.

Er zijn herinneringen die ge liever niet op foto hebt.

Hij staat op, stapt in zijn slippers en loopt naar de badkamer. Vooraleer hij naar binnen gaat, werpt hij automatisch een blik achter de wasmand. Leeg. Geen slang. Geen muis. Alleen een plastic fles schoonmaakmiddel en een haarspeld van Mali. Hij betrapt zichzelf erop dat hij kijkt en besluit dat het inmiddels geen angst meer is. Gewoonte, noemt hij het.

Dat klinkt beter.

Buiten begint de hemel boven de rijstvelden grijs te worden. De nacht trekt zich terug tussen de houten huizen, de bananenbomen en de rommelige erven. De Buitenstaander zet koffie en gaat onder de tamarindeboom zitten. Aan de stam hangt nog altijd het kartonnen bord dat Mali maanden geleden heeft gemaakt. De regen heeft de blauwe letters doen uitlopen, maar ze zijn nog leesbaar.

NOT ANGRY. WANTS QUIET.

Hij had destijds één uur alleen willen zijn.

Binnen een kwartier zaten Tante Noi en oom Prasert naast hem.

Toen had hij dat bijna als een inbreuk ervaren. Inmiddels moet hij erom lachen, alhoewel hij nog steeds niet graag bezoek krijgt wanneer hij net heeft besloten niemand te willen zien. Dat deel van hem is niet verdwenen. Gelukkig maar. De Buitenstaander heeft geen ambitie om zo goed te integreren dat hij zichzelf onderweg kwijt raakt.

Hij drinkt zijn koffie. Op de stoel naast hem ligt geen boek. Vandaag heeft hij geen goesting om te lezen. Alleen kijken is voldoende.

Door de open deur ziet hij zijn valiezen boven op de kast liggen. Eén ervan is al weken niet open geweest. Bij aankomst zat daar gerief in waarvan hij overtuigd was dat hij het nodig zou hebben: extra kabels, hemden, medicijnen, adapters en apparaten die in Europa een plaats in zijn leven hadden verdiend en hier vooral stof verzamelen. Zijn gereedschapskoffer gebruikt hij wel. Misschien te vaak. Het dorp heeft inmiddels ontdekt dat hij schroevendraaiers bezit, en bezit wordt hier verrassend snel een gemeenschappelijk concept.

Onder de kraan staan de oude blauwe slippers. Eén ervan heeft nog altijd een verkleuring die nooit helemaal uit het rubber is gegaan. De Buitenstaander weet precies waar die vandaan komt.

Zijn eerste ochtend op blote voeten.

Scherpe steentjes, heet beton en kippenstront.

Hij had toen gedacht dat de grond hier vijandig was. Achteraf was de grond het eenvoudigste probleem. Een mens kijkt waar hij stapt, trekt slippers aan en leert.

Met mensen ligt dat anders.

Mali komt naar buiten met nat haar. Ze zet zonder iets te zeggen een bord kleefrijst en een gebakken ei naast zijn koffie. Haar hand rust heel even op zijn schouder voordat ze doorloopt naar de winkel van haar moeder.

Een paar maanden geleden zou hij misschien hebben gevraagd of er iets was. Waarom ze zo weinig zei. Of ze moe was. Misschien kwaad.

Nu begint hij gewoon te eten.

Hij heeft geleerd dat stilte bij Mali verschillende soorten kent. Er is gewone stilte, vermoeide stilte en stilte waarbij een verstandig man beter eerst nagaat wat hij zelf heeft uitgespookt.

Dat onderscheid beheerst hij nog niet volledig.

Wel beter dan vroeger.

Vanuit de woonst ziet hij boven op een kast de rand van de oude koekjestrommel. Het ding staat half verborgen achter een stapel handdoeken. Hij hoeft het deksel niet te openen om te weten dat er geld in zit. Hoeveel precies, weet hij niet.

Dat is eveneens vooruitgang.

Ooit had hij het huishoudgeld willen begrijpen met een spreadsheet. Datum, bedrag, categorie. Een keurige administratie tegenover Mali’s hoofd, waarin volgens hem onmogelijk een compleet huishouden kon passen. Tot zij zonder aarzelen bedragen begon op te noemen die hij zelf vergeten was en er bovendien een reserve bleek te bestaan die in geen enkele kolom stond.

Hij gebruikt zijn spreadsheet nog steeds.

Er staan alleen minder kolommen in.

Sommige overwinningen bestaan eruit dat beide partijen doen alsof niemand verloren heeft.

Vanaf de weg klinkt een vrouwenlach. Pin staat bij haar dorpswinkel en tilt een krat frisdrank van de grond. Wanneer ze De Buitenstaander ziet, steekt ze haar hand op. Hij groet terug en blijft zitten.

Meer niet.

Dat was ooit anders.

Hij had daar voor twee batterijen gestaan en was een kwartier later nog bezig zijn Thais te demonstreren, omdat Pin zo vrolijk om zijn fouten lachte. Mali had hem vanaf de overkant bekeken. Hij had meteen besloten dat mijn lief jaloers was.

Dat bleek niet helemaal het probleem.

Mali had vooral gezien hoe haar man plotseling rechter ging staan zodra een andere vrouw lachte.

Zijn borst iets vooruit.

Meer Thais dan normaal.

Een man kan op zijn drieënzestigste nog altijd ontdekken dat er ergens binnenin een jonge haan woont.

Die wetenschap had weinig soelaas gebracht, maar wel enige zelfkennis.

Pin roept iets naar hem. Hij verstaat alleen het laatste woord en steekt voor de zekerheid zijn duim op.

Ze begint te lachen.

De Buitenstaander blijft zitten.

Heel volwassen.

Denkt hij.

Een bromfiets rijdt het erf op. Ton stapt af, groet kort en verdwijnt de winkel in. De Buitenstaander voelt nog altijd iets kleins wanneer hij hem ziet. Niet boosheid. Eerder de herinnering aan zijn eigen goede bedoelingen. Ton had ooit geld nodig voor een accu. Mali had nee gezegd. De Buitenstaander wist dat niet, hoorde een verhaal over een kapotte bromfiets en gaf hem geld.

Hij had zich behulpzaam gevoeld.

Mali had zich gepasseerd gevoeld.

Beiden hadden gelijk.

Dat was vervelend.

Sindsdien heeft hij geleerd dat familie hier zelden rechtstreeks om één ding vraagt. Achter een verzoek zit soms nog een geschiedenis die hij niet kent. Een schuld, een eerdere weigering, trots, gokken, schaamte of gewoon iemand die eerst elders geprobeerd heeft.

Hij zegt daarom niet meer onmiddellijk ja.

Ook niet onmiddellijk, neen.

Dat laatste vindt hij zelf een grotere prestatie.

Ton komt weer naar buiten, steekt zijn hand op en rijdt weg. Geen nieuw verzoek. Geen probleem. Alleen een man op een bromfiets.

De Buitenstaander merkt dat hij daar tevreden mee is.

De zon schuift over het erf en raakt zijn voeten. Hij verplaatst de stoel een halve meter de schaduw in. Niemand komt helpen. Niemand vraagt waarom.

Ook het dorp leert.

Misschien.

Verderop roept Mali’s moeder iets. Mali antwoordt vanuit de winkel. Een paar minuten later roept een andere vrouw haar naam vanaf de weg. Daarna komt een nicht iets brengen. Mali loopt heen en weer tussen winkel, keuken en erf zonder dat iemand zich afvraagt of zij misschien met rust gelaten wil worden.

De Buitenstaander kijkt ernaar.

Hij denkt aan de oude rijstopslag achter de bananenbomen, waar hij haar ooit aantrof met alleen een fles water naast zich. Haar geheime plek. Daar ging ze zitten wanneer het dorp te veel werd.

Of hij.

Vooral dat laatste had hij niet onmiddellijk plezant gevonden.

Nu begrijpt hij het beter.

Niet alles wat hij doet is voor Mali gemakkelijker, omdat hij het goed bedoelt. Zijn vragen kunnen vermoeien. Zijn behoefte om dingen uit te praten eveneens. Hij heeft jarenlang gedacht dat zwijgen vooral betekende dat informatie ontbrak. Inmiddels vermoedt hij dat sommige informatie juist verdwijnt wanneer ge te lang blijft praten.

Hij neemt de laatste kleefrijst van zijn bord.

Een paar kinderen fietsen langs en roepen iets naar hem. Hij verstaat het niet. Ze lachen. Hij roept iets terug dat waarschijnlijk nergens op slaat. Het gelach wordt harder.

Daar is hij nog altijd de farang.

Soms merkt hij het nauwelijks. Op andere momenten zit hij tussen zes mensen die zonder hem te vergeten een heel gesprek voeren waarvan hij alleen namen en bedragen herkent. Dan kan de afstand plotseling groot worden. Hij kent de weg, de winkel, het eten en de mensen, maar mist de woorden waarin hun wereld werkelijk gebeurt.

Dat steekt soms.

Net als de open deuren, het onverwachte bezoek en familieleden die een vraag beginnen alsof hij het eerste deel al kent. Hij mist af en toe een woonst waarin niemand zomaar binnenloopt. Een winkel waar iedere prijs op een etiket staat. Een gesprek waarin hij geen toonhoogte hoeft te raden.

Hij mist zelfs stilte.

Maar niet voortdurend.

Dat is het verschil.

Een hond komt onder zijn stoel liggen en legt zijn kop op De Buitenstaanders slipper. Het dier behoort volgens Mali aan iemand drie huizen verderop, maar lijkt daar zelf weinig rekening mee te houden. De Buitenstaander schuift zijn voet voorzichtig weg. De hond schuift mee.

Zo gaat het hier vaker.

Wat van iemand anders is, ligt uiteindelijk toch op uw erf.

Hij kijkt naar de woonst. Naar het golfplaten dak waar hij die eerste nacht onder lag te luisteren naar ieder geluid. Naar de keuken, waar een rijstkoker staat waarvan hij ooit midden in de nacht een half verkoolde stekker heeft gerepareerd. Naar de kast met de koekjestrommel. Naar het bord aan de boom.

Het zijn geen grote dingen.

Toch zit zijn leven er inmiddels tussen.

Hij had bij zijn komst gedacht dat wennen vooral zou betekenen dat hij op een bepaald moment wist hoe alles werkte. Dat moment is nooit gekomen. Integendeel. Hoe langer hij hier woont, hoe beter hij ziet hoeveel hij niet weet.

Vreemd genoeg geeft dat minder onrust dan vroeger.

Misschien omdat hij niet meer overal een oplossing voor zoekt.

Niet iedere kapotte poort hoeft vervangen te worden. Niet ieder bedrag hoeft dezelfde avond in een spreadsheet. Niet iedere stilte is een ruzie. Niet iedere lach van Pin is een uitnodiging tot hanengedrag.

En niet ieder verschil hoeft opgelost.

Mali komt het erf op met een lege mand aan haar arm. Ze wijst naar de bromfiets en daarna naar hem.

‘Markt.’

Meer uitleg krijgt hij niet.

De Buitenstaander kijkt naar zijn stoel. Hij had voor de ochtend geen plannen gemaakt en was daar eigenlijk behoorlijk tevreden mee.

Mali legt zijn helm op het zadel.

Dat is blijkbaar haar planning.

Hij staat op.

Niet omdat hij moet.

Dat verschil kent hij zelf.

Bij de bromfiets zet Mali de mand tussen haar voeten. De Buitenstaander gaat achter haar zitten en legt zijn handen om haar middel. Mijn lief kijkt kort over haar schouder en tikt met twee vingers tegen zijn hand.

Dan rijden ze weg.

Langs Pins winkel. Langs de plek waar ooit een buffel in de greppel lag. Langs de tempel waar de luidspreker nog altijd werkt en volgens De Buitenstaander veel te goed. De wind trekt zijn hemd los van zijn rug. Mali ruikt naar zeep en een beetje houtskoolrook.

Bij de afslag naar de markt rijdt ze rechtdoor.

De Buitenstaander tikt tegen haar schouder.

‘Markt is links.’

Mali knikt.

Ze rijdt verder.

Een halve kilometer later slaat ze een zandpad in richting een groep huizen die hij niet kent.

Natuurlijk.

Er is blijkbaar eerst nog iemand die bezocht moet worden, iets wat afgegeven moet worden of een boodschap waarvan hij het eerste deel niet heeft meegekregen.

De Buitenstaander vraagt niet waar ze heen gaan.

Nog niet.

Hij legt zijn handen wat steviger om haar middel en kijkt naar de rode aarde die achter de bromfiets opstuift.

Zijn lege stoel onder de tamarindeboom kan wachten.

Wordt vervolgd.

Over deze blogger

De buitenstaander
De Buitenstaander, geboren in 1961 in Kortrijk (BE), schrijft over zijn observaties en het leven in een dorpje op het Thaise platteland, waar hij woont met zijn lief Mali.

1 reactie op “De Buitenstaander begint langzaam thuis te geraken”

  1. JosM zegt op

    De buitenstaander leert het wel, langzaam maar toch wel .

    1

Laat een reactie achter