()

Als je vaker in Thailand komt, ken je het contrast. In Bangkok rijden Tesla’s langs glanzende winkelcentra, terwijl je in een dorp in Sisaket of Kalasin een boer ziet die nog steeds met een waterbuffel zijn rijstveld bewerkt. Dat verschil is geen toeval, maar het resultaat van krachten die elkaar al meer dan een eeuw versterken.

Want Isaan is geen toevallig achtergebleven uithoek. Het is een systemisch arme regio in een land dat economisch sterk leunt op één pool. Wie wil begrijpen waarom dat zo blijft, moet kijken naar de bodem, de geldstromen door Bangkok en de geschiedenis van een gebied dat pas iets meer dan een eeuw als volwaardig “Thais” wordt gezien.

De cijfers liegen er niet om

Het noordoosten van Thailand telt ongeveer 34 procent van de bevolking, maar levert slechts 11,5 procent van het BBP. Tegelijk vloeit er maar 5,8 procent van de overheidsuitgaven naartoe. Bangkok en omgeving laten precies het spiegelbeeld zien: 17 procent van de bevolking, 25,8 procent van het BBP en circa 72 procent van de uitgaven.

Het inkomensverschil per hoofd is gigantisch. In Bangkok en de omliggende provincies ligt het BBP per inwoner ongeveer vijf keer hoger dan in Isaan. Acht van de tien armste provincies van Thailand liggen in het noordoosten. Volgens cijfers van de NESDC leefde in 2022 nog 7,81 procent van de noordoostelijke bevolking onder de armoedegrens, tegenover 1,37 procent in Bangkok. Voor heel Thailand telde de NESDC in 2024 zo’n 3,43 miljoen mensen onder de armoedegrens van 3078 baht (rond 80 euro) per maand. Bijna de helft daarvan zijn boeren, en die wonen oververtegenwoordigd in Isaan.

Een bodem die tegenwerkt

De geografie van Isaan is allesbehalve vriendelijk. De regio ligt op het Khoratplateau, een vlak en zanderig hoogvlak. Een derde van de grond is door zoutafzettingen ongeschikt voor landbouw. De gemiddelde regenval is niet veel lager dan elders in Thailand, maar de regen valt grillig. Het ene jaar verdroogt alles, het volgende staan dezelfde velden onder water. De vlakke ondergrond verergert overstromingen, terwijl de zanderige bodem water slecht vasthoudt.

Daar komt ontbossing bovenop. Het bosareaal kromp van 25 procent in 1975 naar 14 procent in 1995, waardoor natuurlijke watervoorraden verdwenen. De rijst die er groeit, levert ook nog eens minder op dan elders. Hom Mali-rijst haalt in het noordoosten gemiddeld zo’n 2225 kilo per hectare, tegenover 3113 kilo in de centrale regio. En irrigatie ontbreekt grotendeels: in het noordoosten is ongeveer 11 procent van het landbouwareaal geïrrigeerd, tegen 29 procent in het noorden en 41 procent in het centrale deel. Wie van regen afhankelijk is, is van geluk afhankelijk. En dat geluk wordt door klimaatverandering schaarser.

Bangkok zuigt geld en talent op

De geografie verklaart een deel van het verhaal, het politieke systeem de rest. Thailand is sterk gecentraliseerd. Vrijwel alle ministeries, beursgenoteerde bedrijven, topuniversiteiten en internationale investeringen zitten in Bangkok of in de Eastern Economic Corridor rond Rayong en Chonburi. De Wereldbank stelt droog vast dat inkomens en vermogen zich concentreren in Bangkok en omgeving, terwijl het platteland in noord en noordoost aanzienlijk armer is en kwetsbaarder voor klimaatschokken.

Die ongelijkheid houdt zichzelf in stand. De rijkste tien procent van de Thaise huishoudens bezit meer dan de helft van het nationale vermogen. Dat maakt Thailand tot een van de ongelijkste economieën ter wereld en remt de groei. Voor Isaan betekent het dat fabrieken zich vestigen waar de haven, de logistiek en het opgeleide personeel al zitten. Steden als Khon Kaen, Nakhon Ratchasima (Khorat), Udon Thani en Ubon Ratchathani trekken wel investeringen, maar de meeste plattelandsprovincies zien dat geld nauwelijks.

Jongeren vertrekken, ouderen blijven

Wie geen toekomst ziet op het rijstveld, vertrekt. Al decennia stromen Isaaners naar Bangkok om te werken in de bouw, als taxichauffeur, in fabrieken en in de horeca. Daarbovenop komt arbeidsmigratie naar Israël, Taiwan, Zuid-Korea en het Midden-Oosten. Veel vrouwen trouwen met een buitenlander en sturen geld naar huis. Een onderzoek van Khon Kaen University schatte dat buitenlandse echtgenoten samen jaarlijks 8,67 miljard baht naar hun vrouwen in Isaan overmaken. Voor veel families is dat het verschil tussen overleven en verzuipen.

Die migratie houdt dorpen draaiende, maar holt ze tegelijk uit. Achter blijven vaak grootouders met kleinkinderen, terwijl de ouders honderden kilometers verderop werken. Thailand vergrijst sneller dan vrijwel elk ander Aziatisch land. De oudedagsafhankelijkheid steeg tussen 1960 en 2024 van 5,3 naar 21,9 procent. Tegen 2040 heeft het land naar verwachting het hoogste aandeel 65-plussers in de regio Oost-Azië en Pacific. In een gebied dat zijn jongeren al exporteert, hakt die vergrijzing extra hard in.

Onderwijs en zorg blijven achter

Onderwijs zou de uitweg moeten zijn, maar in de praktijk wordt het de bottleneck. Plattelandsscholen in Isaan hebben chronisch te weinig leraren, te lage salarissen en te weinig middelen. The Isaan Record beschreef in 2022 hoe een rurale school in Kalasin leraren Engels en informatica zocht voor 5000 baht per maand, mogelijk minder dan het minimumloon. Onderzoek bevestigt het patroon: alleen Bangkok-Pattaya heeft een gemiddelde scholingsduur boven twaalf jaar. Elk extra jaar onderwijs levert gemiddeld 1880 baht per maand extra huishoudinkomen op, dus minder onderwijs vertaalt zich direct in minder inkomen. Veel kinderen stoppen na groep zes om te helpen op het land of naar de stad te vertrekken, met laagbetaald werk als gevolg.

De gezondheidszorg vertelt een vergelijkbaar verhaal. Wie ziek wordt op het Isaan-platteland, heeft minder geluk dan wie in Bangkok woont. Acht van de tien Thaise provincies met de minste artsen per hoofd liggen in het noordoosten. Programma’s als CPIRD en One District One Doctor proberen het tekort sinds de jaren negentig terug te dringen, maar het structurele gat blijft. Ook de digitale infrastructuur loopt achter: in veel dorpen is het internet traag, het mobiele bereik wisselend en het water komt nog uit een put of regenton.

De geschiedenis blijft meedoen

Dit deel wordt vaak overgeslagen, maar verklaart veel. Isaan is etnisch en taalkundig dichter bij Laos dan bij Bangkok. Pas in 1904, toen Frankrijk de Lao-bevolking aan zijn kant van de Mekong als onderdaan claimde, herclassificeerde Siam alle etnische Lao binnen zijn grenzen als Thai, “een inferieure soort Thai”. Vanaf de vroege twintigste eeuw voerde Bangkok een Thaificatiebeleid, met onderwijs en bestuur in standaard-Thai. De regionale taal, het Isaan, werd op school onderdrukt.

Politiek werd Isaan lang behandeld als wingewest en kiezersreservoir, niet als investeringsdoel. Dat veranderde rond 2001 onder Thaksin Shinawatra. Met zijn 30-baht-zorgpas, microkrediet en boerensubsidies bond hij de regio aan zich. Sinds 2001 wonnen Thaksin-gelieerde partijen alle vijf de verkiezingen met grote meerderheid. Op een na werden ze allemaal afgezet, twee keer door het leger en drie keer door rechters. Telkens als Isaan politiek de bovenhand krijgt, zorgen coups of gerechtelijke uitspraken voor een terugslag. Dat ondermijnt elke poging tot structurele herverdeling.

Het verandert wel, maar langzaam

Het beeld is niet uitsluitend somber. De infrastructuur verbetert. Khon Kaen, Khorat en Udon Thani groeien als regionale knooppunten, met nieuwe winkelcentra, ziekenhuizen en universiteiten. De hogesnelheidslijn van Bangkok naar Nong Khai is in aanleg en moet de regio dichter bij de hoofdstad en bij China brengen. Ook agro-industrie zoals suiker, cassave en rubber, plus lichte productie, groeit gestaag. De BBP-groei ligt in noord en noordoost de afgelopen jaren significant hoger dan in Bangkok zelf.

De afstand inhalen is een ander verhaal. Bij een uitgangsverhouding van vijf op één duurt het generaties voor het inkomen per hoofd in Isaan dat van Bangkok benadert. En zonder echte fiscale decentralisatie en zonder dat Isaan-georiënteerde politiek volledige termijnen kan uitzitten, blijft het patroon bestaan: Bangkok verdient, Isaan levert arbeidskracht.

Conclusie

Isaan is arm omdat drie krachten elkaar al een eeuw versterken: een onvruchtbare en droogtegevoelige geografie, een Bangkok-centrisch politiek-economisch systeem en een geschiedenis van marginalisering. Investeringen veranderen het beeld langzaam, maar zonder echte decentralisatie blijft de kloof bestaan. Voor de gemiddelde rijstboer in Sisaket of Kalasin verandert er in zijn leven waarschijnlijk niets meer wezenlijk.

Bronnen: World Bank, NESDC, Thailand Migration Report 2024 (IOM/UN), Asian Development Bank, Wikipedia (Economy of Isan, Isan, Isan people), The Isaan Record, Time Magazine, Fund Isaan, Nation Thailand, FFTC

Hoe leuk of nuttig was deze posting?

Klik op een ster om deze te beoordelen!

Gemiddelde waardering / 5. Stemtelling:

Tot nu toe geen stemmen! Wees de eerste die dit bericht waardeert.

Omdat je dit bericht nuttig vond...

Volg ons op sociale media!

Het spijt ons dat dit bericht niet nuttig voor je was!

Laten we dit bericht verbeteren!

Vertel ons hoe we dit bericht kunnen verbeteren?

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant is er gebruikgemaakt van ChatGPT als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

Laat een reactie achter