In Ubon Ratchathani verandert een gewone provinciestad drie dagen lang in een openluchtatelier van bijenwas, muziek en Isaan-trots. Reusachtige kaarsen, soms zo hoog als een huis, rollen langs tempels en markten. Wie Thailand vooral kent van stranden en Bangkok, ziet hier een heel andere kant: religieus, ambachtelijk, warm en verrassend nuchter.

Het Ubon Ratchathani Candle Festival hoort bij Khao Phansa, het begin van de boeddhistische regentijdretraite. Monniken blijven dan drie maanden in hun tempel, en gelovigen schenken kaarsen als verdienste. Wat ooit praktisch was, licht voor de tempel, groeide uit tot een stadsfeest met metershoge wassen beelden.

Voor Nederlandse en Belgische reizigers is dit geen standaard stop. Juist dat maakt het interessant. Je komt in Isaan terecht, ver weg van de bekende kustplaatsen, tussen families, schoolgroepen, monniken, marktkooplui en ambachtslieden die weken aan hun praalwagens werken. Het is druk, heet en soms chaotisch, maar zelden gemaakt. Dat merk je daar meteen.

Een festival van geloof, vakmanschap en dorpsprestige

Het Candle Festival van Ubon Ratchathani is geen losse optocht met wat versierde wagens. Het draait om grote kaarsen en wassen sculpturen die door tempels, wijken en lokale gemeenschappen worden gemaakt. Je ziet naga’s, godheden, scènes uit boeddhistische verhalen, sierlijke patronen en figuren die met de hand zijn geboetseerd of uitgesneden.

De officiële editie van 2026 loopt van 28 tot en met 30 juli bij Thung Si Mueang, het centrale park van Ubon Ratchathani. Op 28 juli worden de kaarsen verzameld rond het park. Op 29 en 30 juli volgen dag- en avondprocessies met praalwagens, Isaan-dans, muziek en lichtshows.

Wat het feest bijzonder maakt, is de combinatie van devotie en dorpscompetitie. Voor de makers gaat het niet alleen om toerisme. Een mooie wagen brengt eer aan de tempel, de wijk en de familie. Dagenlang ruikt het rond de werkplaatsen naar warme was, wierook, gebakken kip en nat asfalt. Je hoort hamers, generatoren, mor lam-muziek, fluitjes van verkeersregelaars en het geroezemoes van mensen die elkaar plekken aanwijzen.

Voor wie dit de moeite waard is

Dit festival past bij reizigers die meer willen zien dan stranden, shoppingmalls en rooftopbars. Het is mooi voor fotografen, cultuurliefhebbers, mensen die Isaan beter willen begrijpen en overwinteraars die al jaren in Thailand komen maar vooral het zuiden of Bangkok kennen. Ook voor vijftigplussers is het goed te doen, mits je je dag slim indeelt.

Ben je slecht ter been, dan vraagt het wel planning. De stoepen in Ubon zijn niet overal vlak, tijdens de optocht staan mensen dicht op elkaar en de hitte kan stevig zijn. Kies dan liever voor de dag van de candle gathering op 28 juli, wanneer je de wagens rustiger van dichtbij kunt bekijken, of neem een plek op een tribune als die beschikbaar is. Ga niet midden in de drukte langs de start van de parade staan.

Voor wie stilte zoekt, is dit niet het juiste moment voor Ubon. De stad leeft op straat. Hotels zitten sneller vol, verkeer loopt vast, taxi’s vragen soms te veel en bij populaire kijkplekken zie je meer telefoonschermen dan kaarsen. Dat hoort erbij, maar je moet het weten.

Waar je moet zijn in Ubon Ratchathani

Ubon Ratchathani ligt in het oosten van Isaan, ver van de bekende toeristische kust. De stad ligt bij de Mun-rivier, met Warin Chamrap aan de andere kant van het water. Het festival speelt zich vooral af rond Thung Si Mueang, Wat Si Ubon Rattanaram en de wegen in het centrum.

De parade loopt traditioneel door het centrum, met veel aandacht voor Uparat Road en de omgeving van Wat Si Ubon Rattanaram. Rond het park heb je de meeste sfeer, maar ook de meeste drukte. Wie voor foto’s komt, doet er goed aan niet alleen bij de hoofdtribunes te blijven hangen. Iets verderop langs de route heb je vaak meer ruimte, minder gedrang en betere kans op een vrij zicht op de wagens.

De rustige winst zit vaak in de dagen en uren rond de parade. De grote wassen beelden worden in tempels en werkplaatsen afgewerkt, en juist daar zie je hoe lokaal dit feest is. Mannen schaven de laatste lijnen in de was, vrouwen leggen bloemen klaar, jongeren oefenen danspassen en monniken lopen rustig tussen alles door. Dat is minder spectaculair dan de optocht, maar vaak menselijker.

Zo kom je er vanuit Bangkok

Vanuit Nederland of België vlieg je eerst naar Bangkok. Vanaf daar is Ubon Ratchathani het makkelijkst te bereiken met een binnenlandse vlucht. De vlucht duurt ongeveer één uur en tien minuten. De luchthaven ligt dicht bij de stad, op ongeveer drie kilometer van het centrum, met een autorit van rond tien minuten.

Een taxi vanaf de luchthaven naar het centrum kost volgens reisgidsinformatie rond 100 baht, grofweg €2,50 tot €3, afhankelijk van de koers. Spreek de prijs af of gebruik een officiële balie of app. Tijdens het festival kan de vraag hoger zijn, zeker rond aankomsttijden van vluchten.

De trein is trager, maar sfeervol. Reken voor Bangkok naar Ubon op ongeveer acht tot elf uur, afhankelijk van de trein. Een nachttrein naar Ubon kan prettig zijn als je tijd hebt en niet nog een vlucht wilt boeken, maar reserveer vroeg. Tijdens grote Thaise feestdagen raken goede slaapplaatsen snel vol.

De beste dag en het beste moment

Voor 2026 is 28 juli de dag voor rustig kijken. De wagens verzamelen zich dan rond Thung Si Mueang. Je kunt details zien die in de parade aan je voorbijrollen: kleine wasblaadjes, nagakoppen, gezichten van figuren, bloemranden en de sporen van handenwerk. Voor fotografen is dit vaak de beste dag.

Op 29 juli, een woensdag, komt de volle festivalsfeer los. Dan zie je de dagprocessie, dansgroepen en veel publiek. Ga vroeg. De ochtend is minder zwaar dan het middaguur, maar het kan al voor negen uur klam en warm zijn. In eerdere edities begon de grote ochtendprocessie meestal rond acht tot negen uur en duurde het uren voordat alles voorbij was. Controleer de exacte tijden ter plaatse, want routes en startmomenten kunnen per jaar wijzigen.

De avond is sfeervoller, maar drukker op een andere manier. De sculpturen krijgen licht, de stad ruikt naar houtskool, noedels, regen en wierook, en de muziek draagt verder door de straten. Voor minder mobiele reizigers is de avond minder prettig als je geen vaste zitplek hebt. Je ziet minder waar je loopt, scooters kruipen langs de randen van de menigte en de lucht blijft vaak warm.

Ga niet op het heetste deel van de dag zonder plan door de stad zwerven. Juli valt in het regenseizoen. Dat betekent benauwde warmte, kans op stevige buien en soms gladde stoepen. Een paraplu helpt tegen zon en regen, maar in een menigte blokkeer je er snel het zicht mee. Een lichte regenponcho is handiger.

Wat je praktisch moet regelen

De toegang tot de straten en het park is doorgaans gratis. Voor speciale zitplaatsen, tribunes of georganiseerde shows kunnen lokale regels gelden. Vraag dit bij je hotel, bij de toeristeninformatie op de luchthaven of bij het TAT-kantoor in de stad. Vertrouw niet alleen op oude blogs, want tijden en routes schuiven.

Boek je hotel ruim van tevoren, liefst op loopafstand van Thung Si Mueang. Tijdens het festival zijn kamers in het centrum schaars en duurder dan normaal. Wie buiten het centrum boekt, betaalt misschien minder, maar staat vast in verkeer of moet laat op de avond nog vervoer vinden. Voor vijftigplussers is een centrale kamer met airco vaak meer waard dan een besparing van een paar honderd baht. Reisadviseurs raden aan hotels en vluchten enkele maanden vooraf vast te leggen.

Neem contant geld mee in kleine biljetten. Voor water, koffie, gegrild vlees, fruit, kleefrijst en lokale snacks kom je met briefjes van 20, 50 en 100 baht het verst. Pinpassen en QR-betalingen zijn in Thailand wijdverspreid, maar als buitenlander lukt betalen met Thaise QR niet altijd. Geldautomaten zijn er in de stad genoeg, maar rond de drukste momenten wil je niet zoeken.

Kleed je luchtig maar netjes. Bij tempels zijn blote schouders en heel korte broeken ongepast. Linnen of katoen werkt beter dan synthetische sportkleding. Goede sandalen of lichte wandelschoenen zijn geen luxe, want je staat lang en loopt over stoepen, stoepranden en natte stukken weg.

Eten, drinken en kleine valkuilen

Rond het festival vind je veel Isaan-eten: som tam, gai yang, moo ping, noedels, kleefrijst, kokosdesserts en zoete ijskoffie. Wie van pittig houdt, zit hier goed. Vraag “mai phet” als je mild wilt eten, maar verwacht niet dat het dan Nederlands mild wordt.

Voor halal eten moet je vooraf zoeken en niet pas in de drukte. Ubon heeft moslimrestaurants en hotels kunnen vaak helpen, maar de meeste festivalkramen zijn niet ingericht op duidelijke halal-informatie. Westerse opties vind je eerder bij grotere hotels, cafés en winkelcentra zoals Central Ubon dan direct langs de optocht.

Let op met overprijzing bij vervoer. Een korte rit die normaal weinig kost, kan tijdens het festival ineens een toeristenprijs krijgen. Gebruik een app waar dat kan, spreek de prijs vooraf af of loop een paar straten weg van de drukste hoek. Koop ook geen dure “VIP-plek” van iemand op straat zonder bewijs. Echte zitplaatsen regel je via hotel, organisator of lokale informatiebalie.

Houd rekening met boeddhistische feestdagen rond Khao Phansa. Alcoholverkoop kan beperkt zijn en bars kunnen gesloten zijn. Dat maakt de stad niet saai, maar wie het festival ziet als uitgaansweekend komt bedrogen uit.

Wat je naast de optocht kunt doen

Blijf minstens twee nachten, liever drie. Ubon is geen stad die je alleen vanaf de stoep van de parade moet beoordelen. Begin bij Thung Si Mueang, loop naar Wat Si Ubon Rattanaram en neem tijd voor de tempels in het centrum. Als je rust wilt, ga vroeg in de ochtend, voordat de straten vol lopen.

Het Ubon Ratchathani National Museum is een goed koel intermezzo als je meer wilt begrijpen van de regio. De entree voor buitenlandse bezoekers wordt door de Thaise toeristische dienst vermeld als 100 baht, opnieuw grofweg €2,50 tot €3. Controleer de openingstijden vlak voor je gaat, want musea in Thailand kunnen rond feestdagen aangepaste uren hebben.

Wie dieper wil kijken, kan naar de bostempeltraditie rond Ubon. Wat Pah Nanachat, in Warin Chamrap, is een internationaal bosklooster dat in 1975 werd gesticht als tak van de traditie rond Ajahn Chah. Het is geen toeristische fotostop voor snelle selfies, maar een plek waar je voelt hoe sterk de boeddhistische praktijk in deze streek verankerd is.

De slimste manier om het festival te beleven

Zie het Candle Festival niet als attractie die je even afvinkt. Kom de dag voor de grote optocht aan, slaap in het centrum en loop bij schemering naar Thung Si Mueang. Kijk hoe families langs de wagens schuifelen, hoe kinderen poseren bij een naga en hoe oude mannen met een plastic krukje precies weten waar ze moeten zitten.

Sta de volgende ochtend vroeg op. Neem water, zonnehoed, poncho, powerbank, contant geld en geduld mee. Kies één goede plek en probeer niet de hele route te “doen”. Dat levert vooral zweet op. Blijf daarna niet hangen in de grootste drukte, maar zoek een koffiebar, museum of tempel op.

De echte schoonheid van Ubon zit niet alleen in de gouden kaarsen. Die zit in de concentratie van de makers, in de trots van de wijken, in de monniken die bijna verdwijnen tussen geluid en kleur, en in een stad die één keer per jaar laat zien dat religie, kunst en dagelijks leven in Thailand nog altijd door elkaar lopen.

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

Laat een reactie achter