
Het staat er prachtig bij, mijn geestenhuisje. Een sierlijke miniatuurtempel op een betonnen paal, precies in de schaduw van de oude mangoboom. Elke ochtend zie ik mijn vrouw bezig met een toewijding die ik normaal alleen opbreng voor het zoeken naar mijn leesbril. Ze veegt het plateautje schoon, schikt verse goudsbloemen en steekt wierook aan, waarvan de geur zich vermengt met de ochtenddamp. Maar het belangrijkste onderdeel van dit ritueel is de fles rode Fanta. Ze opent de dop en zet er zorgvuldig een rietje in. Want blijkbaar kunnen geesten door muren lopen en de toekomst voorspellen, maar hebben ze moeite met drinken zonder te knoeien. In mijn gedachten zag ik een verdwaalde geest, nippend en zuigend aan het rietje.
Jarenlang heb ik dit schouwspel gadegeslagen vanaf mijn veranda, veilig achter mijn eigen mok koffie. Het fascineert me mateloos. Is het de kleur? De suiker? Of is er een hemels contract gesloten met de Coca-Cola Company? Als nuchtere westerling probeer je logica te vinden in magie, wat hier net zo zinloos is als proberen een haan uit te leggen dat het zondagochtend is. Vorige week besloot ik echter dat het tijd was om me niet langer als toeschouwer te gedragen, maar als deelnemer. Ik wilde mijn dankbaarheid tonen aan de ‘Grootvader van de Plek’ die me al die jaren behoedt voor vallende kokosnoten. Dat had ik beter niet kunnen doen.
Als je erover nadenkt, is de evolutie van het offeren best bijzonder. Eeuwen geleden moest je waarschijnlijk een kip of een varken slachten om de geesten tevreden te houden. Bloed was de valuta van de spirituele wereld. Maar tijden veranderen, en zelfs geesten lijken met hun tijd mee te gaan. De theorie die hier in het dorp rondgaat, is dat de rode kleur van de Fanta – Nam Daeng – het bloed symboliseert. Het is een vegetarisch, geweldloos alternatief. Je koopt je spirituele veiligheid dus af met kleurstof E124 en een flinke dosis suiker, niet echt gezond volgens redactieman Peter, die ons onvermoeid bestookt met wijze lessen over gezond voedsel.
Het is een pragmatische oplossing die typisch Thais is: we houden de traditie in ere, maar maken het wel even wat makkelijker en gezelliger. Geen gedoe met messen en bloed, maar gewoon even langs de 7-Eleven. Bovendien schijnen de geesten dol te zijn op zoetigheid. Dat het rietje erin moet, is ook zo’n prachtig detail. Het toont de zorgzaamheid van de gever. Je zet niet zomaar iets neer; je maakt het consumptieklaar. Het is gastvrijheid tot over de grens van de dood heen.
Vol goede moed reed ik op mijn brommertje naar de dorpswinkel. Ik voelde me een man van de wereld, iemand die integreert. Voor het schap met frisdranken sloeg mijn Hollandse inborst echter toe. Naast de Fanta stond een lokaal B-merk, Big Cola, maar dan de rode variant. Het scheelde vijf baht. “Suikerwater is suikerwater,” dacht ik bij mezelf, met de arrogante logica van iemand die niets van de onzichtbare wereld begrijpt. Ik kocht twee flessen van het goedkopere merk en een zakje rietjes.
Thuis aangekomen liep ik plechtig naar het geestenhuisje. Ik maakte een kleine buiging, waarschijnlijk iets te diep, want ik hoorde mijn rug kraken, en zette de fles neer. Dop eraf, rietje erin. Tevreden ging ik op de veranda zitten wachten op een teken van goedkeuring. Misschien een briesje, of een vallend blad. Wat ik kreeg, was mijn vrouw die toevallig voorbijkwam op weg naar een dorpmeeting. Ze stopte, keek naar het huisje, keek naar de fles, toen naar mij. Haar blik was niet boos, maar gevuld met een soort meewarig medelijden dat je normaal voor een driepotige hond bewaart.
“Niet lekker,” zei ze, wijzend op mijn fles. Ze liep naar het altaartje en pakte de fles met twee vingers vast, alsof het radioactief afval was. “Geesten houden van Fanta. Dit is…” Ze zocht naar het juiste woord. “Goedkoop.” Daar stond ik dan. Ik had geprobeerd de geesten te eren, maar ik had ze blijkbaar beledigd met een budgetmerk. In de geestenwereld draait het blijkbaar ook om A-merken. Het idee dat ik de beschermheer van mijn huis had proberen af te schepen met imitatie-limonade, zorgde voor een lichte blos op mijn kaken.
Mijn vrouw legde me uit dat Nam Daeng specifiek naar de smaak van aardbei en de juiste zoetheid verwijst die Fanta biedt. Andere merken hebben een net iets andere chemische samenstelling die (en dit verzin ik niet) de geesten blijkbaar minder waarderen. Of misschien is het gewoon zo dat als iedereen Fanta geeft, jij er als een vrek uitziet als je met iets anders aankomt. Sociale druk bestaat dus ook tussen de geestenhuisjes. Ik heb de fles maar weer weggehaald en stiekem zelf opgedronken, al smaakte hij toch wat chemisch en bitter door mijn eigen gierigheid.
De volgende dag heb ik braaf een echt flesje Fanta gekocht. Ik heb hem er neergezet, met het rietje perfect recht. Mijn lief knikte goedkeurend toen ze langsliep. Binnen een uur was het rietje zwart van de mieren, die zich niets aantrekken van merken of spirituele betekenis, maar gewoon suiker ruiken. Misschien is dat wel de ware les: of je nu bloed offert, Fanta of B-merk limonade, de natuur neemt het uiteindelijk altijd weer over. Ik ben weer gewoon de farang die toekijkt en dat is maar goed ook. Ik laat het managen van de geesten wel aan de experts over…
Over deze blogger

-
Mijn leeftijd valt officieel onder de categorie ‘bejaard’. Ik woon al 28 jaar in Thailand, probeer dat maar eens na te doen. Nederland was ooit het paradijs, maar het raakte in verval. Dus ging ik op zoek naar een nieuw paradijs en vond Siam. Of was het andersom en vond Siam mij? Hoe dan ook, we waren elkaar goed gezind.
De ICT zorgde voor een regelmatig inkomen, iets wat jullie ‘werk’ noemen, maar voor mij was het vooral een tijdverdrijf. Schrijven, dat is de echte hobby. Voor Thailandblog pak ik die oude liefde weer op, want na 15 jaar zwoegen verdienen jullie wel wat leesvoer.
Ik begon op Phuket, verhuisde naar Ubon Ratchathani, en na een tussenstop in Pattaya woon ik nu ergens in het noorden, midden in de natuur. Rust roest niet, zeg ik altijd, en dat blijkt te kloppen. Hier, omgeven door het groen, lijkt de tijd stil te staan, maar dat doet het leven gelukkig niet.
Eten, vooral lekker, dat is mijn passie. En wat maakt een avond compleet? Een goed glas whisky en een sigaar. Dan heb je het wel zo’n beetje, vind ik. Proost!
Lees hier de laatste artikelen
Cultuur22 maart 2026‘Waarom de wereldvrede opeens heel belangrijk is voor mijn Honda-brommertje’
Cultuur14 maart 2026‘De tokeh achter mijn badkamerspiegel is de beste therapeut van Thailand’
Cultuur4 maart 2026‘Mijn spirituele leven speelt zich tegenwoordig af voor een zoemende witte doos’
Cultuur24 februari 2026‘Gulliver met spit: Waarom ik me in het dorp voel als een bezwete olifant in een porseleinkast’

‘wat hier net zo zinloos is als proberen een haan uit te leggen dat het zondagochtend is.’
Schitterend!!
Weer een prachtig verhaal, daar heb je Fanta-sie voor nodig.
Bedankt weer voor dit mooie stukje.
Mike.