
Je knapt een huisje op, ver weg van de Hollandse regelgeving. Als rechtgeaarde Europeaan neem je onbewust toch je ingebakken bouwkundige dogma’s mee. De heilige overtuiging is dat leidingwerk volstrekt onzichtbaar hoort te zijn. Water moet discreet door de donkere ingewanden van je woning stromen, netjes verborgen achter strak gestucte muren. Dat voelt nu eenmaal als een basale vorm van beschaving en orde.
Het Noord-Thaise platteland lacht echter uiterst vriendelijk om zulke westerse illusies. Hier gelden simpelweg andere wetmatigheden en een veel transparantere opvatting over functionaliteit. Voor je het beseft, schuift een vrolijke lokale monteur je bouwtekeningen tactvol terzijde. Wat volgt is een onvermijdelijke capitulatie en de onstuitbare groei van een fascinerend, bovengronds buizenstelsel dwars over je kersverse muren.
In het begin probeer je het nog uit te leggen. Je tekent verwoed dwarsdoorsnedes in het zand en maakt driftige hakbewegingen naar de muur. De Thaise loodgieter, veelal een beminnelijke man op versleten badslippers, bekijkt je schouwspel vol medelijden. Hij begrijpt werkelijk niet waarom je een prima functionerende buis levend in steen zou willen begraven. Wat als het onverhoopt gaat lekken? Moet je dan de hele muur kapot slaan met een zware voorhamer? Voor hem is westerse inbouw geen teken van vooruitgang, maar van pure roekeloosheid.
En stiekem heeft hij natuurlijk gewoon gelijk. In een klimaat waar de aarde af en toe lichtjes trilt, de zon meedogenloos brandt en de waterdruk varieert van een laffe druppel tot een ongeleide hogedrukspuit, gaat er uiteindelijk altijd iets stuk. Loodgieterswerk op de muur is in de tropen de ultieme vorm van overleven. Met een simpel ijzerzaagje, een potje penetrant ruikende lijm en een nieuw koppelstukje is werkelijk elk vochtprobleem binnen vijf minuten verholpen. Dat is geen luiheid of gebrek aan esthetisch inzicht, dat is simpelweg geëvolueerde efficiëntie.
Als westerling ga je door een pijnlijk herkenbaar psychologisch proces wanneer je wordt geconfronteerd met dit opbouw-fenomeen. Aanvankelijk weiger je stellig te geloven dat deze knalblauwe buizen de definitieve installatie vormen. Je gaat er voor je eigen gemoedsrust vanuit dat het slechts om een tijdelijke noodaansluiting gaat. Daarna probeer je nog te onderhandelen. Je smeekt of de vakman op zijn minst witte leidingen kan gebruiken, zodat ze een beetje wegvallen tegen de lichte achtergrond in de badkamer.
Dit wanhopige verzoek stuit steevast op onbegrip, want blauw is voor de dorpelingen immers de universele en volstrekt logische kleur van water. Verslagen kijk je vervolgens machteloos toe hoe het helderblauwe netwerk zich als een uit de kluiten gewassen kunstproject over je tegels verspreidt. De uiteindelijke acceptatie volgt vanzelf, meestal op het moment dat je ontdekt dat je vochtige handdoek eigenlijk best lekker droogt als je hem achteloos over de robuuste hoofdleiding drapeert.
Langzaam maar zeker ga je de esthetiek van de felblauwe pvc-buis daadwerkelijk waarderen. Het heeft iets aandoenlijks, iets verfrissend eerlijks. Waar wij in het westen de lelijke, puur functionele kanten van het bestaan angstvallig verstoppen achter gipsplaten en strakke kitranden, laat men het hier onbeschaamd in het volle zicht hangen. Het leven is fragiel, loopt soms een deukje op en heeft af en toe onderhoud nodig. Waarom zou je daar toch zo krampachtig over doen?
De blauwe buizen op de muur blijken uiteindelijk veel meer te zijn dan een eenvoudig stukje utilitair loodgieterswerk. Ze vormen een tastbaar, dagelijks monument voor je eigen inburgering. Elke keer als je de badkamer binnenstapt en dat industriële spinnenweb aanschouwt, besef je dat je weer een stukje controledrang hebt laten varen. En die lachende overgave aan de imperfectie is misschien wel de allerbeste renovatie die een westers hart in de tropen kan ondergaan…
Over deze blogger

-
Mijn leeftijd valt officieel onder de categorie ‘bejaard’. Ik woon al 28 jaar in Thailand, probeer dat maar eens na te doen. Nederland was ooit het paradijs, maar het raakte in verval. Dus ging ik op zoek naar een nieuw paradijs en vond Siam. Of was het andersom en vond Siam mij? Hoe dan ook, we waren elkaar goed gezind.
De ICT zorgde voor een regelmatig inkomen, iets wat jullie ‘werk’ noemen, maar voor mij was het vooral een tijdverdrijf. Schrijven, dat is de echte hobby. Voor Thailandblog pak ik die oude liefde weer op, want na 15 jaar zwoegen verdienen jullie wel wat leesvoer.
Ik begon op Phuket, verhuisde naar Ubon Ratchathani, en na een tussenstop in Pattaya woon ik nu ergens in het noorden, midden in de natuur. Rust roest niet, zeg ik altijd, en dat blijkt te kloppen. Hier, omgeven door het groen, lijkt de tijd stil te staan, maar dat doet het leven gelukkig niet.
Eten, vooral lekker, dat is mijn passie. En wat maakt een avond compleet? Een goed glas whisky en een sigaar. Dan heb je het wel zo’n beetje, vind ik. Proost!
Lees hier de laatste artikelen
Cultuur10 mei 2026‘De triomf van de felblauwe pvc-buis over westerse perfectie’
Cultuur29 april 2026‘De ongemakkelijke waarheid over de bum gun en westerse hygiëne’
Cultuur22 april 2026‘Waarom ik elke ochtend om zes uur naar het laatste kippennieuws luister’
Cultuur11 april 2026‘De milde regen van de Lanna-geesten: Songkran zonder trauma’

Geweldig verwoord!
Hier lopen de blauwe pvc buizen ook vele meters over de muur, in de blakende zon. Als je de afwas doet kan je bijna je handen verbranden aan het heet water dat eruit komt.
Wil je overdag een douche nemen moet je het water minutenlang laten lopen om het wat te laten afkoelen.
Ik heb mijn echtgenote al meerdere malen gevraagd waarom die buizen eigenlijk niet in de muur of ondergronds gestopt worden. Dan krijg je het standaard antwoord terug: “This is the system in Thailand, everybody do that …”.
Zijn er eigenlijk alternatieve systemen beschikbaar? Hierbij denk ik bv. aan het ‘buis in buis’ systeem dat men in Europa toepast.
Bijna overal zijn ze meegeschilderd met de muurverf en dan vallen ze niet meer op.