Het bezoek van Sa

Door Alphonse Wijnants
Geplaatst in Cultuur, Korte verhalen
Tags:
4 januari 2026
()
copyright A. Wijnants

Sa was een vriendin van Noy, een goede vriendin. Meer zelfs, de meisjes waren
hartsvriendinnen. Enkele jaren later kwam Linn er nog bij. Toen vormden ze een
onafscheidelijk drietal.
In Roy Et deelden de vriendinnen de lagere en de middelbare beroepsschool.
Ze deelden kleine geheimen, tekens en symbolen. Allemaal kinderlijk onschuldig, hun
bondgenootschap werd nog inniger.
Ze waren van de Isaan. Roy Et is een kneuterig provinciestadje van vijfendertigduizend
inwoners in het noordoosten. De mensen roddelen er veel. Er valt niets te beleven. Verder
houden ze nog vast aan oeroude gewoonten. Roy Et heeft zijn allure van graanschuur van de
Isaan, een en al groene plantjes van de geurige jasmijnrijst, maar behalve in de landbouw
valt er geen cent te verdienen.
Daarom gingen de meisjes alle drie op zoek naar een baan in Bangkok. Ik geloof zelfs dat
ze in dezelfde lokale eetzaak werkten, ergens op Lat Phrao, alleszins met Sa achter de
potten en pannen. We spreken nu van een vijftien jaar geleden.
Ik zocht Noy soms in Bangkok op.
Vorige week kreeg ze een telefoontje. Ze wist direct wat Linn haar te vertellen had. In
haar geprikkelde stemming brak ze Linn af voordat die goed en wel begonnen was.
‘Ik voorzag het,’ zei Noy luidop. ‘Ze kwam eerst bij mij over de vloer. Ik ga ook nog naar
Linn, liet ze vallen. Ik kon je niet bellen, ik had niet de fut, je kent het, hoe zo’n ontmoeting
aan je vreet.’
In de Isaan is het zo dat de kans bestaat dat een afgestorvene langskomt als je over hem
of haar praat. Dat kan heel vlug zijn, maar ook pas na vele jaren, als je er niet meer bedacht
op bent. Op die manier is het een aanslag op je emoties.
De geesten zijn rusteloos, dwalen rond, en als ze hun naam van levende mensen
opvangen, ook al is het fluisterend, vallen ze onverhoeds binnen. Vanuit het niets.
Je kunt er niet van op aan. Je kunt er alleen beducht voor zijn.
Geesten zijn een intrinsiek deel van het leven. Het is sinister, over een aflijvige hou je het
best je mond, om een akelig bezoek te vermijden. Je weet nooit of ze je te vriend zijn.
Afgestorvenen zijn er om niet aan te denken, of zo weinig mogelijk, vooral als ze in dubieuze
omstandigheden om het leven gekomen zijn.
Noy had me over Sa wat feiten verteld. Het maakt niet uit of je aardige dingen vermeldt of
onhebbelijke, voor een dode maakt dat geen verschil. En ook niet voor de nabestaanden.
Onze levens zijn achteraf wat ze waren.
Sa woonde op een steenworp van de stad. Ooit, toen de drie meisjes jonge meiden
werden, en naar feestjes gingen, bleef Sa vaak bij Noy slapen, terwijl het licht opkwam.
Bekaf van het dansen ploften ze op bed. Sa sliep op Noy’s kussen. Het gewicht van haar
hoofd laat nog altijd een afdruk na. Noy keek ernaar toen ze in bed kroop – het is een
gewaarwording – voor ze het licht uitdeed.
Ze waren meisjes uit de Isaan, alle drie. Gemaakt om gedachteloos te leven, instinctief.
Om eeuwig jong en tomeloos gelukkig te zijn. In zo’n periode lijken de dingen
vanzelfsprekend en intentioneel.
Sa is onomwonden een hartsvriendin van Noy. Maar Sa is dood. Toch waren ze
onafscheidelijk.

2
Noy wist dat er een aanwezigheid was. Ze kwam halvelings overeind op bed, reikte naar
de klink, opende de deur op een kier, keek in de trappenhal. Daar stond Sa. Ze was wie ze
was, gekleed in een geel T-shirt over een intens blauwe jeans. In de gang bovenaan de trap.
Er was niets te bespeuren van die geligdoodse kleur, om het zo uit te drukken, die de huid
van doden zouden hebben, en nog minder het onbeholpene van een zombie.
‘Ik kom om je goeiedag te zeggen, misschien voor de laatste keer,’ zei Sa. Ze sprak
duidelijk, in het Isaans. ‘Ik weet niet of er veel te praten valt.’ Ze keek voor zich uit, recht in
de ogen van Noy, maar ze leek onaangedaan. In de trappenhal hing een licht van een
eigenzinnige gelatenheid.
Sa was lang en rank van gestalte. En toch de stevige rondingen. Een eigen schoonheid,
zelfs als afgestorvene. Stoere enkellaarsjes in diepzwart leer. Ze was nog even jeugdig als
toen ze heenging.
Menig man had zich door haar kunnen laten bekoren. Zelfs nu, als onbestaande radieuze
schoonheid, kan ze makkelijk aanbidders laten bezwijken. Hoeveel lieden leven er niet met
een aflijvige?
Sa vroeg niets.
Sa was de derde dochter in een gezin met een prestigieuze mama. Dochters een en twee
waren de zussen met een rijke man. Bedisseld door mama, uitgehuwelijkt. Het is de kwestie
van geprepareerde liefde. En de sinsod – de bruidsschat! Mama hield van geld dat haar
dochters opbrachten en was kwistig met de twee bruidsschatten.
Dat was ze ook van plan geweest met de sinsod van Sa. Mama had een goede
huwelijkskandidaat voor ogen gehad, Nok, de zoon van haar vriendin, die even weinig
interesse in huwen had als Sa. Mama regelde met een harde kop op eigen houtje de
verloving, inclusief het betalen van een voorschot op de sinsod. Vijftienduizend baht op een
totaalbedrag van honderdtwintigduizend baht. Het zij zo.
Toen riep ze haar dochter vanachter de potten en pannen in Bangkok met dwang naar
huis. Maar Sa had een hart. Dat naar een ander ging! Ze kende de jongen al vier jaar, ze was
hem in het restaurant waar ze kookte onder ogen gekomen. Het was liefde.
Mama riep haar op staande voet terug naar Roi Et. Ze was bikkelhard. Het draaide om de
eer van de familie. Tussen de lijnen: om haar eigen eer en geloofwaardigheid. Het huwelijk
moest voltooid worden, alleszins financieel.
In paniek belde Sa haar geliefde in Bangkok. Ze wilde hem vragen de boete van de
bruidsschat te betalen of hoe ze dat misschien op een andere manier konden regelen.
Hij nam niet op. Toeval, niets anders. De batterij van zijn mobiel was op, meer niet. Maar
zo beleef je dat niet als alles tegen je samenspant. In een radeloze chaos van emoties bleef
ze hem drie uur lang bestoken met oproepen, dwangmatig, met een furieuze starheid.
Hij nam niet op.
Sa hield zichzelf voor dat zijn stilzwijgen er alleen op kon duiden dat hij haar verstoten
had. Zulke macabere gedachten hielden haar die uren bezig. Toen verdween haar paniek en
maakte plaats voor zilveren aanvaarding.
Ongetwijfeld gaf ze het gevoel voorrang door iedereen in de steek gelaten te zijn. Was ze
maar enkele uren langer bij zichzelf gebleven. En bij haar onvermogen. Maar ze was volledig
overstuur. Dat kan gebeuren als je geest geen realiteit meer bevat, enkel fantasie. Begrijp je
nu waarom ik verbeelding verafschuw? Die brengt ons tot de dood.
Sa ging heel rustig aan de schrijftafel van haar kindertijd zitten. Ze schreef drie brieven,
heel nuchter en zakelijk, waarin ze om liefde vroeg en niet om bestaanszekerheid. Met
vriendelijke woorden schreef ze neer dat ze niet inzag waar ze nog voor te leven had.

3
Dat is de averij, de ravage van de fantasie, ze kan zich in allerlei vormen van
geloofwaardigheid voordoen.
Eén brief voor haar geliefde in Bangkok, eentje voor haar zogezegde verloofde in Roy Et.
Eentje voor haar mama.
Het is ontroerend hoe ze zich tot op haar laatste woord om anderen bekommerde en niet
om zichzelf.
Om die reden sloeg ze de hand aan zichzelf. Sa werd niet gehoord. Sa liet zich niet horen.
Dat is de tragiek.
Haar mama begreep het niet, verstrikt als ze was in oude gebruiken en hebzucht.
Sa stierf.
Een koord, het water? Nee. Noy beschreef met veel tegenzin hoe het in zijn werk gegaan
was. Met dorstige teugen had Sa na het schrijven van de drie brieven op haar kamer een fles
dichlorodiphenyltrichloroethane leeggedronken. Ze moet ten minste vijf keer haar glas
bijgeschonken hebben. Het is het insecticide DDT, een sterk vergif, kleurloos, smaakloos,
geurloos. Hoeveel boeren en moedeloze huisvrouwen hebben in de jaren zestig in
Haspengouw, mijn thuisland en over de hele wereld, op die wijze niet de hand aan zichzelf
geslagen? Ook Lucia Berlin verwijst ernaar. Ik was een jongen van de lagere school, begreep
niet zo goed waarom mensen dood wilden, maar mysterieus was het zeker.
Alleszins schreef Sa drie brieven waarin het leek of ze volkomen zichzelf was.
Als Sa verschijnt, ruikt het naar een rokerig parfum. ‘Die geur kwam mijn slaapkamer
binnen,’ zei Noy tegen Linn. Linn beaamde tijdens hun telefoongesprek dat er een geur
geweest was, van verbrand hout, van solfer uit een vulkaan.
‘Eigenlijk ben ik niet meer zo graag in de Isaan,’ zei Noy. ‘Als ik er ben, voel ik dat iets me
volgt. Er is geen licht, ik voel me beklemd in het duister, na achten kom ik liever niet meer
buiten. Liever Bangkok.’
Sa is overal, ze is dolend. De hartsvriendinnen houden van haar, maar niet zo linea recta
als het vroeger was.
‘Als iets zegt dat ik je niet mag zien, zal ik je niet zien.’ zei Noy tegen Sa. ‘Je komt wel om
me heen, je beweegt, je bent aanwezig – kippenvel. Ik weet niet hoe het zit. Ben je mij te
vriend?’
Sa liet Noy even volkomen sprakeloos. Toen hernam ze zich: ‘Ik ben bang, laat het me niet
zien, mijn liefste Sa. Laat je niet meer zien. Ik ben weerloos.’
Sa was een vriendin en werd een geest. En het is onbestaand met geesten samen te leven,
hoe dan ook.
Het zou een verhaal van Noy en Sa en Linn kunnen zijn geweest, wat ik je vertelde. Dat is
het halvelings! Het gaat om iets fundamenteels. Noy gaf me puzzelstukjes. Illusies zijn
illusies. Aannames zijn aannames. En feiten blijven feiten.
Kies zelf maar waar je toe in staat bent om mee te leven.

Hasselt, september-december 2024
Alphonse Wijnants doorkruist al jarenlang het Verre Oosten. Bangkok is zijn tweede thuis.
Het mysterieuze Azië inspireerde hem tot zijn Project Korte Verhalen, gestart in 2012. Hij is
gebeten door ‘de verbrijzelde eigenheid’ van het korte verhaal. Gedichten schrijft hij al 59
jaar, met de Lage Landen als locatie en inspiratiebron. Wijnants is filoloog Nederlandse,
Zweedse en Deense taal en literatuur, was leraar en directeur van middelbare scholen en
copywriter bij bureau MAW (Met Andere Woorden). Heden is hij superactief op rust. Zijn
stelregel: alles gaat over geluk – of hoe we het compenseren.

Hoe leuk of nuttig was deze posting?

Klik op een ster om deze te beoordelen!

Gemiddelde waardering / 5. Stemtelling:

Tot nu toe geen stemmen! Wees de eerste die dit bericht waardeert.

Omdat je dit bericht nuttig vond...

Volg ons op sociale media!

Het spijt ons dat dit bericht niet nuttig voor je was!

Laten we dit bericht verbeteren!

Vertel ons hoe we dit bericht kunnen verbeteren?

Over deze blogger

Alphonse Wijnants
Alphonse Wijnants
Ik doorkruis al jarenlang het Verre Oosten: mysterieus Azië dat mij inspireert tot mijn Project Korte Verhalen, gestart in 2012.
Ik ben gebeten door de verbrijzelde eigenheid van het Korte Verhaal, 'In der Beschränkung zeigt sich der Meister'. (Goethe).
Het wil niet de indruk wekken, zoals het proza, dat leven iets afgeronds is. Bangkok is mijn tweede thuis.
Gedichten schrijf ik al 59 jaar met locatie en inspiratie Lage Landen. Filoloog Nederlandse & Zweedse/Deense taal en literatuur, leraar & directeur middelbare scholen, copywriter bureau MAW (Met Andere Woorden).
Heden superactief op rust. Stelregel: Alles gaat over geluk - of hoe we het compenseren.

2 reacties op “Het bezoek van Sa”

  1. Frans zegt op

    Prachtig. Dankjewel.

    1
  2. Fr zegt op

    Mooi verhaal en heeel mooi geschreven. Niet zoals sommige in dit blog geschreven verhalen waarbij de schrijver de neiging heeft om iedere zin vol te proppen met een beeldspraak.
    Dit leest heel prettig.

    1

Laat een reactie achter