()

Hier werd Bangkok in 1782 letterlijk uit de modder geboren, toen koning Rama I zijn nieuwe hoofdstad stichtte op een plek die hij geschikter achtte dan het oude Thonburi aan de overkant. Hij liet een muur bouwen, kanalen graven en tempels oprichten die het koninkrijk moesten beschermen tegen kwade geesten en vijandige legers. Tweeënhalve eeuw later staan die tempels er nog. Ze zijn iets schever gezakt, hun goud is hier en daar gerestaureerd, maar hun ziel is intact.

In drie uur tijd kun je door de belangrijkste van die tempels lopen, een kort tochtje over de rivier maken, een eeuwenoude markt doorkruisen en eindigen met een traditionele massage op de plek waar die ooit werd uitgevonden. De route is ongeveer 4,5 kilometer lang en je kunt hem zonder gids prima zelf lopen. Begin het liefst rond acht uur ’s ochtends. Dan ben je voor de touringcars uit, voor de ergste hitte uit, en zie je de tempels nog in het zachte ochtendlicht.

Ik gebruik onderweg vaste oriëntatiepunten en straatnamen, zodat je ook zonder Google Maps op de juiste plek uitkomt.

Vertrek vanaf metrostation Sanam Chai

Neem de MRT (de blauwe lijn) naar station Sanam Chai en kies uitgang 1. Het station zelf is al een bezienswaardigheid: het is in 2019 ontworpen als een soort ondergronds Thais paleis, met rode pilaren, gouden ornamenten en plafonds vol bloemmotieven. Even rondkijken voor je naar boven gaat, is geen verloren tijd.

Eenmaal boven loop je rechtsaf de Sanam Chai Road op, in noordelijke richting. Aan je linkerhand zie je al snel de witte muren van Wat Pho, lang en streng als de buitenmuur van een fort. Maar die bewaar je voor later; hij heeft het meeste effect aan het eind van de wandeling.

Loop zo’n 700 meter door. Rechts passeer je het Museum Siam, een eigentijds museum over Thaise identiteit dat een bezoek waard is als je later nog tijd over hebt. Daarna kom je langs het terrein van het ministerie van Defensie, een groot oranje koloniaal gebouw met een rij antieke kanonnen voor de deur. Een paar minuten verderop zie je rechts de hoofdingang van het Grand Palace aan de Na Phra Lan Road.

Het Grand Palace: het kloppend hart van het koninkrijk

Voor je de poort doorgaat, even iets over wat je gaat zien. Het Grand Palace is geen paleis in de Europese zin van het woord, met een centraal hoofdgebouw. Het is een ommuurde stad-in-een-stad van bijna een vierkante kilometer, opgebouwd uit meer dan honderd losse gebouwen die over twee eeuwen aan elkaar zijn gegroeid. Tot 1925 woonden de koningen hier echt. Daarna verhuisde de koninklijke familie naar het modernere Chitralada-paleis, maar voor staatsbezoeken, kroningen en troonsbestijgingen wordt dit complex nog altijd gebruikt.

Koop je ticket van 500 baht, dat ook toegang geeft tot het Queen Sirikit Museum of Textiles op hetzelfde terrein. Let op de strenge controle: schouders en knieën bedekt, geen strakke leggings, geen doorzichtige stof. Ben je niet goed gekleed, dan kun je bij de ingang gratis een sarong lenen tegen een borg.

Eenmaal binnen verdwijnt het stadsgeluid, alsof iemand een knop omdraait. Je staat in een wervelend geheel van gouden chedi, kleurrijke mozaïeken, schitterende dakranden en demonen die als wachters op hun post staan. Het oog weet niet waar het eerst moet kijken. Loop eerst naar Wat Phra Kaew, de tempel van de Smaragden Boeddha, die in de noordwesthoek van het complex ligt. Het beeldje zelf is nog geen 70 centimeter hoog en is gesneden uit één blok jadeïet. Je mag de tempel binnen, maar niet fotograferen. Schoenen blijven buiten staan, je gaat zitten met de voeten naar achteren (nooit naar het beeld wijzen) en je laat de stilte even op je inwerken. Dit is het belangrijkste boeddhabeeld van Thailand. Drie keer per jaar verwisselt de koning persoonlijk het gewaad van het beeld, om de seizoenen te markeren.

Buiten de tempel loop je een rondje langs de gouden chedi Phra Si Rattana, de bibliotheek met haar parelmoeren deuren en de lange galerijen met murals die het Ramakien vertellen, de Thaise versie van het Indiase Ramayana-epos. Pas dan loop je naar het zuidelijke deel van het complex, waar de eigenlijke paleisgebouwen staan. Het Chakri Maha Prasat is de blikvanger: een Italiaans renaissancepaleis uit 1882, ontworpen door een Britse architect, met daarbovenop drie traditionele Thaise kronen. De koning had eigenlijk een zuiver westers gebouw voor ogen, maar zijn ministers waren ontzet en kregen er deze hybride uit. Het werkt verbazingwekkend goed.

Trek voor een rustige ronde 60 tot 75 minuten uit. De ticketverkoop sluit om half vier ’s middags, maar het complex zelf even later.

Wat Mahathat

Door Sanam Luang naar Wat Mahathat

Verlaat het paleis via de Na Phra Lan Road. Steek de straat over en je staat direct op Sanam Luang, het grote ovale grasveld. Loop diagonaal in noordwestelijke richting over het veld, naar de overkant.

Sanam Luang betekent letterlijk Koninklijk Veld, en dat is geen toevallige naam. Hier worden traditioneel de crematies van leden van het koningshuis gehouden, op gigantische tijdelijke bouwwerken die maandenlang worden opgetrokken en daarna weer afgebroken. In mei vindt op dit veld de eeuwenoude Ploegceremonie plaats, een ritueel dat teruggaat tot de Sukhothai-periode en het zaaiseizoen markeert. Heilige witte ossen trekken een gouden ploeg over het gras en eten daarna van zeven verschillende voederbakken. Wat ze kiezen, voorspelt de oogst. Boeren in heel Thailand volgen de ceremonie op televisie.

Op gewone dagen is het een aangename open ruimte met joggers, schoolklassen en mannen die in de schaduw van tamarindebomen wat zitten te eten. Houd je hoofd wel omhoog; dit is namelijk ook het territorium van duizenden vleermuizen die in de bomen hangen, en kraaien die brutaal afwachten of er iets te halen valt. Een paar minuten zijn genoeg om de sfeer te proeven en mooie foto’s te maken van de witte muren van het paleis op de achtergrond.

Aan de westkant van het veld loop je de Maharaj Road op. Vrijwel direct zie je rechts de ingang van Wat Mahathat, de “Tempel van het Grote Reliek”. Dit is een van de oudste tempels van de stad en het huis van een van de twee belangrijkste boeddhistische universiteiten van Thailand. Studenten in oranje gewaden lopen er met stapels boeken onder de arm rond, oude monniken zitten in de schaduw van een bodhiboom thee te drinken. Het is hier opvallend stil. Toeristen lopen het meestal voorbij omdat ze de naam niet kennen, en juist daarom is het een mooie plek om even te ademen.

Voor wie geïnteresseerd is in vipassana-meditatie biedt de tempel dagelijks gratis Engelstalige introducties bij Section 5. Anders is een rustige rondgang van een kwartier al heel waardevol. De toegang is gratis; een vrijwillige donatie wordt op prijs gesteld.

De amulettenmarkt: Bangkoks mysterieusste straatje

Verlaat Wat Mahathat aan de westzijde, richting de rivier. Je komt vrijwel meteen in Trok Maha That terecht, het smalle steegje dat overgaat in de amulettenmarkt. Loop hier op je gemak in zuidelijke richting. De steegjes lopen evenwijdig aan de Chao Phraya en je kunt eigenlijk niet verdwalen: zolang je de rivier aan je rechterhand houdt, loop je goed.

Dit is een van de fascinerendste plekken van heel Bangkok, en tegelijk een van de minst bezochte. Tafels vol kleine boeddhabeeldjes, hangertjes, talismannen en houten figuurtjes liggen er uitgestald, soms gewoon op een doek op de grond. Mannen met loepjes om de hals buigen zich over hun aankopen alsof het diamanten zijn, en in zekere zin is dat ook zo. Een goed gezegend amulet van een vermaarde monnik, met de juiste herkomst en in de juiste serie, kan tienduizenden of zelfs honderdduizenden baht waard zijn.

Voor Thai zijn deze amuletten bloedserieus. Ze worden gedragen voor bescherming in het verkeer, voor succes in het zakenleven, voor liefde, voor vruchtbaarheid en zelfs voor onkwetsbaarheid in gevaarlijke beroepen. Soldaten, taxichauffeurs en politici hebben er meestal meerdere op zak. Kranten en magazines wijden hele rubrieken aan de markt voor amuletten en de spirituele kwaliteiten van bekende monniken.

Voor jou is het vooral een unieke blik op een wereld die de meeste reizigers nooit te zien krijgen. Niet kopen is helemaal prima, even kijken hoort er gewoon bij. Reken op een kwartier, langer als je je laat meeslepen.

Pauze bij Tha Maharaj

De amulettenmarkt komt rechtstreeks uit op Tha Maharaj, een modern openluchtcentrum direct aan de rivier. Hier kom je weer in de eenentwintigste eeuw terecht. Airconditioning, schone toiletten (gratis, binnen in het gebouw, niet de betaalde aan de voorkant), een Starbucks, een aantal lokale cafés en restaurants met terrassen die uitkijken op de bruine, brede Chao Phraya en op Wat Arun aan de overkant.

Even uitrusten kan hier prima. Een ijskoffie, een vers kokosijsje of een bord pad thai met garnalen is een welverdiende beloning na het tempelbezoek. Op de eerste verdieping is een kleine foodcourt met goede Thaise gerechten voor lokale prijzen. Met name de Panang met gegrild varkensvlees krijgt veel lof van vaste bezoekers. Reken op een kwartier, een halfuur als je echt gaat eten.

Langs de rivier naar Tha Tien Pier

Verlaat Tha Maharaj via de zuidelijke uitgang en loop terug de Maharaj Road op. Houd de rivier aan je rechterkant. Je passeert opnieuw de muur van het paleis en even later de Tha Chang Pier, ooit de plek waar de koninklijke olifanten werden gewassen (Tha Chang betekent “olifantenpier”). Loop deze pier voorbij en blijf op de Maharaj Road. Onderweg kom je langs straatkraampjes met gegrilde bananen, kokosnootjes en mango sticky rice, een goede gelegenheid om iets fris in te slaan.

Na ongeveer 600 meter zie je rechts borden naar Tha Tien Pier. Sla rechtsaf de smalle Thai Wang Road in en je staat binnen een minuut bij de pier. Looptijd vanaf Tha Maharaj: tien minuten.

Wat Arun in Bangkok

Met het pontje naar Wat Arun

Bij Tha Tien koop je een ticket voor de cross-river ferry. Het kost 5 baht, alleen contant, en het oranje pontje vaart elke tien minuten. De overtocht duurt nog geen drie minuten en geeft je meteen het beste uitzicht op Wat Arun dat er is. De prang reikt als een rakettorrenende silhouet de lucht in, met daarboven vaak nog wat ochtendmist die langzaam optrekt.

Aan de overkant stap je direct het terrein van Wat Arun op. De Tempel van de Dageraad ontleent zijn naam aan de hindoe-godheid Aruna, de god van de rijzende zon, en kreeg die naam toen koning Taksin hier in 1768 bij het eerste ochtendlicht aankwam met zijn vloot. De huidige tempel werd later herbouwd door Rama II, die er ook begraven ligt.

Wat hem zo bijzonder maakt, is de bekleding van de centrale prang van bijna tachtig meter hoog. Geen goud, geen marmer, maar duizenden stukjes Chinees porselein en kleurrijke schelpen. Die kwamen ooit als ballast mee op handelsschepen uit Kanton, werden bij aankomst in Bangkok overboord gegooid en later opgeraapt om er een tempel van te maken. Loop er rustig omheen en kijk van dichtbij: je herkent zelfs nog complete bloempatronen van Chinese eetborden.

Je mag een eind omhoog klimmen via steile stenen trappen. Het uitzicht over de rivier en de skyline van Bangkok, met het Grand Palace recht aan de overkant, is je inspanning meer dan waard. Trek 45 minuten uit, entree 200 baht. Bij elk kaartje krijg je een gratis flesje water, een welkome geste in de hitte.

Terug naar Wat Pho

Neem hetzelfde pontje terug. Aan de oostoever loop je de Thai Wang Road weer in, in oostelijke richting. Na 200 meter sta je bij de noordelijke ingang van Wat Pho, herkenbaar aan de grote Chinese stenen wachters voor de poort. Die figuren met hun lange baarden en zwaarden kwamen, net als het porselein van Wat Arun, mee als ballast op Chinese handelsschepen. Slimme recyclage avant la lettre.

Wat Pho is voor velen de mooiste tempel van Bangkok. Hij is bovendien ouder dan de stad zelf, want al in de zestiende eeuw stond hier een kleinere tempel die later door Rama I en Rama III tot dit kolossale complex werd uitgebreid. Het terrein beslaat ongeveer acht hectare, telt meer dan duizend boeddhabeelden en wordt door UNESCO erkend als wereldcultureel erfgoed vanwege de meer dan 1400 stenen inscripties met traditionele Thaise wijsheid.

Koop je ticket van 300 baht en loop direct door naar de Vihara van de liggende boeddha in de noordwesthoek van het complex. Dat is de drukste plek, dus ga er als eerste heen. Vergeet niet je schoenen uit te trekken voor de ingang. En dan zie je hem: 46 meter lang, 15 meter hoog, helemaal bedekt met bladgoud, in een serene houding van een boeddha die op het punt staat het nirvana binnen te gaan. De voetzolen zijn drie meter hoog en ingelegd met parelmoer in 108 lakshana, gunstige tekenen die de Boeddha onderscheiden.

Loop daarna langs de zijkant van het beeld, waar 108 bronzen schalen op een rij staan. Koop bij de ingang voor 20 baht een potje muntjes en gooi in elke schaal precies één muntje. Dat brengt geluk en klinkt als een lange, meditatieve regen. Het geld wordt gebruikt voor het onderhoud van de tempel.

Verlaat de hal en maak een lus in zuidoostelijke richting langs de vier grote koningschedi’s, elk 42 meter hoog, gewijd aan de eerste vier koningen van de Chakri-dynastie. Iedere chedi heeft zijn eigen kleur: groen, wit, geel en blauw. Daarna kom je langs de Phra Ubosot, de hoofdordinatiehal, met een prachtige gouden Boeddha op een drievoudig versierd voetstuk en muren vol klassieke murals.

Wat Pho is ook de bakermat van de traditionele Thaise massage. Op het terrein staan twee massagepaviljoens links van de hoofdingang, waar studenten van de aangesloten school je voor schappelijke prijzen onder handen nemen. Een halfuur voetmassage kost 340 baht, een uur volledige Thaise massage 520 baht. Voor wie net drie uur door tempels heeft gelopen, is dit een hemelse afsluiter. Trek voor de tempel zelf 45 tot 60 minuten uit, plus eventueel een halfuur tot een uur massage.

Eindpunt en optionele afsluiter

Verlaat Wat Pho via de zuidelijke uitgang aan de Sanam Chai Road. Daar sta je direct weer bij metrostation Sanam Chai, je beginpunt. Heb je nog energie? Steek dan de straat over en loop honderd meter zuidelijk naar Saranrom Park, een rustige groene oase waar je tussen varanen, exotische vogels en orchideeën kunt uitrusten. Het was ooit de tuin van een koninklijk paleis dat nooit is afgebouwd, maar het paviljoentje en de vijver zijn er nog. Je vindt er een gratis openluchtsportschool met enorme gewichten waar lokale spierbundels zich op uitleven. Het is een verrassend ontspannen plek, vlak naast de toeristische trekpleisters en toch totaal niet toeristisch.

Liever doorlopen? Pak vanaf hier een taxi of tuktuk van tien minuten naar Pak Klong Talat, de grootste bloemenmarkt van Thailand. Hier worden 24 uur per dag jasmijnslingers, lotusbloemen, orchideeën en rozen verhandeld voor tempels, hotels en bruiloften. De geur van duizenden bloemen tegelijk, de kleuren die werkelijk overal vandaan komen en het tempo van de werkers die enorme bossen op hun karren laden, vormen een sfeervolle afsluiter van je dag. Een jasmijnkrans, malai, kost zo’n 20 tot 50 baht en ruikt nog dagen in je hotelkamer.

Praktische tips voor onderweg

Totale afstand: ongeveer 4,5 kilometer wandelen plus twee korte bootovertochten. Totale entreekosten: 1000 baht voor de drie hoofdtempels. Houd ongeveer 1500 baht contant op zak voor tickets, water, eten en een massage. Pinnen kan bij de tempels meestal niet, of alleen met buitenlandse toeslag.

Een paar dingen om aan te denken. Neem een flesje water mee en een lichte sjaal voor je schouders, dan ben je overal welkom. Draag schoenen die je makkelijk uit en aan trekt, want bij elke vihara moet je ze weer uit. Smeer je goed in; in deze hoek van de stad is weinig schaduw, vooral op de pleinen voor de tempels. En wees voorzichtig met vriendelijke mannen die je vertellen dat een tempel “vandaag gesloten” is en je dan een tuktukrit aanbieden naar een edelstenenwinkel of kledingatelier. Dat is een klassieke truc: de tempels zijn vrijwel altijd open, en de winkel waar ze je heen brengen, betaalt commissie.

Houd cash bij de hand voor entreekaartjes en bootjes, en zet altijd de meter aan in een gewone taxi terug. De ritprijs van Sanam Chai naar Sukhumvit ligt rond de 100 baht. Een tuktuk vraagt al snel het dubbele, hoe charmant ze ook ogen.

En tot slot: laat je niet opjagen. De drie uur uit deze route is een richtlijn, geen wedstrijd. Wie zich onderweg laat afleiden door een gesprek met een monnik, een onverwachte processie of een onweerstaanbaar bord khao kha moo bij een straatkar, doet er misschien vijf uur over. Dat is niet erg. Bangkok is een stad die zich het beste geeft aan wie de tijd neemt om te kijken.

Veel plezier met je rondje door het oude Bangkok.

Bron: Redactie Thailandblog

Hoe leuk of nuttig was deze posting?

Klik op een ster om deze te beoordelen!

Gemiddelde waardering / 5. Stemtelling:

Tot nu toe geen stemmen! Wees de eerste die dit bericht waardeert.

Omdat je dit bericht nuttig vond...

Volg ons op sociale media!

Het spijt ons dat dit bericht niet nuttig voor je was!

Laten we dit bericht verbeteren!

Vertel ons hoe we dit bericht kunnen verbeteren?

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant is er gebruikgemaakt van ChatGPT als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

Laat een reactie achter