Ik woon in de provincie Buriram en Prasat Hin Khao Phanom Rung ligt bij wijze van spreken in mijn achtertuin. Ik heb van deze nabijheid dan ook dankbaar gebruik gemaakt om deze site, dankzij talloze bezoeken, erg goed te leren kennen. Graag sta ik even stil bij deze tempel, die in meer dan één opzicht één van de meest interessante in Thailand is.

Niet alleen omdat het één van de fraaiste voorbeelden van Khmer-architectuur is maar ook omdat hij mooi aantoont hoe de Thai omspringen met hun erfgoed en op welke wijze zij dit erfgoed aanwenden in hun queeste naar een nationaal identiteitsbesef. Een queeste waarbij waarheidsvinding en historiciteit vaak baan moeten ruimen voor politieke correctheid en een aan de gevestigde machten welgevallige cultuurhistorische visie.

Wanneer je deze tempel bezoekt, dan kan je er niet naast kijken: Hij prijkt dramatisch aan de zuidkant van de top van de Khao Phanom Rung, een uitgedoofde vulkaan, en domineert op een erg opvallende wijze de vlakte errond en dat zal wellicht wel de bedoeling van de bouwers zijn geweest. Dit complex werd tussen de tiende en dertiende eeuw, in verschillende fases opgetrokken uit de in deze regio veelvuldig voorkomende lateriet- en zandsteen. Het was oorspronkelijk een Brahmanistische Hindoe-tempel, gewijd aan de god Shiva en stond symbool voor diens mythische verblijf, de berg Kailash in de Himalaya die, zoals we allemaal weten, de bron is van de heilige Indus-rivier. De met gestileerde lotusbloemen afgezoomde processieweg die naar het centrale deel van de tempel leidt, staat dan ook voor de spirituele reis die elke pelgrim maakt van de aarde naar het centrum van de hindoeïstische kosmos. Kosmos, die wordt gesymboliseerd door de kolfvormige Prang in het midden van de tempel.

Deze buitenpost van het ooit erg machtige Khmer-rijk was in de hoogdagen van Angkor het schitterende centrum van een imposante religieus-educatieve site. Een rustpunt op de vorstelijke route die Angkor met de tempel van Prasat Hin Phimai verbond en die was uitgebouwd met tempels (prasat), hospitalen (arokayasala), gastenverblijven (dharmasala) en enorme waterbekkens (barai).

Na de val van Angkor geraakte deze site, in tegenstelling tot veel andere Khmer gebouwen niet geheel verlaten en viel ze bijgevolg niet compleet ten prooi aan de verwoestende krachten van de natuur. Antropologen en cultuurwetenschappers gaan er nu van uit dat zowel de oorspronkelijke lokale bevolkingsgroepen, die voornamelijk afstammen van Khmer en Kui als de Lao en Thai die zich later in de regio vestigden, deze plaats als een belangrijk religieus centrum bleven beschouwen waar, na de integratie van het Theravada Boeddhisme blijkbaar ook nog plaats was voor het lokaal sterk levende animisme en de vooroudercultus. Sporen van deze lokale verering kan men terugvinden tot aan de ingrijpende restauratie en renovatie van dit complex vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw. Zo kwamen pelgrims uit de provincies Buriram en Surin, jaarlijks in de aprilmaand in processie, te voet naar de tempel voor phrapheni duean ha sip kham, een religieus festival waar gebeden werd om regen en bescherming tegen dieven en andere ongure elementen. Het staat vast dat er eeuwenlang in de onmiddellijke nabijheid van Phanom Rung door de omwonende dorpelingen geesten (chao prasat) werden geëerd bij een Bodhi-boom. In deze ceremonieën werd overigens ook de aan de voet van Phanom Rung liggende Muang Tam-tempel betrokken. De lokale bevolking geloofde immers rotsvast dat de beschermgeest (pho pu of ta pu) van Phanom Rung, hier huisde…

Siam was in de laatste helft van de negentiende eeuw op zoek naar een eigen identiteit. De staat was nog in volle expansie maar haar territoriale integriteit werd bedreigd door de koloniale aspiraties van de Westerse grootmachten. Het implementeren van een identiteitsbesef diende een gevoel van nationale samenhorigheid en nationale trots te stimuleren in de meervolkerenstaat die Siam was. Het land was immers een lappendeken van regionale politiek-bestuurlijke entiteiten (muangs) die in een wankel evenwicht met elkaar verbonden waren door allianties en slechts met moeite onder één centraal gezag kwamen.

Een van de eerste Siamese notabelen die beseften dat geschiedenis een bepalende factor is in de identiteitsbeleving was prins Damrong Ratchanuphap (1862-1943). Deze halfbroer van koning Chulalongkorn speelde niet alleen een sleutelrol in de hervorming en modernisering van het Siamese onderwijssysteem, de gezondheidszorg en de administratie maar was ook een ‘selfmade historicus’ die als ‘Vader van de Thaise Historiografie’ een enorme invloed heeft gehad op de ontwikkeling van een nationaal bewustzijn en de manier waarop de Siamees/Thaise geschiedenis werd en wordt verhaald. In zijn geschriften wist hij de pre-moderne historiserende verhalen en overleveringen, die in feite een eclectische maar historisch weinig accurate mix van seculiere en religieuze verhalen en mythes was, te vervangen door empirische geschiedschrijving. Geschiedschrijving, die op haar beurt instrumentaal was bij het legitimeren van de modernisering van de Chakri-dynastie in die periode en later een van de hoekstenen zou worden van de Thaise nationalistische ideologie én het nauwelijks definieerbare ‘Thainess’-gevoel dat tot op de dag van vandaag in bepaalde geledingen van de Thaise maatschappij opgeld maakt.

Prins Damrong bezocht in 1929 het complex tijdens een reis door Isaan, waarbij hij, vergezeld door een paar archeologen en kunsthistorici, vooral de relicten van het Khmer-rijk in kaart probeerde te brengen. Het was een periode waarin vooral de Fransen aan de oostgrens van Siam, bij Angkor met grootschalige archeologische projecten precies hetzelfde probeerden te doen en Damrong wilde in deze niet achterblijven. Hij wou met zijn eigen expeditie bewijzen dat Siam, net als alle andere geciviliseerde naties, op een wetenschappelijk verantwoorde manier met haar erfgoed kon omgaan. De historicus Byrne beschreef in 2009 Damrongs’ archeologische expedities als ‘means of collecting local source material to build national history’ en hij had het daarmee, volgens mijn bescheiden mening, helemaal bij het rechte einde. Damrong besefte als weinig anderen dat erfgoed en monumenten een kapitale rol konden spelen in het stimuleren van het collectieve geheugen van de stilaan vaste vorm aannemende Siamese natie. Hij beschouwde Phanom Rung als een unieke site, de tot steen geworden biografie van de natie. Daarom gaf Damrong niet alleen als eerste de aanzet tot het conserveren en – op latere termijn – restaureren van deze site maar bepleitte hij ook de opwaardering van Prasat Hin Khao Phanom Rung van een lokaal schrijn tot een nationaal monument. Er zat natuurlijk ook een -verborgen- geopolitiek kantje aan het opwaarderen van dit tempelcomplex want Damrong probeerde meteen ook aan te tonen dat het -natuurlijk vooral door de Cambodjanen geclaimde- roemrijke Khmer-verleden net zo goed onlosmakelijk deel uitmaakte van de Siamese geschiedenis….

Een, op zijn zachtst gezegd, en zéker in Cambodja controversiële denkpiste, die in Pnomh Pen werd afgewezen als een wansmakelijke poging tot historisch revisionisme. Het dispuut over de nabijgelegen Prasat Preah Vihear tempel toont tot op de dag van vandaag hoe gevoelig deze materie ligt. Toen het Internationaal Gerechtshof in 1962 de knoop in het dossier van Prasat Preah Vihear in het voordeel van Cambodja doorhakte reageerde de publieke opinie in Thailand met afschuw en ongeloof en vanden er woelige massademonstraties plaats.  Pas een jaar later, in januari 1963 trok Thailand, mede onder internationale druk, haar troepen uit dit tempelcomplex terug maar de volgende decennia en tot op heden bleef dit conflict smeulen met als tragisch dieptepunt het grensconflict dat in 2011 opflakkerde en enkele tientallen doden en gewonden opleverde.

Maar terug naar Prasat Hin Khao Phanom Rung. In 1935, zes jaar na Damrongs’ bezoek werd het tempelcomplex door een besluit dat in de Governement Gazette  (nr. 52- hoofdstuk 75) werd gepubliceerd, beschermd als een nationaal monument. Toch zou het nog bijna dertig jaar duren vooraleer ernstig werk werd gemaakt van de restauratie en integratie in het geplande Historical Park. Na de nodige voorbereidende onderzoeken en werkzaamheden in de jaren zestig waarbij de Thaise overheid kon rekenen op de expertise van B.P. Groslier en P. Pichard, twee Franse UNESCO-experts, begon de eigenlijke restoratie in 1971. In dezelfde periode werd overigens ook Phimai aangepakt. Ik kan er, als gewezen erfgoedwerker, alleen maar dankbaar voor zijn dat er in Phanom Rung, in tegenstelling tot Phimai, werd gekozen voor een ‘zachte’ restauratie wat de authenticiteit alleen maar ten goede is gekomen.

Opvallend is dat er in de periode van de restauratie een aantal archeologische studies werden gepubliceerd waarin Thaise academici zoals Manit Wailliphodom (1961), M.C. Subhadradis Diskul (1973) en prinses Maha Chakri Sirindhorn (1978), voortbordurend op eerdere, voornamelijk Franse Khmer-studies, een duidelijk nationalistisch geïnspireerde interpretatie gaven van de archeologische vondsten op deze site waardoor het tempelcomplex vast verankerd werd in de Thaise nationale historische canon. De heropening van de site in 1988 ging gepaard met een ander evenement dat tot nationale proporties werd opgeblazen, namelijk de teruggave van de Phra Narai deksteen die in het begin van de jaren zestig uit de tempel was ontvreemd en later op mysterieuze wijze in het Art Institute in Chicago was opgedoken. De Thaise publieke opinie eiste een teruggave en zelfs de in Isaan immens populaire rockband Carabao werd ingeschakeld om dit kostbare stukje erfgoed te recupereren. Deze campagne mag gerust worden gezien als een keerpunt. Grote delen van de Thaise bevolking waren zich bewust geworden van het belang van Phanom Rung én van de bijzondere plaats die de erfenis van de Khmer-cultuur in het nationale geheugen heeft ingenomen.

Na de heropening van het Heritage Park in 1988 transformeerde de jaarlijkse pelgrimage in een cultureel spektakel. Een drie dagen durende show die duidelijk heeft gebroken met het lokaal-religieuze karakter en er vooral op gericht is toeristen te lokken en te bekoren. Niet voor niets wordt een en ander zwaar gepromoot wordt door het provinciebestuur en de toeristische dienst van Buriram die de goedgelovige bezoekers proberen wijs te maken dat dit behoorlijk kitscherige spektakel teruggrijpt op een duizendjarige traditie. Prasat Hin Khao Phanom Rung is vandaag de dag een voorbeeld geworden van wat de historicus en Thailandkenner Maurizio Peleggi ‘The politics of ruins and the business of nostalgia’ noemt. En ik weet eerlijk gezegd niet of ik daar blij om moet zijn…


» Laat een reactie achter


5 reacties op “Prasat Hin Khao Phanom Rung: de merkwaardige transformatie van een ‘vergeten’ lokaal boeddhistisch schrijn tot een nationaal symbool van het ‘Thaise Khmer erfgoed’”

  1. Tino Kuis zegt op

    Uitstekend verhaal, Lung Jan, wat ik met veel plezier las. Je trekt een prachtige en juiste lijn tussen verleden en heden. De nationalistische geschiedschrijving, khwaampenthai, Thainess, de Thaise identiteit zijn niet zozeer waar als wel bedoelt om het gevoel van eenheid van het volk te ondersteunen. Het resultaat is evenwel twijfelachtig. Veel mensen voelen zich meer Lao, Thai Lue, Khmer, Malay etc. dan Thai.

    Ik heb er eigenlijk niets aan toe te voegen behalve iets over de naam Prasat Hin Khao Phanom Rung
    in Thaise letters ปราสาทหินพนมรุ้ง waar echter het woordje เขา khao ‘heuvel, berg’ ontbreekt.

    Prasat (spreek uit praasaat tonen midden, laag) betekent ‘paleis, tempel, kasteel’, hin (toon stijgend) betekent ‘steen’ als in Hua Hin, phanom (twee middentonen) is een echt Khmer woord en betekent ‘berg, heuvel’ als in Nakhorn Phanom en Phnom Pen; rung (roeng, hoge toon) is ‘regenboog’. ‘De Stenen Tempel op de Regenboogberg’ , zoiets. Khao en Phanom is een beetje dubbel op, beide is ‘berg, heuvel’. .

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +8 (obv 8 stemmen)
  2. Petervz zegt op

    Hier een link naar een prachtige interactieve kaart van dit complex. Bewandel het op je mobieltje.

    http://virtualhistoricalpark.finearts.go.th/phanomrung/360/phanomrung.html

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +5 (obv 5 stemmen)
  3. Rob V. zegt op

    Mooi verhaal, mooie tempel (ben er 1x geweest). Damrong heeft de geschiedenis naar de hand van Bangkok gezet en had er geen moeite mee de geschiedenis te herschrijven op ewn manier die Siam (lees Bangkok) het beste in haar straatje paste. Alles voor Thainess.

    “allianties en slechts met moeite onder één centraal gezag kwamen.” Dat is een aardige understatement voor de interne kolonisatie van wat nu Thailand is.

    Zie ook: https://www.thailandblog.nl/achtergrond/isaaners-zijn-geen-thai-wie-mag-zich-thai-noemen-het-uitwissen-van-de-plaatselijke-identiteit/

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +6 (obv 6 stemmen)
  4. Marijke. zegt op

    Wat een prachtige tempel.Ik vond anggor wat ook heel indrukwekkend.Maar dit is ook de moeite waard om te bezoeken.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +3 (obv 3 stemmen)
  5. Anton E. zegt op

    Zeer informatief verhaal over dit fraaie tempel complex. Gelegen op een in het vlakke landschap begroeide hoge heuvel, is deze Khmer tempel een bezoek meer dan waard. Vanwege mijn bezoek aan een Thaise familie, die bij Prakhon Chai woont, heb ik deze tempel in de afgelopen jaren inmiddels meerdere keren bezocht.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: 0 (obv 0 stemmen)

Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website