Ayutthaya, de geplunderde hoofdstad
Door Hans Bos
Ayutthaya betekent in feite: ‘niet te veroveren’. Dat was vier eeuwen een uitstekende naam, tot in 1765 de Birmezen de schitterende miljoenenstad met meer dan 2000 tempels plunderden en de inwoners afslachten of als slaven wegvoeren. Dat was het einde van de belangrijkste grootmacht van Zuidoost Azië, dat zich uitstrekte van Singapore tot Zuid-China.
De ruïnes van Ayutthaya, op 75 kilometer van de nieuwe hoofdstad Bangkok, zijn echter nog steeds een omweg waard, zowel met de bus als met een riviercruise. Ze behoren dan volgens Unesco ook terecht tot het werelderfgoed. Beter nog is het om in Ayutthaya onderdak te zoeken en de resten van tempels goed op je te laten inwerken. Huur vervolgens een fiets. Dan krijg je pas echt een indruk hoe deze oude hoofdstad er vroeger uit moet hebben gezien.
Belangrijk is in dit geval de Wat Phra Si Sanphet, in feite de hoftempel van de koningen in vroeger tijden. De 16 meter hoge Boeddha is na de herovering op de Birmezen naar Wat Pho in Bangkok gebracht. Wat Phra Ram wordt door een meertje omgeven en kent een door de Khmer beïnvloedde prang. En het hoofd van Boeddha, omsloten door boomwortels, is zonder meer indrukwekkend. De vele schitterende gebouwen in Ayutthaya, al dan niet (deels) gerestaureerd zijn te veel om op te noemen. Leuk om te bezoeken, zeker met kinderen, is de olifantenkraal vier kilometer ten noordwesten van de stad langs Highway 309. Na gedane arbeid wassen de mahouts de dieren ’s avonds in de rivier.














Een leuke bijdrage, maar ik wil toch ook even wijzen op
Sukhothai, een stuk rustiger, minstens even zo mooi en
geen olifantenritjes!
Reageer