Je loopt er elke ochtend langs. Een brommer met zijspan vol houtskoolrook, een rooster met glimmende stukjes varkensvlees, een vrouw die met een waaier het vuur opstookt. Je betaalt dertig baht voor drie spiesjes en een zakje kleefrijst en denkt: daar kan toch niemand van leven? Het antwoord valt hoger uit dan je verwacht. En lager dan je hoopt, zodra je de uren meetelt.

Wie in Pattaya woont, kent ze: de verkopers van moo ping, gegrild gemarineerd varkensvlees aan een bamboestokje. Ze staan niet op Beach Road of in Walking Street, maar bij een schoolpoort, voor een 7-Eleven in een woonsoi, bij het districtskantoor van Banglamung of aan de rand van een markt in Naklua. Gewone plekken, geen goudmijnen.

Officiële cijfers over hun inkomen bestaan niet. Niemand houdt het bij, de verkopers zelf al helemaal niet. Wel zijn er genoeg losse aanwijzingen: verhalen van verkopers, prijzen op de markt en de kosten van een dag aan de grill. Leg je die naast elkaar, dan ontstaat een redelijk betrouwbaar beeld.

De korte versie

Een moo ping-verkoper op een gewone plek in Pattaya houdt na aftrek van alle kosten naar schatting tussen de 800 en 1.500 baht per dag over. Op een slappe regendag in het laagseizoen is dat minder, op een drukke zaterdag meer. Reken je met zo’n 25 werkdagen, dan kom je uit op ruwweg 20.000 tot 35.000 baht per maand. Omgerekend is dat grofweg 500 tot 900 euro, afhankelijk van de koers.

Dat is twee tot drie keer het minimumloon. In de provincie Chon Buri ligt dat sinds 2025 op 400 baht per dag, en dat bedrag geldt in 2026 nog steeds. Bij zes werkdagen per week komt dat neer op zo’n 10.400 baht per maand.

Klinkt goed. Maar er zit een addertje onder het gras, en dat begint om drie uur ’s nachts.

Een rekensom van één gewone dag

Neem een verkoper die bij een school en een rij winkels staat, van zeven uur ’s ochtends tot het vlees op is. Een spiesje kost tien baht, een zakje kleefrijst ook. Op een normale dag gaan er zo’n 350 spiesjes en 80 zakjes rijst over de toonbank.

De omzet: ongeveer 4.300 baht.

Daar gaat veel van af. Een schatting van de dagelijkse kosten:

  • varkensnek, zo’n 13 kilo: ruim 2.000 baht;
  • marinade (knoflook, suiker, sojasaus, oestersaus, melk of kokosmelk): 200 à 250 baht;
  • kleefrijst: zo’n 150 baht;
  • houtskool: 150 baht;
  • bamboestokjes, plastic zakjes, elastiekjes: 100 baht;
  • benzine en ijs: 100 baht;
  • staanplaats, water of stroom: rond de 100 baht.

Samen komt dat op ongeveer 2.900 baht. Wat overblijft: zo’n 1.400 baht.

Het vlees is de grootste kostenpost, en de verkoper heeft daar geen enkele grip op. De varkensprijs schommelt fors. In maart, juni en juli van dit jaar verhoogden Thaise varkenshouders de prijs voor levende varkens telkens met twee tot vier baht per kilo, omdat voer en transport duurder werden. Medio juni lag de boerderijprijs al op 66 tot 70 baht per kilo. Bij de slager of op de markt betaal je voor varkensnek ruwweg het dubbele.

De verkoper verhoogt zijn prijs niet mee. Tien baht is tien baht. Wie naar twaalf gaat, ziet zijn klanten naar de kar honderd meter verderop lopen.

Wat verkopers zelf vertellen

De rekensom past bij wat verkopers in verschillende delen van Thailand over hun eigen inkomsten zeggen.

In 2012 sprak Pattaya Mail met Sorn Pongkhan, die na de overstromingen in Bangkok bijna alles kwijt was. Met zijn laatste geld kocht hij een brommerkar en begon hij moo ping te verkopen in Noord-Pattaya, eerst bij het districtskantoor van Banglamung, ’s middags bij scholen en winkels. Hij verdiende tot 30.000 baht per maand, met zeven spiesjes voor 20 baht. Zijn klanten: schoolkinderen en ambtenaren.

In Khon Kaen vertelde verkoopster Tanyachon Chumphon aan The Isaan Record dat ze dagelijks 2.000 tot 3.000 baht winst maakte. Zij stond wel op een drukke plek bij de universiteit, waar klanten in de rij stonden. Ze stond om twee uur ’s nachts op om kleefrijst te stomen. Ze zag haar winst ook krimpen: de varkensprijs steeg in haar tijd van 70 naar 115 baht per kilo, terwijl haar eigen prijs gelijk bleef.

Een columnist van Chiang Mai CityLife beschreef een kipverkoopster die voor corona ongeveer 2.500 baht per dag overhield, en daarna nog zo’n 39.000 baht per maand. Ze betaalt de eigenaar van het pand achter haar stalletje 100 baht per dag, water en stroom inbegrepen.

Het andere uiterste: in 2023 schreef Khaosod English over een Vietnamese verkoper in Nonthaburi die maandelijks bijna 6.000 baht kwijt was aan ‘stickers’ van verschillende ambtenaren die hem met rust lieten. Van zijn dagopbrengst van 1.000 baht hield hij uiteindelijk zo’n 300 baht over.

De spreiding is groot. Een gewone plek zonder lastige ambtenaren zit ergens in het midden.

De uren die je niet ziet

De verkoper die je om half acht ’s ochtends ziet grillen, is al uren aan het werk. Het vlees moet de avond ervoor gesneden, gemarineerd en aan stokjes geregen worden. Honderden stokjes, met de hand. De rijst moet ’s nachts in de week en vroeg in de ochtend gestoomd worden. Na het verkopen volgen het schoonmaken, inkopen op de markt en het voorbereiden van de volgende dag.

Een werkdag van twaalf tot veertien uur is geen uitzondering. Vaak werken er twee mensen aan één kar, meestal een stel of een moeder met haar dochter. Dan moet die 1.400 baht door twee. Per persoon zit je dan opeens dicht bij het minimumloon, voor bijna het dubbele aantal uren.

En er is geen vangnet. Geen ziektegeld, geen vakantiegeld, geen pensioen, tenzij de verkoper zich vrijwillig aansluit bij de sociale verzekering voor zelfstandigen. Een week griep betekent een week zonder inkomen. Een kapotte brommer betekent een gat in de begroting.

Pattaya maakt het niet makkelijker

In Pattaya komt er nog iets bij: de gemeente. Die houdt regelmatig acties om stoepen vrij te maken. In Walking Street mogen straatkraampjes niet staan tussen zeven uur ’s avonds en drie uur ’s nachts, en daarbuiten mag een kraam niet breder zijn dan zestig centimeter. Bij eerdere acties op Beach Road kregen verkopers boetes tot 2.000 baht en nam de gemeente hun spullen in beslag.

Voor een spiesjesverkoper op een gewone plek speelt dat minder, maar onzekerheid blijft. Een nieuwe ronde handhaving kan een vaste stek van de ene op de andere dag waardeloos maken. Bewoners op sociale media klagen intussen dat de verkopers een paar uur na zo’n actie gewoon terug zijn. Het is een kat-en-muisspel dat al jaren duurt.

Waarom ze het toch doen

Voor veel verkopers is de kar geen noodsprong, maar een stap vooruit. Tanyachon uit Khon Kaen werkte eerst op een kantoor in Bangkok voor 8.000 baht per maand. Met moo ping kon ze twee auto’s kopen. Ze zei dat ze gelukkiger was achter haar grill dan achter een bureau.

Dat is het verhaal van duizenden verkopers. Geen baas, eigen tijden, en elke baht die binnenkomt is van jezelf. Een goede plek en een recept dat klanten terug laat komen, maken het verschil tussen rondkomen en sparen.

De volgende keer dat je bij die brommerkar op de hoek staat, weet je wat er achter die tien baht zit. Een nacht stokjes rijgen, een varkensprijs die elke maand kan stijgen, en een verkoper die er toch van maakt dat zijn kinderen naar school kunnen.

Bronnen en verantwoording

De dagberekening is een eigen schatting op basis van marktprijzen en verkopersverhalen. Werkelijke opbrengsten verschillen per plek, seizoen en verkoper.


Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. Wij maken o.a. gebruik van AI om onderzoek te doen naar onderwerpen en het schrijven over deze onderwerpen. Wij genereren ook foto's met AI, maar gebruiken daarnaast ook stockfoto's. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

Laat een reactie achter